Je roept op om nog meer vanuit de Nederlandse samenleving te denken. Een soort van een Hollandse institutionalisering van het debat?

“Ja, min of meer een ‘mentale’ institutionalisering. De fysieke instituten werken niet, de islamitische universiteiten werken ook niet.”

Moet je die wortels loslaten? Dat je dus in je denken breekt met het moederland, zoals Turkije en Marokko?

“Dat moet meer plaatsvinden. Zelfs de gematigde moslims gedragen zich alsof Nederland een provincie in Marokko of Turkije is. De personen die ik noem hebben helemaal niet zoveel draagvlak binnen hun eigen gemeenschap. De helden, de eenlingen, het is afwachten hoeveel mensen met hen meegaan.”

Geldt dat ook voor jou?

“In de hele Rushdie affaire was ik ook de uitzondering, en toen zeiden de Nederlanders: ‘Maar ja, het is een Nederlander. Niet gek dat hij tegen de boekverbranding is!’ Zelfs Theo van Gogh zei dat over mij. Ik kreeg het besef dat mijn functie als puur moslim, die iets zeggen wil in de Nederlandse samenleving, niet bestaat op de manier zoals ik zou willen dat die bestaat.”

Waarom ben je uit dat debat gestapt? Was je teleurgesteld?

“Nee, ik heb toch enigszins een tegengeluid kunnen laten horen. De zin ontbrak op een bepaald moment. Voor mij was het vooral kwekken. Je zegt iets en je wordt meteen overruled. Het beeld dat ik gaf van de islam werd overruled door ‘Ja, maar naast mij woont een Marokkaan, die…’ en vul maar iets slechts in. En dat deden zelfs weldenkende mensen in de media en de politiek. Het is bijna een vorm van cultureel racisme.”

Maar dan is er dus niet zoveel veranderd. Ik maak het ook nog regelmatig mee als ik voor een zaal sta. Dat ‘ja, maar’ is altijd het tegenargument waaraan je je te ijken hebt. Hoe ontstijg je dat denkpatroon?

“Je moet zo neutraal mogelijk reageren. Je moet het plaatsen en benoemen, ook al kost het tijd. Het gedrag van de Saoedi’s bijvoorbeeld wordt als een product van de islam gezien en daar moet je iets van vinden. Je kunt er niet in drie tellen iets van maken en je hoeft ook niet de advocaat te zijn van elke moslim in de wereld. Ik ben tot de overtuiging gekomen dat de moslimgemeenschap als taak heeft om, minstens op het wereldplatform, te laten zien hoe betrokken ze is bij de mensheid. Dus niet alleen maar opkomen voor het eigen groepje, maar de mensheid als geheel ten dienste willen zijn, de hizmet, of khidma in het Arabisch. We laten onze dienstbaarheid veel te weinig zien.”

Ik geloof dat de moslimgemeenschap als taak heeft om, minstens op het wereldplatform, te laten zien hoe betrokken ze is bij de mensheid.

Abdulwahid van Bommel
Beeld door: Enis Odaci
Abdulwahid van BommelTweet dit

De roep om hervorming van de islam is dus wat jou betreft een roep om meer dienstbaarheid. Zeg je daarmee dat er vanuit de bronnen al voldoende handvatten beschikbaar zijn?

“Ik heb eens een voorwoord geschreven in een boek van een bevriende antroposoof. Het ging over het vrijheidsconcept in de islam. Hij vertelde me dat hem, als niet-moslim, als antroposoof, of als nieuwsgierige, opviel dat er in de islam een heel duidelijk vrijheidsconcept aanwezig is. Vrijheid, die zo weinig uitgedragen wordt door de moslims. Hij vroeg of ik dat wilde onderbouwen. Ik had helemaal geen specifieke interpretatie, of een bepaalde liberale geleerde nodig om dat onderwerp te behandelen. Nee, ik kon zo regelrecht in de brontekst gaan en het begrip ‘vrijheid’ uitwerken. Zonder interpretatie en zonder al te veel aanvullende uitleg! Alleen wordt het door mensen naar de zijkant gedrukt, door hun gelijkhebberige dogma’s, hun megalomane eenduidige islam. Hetzelfde geldt voor andere kritiekpunten, zoals gedwongen huwelijken. Puur vanuit de brontekst kan ik al laten zien dat het uit den boze is.”

Het is wel heel deprimerend wat je nu vertelt!

“Haha! Gelukkig ben ik een heel vrolijk straatjongetje. Je moet het als een uitdaging blijven zien.”

Waarom worden die mooie concepten weggedrukt?

“De moslimgemeenschap is zwaar geconditioneerd. In het gelijkhebberige bestaan en het daarin vinden van je bevestiging. De moskee is dan als een eiland te midden van ongeloof, ellende en alles daarbuiten.”

Als we in de theologie voldoende goeds vinden om te aarden in de Nederlandse samenleving, en we hebben de durfallen, de helden uit de moslimgemeenschappen, dan blijft over de islamitische cultuur.

“Deze laag is dus waar de vertaalslag moet plaatsvinden naar de samenleving, naar het onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijk welzijn, zoals dat in Nederland wordt nageleefd. Het zijn van wieg tot graf helemaal islamitische concepten. Alle grote geleerden, geneesheren, wetenschappers waren multidisciplinair want ze waren bezig met een totaal wereldbeeld, niet met een dogmatisch concept. Het drama is dat er genoeg jonge mensen rondlopen met de juiste vakken in hun pakket. Maar zij praten de mensen naar hun mond van wie zij hun salaris verwachten. We hebben bijvoorbeeld ethici nodig in de moslimwereld, als belangrijke derde persoon in de rij geloofsleer, praktische leer en ethiek.”

Zit er schot in deze ontwikkeling?

“Ja, omdat de basis voor de ontwikkeling ervan niet alleen vanuit de theologische leer komt, maar ook vanuit de praktijk. Datgene wat er gewoon in de islamwereld gebeurt. Als er een rijke Koeweiti een nieuwe nier nodig heeft, laat hij binnen een dag uit de VS een nier komen. Hij laat dat niet afhangen van een theologisch debat over de vraag of een orgaantransplantatie wel of niet halal is. In Turkije zie je dat in de overheidsgebouwen in Ankara, op de ministeries, de ambtenaren voor meer dan de helft vrouwen zijn. In Marokko idem. In de praktijk zie je dus dat wanneer we het hebben over erfrecht, getuigenrecht en arbeidsparticipatie, we niet meer te maken hebben met dikke boeken en oude geleerden. Nu is vaak de vrouw kostwinner en zit de man thuis. De vrouw is beter opgeleid, nieuwsgierig en leergierig in die grote samenlevingen. En dan zou de jurisprudentie van 14 eeuwen geleden nog geldig moeten zijn?”

VanBommel-4
Van Bommel schrijft boeken over de mystieke kant van de islam. Beeld door: Enis Odaci

Laten we de brug maken naar de Kinderkoran. Ooit zei je in een televisie-uitzending dat de jeugd van tegenwoordig de Koran vooral letterlijk leest. En dat ze daarmee een groot spiritueel deel van de godsdienst mist.

“Mensen missen de warmte, de geborgenheid en de liefde die religie biedt. De empathische kant is niet alleen ondergeschoven, maar komt vaak niet eens voor in de dialoog met jongeren. In de moskee wordt veel nadruk gelegd op het gebruik, de gewoonte van een religie. Dan leren kinderen een soort van een catechese, waarin ze veel zaken kunnen opdreunen. De docenten zeggen vervolgens: ‘goed gedaan!’ De goede leerling is de leerling die zo snel mogelijk rijtjes en gebedjes kan oplepelen. De meest populaire imam is de jet-imam, iemand die bijvoorbeeld binnen twintig minuten twintig gebedseenheden (rak’aat) kan uitvoeren in de Ramadan. Het is in ieder geval goede lichaamsbeweging. Of het geestelijke goede beweging is?”

Kunnen kinderen, of gelovigen in het algemeen, wel de stap naar het spirituele maken zonder eerst de gebruiken te leren?

“Zelfs al zou je geen aanleg hebben om de Koran te begrijpen, of te willen begrijpen, dan nog heeft zelfs de meest onachtzame Koran-lezer een bepaalde spirituele beleving bij het horen van de klanken van de Arabische recitatie. Er is een bepaalde invloed op de ziel bij het luisteren of reciteren van de Koran. Ik heb het zelf meegemaakt. Zelfs pittige passages komen zalvend over wanneer het gezongen wordt en dan zitten mensen te huilen omdat ze geraakt worden door de melodie. Vooral het mooie reciteren, wat een apart vak is, treft mij. De inhoudelijk mooie passages kunnen je dan dubbel treffen met klank én betekenis. Ik denk dus dat het nodig is om de Koranverzen vooral uit te leggen zodat hun schoonheid en wijsheid op de voorgrond komen. Dan telt leeftijd niet meer.”

Wordt de Koran niet al voldoende uitgelegd in de Nederlandse literatuur?

“Heel in het algemeen gezegd heeft de Koran geen kans gekregen in Nederland. Ik vind alle beschikbare vertalingen niet zo geslaagd, ook al hebben de auteurs zeker de beste bedoelingen gehad. Na een halve eeuw moeten we toe naar een tafsir, een uitleg van de Koran, die begrijpelijk en inspirerend is voor mensen. Dan kunnen ze zich inleven, zoals met het Kerstverhaal. Zestig procent van de Nederlanders is humanist, of seculier, dus niet erg religieus. Toch gaan al die mensen de komende kerstdagen mee in de sfeer van Kerst. Met bomen, en het bezoeken van kerstdiensten.”

“In de Mozes en Aaron kerk in Amsterdam ben ik heel vaak voorgegaan in de Kerstdienst, in bijzijn van een rabbijn, een hindoe, een boeddhist, allemaal hadden ze hun inbreng. En die kerk zat voor driekwart vol met seculiere Amsterdammers. Ze kwamen er voor de gezelligheid, voor de hapjes, voor de glühwein. Heel ontroerend en indringend eigenlijk. Dan zie je hoe Nederland in elkaar zit. Het zijn mensen die in eerste instantie mens zijn, zonder religieus dogma, maar dat zit daar allemaal bij elkaar. Dat is eigenlijk de manier waarop je moet kunnen omgaan met je religie. Als je niet investeert in de ander krijg je niets terug. En de moslims, voor het gemak even algemeen geformuleerd, hebben te weinig geïnvesteerd in de Nederlandse cultuur. Als je moslims een vraag stelt over de cultuurhistorie van Nederland, kunnen slechts weinigen je een antwoord geven.”

En de ene week de deuren openen tijdens de maand Ramadan is dan niet meer genoeg.

“We schieten in de opvoeding van moslimkinderen al tekort. Van jongs af aan krijgen de kinderen niet de inhoud van de Koran mee. Misschien hebben we een Koran voor Ongelovigen nodig, zoals Guus Kuijer deed met de Bijbel. Denk eens aan de eerste periode in Mekka, waarin de openbaring begon, toen was er nog helemaal geen moslimgemeenschap! Het waren allemaal ongelovigen. De Koran is dus niet voor moslims gekomen, maar voor ongelovigen! Dus datgene wat er verteld wordt in de Koran moeten wij als moslims in staat zijn ook te vertellen aan ongelovigen, op een manier zoals de Koran dat heeft bedoeld. Daar ontbreekt het enorm aan.”

Is dat waarom je kiest voor de doelgroep kinderen? Omdat daar het fundament ligt van de samenleving?

“Daar moet het beginnen. Het voorkomen dat ze radicaliseren begint daar. Je moet ze eigenlijk al zo’n breed begrip meegeven dat ze weten wanneer ze verleid worden om te radicaliseren. De gemiddelde religieuze leeftijd van een moslim in de moskee is de kinderleeftijd. Bij kinderen moet je beginnen met een breed perspectief en filosoferen over zaken. De manier waarop volwassenen met lastige kindervragen omgaan is slecht. Men wil van die lastige vragen af zijn. ‘Komt later wel!’ Of: ‘Daar ben je nog te klein voor’ en: Dat moet je nu zo geloven!’ Dat krijgen ze een paar jaar later terug van hun eigen kind en dan hebben ze spijt van dat eens gegeven antwoord. De korte, autoritaire volwassen antwoorden gebruiken kinderen later weer bij de opvoeding van hun kinderen.”

De Kinderkoran is voor jou dus vooral een pedagogische Koran.

“Zeker, ik ben een beetje geïrriteerd over de pedagogische sfeer die er bestaat.”

Als deze Kinderkoran eind volgend jaar uitkomt zal het hoe dan ook een actueel boek zijn vanwege het agendapunt van radicaliserende jongeren. Waarom zet je het vraagstuk van radicalisering niet prominenter neer in je boek? Of is dat te veel gewicht?

“Ik ben op dit punt terughoudend. Ik ben erg gelukkig met mijn proeflezers, die bestaan uit een gezin, en een paar mensen van een schoolbegeleidingsdienst. Heel waardevol. Dankzij hen is het geleidelijk aan een pedagogisch boek geworden, zoals het oorspronkelijk was bedoeld. Terwijl de donkere wolken boven ons hangen heb ik wel gedacht, dat als de kinderen de verhalen die ik uit de Koran vertel echt tot zich zouden nemen, met de bijbehorende vragen, dan zou het die werking kunnen hebben. Zeker als er ook een andere pedagogische houding ontstaat tussen ouders en kinderen.”

De Koran moedigt aan tot beschouwelijkheid, tot nadenken, tot meditatie en contemplatie. Dat denkproces maakt jou tot mens.

Abdulwahid van Bommel
Beeld door: Enis Odaci
Abdulwahid van BommelTweet dit

Ik stel de vraag toch maar… hoe ga je om met de teksten die gaan over oorlog?

“Een mannelijke proeflezer reageerde in die trant: is die Kinderkoran van jou niet een misleiding van de lezer? Want de Koran staat toch vol met geweld, dat weten we toch allemaal? Ik was even duizelig van de vanzelfsprekendheid van zijn opmerking, maar antwoordde dat hij waarschijnlijk nog nooit de Koran bestudeerd heeft. Elk vak heeft zijn vakmensen. Je kunt niet zeggen, de Koran is dít, de Koran is dát. Er zijn zoveel vakgebieden waarin je kunt categoriseren van wat er in de Koran staat en als je dan percentagegewijs gaat kijken dan is de Koran een ethisch boek. Het is alleen maar ethiek wat er in staat en daar hebben mensen dan wetten en regels van gemaakt. Daar zijn ze in opgegaan omdat dat nu eenmaal het karakter van de mens is. Die wil zich graag achter Allah verschuilen en misschien autoritair zijn, maar dat is niet de boodschap van de Koran.”

Wat is de boodschap van de Koran?

“Denk na over goed en kwaad. Je kunt jammer genoeg niet de regel hanteren dat iets goed is omdat het islamitisch is. De manier waarop mensen teksten interpreteren en er als een soort cementblok mee omgaan is niet wat de Koran vraagt. De Koran moedigt aan tot beschouwelijkheid, tot nadenken, tot meditatie en contemplatie. Dat denkproces maakt jou tot mens. We hebben helemaal niet de zekerheid. We mogen blij zijn als we weten dat we een goede kant opgaan.”

Besef je dat je met deze uitleg ook de kritiek organiseert?

“Dat heb ik al een aantal keer meegemaakt toen ik schreef over humor en seksualiteit in de islam. Boze geestelijken, dat soort dingen. Het is ontwikkeling. Ik weet dat moslimkinderen niet van huis uit, zoals wordt beweerd, de houding meekrijgen om vragen te stellen. Want het vragende kind is al snel een brutaal kind.”

Een islamitisch kind is een vragend kind.

“Absoluut! En die identiteit moeten ouders gaan waarderen.”

Wanneer is het boek geslaagd?

“Als het gelezen wordt, natuurlijk. Niet omdat ik een erkend schrijver wil zijn, maar vooral omdat de stof die ik aanbied gebruikt moet worden. Ik zie de kritische atmosfeer, de manier waarop religie in zijn algemeenheid onder het vergrootglas ligt. Kinderen zijn altijd kleine volwassenen. In gezinsverband worden ze tot hun 7de misschien nog wel als lief gezien, en ze worden betutteld, maar op een bepaald moment wordt het opeens een serieuze zaak en worden ze aangesproken als volwassenen. Met zo’n houding laat je het kind niet vrij om spelenderwijs wijs te worden. Het wijsheid aspect ontbreekt in de opleiding en de opvoeding. Het is of het een of het ander Er lijkt geen tussenweg waarin flexibel en genuanceerd wordt gedacht.”

Wat doet het schrijven van het boek met jezelf?

“Ook ik ben mezelf tegengekomen, dankzij mijn dochters. Ik heb twee dochters die mij feitelijk hebben heropgevoed. Voor de buitenwacht zijn het puur humanisten geworden, heel erg verrassend. Ik begrijp niet waar ze het vandaan halen, maar ze hebben een eigen, unieke, menselijke bron waardoor ze heel menselijk op dingen reageren. En die top-down benadering van mij, ‘islam is dit en islam is dat’, daar konden ze helemaal niks mee. En dat was voor mij dus een hele goede spiegel. Ook wat dat betreft ligt de toekomst in handen van de nieuwe generatie.”

Deel 1 van dit interview is hier terug te lezen.

De Koran- Uitleg voor kinderen, deel 1, Uitgeverij Parthenon
Abdulwahid van Bommel – met illustraties van Senad Alic

408 pagina’s, € 29,90
ISBN/EAN 9789079578825
Geschikt voor de bovenbouw van de basisschool (ca. 8-12 jaar)

Een inkijkexemplaar is hier in te zien.

Enis-DNW (2)

Enis Odaci

Eindredacteur van Nieuw Wij

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam, een denktank voor islamitisch humanisme dat hij mede naar aanleiding van het …
Profiel-pagina
Al 18 reacties — praat mee.

Advertentie

Dominicanenklooster Huissen