In de uitzending van de RKK Kloosterserie op 6 september 2014 vertelt u over de beoefening van zen in dit klooster. U zegt daar dat de monniken na het Tweede Vaticaans Concilie een soort identiteitscrisis doormaakten en met behulp van zen hun monnik-zijn als het ware opnieuw hebben uitgevonden. Wat heeft de gemeenschap in zen gevonden wat in de eigen christelijke traditie kennelijk was ondergesneeuwd?

“Na het Tweede Vaticaans Concilie stortte voor veel monniken het huis, de zekerheid en een kloosterleven met vaste tradities en regels in. Daarnaast was ook de samenleving sterk veranderd. Men werd ineens geconfronteerd met de vraag wat dat nu eigenlijk is: God zoeken. En dat is toch het enige criterium van de Regel van Benedictus. In dat gat maakten de broeders kennis met pater Lasalle. Hij gaf zenretraites in de benedictijnenabdij van Maria Laach. Van hieruit was dat bekend. De zenzolder is hier ontstaan doordat de broeders destijds tegen elkaar zeiden: “Laten we eens, ook in de slipstream van Nostra Aetate, het document van het Tweede Vaticaans Concilie over de dialoog met oosterse godsdiensten, naar de retraites van Lasalle gaan. Misschien is daar voor ons ook wat te vinden.
En ja, wat hebben we in zen gevonden? Dat is toch vooral het beeldloze en woordloze bidden. Dergelijk bidden is ook in het christendom zelf aanwezig, wanneer we spreken over bidden als gebed van rust. Het beoefenen van zen is voor ons eigenlijk een herontdekken geweest van dit aspect van de christelijke traditie: de contemplatie. We hebben als het ware de stilte opnieuw ontdekt. Ook in de kerk zie je dat terug. Zo zijn er in de liturgie stiltes gekomen waardoor de contemplatie een soort stroom kan worden, ononderbroken. De stilte leidt de diepte in, naar het midden, naar je hart. Voor die beweging hadden we eigenlijk geen middelen meer. Zen heeft daarbij geholpen. Zo ontdekten we weer wat Benedictus bedoelt met luisteren. In feite is mindfullness, waar nu iedereen zijn mond vol van heeft, niets anders dan dat.”

Ziet u de beoefening van zen binnen de kloostergemeenschap als een vorm van multiple religious belonging?

“Het beoefenen van zen in een klooster blijft een beetje een lastig punt. Het is wel gebeurd dat broeders zich op een gegeven moment helemaal in het boeddhistisch mediteren hebben begeven. Daardoor lieten ze ook de vorm van hun monniksleven los. Maar het christelijke kloosterleven is geen milkshake, een soort blender waarin je van twee één maakt. We hebben zen niet beoefend om allemaal ook een beetje boeddhist te worden.
Wanneer ik voor mezelf spreek: het eigene van het christendom is voor mij Christus. Hij is de reden van bestaan voor christenen. Dat is een verschil met andere tradities. Die verschillen moeten we blijven zien. Dat is ook wat Nostra Aetate zegt. Tegelijkertijd is een belangrijk inzicht van Nostra Aetate dat religies elkaar niet uitsluiten. Zen heeft voor ons gefungeerd als een methode om lagen in onze eigen traditie bloot te leggen. Daardoor is het een verrijking geworden voor ons kloosterleven. De hele cultuur die daarachter zit, de boeddhistische cultuur, het achtvoudige pad, etcetera heeft voor ons geen directe waarde in die zin dat zij ons kloosterleven mee inkleurt. En, moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen, momenteel ben ik de enige hier in huis die zich intensief met zen bezighoudt en zenmeditaties leidt. Zen is voor ons klooster eigenlijk meer een erfenis, tegenwoordig zijn we er niet meer diepgaand mee bezig.”

De Nederlandse samenleving kenmerkt zich steeds meer door de aanwezigheid van mensen uit verschillende culturen, die ook verschillende religies aanhangen. Merkt u daar wat van binnen het klooster?

“Ja, maar vooral via de media. We merken het minder onder onze gasten. Die zijn toch vooral katholiek en protestant. Dat laatste is op zich al een heel bijzonder gegeven. Ook in de oblatenkring (we hebben nu 110 oblaten) is een flink percentage predikanten. Dat is niet vreemd want de Benedictijnse traditie is van voor de Reformatie. We komen daardoor als tradities dichter bij elkaar. We hebben nog geen moslims als gasten mogen begroeten, daardoor hebben we deze contacten niet. In het stiltecentrum komen natuurlijk wel veel gasten vanuit de boeddhistische hoek en mensen uit de hoek van multiple religious belonging. Maar de expliciete interreligieuze dialoog wordt op dit moment in onze gemeenschap eigenlijk niet beoefend. Hoogstens in studieus opzicht.”

Als u kijkt naar de worsteling van de samenleving met deze diversiteit. Is er vanuit de spiritualiteit van de Benedictijnse traditie een invalshoek waarmee je naar die diversiteit zou kunnen kijken?

“Wanneer je kijkt naar de samenstelling van onze eigen gemeenschap, los van culturele, etnische en religieuze diversiteit, dan kenmerkt zo’n gemeenschap zich ook door grote diversiteit.  Een diversiteit die samenhangt met het personele karakter. Ieder mens is ten slotte anders. Benedictus heeft het daar in zijn Regel ook over. Zo merkt hij op dat er personen tussen de broeders zullen zitten die de kantjes ervan af lopen, vals zijn of andere bedoelingen hebben. Van de abt zegt hij dat hij zich moet aanpassen aan de gesteltenis van velen. Hij moet erop toezien dat iedereen krijgt wat hij nodig heeft. De broeders worden niet in een soort mal gestopt om klonen te worden van een soort oermodel. Nee, iedere monnik is anders.  Ook in zijn zoektocht naar God.
Verder biedt, denk ik, de notie van gastvrijheid – een belangrijk thema in onze Regel – ook morele graadmeters voor het gedrag buiten het klooster. Benedictus leert ons in iedere gast Christus te zien. Het opvangen van vluchtelingen heeft alles met gastvrijheid te maken. Wij hebben daar aan de poort van het klooster natuurlijk ook mee te maken. En onvermijdelijk moeten ook wíj keuzes maken. Je kunt wel iedereen binnenlaten, maar wanneer iemand bijvoorbeeld dermate verward is dat daarmee de rust van de gemeenschap en de andere gasten in het gedrang komt, verwijzen wij door. Dat heeft te maken met de beperktheid van de eigen mogelijkheden. Ons ideaal van gastvrijheid zegt, je moet ze allemaal een plek geven. Maar aan de andere kant heb je ook verantwoordelijkheid naar je eigen gemeenschap en naar de andere gasten. Dan moet je tegen het licht van het ideaal eerlijk een afweging maken. Dat is waar de overheid aan de grens – op veel grotere schaal – ook voor staat.”

U bent onlangs abt geworden. Hoe vat u uw rol als abt op?

“Wat voor mij heel zwaar weegt is het genezingsaspect van het geloof. Het besef dat in zwakheid je kracht ligt. Ik heb dat aspect van ons geloof in een moeilijke periode van mijn leven zelf mogen herontdekken via de charismatische vernieuwing in de Kerk. Benedictus zegt van de abt ook dat hij als een arts te werk moet gaan, aandacht voor verzorging, heling, uitgaan van de gebrokenheid van de mens. Dat is voor mij een centraal gegeven.
Mijn rol als geestelijk begeleider, als novicemeester, en nu als abt, bestaat hieruit. Daarom heb ik de volgende tekst uit de Regel van Benedictus als mijn devies gekozen: ‘niets dierbaarders kennen dan Christus’. Die innige verbondenheid, dat is het voor mij. In het Latijn staat er carius, d.w.z. met liefkozing, met care. Liefde is iets heilzaams, helend. Het is vanuit deze liefdevolle zorg dat ik mijn ambt als abt opvat.”

Ziet u uw functie vooral als voortzetting, of heeft u eigen ideeën, aandachtsgebieden, zwaartepunten met betrekking tot de toekomst?

“Er zijn zeker overeenkomsten met mijn voorganger. Het devies van mijn voorganger kwam ook uit de Regel van Benedictus. Dat luidde: ‘In de liefde van Christus’. We delen die Christusliefde. Toch zullen er ook wel verschillen zijn. Die hebben primair te maken met het feit dat we een andere persoonlijkheid hebben. En ook 21 jaar in leeftijd verschillen! Maar de abdij bevindt zich tevens in een proces door de intrede van nieuwe kandidaten vanuit een sterk geseculariseerde samenleving. Ook wij moeten luisteren naar wat de Geest ons in en door die mensen wil zeggen. Zelf vind ik het belangrijk om het profetische karakter, en dus ook de profetische rol van het ‘oude’ monnikenideaal voor de moderne samenleving te benadrukken.”

Welke gevolgen heeft deze nieuwe functie voor de aard van uw kloosterleven?

“Dat legt een nieuw aspect van mijn persoonlijkheid bloot. Regelen zit ook wel in mij, dat hele scherpe van zwart-wit, ja en nee, keuzes maken, het gevoel van rechtvaardigheid. Het zijn allemaal aspecten die ook bij mij horen. Maar alles in mildere vorm. Verzoenend van karakter, spiritueel, geduldig, de groei van mensen willen bevorderen. Daarnaast vind ik genieten ook belangrijk. Het durven genieten van geluk. Het leven is niet alleen maar moeilijk of zwaar. Dit is tegelijkertijd ook een stuk van mij dat nog moet groeien.”

Hoe ziet u de toekomst van de abdij? Zijn jullie ook met nieuwe initiatieven bezig?

“Onze gemeenschap is momenteel een soort kraamkamer. Bijna de helft van onze gemeenschap is in opleiding. We zijn nu met z’n elven, en komen van nog kleiner. Dat heeft automatisch tot gevolg dat we onze energie nu meer naar binnen richten. Pas volgend jaar hebben we de ruimte om onze energie meer naar buiten te richten en ons verder op de markt te plaatsen. Dan gaan we binnen ons bezinningscentrum meer activiteiten aanbieden. Daar zijn nu vooral externe groepen actief die hun eigen begeleiding meebrengen. We kozen daar in het verleden voor omdat we zelf geen mensen hadden om dergelijke activiteiten aan te bieden maar wel het inkomen nodig hadden. Nu we zelf gekwalificeerde mensen in huis hebben, ook theologisch, kunnen die mee een inkomen genereren. Maar er ligt wat dat betreft nog niets vast, het kan zich zomaar ontwikkelen in een andere richting.”

Hanneke-Arts-Honselaar

Hanneke Arts-Honselaar

theoloog, religiewetenschapper

Vanuit haar eigen bedrijf Het Bezinningsbureau is Hanneke-Arts Honselaar actief op het snijvlak van communicatie, religie en beleid vanaf …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.