Wanneer Anousha en ik elkaar spreken beginnen we beide met een verzuchting. Ik vraag haar of ze niet moe is van al die standaard vragen over racisme, discriminatie en white supremacy? Al vrij snel biedt Anousha een mooie invalshoek: we zijn beide van kleur en we hebben beide een migratie-achtergrond. “Zullen we verhalen delen en praten over witte mensen?” Ja, dat wil ik wel. En dan blijkt al snel dat er zeer veel te vertellen valt over misstanden in de samenleving.

Laten we inderdaad als twee mensen met een migratieachtergond met elkaar spreken. Hoe merk je tijdens interviews het verschil tussen, om maar bij de titel van je boek te blijven, “witte mensen” en niet-witte mensen?

Anousha Nzume: “Ik merk dat ik vaak in de overtuigingsmodus zit. De gesprekken worden veelal in een context geplaatst of de problemen die ik aankaart ‘wel echt zijn’. Of er wel een ‘witte mensen’-probleem is?”

Is er een witte mensen-probleem?

“Zie je wel, ook gekleurde mensen zijn geconditioneerd!”

Bij het lezen van jouw biografie ben ik nieuwsgierig geworden naar het levensverhaal van jouw vader. Hoe komt iemand uit het Kameroen van de jaren ’70 in de Sovjet Unie terecht? 

“Mijn vader was een van de eerste studenten uit een Afrikaans land, die in de toenmalige Sovjet Unie ging studeren. In Moskou bestond er een speciale universiteit die erop gericht was om invloed te krijgen op de intellectuele groep jonge Afrikanen. Mijn vader was socialist, een anti-imperialist en hij was fel tegen de kolonisatie van Afrikaanse landen. Daar speelde de Sovjet Unie handig op in, want er kwamen in de jaren ’70 steeds meer onafhankelijke landen en men wilde de eigen politieke en economische belangen organiseren. Maar het was voor mijn vader ook een fantastische kans. Hij kreeg namelijk een volledige beurs, alles werd betaald, huisvesting, zelfs iets van een studiefinanciering. Hij moest eerst een jaar Russisch studeren, natuurlijk politicologie en daarna mocht hij een studie doen naar keuze.”

“In Moskou bestond er een speciale universiteit die erop gericht was om invloed te krijgen op de intellectuele groep jonge Afrikanen.”

Hoe zou jij je vader omschrijven?

“Hij was een hele slimme jongen uit een piepklein dorpje in the middle of nowhere en hij woonde tussen vier gigantische heuvels – in een prachtig valleitje. Hij heeft in Kameroen onwijs moeten knokken om überhaupt naar school te gaan en het lukte met hulp van een socialistische bevrijdingsbeweging om via Nigeria, en via een priester, in de Sovjet Unie terecht te komen. Zijn familie dacht dat hij nooit meer zou terugkeren.”

Vreesden ze voor zijn leven?

“Ja, want niet alleen zou hij naar een white mans country gaan, maar hij zou naar een cold communist white mans country gaan! Hij liet een vrouw achter en twee kinderen. Dat was helaas een gearrangeerd huwelijk, zijn vrouw was op dat moment zwanger van een tweede kindje, maar hij zag zijn vertrek toch als een verplichting. De Afrikaanse mensen die wel studeerden, mannen voornamelijk, waren de elite, de rijken. Die studeerden dan in Engeland of in Frankrijk, maar mijn vader kwam letterlijk nergens vandaan, en geld had hij niet. De natuur voorzag in voldoende voedsel en beschutting, dus er was al die tijd eigenlijk ook geen geld nodig.”

Maar als hij geen behoefte had aan geld, waarom zag hij het toch als een plicht om in de Sovjet Unie te studeren?

“Mijn vader wilde per se geneeskunde studeren omdat zijn moeder heel jong overleden is – hij heeft haar zien sterven aan epilepsie. Dat maakte een enorme indruk op hem. Vooral het feit dat niemand iets voor haar kon doen stak hem, want dat is het nadeel van afgesloten leven in een vallei. Hij vond dat dit nooit meer mocht gebeuren. Daarom heeft hij alles op alles gezet om geneeskunde te kunnen gaan studeren en dat is hem gelukt.”

Hoe is de verhuizing naar Amsterdam tot stand gekomen?

“Mijn vader heeft mijn moeder in Moskou ontmoet en ze gingen al vrij snel samenwonen. Zijn studiebeurs was gekoppeld aan de voorwaarde om na zijn studie terug te keren naar Kameroen. Hij moest natuurlijk terug om het socialisme te prediken en om invloed uit te oefenen op de jongeren. Mijn vader wilde ook niet in de Sovjet Unie blijven hangen en mijn moeder en ik zouden toen gewoon meegegaan zijn. Maar ondertussen was Kameroen onafhankelijk geworden en er zat een corrupt rechts regime dat door Frankrijk werd gesteund. Terugkeren was gevaarlijk, zeker als hij zou terugkeren met een witte vrouw uit de Sovjet Unie. Hij wilde meer ervaring opdoen als arts en in Kameroen zou hij het bij kleine simpele behandelingen moeten houden. Hij wilde juist de gecompliceerde dingen leren.

“Mijn moeder is bioloog, hoogopgeleid, gepromoveerd, en zij werkte aan de universiteit in Moskou. Ze moesten dus verhuizen naar een plek waar zij ook iets kon doen. Ze wilde niet thuiszitten. Mijn vader was een charmante man, kon goed met mensen opschieten. Hij besloot stage te lopen in Amsterdam en heeft op een gegeven moment voor mijn moeder gesolliciteerd bij de Universiteit van Amsterdam, waar zij gelijk werd aangenomen!”

Halbe Zijlstra (VVD) vond de verandering van zwarte piet naar 'roetveegpiet' gevaarlijk. Anousha Nzume ging met het in debat en legde de racistische karikatuur van zwarte piet bloot. Bron: youtu.be

Dat is bijzonder…

“Ja, maar ook weer niet zo bijzonder, want Nederland was in de jaren ’70 een land waar vooral de rijken konden studeren – er was echt een tekort aan hoogopgeleiden – dat vergeten Nederlanders altijd. Dus zij werd als hoogopgeleide in die jaren met open armen ontvangen. Ze kreeg een baan en verliet de universiteit in Moskou om als wetenschappelijk medewerker te werken voor de UvA.”

Hoe oud was jij toen?

“Ik was vier.”

Jouw bewustzijn is dus wel in Nederland gevormd. Het doet mij denken aan het gastarbeidersverhaal van zoveel Turkse Nederlanders. Mijn vader werd op een heel andere manier toegelaten tot Nederland. Hij was laagopgeleid en mocht vooral vanwege zijn fysieke kracht in Nederland werken.

“Ja, daar is Nederland heel goed in, om heel goed uit te zoeken wat men wil en wie daarbij past. Nu zie je het weer, met het inburgeringsexamen. Dat is weer een vorm van selectie.”

Mijn vader moest ook een inburgeringsexamen afleggen. Begin jaren ’70 stelden ambtenaren echter nog geen vragen over normen en waarden of over Willem van Oranje. Nee, mijn vader kreeg in Turkije twee losse stukken touw in zijn handen gedrukt en de opdracht luidde: leg er een dubbele knoop in. Nu had mijn vader als landbouwer menig ezel aan een boom gebonden, dus die dubbele knoop was zo gepiept. Hij kreeg een stempel in zijn paspoort.

“Vergelijk dat eens met mijn vader.”

Ja, en zie hoe het doorwerkt in de latere generaties. Pas na tien, vijftien jaar dachten de gastarbeiders na over een definitief verblijf in Nederland, omdat alles was gericht op het onderhouden van de eigen familie in het moederland. De kinderen van gastarbeiders begonnen met net zoveel jaar achterstand aan de samenleving. De opvoeding was bicultureel, er moest geld worden verdiend en de blik op de samenleving was niet op Nederland gericht. Dat kwam pas toen de droom op een terugkeer vervloog.

“Mijn vader dacht ook dat hij na vijf of zes jaar terug zou keren naar Kameroen. Hij zei altijd: ‘I am not gonna live in a white man’s country.’

Wat zag hij dat jij pas later begreep?

“Hij herkende al heel vroeg white supremacy. Hij is opgegroeid in een kolonie. Dat is anders vergeleken met jouw ouders, want Turkije was hun eigen land, hun bestuur, hun president. Mijn vader is opgegroeid in een prachtig land en zag van kleins af aan al hoe dat moois werd leeggeroofd, gebruikt en hoe de oorspronkelijke bewoners zeer minderwaardig werden behandeld. In zijn eigen land. Er werd voor de bevolking bepaald wie welk onderwijs kreeg, en wie wat mocht doen.”

Hallo witte mensen
Hallo witte mensen Beeld door: Amsterdam University Press

Hoe ervoer jouw vader het kolonialisme?

“Het deed natuurlijk veel pijn. Hij zag hoe weinig er, niets eigenlijk, werd geïnvesteerd in scholen, ziekenhuizen en voorzieningen. Hij zag wel hoe al het hout werd weggehaald, al het koper, chocola, rubber, olie, want Kameroen is echt een parel qua vruchtbaarheid en grondstoffen. Hij vond niet dat hij in een land moest wonen waar deze mensen ooit nog de dienst zouden uitmaken.

“Daarom wilde hij doorstuderen en werken in Engeland, en mijn moeder zou dan werken in Amsterdam, om na een paar jaar weer samen te gaan wonen in Kameroen. Ik zou dan rond de tien jaar oud zijn, en Kameroen weer een vrij en onafhankelijk land. Dat was het plan.”

Maar dat plan is niet uitgevoerd, want je bent in Nederland gebleven.

“Mijn vader is uiteindelijk teruggegaan, maar mijn moeder wilde niet meer. Zij had al een grote verhuizing meegemaakt, van de Sovjet Unie naar Nederland, en voor haar was die verhuizing een totale cultuurschok. Dat wilde ze niet nog een keer meemaken.”

Wat leidde precies tot die cultuurschok?

“Het Amsterdam van de jaren ’70 was leuk, een grote stad, met hippies enzo, maar vergeleken met Moskou… Moskou is op een ander niveau een kosmopolitische stad, niet Europees, maar Oosters kosmopolitisch. Met volkeren uit al die Sovjet gebieden, met mosliminvloeden, met christelijk orthodoxe invloeden. Mijn moeder zat elke dag in het theater, zoals de meeste Russen, en ging naar de opera, ballet… dus zij vond Nederland een soort dorp, waar mensen naar de AVRO televisie keken. Mensen keken naar Op Volle Toeren. Ze wist niet wat ze meemaakte. Als ze naar een theater ging, dan was dat een geweldige schok, want zij was die prachtige grote gebouwen in Moskou gewend, een stad van 20 miljoen mensen. Iedereen las er literatuur, en had dichtbundels in de tas, en ze ging er naar concerten en ballet. Opeens stond zij dan tussen mensen die háár op een bepaalde manier minderwaardig vonden omdat ze met een accent sprak, zo ervoer zij dat.”

Wat deed zij toen jouw vader eenmaal besloot om naar Kameroen terug te keren?

“Zij wilde niet terug en wenste hier te blijven, maar mijn vader was koppig en ze besloten te scheiden. Ik denk dat ze allebei ‘op’ waren. Moe. Mijn ouders zijn beide zonder moeder opgegroeid, dus ik kan me goed voorstellen dat het huwelijk onder druk stond vanwege hun moeilijke jeugd en opvoeding. Mijn vader wilde naar huis en mijn moeder wilde niet weer op zoek naar een nieuw huis.”

Ik vind dit ook typisch een effect van migratie.

“Ja, migratie heeft zo’n groot effect op je psyche, op je emotie. Al gaat de migratie helemaal goed, dan nog heeft het een impact. Kijk alleen al hoe witte mensen in Nederland omgaan met verhuizingen, dan gaan ze ook opeens scheiden! Migratie is flink wat heftiger.”

Mijn moeder zat elke dag in het theater, zoals de meeste Russen, en ging naar de opera, ballet… dus zij vond Nederland een soort dorp.

Met migratie ben je als familie tientallen jaren bezig, het werkt enorm lang door in het leven van de kinderen. Ik merk dat ik mijn kinderen niet meer bicultureel probeer op te voeden. Niet dat ze hun oorspronkelijke cultuur niet kunnen beleven, maar het is vooral meer een kwestie van focus: kies één land, kies daar met hart en ziel voor, en wees daarin zo veelkleurig mogelijk. Herken je dat?

“Voeden jullie je kinderen bewust Nederlands gericht op?”

Ja, dat zeg je goed, dus niet Nederlands, maar Nederlands ‘gericht’. Dat heb ik min of meer besloten door de worsteling van mijn ouders te analyseren.

“Hoe hebben jouw ouders geworsteld?”

Het komt neer op een sluipende en verregaande vereenzaming van mijn vader. Kijk, toen de gastarbeiders naar Nederland kwamen zijn ze niet echt gestimuleerd om hier wortel te schieten. Jarenlang waren ze bezig met werken en nog eens werken. En al dat geld ging naar Turkije met het idee dat ze er een toekomst gingen bouwen voor hun kinderen. Maar wat gebeurde er na tien jaar? Ze waren zonder dat ze het wisten opeens vreemdeling geworden in het moederland. Mijn vader werd een vakantiezoon, een vakantiebroer, een vakantie oom ‘uit Holland’. Tegelijkertijd heeft hij hier niet maximaal geïnvesteerd in burgerschap, omdat hij zich vooral ophield in de eigen etnische gemeenschap. Dus een vreemde in je moederland, een gast in het huidige land. Dat heeft aan hem en vele anderen gevreten.

“Leeft hij nog?”

Nee, helaas, het heeft hem denk ik zijn leven gekost. Toen hij rond zijn 50ste berustte in zijn verblijf in Nederland, en zijn kinderen de opdracht meegaf om hier aan onze de toekomst te bouwen, overleed hij elk jaar een beetje. Zo voelt het. Ik wil die last niet aan mijn kinderen doorgeven. Als ze gaan migreren, laat dat dan door studie of door dromen zijn, maar niet door de geërfde last van een dubbele cultuur.

“Wat ik in jouw verhaal hoor, en dat raakt mij zo, is de vraag in hoeverre het voor jouw vader echt een keuze was. Want zijn kinderen waren hier en dat bond hem aan Nederland vast. Mijn vader was duidelijk: wat er ook gebeurt, hij zou terugkeren. Hij zei: ‘Ik ben een zwarte man! Ik ben een West-Afrikaan! Daar moet ik ook sterven, niet hier.’ En dat heeft hij gedaan, maar zijn grote verdriet was – en daar is hij langzaam aan gestorven – dat hij niet heeft kunnen ontkomen aan de witte suprematie. Want wie heeft nu de macht in Afrika? Dat zijn allemaal de grote, witte, multinationals en al die corrupte regeringen. Dat heeft hem al die jaren kapotgemaakt.”

‘Zijn’ Kameroen was niet van zijn volk.

“Precies, en dat deed enorm pijn. Kameroen is nu eenmaal een economische kolonie van Frankrijk. Een moderne koloniale structuur, ook al is heet het nu dat Kameroen onafhankelijk is.”

Heeft jouw vader niet geprobeerd om een plek te veroveren in die structuur om het van binnenuit te veranderen met zijn kennis?

“Natuurlijk. Eerst dacht hij dat hij misschien politiek actief zou moeten worden. Maar hij is vooral arts en dus wilde hij levens redden, daar had hij de eed voor afgelegd. Dus hij heeft zich volledig gestort op zijn werk en heeft een eigen ziekenhuis opgericht. En heeft voor betere zorg in de rurale afgelegen gebieden gestreden. Maar hij kreeg zoveel tegenwerking, had zoveel te maken met corruptie en bureaucratie dat het hem stuk gemaakt heeft. En de macht van ‘Big Pharma’ was te groot.”

Anousha-Nzume-2
Anousha Nzume Beeld door: Montecatini Management

Weer die strijd tegen een overheersende macht.

“Ja, hij kon geen goede medicijnen krijgen. Wel goedkope, maar die waren dan experimenteel en die werden getest op zijn volk. In de jaren ’80 had je Aids, en hij heeft mensen bij bosjes zien sterven, omdat hij geen geschikte medicatie kon krijgen.”

Hoe oud is je vader geworden?

“Voor Kameroense begrippen is hij oud geworden, 75, maar hij had ouder kunnen en moeten worden. Uiteindelijk heeft hij zich doodgedronken. Toen hij stopte met werken is hij aan de drank geraakt.”

Wat een trieste situatie. Dit verhaal kleurt in hoge mate hoe je tegen de Nederlandse samenleving aankijkt, nietwaar?

“Ja, dit raakt me diep.”

In hoeverre helpt het om dit migratieverhaal vaker te vertellen, zodat mensen weten waarom het zo belangrijk is om stil te staan bij de privileges van een witte samenleving? Of ben je terughoudend? Ik probeer te zoeken wat naar de discussie verder helpt: een gesprek met definities over racisme en witte suprematie in je hand, of een gesprek met verhalen uit je hart?

“Ja, dat is een ontzettende worsteling. Emotie wordt in mijn cultuur, of de Russische, en ook in jouw cultuur, niet tegen je gebruikt, maar in de Nederlandse cultuur wordt het wel tegen je gebruikt. Nederlands Calvinistisch is dat: niet zeiken, niet zeuren. Dus dat maakt het wel lastig om dit verhaal in de media te vertellen. Nu ik met jou spreek merk ik dat je het snapt, en dat maakt dan de boodschap zoveel krachtiger. Maar het blijft worstelen, elke keer weer.”

“Als je mij interviewt over kolonisatie en je bent onbekend met de geschiedenis van de landen en hun vrijheidsstrijders, waar hebben we het dan over?”

Ik heb die worsteling ook, want voor je het weet zegt men: ‘Ja, hij is Turks dus niet objectief.’

“Hoe denigrerend is dat! In plaats van te zeggen dat het een verrijking is.”

Ik merk dat in het kleine contact, los van de media, het delen van elkaars verhalen wel werkt. Maar dat is dan in het klein.

“In het kleine contact werkt het zeker. Ik krijg dan ook nog wel vragen van: ‘ja, maar in Afrika is er nooit opstand geweest, is het dan ook niet jullie eigen schuld?’ Seriously! Maar dan kan zo’n verhaal wel werken. Ik ben elke keer vooral weer verbaasd over het gebrek aan kennis.”

Dat lees ik terug in jouw boek. Je geeft in elk hoofdstuk overzichtjes mee. Definities, begrippen, leestips, en je stelt de lezer vragen. Is dat een manier om die kenniskloof te overbruggen?

“Ja, het kan niet anders, want als je mij interviewt over kolonisatie en je bent niet bekend met de geschiedenis van de landen en hun talloze vrijheidsstrijders, waar hebben we het dan over? Dus de lezer moet zich informeren, absoluut. Het is heel vermoeiend om dat telkens weer te moeten uitleggen. Negen van de tien keer praat ik met intellectuele witte Nederlanders, die dit simpele gegeven al niet beseffen. Nederland is een land van boekhouders, alles wordt hier fantastisch goed bijgehouden, ook in oorlogstijd. Daarom geef ik alles mee, definities, onderzoeken, een leeslijst.”

Je had boekhouder moeten worden.

“Haha, ja, dat heb ik geleerd. Ik hoop met mijn boek ook de generatie van mijn dochter te bereiken, zodat men nadenkt over hoe macht en privilege bij een groep gehouden worden.”

Zat dit boek er al langer aan te komen, of heeft de zwarte piet discussie jou een zetje in de rug gegeven?

“Weet je, ik dacht heel lang, laat maar, ik ben getrouwd met een leuke Nederlandse man, mijn kinderen doen het goed, het zal mijn tijd wel duren. Maar wat er gebeurd is rond zwarte piet kon ik niet negeren, want we hebben een geadopteerd zoontje die uit Suriname komt. Hij kwam na zijn eerste zwarte piet ervaring op school thuis en zei meteen: ‘Ik vind dit niet leuk, mama!’ Ja, wat doe ik dan? Toen moest ik wel.”

Is het niet tijd om een belangrijke vervolgstap in het debat over racisme en discriminatie te zetten?

“Absoluut, het is ontzettend beledigend als onze minister-president zegt dat er discriminatie bestaat, maar dat het dan vooral een kwestie is van drie keer zo hard werken. Dat zegt hij dan volgens eigen zeggen tegen Ahmed en tegen Gerald. Maar dat is gewoon niet waar. Hij zegt feitelijk dat Ahmed moet accepteren dat hij niet gelijkwaardig is en dat het aan hem is om misschien zijn goedkeuring te krijgen. En dat is gewoon onethisch.”

black-lives-matter
Banner van Black Lives Matter

Dan is het de vraag wat ermee te doen. Is jouw boek een antwoord op deze en veel andere uitspraken?

“Ik hoop dat hij het gaat lezen!”

Ja, maar dan volgt er een debat… en dan?

“Het lastige van een debat is dat je al snel de suggestie hebt dat racisme en witte superioriteit ‘meningen’ zijn. Quinsy Gario zegt al jarenlang zo mooi dat racisme geen mening is, maar een harde realiteit.”

Ik ben ook zoekende naar een eerlijke en effectieve invalshoek in het racismedebat. Wat moet er volgens jou gebeuren om het ‘debat’ te ontstijgen en juist de samenleving te hervormen?

“Ik geloof in de kracht van kennis. Kennis kan samengaan met de persoonlijke verhalen. Als je ziet wat kinderen aan lessen over diverse thema’s krijgen, dan is dat fantastisch. Maar over racisme of kolonialisme weten ze helemaal niets. En dan voelt het dus ook niet als een probleem. Als je als wit kind in een gezellige wereld leeft, en hier en daar heb je wat allochtonen, dan is er geen noodzaak om wat te doen.

Maar als je leest en leert over al die mechanismen die de ene kleur boven de andere kleur verheffen, en als je de persoonlijke verhalen hoort, dan ga je het voelen. Zoals we ook allemaal Anne Frank voélen bij het lezen van haar dagboek, het zien van de film en het bezoeken van de locaties. Dan pas zeggen we: dit mag nooit meer. Die kennis is bovendien zo goed geïnstitutionaliseerd dat zelfs mijn kind het nog voelt.”

Hoe maak je het benoemen van het racismeprobleem meer structureel?

“Laten we beginnen met de erkenning dat mensen niets weten over de kolonisatie- en migratiegeschiedenis. Veel mensen denken door hun gebrek aan kennis al snel dat ‘we’ zeuren. Naast de kennisontwikkeling moet er ook geweldloos protest zijn, activisme, en vergeet de rol van de overheid niet. Ik heb met mensen gesproken bij ministeries die echt geen idee hebben van deze hele achtergrond, ja dan snap ik wel dat er ook geen beleid gemaakt of aangepast wordt. Je breekt alleen door dat bastion van onwetendheid heen als er een en-en-en-en aanpak wordt gehanteerd.”

Zijn er in dit opzicht inspirerende voorbeelden om je aan op te trekken?

“Ik vind Patrice Cullors inspirerend. Zij is de civil rights activiste, die aan de basis staat van de #BlackLivesMatter beweging in de Verenigde Staten. Het is moeilijk om te zeggen wat iemand moet doen. Ten eerste moet je zien te overleven, ik zal daarom nooit tegen iemand zeggen wat hij of zij moet doen, want die persoon moet brood op de plank hebben, hij moet mensen onderhouden en aan zijn eigen toekomst werken. Overleven als moslim, zwarte vrouw, migrant, is al heel bijzonder.

Daarna is er de mogelijkheid om de eigen community te versterken en deze te emanciperen. De derde mogelijkheid is sociaal activisme, waarbij kennis ingezet wordt en waarbij de eigen verhalen ten tonele worden gebracht, via media, kunst, cultuur en wat nog meer mogelijk is. Het blijft voor mij ontzettend moeilijk om over dit thema bijvoorbeeld een documentaire te maken, want het is niet belangrijk, of nog erger: commercieel onhandig als een vrouw van kleur racisme aankaart. Zo sterk is het systeem van institutioneel racisme, want het geld wordt vooral gegeven aan witte programmamakers.”

Laten we positief afsluiten – is er hoop?

“Ja hoor, haha! Laten we vooral investeren in onszelf, in onze media, in onze studieboeken, in onze instituten. Zodat we naar scholen, naar instellingen, en naar de politiek kunnen gaan en een concreet aanbod hebben waar mensen mee kunnen werken. Zo simpel kan het zijn.”

Racisme ABC

Agency – recht van spreken, gebaseerd op eigen ervaring; een zwarte persoon heeft meer recht van spreken op grond van de „zwaardere geschiedenis van uitbuiting”.

Cognitieve dissonantie – het onvermogen de realiteit in te passen in het denkraam. Wie zijn hele leven zeker heeft geweten dat Sinterklaas en Zwarte Piet een vrolijk kinderfeest is, kan die zekerheid niet in overeenstemming brengen met de realiteit dat Zwarte Piet voor sommige mensen kwetsend is.

Decolonisation of the mind – het bevrijden van de geest van de invloed van het kolonialisme. Tevens de titel van een reeks boeken over zwarte geschiedenis.

Helper whitey – de goedbedoelende witte, die dezelfde argumenten over ongelijkheid debiteert als een zwarte, alleen wordt naar hem wel en naar de zwarte niet geluisterd.

Male fragility – lichtgeraaktheid van (witte) mannen als ze worden aangesproken op hun bevoorrechte positie.

White privilege – de bevoorrechte positie van witte mensen ten opzichte van alle andere mensen op de wereld, en tevens het gebrek aan benul daarvan bij diezelfde witte mensen.

White supremacy – een ideologie die mensen met een lichte huidkleur als superieur aan mensen met een donkere huidskleur ziet.

Anousha Nzume is half-Russisch, half-Kameroens. Ze groeide op in Amsterdam en is daar opgeleid aan de Hogeschool voor de Kunsten (kleinkunstacademie). Ze speelt, schrijft en presenteert al ruim twintig jaar en treedt op in diverse media. Nzume heeft gewerkt voor verschillende producenten en media-outlets.

Boekgegevens:
Anousha Nzume: Hallo witte mensen
Amsterdam University Press, 140 blz. €14,95.

Enis-DNW (2)

Enis Odaci

Eindredacteur van Nieuw Wij

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam, een denktank voor islamitisch humanisme dat hij mede naar aanleiding van het …
Profiel-pagina
Al 4 reacties — discussieer mee!