Onderwerp: antisemitisme

A- A A+

Op 5 april 2015 schallen spreekkoren door het Utrechtse voetbalstadion De Galgenwaard: “Me vader zat bij de commando’s, me moeder zat bij de SS. En samen verbrandden zij Joden, want Joden die branden het best”. De weerzinwekkende tekst van deze spreekkoren door de supporters veroorzaken nogal wat commotie.
Door: Lody van de Kamp

De aanklager betaald voetbal van de KNVB doet een vooronderzoek, stelt de club in staat van beschuldiging “voor het herhaaldelijk uiten van antisemitische spreekkoren door de aanhang” en biedt een schikkingsvoorstel aan, waaronder een boete van 10.

“’Nooit meer Auschwitz.’ Wat heb ik er een hekel aan als dat gezegd wordt op 4 mei, maar het bij die woorden alleen blijft. Je kunt niet gratis zeggen ‘Nooit meer Auschwitz’. Je moet hierbij ook je verantwoordelijkheid nemen.” Roman Kent, overlevende van Auschwitz, zei in zijn toespraak bij de herdenking van 70 jaar bevrijding van dit concentratiekamp, dat we bij kinderen niet rechtvaardigheid en tolerantie kunnen vooronderstellen, maar dat we dat de kinderen moeten leren.

Enis Odaci schrijft leuke commentaren over heikele kwesties. Humor helpt relativeren. Op het eind wordt de toon van de columns meestal wat serieuzer. Zo ook bij de beschouwing over al het gedoe rond het aangekondigde optreden van Abu Jahjah in Zomergasten.
Door: Rachel Reedijk en Harry Polak
Enis denkt dat er snel een medicijn nodig is voor blinde vlekken voor niet-Westerse meningen. Het protest uit Joodse hoek tegen Abu Jahjah is een symptoom van een onderliggende ziekte. Daar slaat Enis de plank lelijk mis naar onze opvatting. Laat ons het uitleggen.

“Voor veel Nederlandse Joden is het antisemitisme een hobby geworden”. Deze opmerkelijke uitspraak doet rabbijn Lody van de Kamp in een interview in het nieuwste nummer van Volzin. De antisemieten zijn volgens hem echter niet het probleem maar de Joden zelf. Zonder terugkeer naar hun religieuze wortels hebben ze geen toekomst. 
Op de vraag Wat heeft u tegen het woord antisemitisme? antwoordt Van de Kamp: “Voor veel Joden is antisemitisme een hobby geworden – om daar in te geloven en iets over te roepen. We zitten als Joden in Nederland echt vastgebakken in de slachtofferrol.

Het recent verschenen boek Kwart over Gaza. Over zionisme, antisemitisme en islamofobie van Anja Meulenbelt is een rationele, beschaafde en weloverwogen reflectie met goede analyses over de geschiedenis van Palestina/Israël, met daarin meegenomen de sociale en psychische context van conflicten. Het grote conflict dat zo onoplosbaar lijkt; de Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden, maar vooral de nasleep en de effecten ervan op onze Nederlandse binnenlandse politiek.

Bij elke terroristische aanslag, of het nu de aanslag was op de Twin Towers, op Charlie Hebdo of het Joods museum in Brussel, wordt geroepen: “Dit nooit meer”. Maar het gebeurt nog steeds. Opnieuw werden we opgeschrikt door aanslagen uit extremistische hoek, nu in Parijs. Opnieuw roept dit de vraag op naar het verband tussen religie en geweld. Daar ga ik in het onderstaande artikel, dat eerder in een langere versie verscheen in het tijdschrift Tenachon na de aanslag op Charlie Hebdo, nader op in.

Antisemitisme tegen moslims, is dat niet even absurd als homofobie tegen hetero’s? En is het vandaag de dag niet al controversieel genoeg om Jodenhaat en moslimhaat in één adem te noemen? Volgens veel mensen zijn het tendensen die je niet mag vergelijken. “Antisemitisme is het resultaat van eeuwen religieuze en etnische haatpropaganda”, zegt Manfred Gerstenfeld, terwijl islamofobie recent zou zijn ontstaan na terroristische aanslagen. Esther Voet zegt dat je als Jood geboren wordt, terwijl moslim zijn een vrije keuze is en niet die etnische lading heeft.

Er is in de afgelopen jaren een enorm treurige beweging zichtbaar geworden bij Joden en anderen die zich betrokken voelen bij de herdenking van de Holocaust en de Kristallnacht van 9 november 1938. Het was ooit vanzelfsprekend dat iedereen die zich hierbij betrokken voelt, deelnam aan een herdenking. Of liever gezegd: één herdenking. Ook in Nederland kon je traditioneel in meerdere gemeenten naar herdenkingen. Niet helemaal toevallig was de herdenking in Amsterdam altijd met afstand de best bezochte.