Daoud Nassar (1970) is mensenrechtenactivist en een Palestijnse christen, bekend van Tent of Nations op de West Bank nabij Bethlehem. Gisterochtend was hij te gast in Het Vermoeden. De tekst van het gesprek dat Marleen Stelling met hem had, vindt u hieronder.

Door: Marleen Stelling

Daoud, wat fijn dat je hier bent.
“Het is een eer.”

Je bent boer en mensenrechtenactivist uit Palestina. Je boerderij is ook een internationale ontmoetingsplek, de Tent of Nations. Die staat op de Westelijke Jordaanoever in een gebied waar Israël de baas is. En mensen uit de hele wereld komen daarheen om jou en je familie te bezoeken.
“Ja, we zijn het project gestart in 2002 en er kwamen al gauw veel mensen. Nu hebben we ongeveer 6000 mensen die ons elk jaar uit verschillende landen komen opzoeken. We bieden activiteiten voor kinderen en vrouwen aan en we hebben oogstkampen. Vrijwilligers zijn welkom om te komen helpen. De kinderactiviteiten zijn geweldig. We werken met kinderen die ernstig getraumatiseerd zijn en moeilijke dingen hebben meegemaakt. Het is mooi om ze zo gemotiveerd te zien. Het was mooi dat een jongen me na het kamp aan z’n vader voorstelde en zei: Schrijf z’n nummer op, want ik wil me inschrijven voor volgend jaar. Als je kinderen zulke dingen hoort zeggen, weet je dat je iets waardevols doet.”

Dat raakt je echt.
“Heel waardevol.”

Je zei dat de kinderen getraumatiseerd zijn. Je bent een Palestijnse boer. Wat kun je vertellen over de trauma’s die de kinderen hebben?
“Kinderen hebben het heel zwaar door het politieke klimaat. Het is een heel ingewikkelde politieke situatie. Kinderen groeien op tussen controleposten en muren en soldaten. Het is heel moeilijk voor ze om in zo’n situatie te zitten en het drukt als een last op hun hart. Als je bij ’n controlepost gefouilleerd wordt en je legitimatie moet laten zien, zien de kinderen dat gebeuren met hun ouders en andere mensen. En dat blijft bij hen hangen. Zo worden er meer moeilijkheden en meer haat gecreëerd. Daarom is het zo moeilijk om ze op een positieve manier te laten denken. Dat proberen wij te bereiken: Dat ze hun talenten ontdekken en positief denken. Als je je richt op het positieve zonder de problemen uit het oog te verliezen, ga je automatisch in jezelf geloven. Dat je in staat bent je eigen toekomst te bepalen. Dat hebben die kinderen echt nodig.”

Het stuk land waar je woont, is al generaties lang in de familie. Al 100 jaar. Ik hoorde dat je opa het heeft gekocht en dat jouw vader het weer aan jou heeft nagelaten.
“Maar ook aan m’n broers en zussen. M’n grootvader kocht het land in 1916. Toen heeft hij er gewoond in een kleine grot. Het had een spirituele lading. M’n vader en oom kwamen van jongs af aan naar de boerderij, ze groeiden er op. Toen zij overleden, namen wij het over en zijn wij in hun geest doorgegaan.”

Een heel bijzondere plek. Wat maakt het zo bijzonder voor jou?
“Het Heilige Land is heel bijzonder voor mij, zeker als Palestijnse christen. Dit is de plek waar alles is gebeurd. Het is fijn om in de Bijbel over die plekken te lezen.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?
“Ik kom uit Bethlehem, de geboorteplaats van Jezus. Als je ’t verhaal leest van Jezus’ geboorte en je bent op die plek, dan is dat heel bijzonder. Het geeft veel kracht om het te lezen, maar ook om er te zijn. Dat stuk land is ook belangrijk omdat het onze geschiedenis is. M’n grootvader had een visie. Hij wilde het beste uit z’n boerderij halen. Hij heeft hard gewerkt om die productief te maken. En m’n vader en oom deden hetzelfde, dus elke steen heeft een verhaal te vertellen. En dat maakt het extra bijzonder, om daar te zijn.”

Wat voel je als je wakker wordt, de deur open doet en over je land loopt?
“Het is prachtig als je de wind hoort en de bladeren hoort ruisen. Dat geeft zoveel kracht. Je bent midden in de natuur en je voelt dat de natuur jou kracht geeft. En je voelt meer respect voor het land als je met je handen in de aarde wroet. Dat maakt echt verschil.”

De wind fluistert: Daoud, je kunt het. Ja toch?
“Ja, dat klopt. Dat is de kracht die je dagelijks ontvangt.”

Vertel eens over je dromen met dat stuk land.
“Het begon met m’n grootvader, met de investering die hij deed. Ik heb m’n grootvader nooit gekend. Toen m’n vader overleed…”

Toen was je nog heel jong.
“Dat was in 1976, ik was toen vijfenhalf. M’n moeder heeft heel veel voor ons gedaan want toen m’n opa stierf, was m’n oudste broer 20 jaar.”

Is dit je moeder?
“Ja, dat is m’n moeder. M’n jongste broer was toen drie jaar. Dat was dus hard werken en m’n moeder is nog steeds heel actief op de boerderij. Ze ontvangt de gasten en kookt voor ze. Echt geweldig.

Wat heeft je moeder je over het leven geleerd?
“Ik herinner me een verhaal van nog niet zo lang geleden. We hadden een keer problemen toen onze bomen vernietigd werden door de militaire autoriteiten. Dat was een zware klap voor ons. Het was in 2014. Ik was er echt kapot van. En m’n moeder…”

De bomen werden verwoest bij de voortdurende gevechten.
“Inderdaad, dat was vreselijk. Ze zeiden dat de bomen waren geplant op staatsland, ook al is het privéterrein. We zijn naar de rechter gestapt om te bewijzen dat het ons eigendom was. Maar het gebeurde wel, en dat was erg zwaar omdat het jaren duurt voordat een boom vrucht draagt. En in een paar uur was alles verwoest. Voor ons was het erg zwaar en ik zei tegen m’n moeder: Ik ben het zat. Ik denk dat ik ermee ga stoppen. En zij zei tegen mij, na al die jaren, en ze is altijd een heel sterke vrouw geweest… Ze zei: Als jij ermee stopt, stop ik er ook mee. En toen dacht ik: Nee, dit is niet de juiste keuze.”

Dus ze zei: We doen dit samen, we moeten elkaar helpen. Voelt het als een roeping om op dat land te wonen en te werken?
“Ik denk ’t wel. Aan de ene kant is het heel zwaar en gecompliceerd, maar het is juist door onze lastige situatie en de slechte politieke situatie waarin we zitten dat het land een plek wordt waar veel mensen inspiratie opdoen. En dat is onze roeping. We zijn geroepen om met mensen te werken. We zijn hier niet om een comfortabel leventje te leiden. Iedereen heeft z’n eigen problemen.”

Maar je hebt te maken met veel dreiging.
“We hebben problemen, maar we moeten niet alleen naar het negatieve kijken. Dat is er wel en we hebben er ook dagelijks mee te maken. Denk aan het politieke klimaat, de controleposten, het afpakken van land, de juridische strijd met de overheid sinds 1991. Er zijn zoveel problemen. De verwoesting van de bomen. Al het negatieve.”

Maar er is ook de droom.
“De droom is: Hoe zet ik dat negatieve om in positieve energie? Dat is iets wat ik heb meegekregen van m’n grootouders, m’n vader en m’n oom. M’n vader had de droom om zijn land te gebruiken voor een vredesproject. We hebben dat plan doorgezet, en daar speelde m’n moeder een grote rol in.”

Hoe zal de boerderij eruit zien over tien, twintig, dertig jaar?
“Ik hoop…”

Ik hoorde dat je een dromer bent.
“Ik hoop er een school op te zetten voor kinderen. Want ik zeg altijd: Kinderen zijn het fundament van een betere toekomst. Als we een betere wereld willen met meer mensen die de wereld willen redden, moeten we investeren in de nieuwe generatie. Kinderen zijn erg belangrijk. We willen dat er onderwijs gegeven wordt en dat je leert over het milieu en hoe je voor het land zorgt. We beginnen met kleine stapjes bij de kinderen.”

Hoe ver weg is die droom?
“Het is nu nog onrealistisch. Want op de plek waar we wonen en waar de boerderij staat, is de politieke situatie op het ogenblik heel gecompliceerd. We hebben al sinds 1991 een conflict met de Israëlische overheid. We zitten in Palestijns gebied dat in handen is van de Israëlische autoriteiten. We zijn afgesloten van stromend water en van elektriciteit, dus we kunnen niets bouwen. Hoe kunnen we een school opzetten zonder iets te bouwen? We worden aan alle kanten omringd door nederzettingen.”

Ik zie daar de nederzettingen. En hier staan chemische toiletten?
“Composttoiletten, ja.”

Omdat er geen stromend water is.
“Ja, omdat er geen water en elektriciteit is en we niet mogen bouwen, is het lastig om uit te breiden. Maar met composttoiletten en duurzame energie uit zonnepanelen kunnen we de problemen die we hebben het hoofd bieden, met positieve dingen.”

Ik zag deze foto vandaag voor het eerst, en ik was wel geschokt toen ik ‘m zag. Dat jullie ’n composttoilet moeten gebruiken. En in de verte zien we de nederzettingen. Voel je je niet gedehumaniseerd, dat je in zo’n situatie moet leven?
“Nou, dat is zwaar, absoluut. En vooral als je er dagelijks mee te maken hebt en je de nederzettingen ziet uitbreiden op je eigen land. Land dat al sinds honderd jaar van jouw familie is. En je kunt er weinig aan doen. Je kunt niet eens naar behoren op je land boeren, zonder water. Maar die situatie zal ons alleen verder in de slachtofferrol drukken. Ik vind ’t belangrijk om er niet in te blijven steken, want dan voel ik me slachtoffer. En slachtoffer zijn is heel gevaarlijk. Want dan kun je niks. Je hebt ’t gevoel: Ik kan er niks aan veranderen.”

Of je kunt besluiten om terug te vechten.
“Dat klopt. Maar dat is niet onze keus. Want geweld brengt alleen maar meer geweld voort. Geweld creëert meer haat, bitterheid.”

Oog om oog, tand om tand.
“Precies. En de vergelding zal nog gewelddadiger zijn. En dat levert uiteindelijk niks op, want ’t verergert ’n lastige situatie nog meer.”

Kun je beschrijven wat er gebeurt als je gewoon ’n eind wilt rijden? We zijn hier zo bevoorrecht. Ik kan me niet voorstellen hoe ’t is om daar te leven.
“Natuurlijk is het heel zwaar. Maar ik vind ’t belangrijk om te zeggen: Wij mensen, en dat geloof ik ook als christen, we hebben allemaal een roeping. En het maakt niet uit waar je bent. Maar uit de worsteling die je doormaakt, kun je hoop creëren. Dat is belangrijk. Goddank zijn hier geen politieke problemen. Maar hier worstelen mensen met andere problemen. Dat kunnen familieproblemen, sociale problemen of nog meer zijn.”

Oké, maar meestal hoef ik niet bang te zijn of mijn huis er nog staat. En of alles goed is met m’n kinderen of kleinkinderen. Wij zijn niet gewend aan zoveel dreiging.
“Dat klopt. Maar toch, ik wil ze niet vergelijken, maar iedereen heeft problemen. Daarom is ’t belangrijk voor ons als mensen naar ons toe komen. En vooral vrijwilligers, die uit ’n ander leven komen, met hun eigen problemen. Als ze zien hoe we met de problemen omgaan waarmee we kampen – gebrek aan water, en voorzieningen en zo – dan zeggen ze: Mijn problemen thuis zijn niks vergeleken met die van jullie. En dat is ’n manier om mensen sterker te maken. We hebben veel mensen sterker gemaakt met onze situatie.”

Dus jij kijkt door ’n andere bril dan ik.
“Precies.”

Gezien de politieke situatie kan ik alleen concluderen dat de boel verslechtert. Of niet?
“Dat klopt. De situatie wordt echt steeds slechter met de uitbreiding van de nederzettingen. Maar we moeten wel ruimte overlaten voor hoop, voor positief nieuws. Daar richten we ons op.”

Kun je vertellen wat je daar houdt, op dat stukje grond? Ondanks alle ellende.
“Nou, natuurlijk… laten we zeggen dat het het land is, en onze missie. En onze band met de mensen, natuurlijk. Het is heel belangrijk om te zeggen dat de geschiedenis ons leert… Ik bedoel, ik denk niet dat ’t toeval was dat mijn grootvader die grond gekocht heeft. Hij had ook elders grond kunnen kopen, in de stad of zo. Nu kunnen we zien wat er gebeurt.
Zo heb ik twee, drie jaar in Oostenrijk gewoond, daar heb ik gestudeerd. Ik wou daar blijven. Maar iets in me dwong me om naar huis te gaan. Ik wist niet waarom. Je voelt dat je een roeping hebt. Je hebt ’n boodschap. Je bent getuige.”

Je familiegeschiedenis is deel van jou.
“Precies, onze familiegeschiedenis is om de traditie in de familie te houden, maar ook om het beste te halen uit het stukje grond dat wij daar hebben.”

Je bent een Palestijnse christen. Welke rol speelt je geloof hierbij?
“Ons christelijk geloof vormt de basis van ons geweldloze verzet. Want zonder geloof, zonder geestelijke steun is ’t heel zwaar. Zoals je al zei, is ’t heel zwaar om in zo’n lastige politieke realiteit te leven en toch hoopvol te blijven, absoluut. Want eerlijk gezegd zijn er tijden dat we diep in de put zitten en denken: Er is geen hoop. Maar ik geloof echt dat er een weg uit deze pikdonkere tunnel is. Dus we zorgen ervoor dat het kaarsje blijft branden.”

En welke rol speelt deze zin? ‘We weigeren om vijanden te zijn.’
“Dit is wat wij de vierde weg noemen. Onze weg is geweldloos verzet. Want zoals je al zei: Als mensen in een lastige, politieke realiteit leven, geen hoop voor de toekomst hebben, naar de afgrond gedreven worden, geen toekomstperspectief zien… dan zijn er meestal drie manieren van reageren. De eerste reactie kan geweld zijn. De tweede kan zijn: bij de pakken neerzitten, passief worden, het onrecht accepteren. Of je kunt weglopen voor die situatie. Maar voor ons was vanwege die eigendomskwestie geen van die opties goed. Dus we zaten daar klem. Toen kwamen we uit op deze manier van geweldloos verzet, ‘We weigeren om vijanden te zijn.'”

Dit is de steen die mensen zien als ze jullie erf betreden?
“Dit staat bij de ingang van de boerderij. Maar die stellingname was niet makkelijk. Want het is heel moeilijk om geweldloos te reageren en niet onmiddellijk de vruchten daarvan te kunnen plukken. Daarom hebben we vier belangrijke principes. Één: we weigeren om slachtoffers te zijn. Het was belangrijk dat we uit de slachtofferrol stapten.
Twee: we weigeren om te haten. Heel belangrijk.
Drie: het geloof uitdragen.
Vier: geloof in gerechtigheid.”

Heb je ’n voorbeeld van ’n bedreigende situatie waarin je tegen jezelf zei: We zijn geen vijanden, we zijn geen slachtoffers.
“We hebben veel gevallen meegemaakt. Bij één geval waren ook m’n kinderen, m’n vrouw en m’n moeder betrokken. We waren van Bethlehem op weg naar de boerderij. We wilden de dag erop naar de kerk. Het was zaterdagavond. Opeens sprongen er soldaten voor onze auto. Ze richtten geweren met laserzoekers op ons. Dat was ’n heel angstige, moeilijke situatie. Want elke fout kan…”

Fataal zijn.
“Heel moeilijk. Natuurlijk was dat ’n moeilijke situatie, maar een soldaat vroeg of hij de auto mocht controleren. Ik zei: Mijn kinderen liggen te slapen. Ik wil niet dat ze wakker worden en u dan zo zien. Dat is eng voor ze. Maar om de situatie niet te bemoeilijken, want de soldaten waren erg agressief, sprak ik in het Engels met m’n kinderen. En ik zei tegen ze…”

Waarom in het Engels?
“Ik wou dat de soldaten begrepen wat ik tegen m’n kinderen zei. Ik maakte ze wakker en zei: Jullie zien zo Israëlische soldaten met wapens. Die zijn op jullie gericht, maar niet bang zijn. Zij zijn ook mensen. Gek om zoiets te zeggen. Het is gek om zoiets te zeggen over iemand die je gezin bedreigt. Dat is heel moeilijk. Maar dat is de weg van geweldloos verzet. Jij hebt de regie. Die zin veranderde de hele situatie.”

Dus je weigert om vijand te zijn maar ook om de ander tot vijand te maken.
“We kiezen ervoor om geen vijand te zijn maar dat moeten we de ander duidelijk maken zodat ’t conflict zo klein mogelijk blijft. Want we moeten mensen de moeilijke situatie uitleggen. De soldaten konden zich toen in mij verplaatsen. Daarom verontschuldigde die soldaat zich
later. Hij zei: Zeg je gezin dat ’t me spijt. Dus hij besefte dat hij met medemensen praatte. Als je degene die je je vijand noemt, een gezicht geeft, dan verander je de situatie, de ander raakt in de war. ”

De situatie de-escaleerde.
“Dan gaan mensen denken: Het is fout wat we hier doen. Daarom is ’t belangrijk om te geloven in wat je doet.”

Hoe sterk moet je geloof zijn om met zo’n situatie om te gaan?
“O, dat is heel moeilijk. Maar ik zeg altijd: God zal mensen geen grotere last opleggen dan ze dragen kunnen. Dus het is…”

Hier zeggen we: kracht naar kruis.
“En dat betekent?”

Wat jij net zegt.
“Precies, dus met alle problemen die we moeten doorstaan, zijn er toch dingen die we kunnen doen.”

Waar bid je voor?
“Nou, voor ons is ’t heel belangrijk om te bidden voor gerechtigheid. Veel mensen zeggen natuurlijk vrede. Maar gerechtigheid komt nog voor vrede. Waar gerechtigheid is, volgt vrede.”

We hebben al gesproken over de mensen uit de hele wereld die je komen bezoeken. Welke rol spelen zij in jouw visie?
“Als we mensen uitnodigen, is het voor ons heel belangrijk dat ze komen kijken en er de wereld over vertellen. Dat is onze boodschap. ‘Kom kijken en vertel erover.’ Maar ook: vertel erover en raak geïnspireerd door onze boodschap. Dat komt door onze situatie. Toen Jezus geboren werd, in een vergelijkbare situatie…”

Schreeuw ’t van de hoogste berg.
“Precies. En ook de herders die kwamen kijken bij het Kindje Jezus, de Koning, die hadden vast ’n zware reis achter de rug vanwege de Romeinse bezetting. Overal soldaten. Maar toen ze in Bethlehem kwamen bij de pasgeboren Koning en weer terug naar huis gingen, gingen ze blij naar huis, zo zegt de Bijbel. Dat betekent dat ze niet vertelden over hun ontberingen. Ze hadden het over de Blijde Boodschap. Die boodschap is belangrijk voor wie ons bezoekt. Natuurlijk willen we dat je onze moeilijke situatie begrijpt maar we willen ook dat je met een positieve boodschap naar huis gaat. Een boodschap van hoop in je leven.”

Dank je.
“Graag gedaan.”

Marleen Stelling presenteert vanaf september 2016 het EO/IKON-programma ‘Het Vermoeden’ en is op de radio te horen in de ‘Vermoeden-viering’ (Radio 5)

Al 6 reacties — discussieer mee!