Heb je een goed jaar achter de rug?

“Het jaar stond grotendeels in het teken van de eindspurt voor mijn proefschrift, en die was stressvol en niet zonder obstakels. Promoveren, zeker voor ongeduldige perfectionisten zoals ikzelf, is sowieso geen sinecure. Gelukkig vind ik mijn onderwerp nog steeds spannend, en nog gelukkiger: er was in het leven naast het proefschrift ook veel moois te beleven.”

Was het een droom van je, promoveren?

“Nee, tijdens mijn studie niet. Maar promoveren op een zelfgekozen onderwerp dat zozeer mijn hart heeft, en waarvoor ik anderhalf jaar onderzoek kon doen in Jeruzalem, dat is een ander verhaal. Dat is gewoon prachtig. En bij nader inzien past dit type onderzoek heel goed bij me, en was het een enorm verrijkend traject.”

Je proefschrift gaat over het conflict in Israël tussen joden/Israëliërs en Palestijnen en dan vooral over Jeremia 32. Straks iets over dit hoofdstuk uit het Oude Testament/de Tenach. Nu eerst: hoe denk je eigenlijk over dit conflict? Heb je een bepaalde ‘basis’ van waaruit je denkt, redeneert?

“Het conflict is niet religieus: het is een conflict om land, begonnen omdat een bepaalde variant op het zionisme meende het toenmalige Palestina te kunnen claimen, ten koste van de toenmalige inwoners. Het conflict vraagt om een politieke oplossing. Inzicht in religie helpt om de drijfveren van mensen te begrijpen, omdat religie een rol speelt in de manier waarop mensen hun identiteit beleven. Ik vind de diverse rollen die religie speelt fascinerend: soms speelt religie een erg beschadigende rol, als middel om gelijk of bezit te verwerven, maar soms ook een positieve rol die mensen ertoe brengt voorbij vijandsbeelden te kijken.
Wat mijzelf betreft: in Jeruzalem kwam ik erachter dat ik een religieus mens ben. Dat wil voor mij zeggen: ik houd me erg graag bezig met het goede, het schone, dat wat mensen raakt. Religie gaat voor mij over menswording – dus dat een mens de ruimte heeft om tot haar of zijn recht te komen en het inzicht dat we bij elkaar horen – dus dat de onvrijheid, pijn maar ook vreugde van een ander mens mij aangaat.
Bij elkaar betekent dat dat ik me geroepen voel in opstand te komen waar mensen onderdrukt worden, en te zoeken naar een manier van leven die niet te koste gaan van anderen. Ik vind dat de bezetting de Palestijnen schaadt, en ook de jonge Israëliërs die in het leger zitten, en ook mensen aan beiden kanten die te lijden hebben onder extremisme.”

Da’s duidelijk. Nu dan naar Jeremia 32. Omdat niet iedereen weet waarover we het nu hebben: kun je kort aangeven wat er in dit hoofdstuk van Jeremia staat en wie was Jeremia eigenlijk?

“Over Jeremia als historische figuur valt niet zo gek veel te zeggen. Zeker is dat woorden aan Jeremia toegeschreven leidden tot discussies tussen verschillende groepen Judeeërs. De Judeeërs waren als gevolg van onder andere de Babylonische overheersing verdeeld geraakt, onder andere in een groep die achterbleef in het land, en een groep ballingen in Babel, van wie sommigen terugkeerden. In het boek Jeremia zie je de weerslag van debatten over God, land en wie er wel en niet bij het volk van God horen. Vragen die nog steeds opspelen. In hoofdstuk 32 koopt Jeremia, in oorlogstijd, een stuk land van zijn neef. Een nogal gekke actie, die in het hoofdstuk op heel verschillende manieren wordt uitgelegd als een daad van hoop. In eerste instantie wordt die aankoop geduid als een teken dat het leven doorgaat, ondanks de Babylonische overheersing, in een laatste laag is de aankoop aanleiding tot een vergezicht over een ideale relatie tussen God en mensen na de ballingschap. Die ballingschap is dan inmiddels niet zozeer een geografische omstandigheid, maar is figuurlijk: in ballingschap zijn, betekent: weg zijn van God.”

Waarom heb je dit hoofdstuk als basis willen nemen voor je proefschrift?

“Het is een hoofdstuk waarin je verschillende lagen kunt aanwijzen. Die lagen kun je verbinden aan verschillende groepen, je kunt dus een beeld reconstrueren van hoe dat hoofdstuk ontstaan is. Het land en de betekenissen die daaraan gehecht zijn, spelen een belangrijke rol in die lagen. Bovendien verschilt de Hebreeuwse tekst nogal van de Griekse, en ook dat geeft inzicht in de manier waarop de traditie een rol heeft gespeeld in de levens van mensen. Tot slot speelt het hoofdstuk een rol in sommige varianten van het zionisme, wat voor Palestijnse christenen een erg lastig gegeven is: hoe moeten zij teksten lezen waarin staat dat God de God van Israël is? Voor hen klinkt Israël als de huidige staat Israël, en dat is ook de manier waarop het religieuze Zionisme met die teksten omgaat. Ik vind die wisselwerking tussen tekst en lezer enorm interessant. Aanleiding genoeg dus voor dit onderzoek.”

Waarom is jouw visie, interpretatie van dit hoofdstuk zo bijzonder, waarom moeten we jouw proefschrift zeker gaan lezen?

“Mijn benadering van de traditie is bijzonder, en leidt tot bijzondere inzichten in de tekst en de traditie: ik wijs op de gelaagdheid en meerduidigheid van de tekst. Er is wat mij betreft niet één juiste interpretatie van de teks. Ik zeg dus ook niet: zo of zo moet je het lezen, maar wel: dit staat op het spel in het hoofdstuk. Iedere lezer van het boek Jeremia is uitgenodigd mee te doen in die doorgaande debatten die samen de Jeremiaanse traditie vormen. Daar komt iets bij: ik vind dat je als lezer je bewust moet zijn van de rol van conflict, en dus macht, in religieuze traditie en in je eigen betekenisgeving aan de traditie. In de tekst is de stem van de terugkerende ballingen dominant, maar als je goed leest, is er meer. Een verborgen stem in de tekst is die van degenen die achterbleven in het land. In onze eigen context kan dat de stem van uitgeprocedeerde asielzoekers zijn: zij stellen ons vragen over de manier waarop wij omgaan met land en identiteit. Waarom heb ik recht op Nederlanderschap en zij niet?
Dus lezen, dat boek. Het zet je aan tot creatieve gedachten over de aard van religieuze traditie en wat het betekent om religieus te zijn. Als bonus geeft het je ook nog inzicht in een van de meest besproken conflicten vandaag de dag: het Israëlisch-Palestijns conflict en de rol van religie daarin.”

Ben je al voorbereid op de kritiek die je zult gaan krijgen van zowel joden/Israëliërs, moslims als christenen?

“Ik zal mijn best doen kritiek die hout snijdt te omarmen. Een collega noemde een proefschrift ‘een jeugdzonde’, dat is een aangename relativering. Er valt natuurlijk genoeg op af te dingen. Wat het Israël-Palestina-debat betreft zou ik wensen dat het wordt gevoerd vanuit het gezichtspunt dat het huidige conflict zowel Israëliërs als Palestijnen schaadt, dus dat denken in termen van pro-Palestijns of pro-Israëlisch niet erg zinnig is. Ik vind het zinniger op basis van internationaal recht te streven naar een oplossing die recht doet aan de belangen van Palestijnen én Israëliërs, en die belangen zijn niet alleen maar tegengesteld.”

Hoe denk je over de nieuwe vredesbesprekingen van o.a. de Amerikaanse minister Kerry?

“In mijn proefschrift zoek ik steeds naar de verhalen die schuilgaan onder het dominante verhaal, of dat nu Jeremia 32 is of gangbare visies op het conflict zijn. Dat kost wat meer moeite, maar levert vaak verhalen op die het erg waard zijn gehoord te worden. Dat is zeker zo in het geval van wat we vernemen van de onderhandelaars. Amerika is geen honest broker, Netanyahu beweert op andere momenten zonder aarzelen dat Israël zich nooit zal terugtrekken uit de bezetten gebieden, en Abbas mist gezag onder de Palestijnen. Terwijl de onderhandelingen voortduren heeft de machtigste partij in het conflict, Israël, ruimte om te doen wat het toch al wilde: uitbreiding van nederzettingen en verharden van de greep op de Palestijnen. Voor wie ziet hoe het gezicht van de bezetting steeds grimmiger wordt, is de term ‘vredesproces’ erg cynisch. Het is niet dat ik denk dat een oplossing onmogelijk is – helemaal niet. Ik denk alleen dat er dan geluisterd moet worden naar Palestijnen en Israëliërs die zich creatief en geweldloos verzetten tegen de bezetting van het Palestijns gebied en onderdrukking, en radicalisering aan beide kanten. Een oplossing is mogelijk, maar alleen als internationaal recht de basis is, plus het vermogen voorbij vijandschap te denken. Dat gebeurt – zie Kairos, Zochrot, en vele anderen – maar het zijn stemmen die in het politieke spel niet meedoen.”

Rondom je promotie zullen allerlei activiteiten worden georganiseerd. Waar verheug je je het meest op?

“Op de promotieplechtigheid. Ik droomde een tijd geleden dat ik stijf van de zenuwen de aula binnenstapte, en toen gezichten zag van allemaal lieve en dierbare mensen die naar de VU waren afgereisd vanwege dat werkstukje van mij. O ja, dacht ik toen ik wakker werd, dat wordt natuurlijk hartstikke leuk.”

Greco Idema

Greco Idema

Hoofdredacteur

Greco Idema is eigenaar van Bureau Intermonde, een interreligieus advies- en organisatiebureau. De afgelopen jaren ontwikkelde hij (soms …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.