Kwame Anthony Appiah, die 24 november de Spinozalens in ontvangst nam, is een van de grote invloedrijke filosofen van onze tijd. Zijn boek De erecode is een zeer leesbaar, goed gedocumenteerd en soms aangrijpend betoog over kwalijke praktijken die ooit normaal waren en vervolgens uitgebannen werden, zoals duelleren, voetafbinden bij meisjes in China en slavernij. Appiah zoekt uit wat de publieke opinie deed kantelen en komt uit bij ‘eer’ als sterkste motief. Mensen wisten allang dat duelleren moord was, of dat kleine meisjes krijsten van pijn als hun voetjes gebroken werden. Maar pas toen het een erezaak werd om niet te duelleren maar je geschil op een andere manier bij te leggen, en pas toen Chinezen zich gingen schamen voor het voetbinden, veranderden die gewoonten. Zijn belangrijkste zaak: wat kunnen we daarvan leren, als het gaat om bijvoorbeeld eerwraak en andere praktijken die we de wereld uit willen hebben? Een interview met een filosoof die vindt dat we eerbied moeten hebben voor de eer.

Door: Lisette Thooft

Kunt u samenvatten hoe eer een motief kan zijn om kwalijke praktijken te hervormen?
“Deel van de oplossing is als er buitenstaanders zijn die de dialoog aangaan op basis van respect. Als buitenstaanders alleen maar het vingertje heffen en op je neer kijken, dan ga je daar niet positief op reageren. Dus we hebben een dialoog nodig tussen insiders die eigenlijk al weten dat het niet goed is wat er gebeurt en wat nog door erecodes in stand wordt gehouden, en buitenstaanders die respectvol tegen hen zeggen: waarom doen jullie dit?

In China is het voetafbinden afgeschaft doordat Duitse zendelingen de dialoog aangingen. Dit waren mensen die een diepe bewondering hadden voor de Chinese beschaving; ze hadden Chinees geleerd en lazen de Chinese klassieken; ze vertaalden de Bijbel in het Mandarijn. Dus de Chinezen wisten dat ze gerespecteerd werden en daardoor was het des te pijnlijker om te horen dat er kritiek was op een oude gewoonte. Ze gaven ook niet directe kritiek; ze zeiden: we begrijpen het niet, waarom doen jullie dit?”

Vrouwelijke zendelingen liepen zelfbewust rond met grote voeten, schrijft u…
“Zij toonden aan dat je een vrouw met zelfrespect kunt zijn zonder gebonden voeten. Als die vrouwen neerbuigend waren geweest, had het niet gewerkt. Respectvolle dialoog waarbij je zelf ook luistert, is het mechanisme. Dan kunnen mensen bewust zien wat ze eigenlijk al weten. Daarna heb je ook sociale veranderingen nodig, maar dat kan heel snel gebeuren, blijkt in de praktijk, binnen twintig jaar in dit geval.”

Wat me het meest schokte in uw boek is dat de mensen die betrokken waren in kwalijke gewoonten heel goed wisten dat ze iets fout deden, of iets wat tegen hun eigen religie ging.
“Ja, en de truc, bij wijze van spreken, was om ervoor te zorgen dat de eer niet meer in de verkeerde richting werkte. Eer hield deze slechte gewoonten op hun plaats, maar als je die eer herdefinieert, dan stoppen mensen ermee. Dus eer is het probleem, maar kan ook de oplossing zijn. Wat ik in mijn boek laat zien, is dat het echt zo werkt: het verschuiven van de eer leidde tot morele vooruitgang. Dit gebeurt overal. In Afrika bijvoorbeeld rond genitale verminking van vrouwen; er zijn regio’s waar dat gebruik is afgeschaft. Nu zijn mensen daar trots als ze dit hun dochters niet aandoen.”

women

Is daarvoor altijd een invloed van buitenaf nodig?
“Het is het gemakkelijkst te zien als er invloed van buiten is, maar soms gaat het om ‘inside outsiders’, mensen in de gemeenschap zelf die er toch buiten staan. De afschaffing van de slavernij in Engeland is begonnen door acties van de Quakers, een kleine religieuze minderheid die helemaal niet populair waren. Ze namen een risico toen ze deze beweging gingen leiden en dat deden ze deels om solidair te zijn met de Amerikaanse Quakers, ook een van de eerste groeperingen die slavernij wilden afschaffen. Dus deze Quakers waren wel Engelsen, maar ze waren een soort morele outsiders.

De reden waarom ik geïnteresseerd raakte in deze kwestie was dat ik me bezighield met wereldburgerschap en ontdekte dat er veel gevallen waren waarin de ene maatschappij een andere maatschappij beïnvloedde. Wat op de ene plek lastig te zien is, is vanaf een andere plek helder. Dus we kunnen leren van elkaars verschillende perspectief.”

U bent zeker geen voorstander van het cultuur-relativisme dat de laatste tijd zo populair is in intellectuele kringen: er is niet één waarheid, iedereen heeft zijn eigen waarheid?
“Je kunt twijfelen aan de filosofische basis van zulk cultuur-relativisme. Maar zelfs als je dat opzij zet, dan nog: we moeten wel met elkaar praten, want we hebben gemeenschappelijke problemen. De opwarming van de aarde, ziektes die over de hele wereld reizen, problemen op wereldschaal ontstaan door lokale conflicten… Dus we moeten wel praten over onze gezamenlijke problemen. Hoe doe je dat: door te stellen dat we elk nou eenmaal onze eigen opvattingen hebben, als gesloten systemen die nooit met elkaar te maken zullen hebben, en daarmee is de kous af? Of ernaar streven om tot een gemeenschappelijk antwoord te komen? Je hoeft niet te verwachten dat je het meteen met elkaar eens bent over alles, maar je kunt allicht beginnen beter te begrijpen waarover je het niet eens bent. Als mensen dat doen in een sfeer van wederzijds respect komen ze dichter bij elkaar. Daarover hebben relativisten het nooit.

Intussen zijn er miljoenen mensen intercultureel getrouwd. Hoe doen die dat dan? Het huwelijk is een intieme zaak en het kan alleen werken als je een oplossing vindt voor alles waarover je anders denkt. Dus we weten dat we het kunnen.

Het probleem met relativisme is dat het ervan uitgaat dat mensen bepaald worden in hun opvattingen door hun cultuur; dat is gewoon niet waar. De ergste ruzies komen juist voor onder mensen die in dezelfde straat wonen.”

Relativisme is ook een manier om niet kritisch naar je eigen opvattingen te hoeven kijken. Bijvoorbeeld naar het typisch Westerse idee dat maximale seksuele vrijheid alleen maar goed is.
“Ik schrijf een ethische adviesrubriek in de New York Times ‘The Ethicist’, en af en toe krijg ik de halve natie over me heen, als ik schrijf dat overspel verkeerd is. Voor mij is dat duidelijk, dus ik ben bereid mijn mening te verdedigen. Ja, relativisme stelt je in staat te blijven volhouden wat je vindt. De grote liberale filosoof John Stuart Mill zei dat je juist als je ergens volledig van overtuigd bent, de argumenten ertegen moet onderzoeken. Dan begrijp je beter wat je gelooft, maar ook kan het je van een dwaalspoor af helpen.”

De ultieme vraag lijkt me: hoe voed je kinderen op met zoveel zelfachting dat ze een eer-baar leven willen leiden?
“Zelfrespect is een groot goed en de reden dat sommige praktijken verkeerd zijn, is dat ze zelfrespect onthouden aan hele groepen mensen: vrouwen, homoseksuelen, zwarten, mensen van andere stammen, kasten of religieuze identiteiten. Een van de belangrijkste vormen van vooruitgang is dat er een groeiende consensus is in de hele wereld dat iedereen het recht heeft op zelfrespect. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft het over menselijke waardigheid als recht van iedereen. Niet alleen heb je het recht op zelfrespect, maar ook op een maatschappij die je een beeld terugspiegelt van jou als waardig persoon. Mensen die zich zo voelen, kunnen ook handelen uit morele overtuiging, zelfs tegen hun eigen gemeenschap in.

Natuurlijk moet het gecombineerd worden met respect voor anderen, zoals Kant zei: mijn waardigheid doet ertoe, maar het kan niet zo zijn dat die ertoe doet omdat het de mijne is, het gaat erom dat het waardigheid is. Dus ieders waardigheid is belangrijk. Ik kan alleen mezelf volledig respecteren als ik ook de waardigheid in jou respecteer. Een mens die daarmee is opgevoed kan een waardig leven leiden, tenminste als hij daartoe ook de middelen heeft.”

Het verhaal aan het eind van het boek, over het Pakistaanse meisje Mukhtaran Bibi dat de verschrikkelijke vernedering van een groepsverkrachting-bij-wijze-van-eerwraak te boven kon komen en nu een belangrijke activiste is voor vrouwenrechten, is zeer ontroerend.
“Ontroerend en verheffend. Waarom kon zij dat? Deels ligt het gewoon aan haar, maar deels kwam het omdat ze een vader had die haar steunde, die haar had opgevoed om zichzelf te zien als waardig persoon. Ze kwam uit een gemeenschap die zelfrespect had. En ze kreeg steun van buitenstaanders: NGO’s, journalisten, uiteindelijk zelfs van buiten Pakistan. Ze is zeker een bijzonder iemand, maar er was ook een wereld om haar heen van mensen die haar hielpen. Malala, die de Nobelprijs voor de vrede kreeg, deed hetzelfde: in plaats van te accepteren dat ze slecht behandeld werd, zei ze nee, dit is verkeerd. Ook zij heeft een vader die haar opvoedde met zelfrespect.”

Zijn vaders belangrijk voor eer?
“In traditionele culturen is dat zo, maar het is wel een van de dingen die ik graag zou willen veranderen in de wereld. Het zou beter zijn als de eer-taken niet seksegebonden waren. Maar inderdaad, in deze culturen wordt de familie-eer nog verbonden aan de mening van de patriarch, de vaderfiguur. Vrouwen zijn alleen nog instrumenten van eer, geen ‘agents’. Het mooie aan deze verhalen is juist dat vrouwen hier wel het initiatief hebben genomen en handelend optreden om eer in de juiste richting te laten werken.”

Welke sociale veranderingen zijn nodig om eerwraak uit te bannen?
“Eerwraak is begonnen in de landen rond de Middellandse Zee. Het bestond ook op de Balkan, in Palestina, en in Italië tot begin 20e eeuw. Tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw waren er nog steeds mannen in Italië die een huwelijk forceerden door een vrouw te verkrachten, waarna zij met hem moest trouwen om haar eer te redden. Zelfs de Italiaanse wet stelde dit niet strafbaar. Ik wil maar zeggen: eerwraak heeft niets met islam te maken, het is een oud meditterraan gebruik dat later in het Midden-Oosten is ingevoerd. Het is al op veel plaatsen gestopt, ook in islamitische landen. Wat er moet gebeuren in Jordanië, Pakistan, Turkije, is dat allereerst de wetten veranderen zodat niemand er meer mee wegkomt. Daarbij moet je dus ook de houding veranderen van de politie en de rechtbank, wat lastiger is. In Pakistan is dat tot op zekere hoogte gelukt. En dan is het belangrijk dat mensen zeggen: hoe is het mogelijk dat dit nog gebeurt? Het is niet islamitisch, je kunt het niet verdedigen met de Koran. Waarom zou je het eigenlijk je dochters of nichtjes aandoen? In Pakistan is het hoopgevend dat er niet alleen feministische actiegroepen maar ook steeds meer mannen bij betrokken raken. Het zal pas eindigen als iedereen gaat zien dat eerwraak alleen maar schande brengt over het land en de religie. De slogan van de beweging is: ‘Er is geen eer in eerwraak’ en dat is precies wat het is. Nog niet iedereen is daarvan overtuigd; er zijn nog steeds mensen die geloven dat ze de eer van hun familie moeten redden met eerwraak. Maar onder jonge mensen is er al veel minder draagvlak voor, dus de verschuiving is al aan de gang. Het is vaak een generatie-kwestie; de mensen die de oude opvatting huldigen, worden uiteindelijk vervangen door mensen met een nieuwe visie. Daarom is er soms maar een generatie nodig.

Soms kun je in oudere mensen ook een houdingverandering zien. Ik ben nu in de zestig en ik herinner me nog een tijd waarin het beledigen van homo’s heel normaal was. Misschien deed je het zelf niet maar je vond het vanzelfsprekend. Nu zien ook de meeste oudere mensen dat heel anders. Dus ik bedoel niet dat je nooit iemands houding kunt veranderen. Maar de jonge mensen van nu begrijpen niet eens meer waarom je een homo zou beledigen. Het hele punt is verdwenen.”

Is bij eerwraak het gearrangeerde huwelijk ook een punt?
“De grote historische verschuiving is geweest dat het huwelijk niet meer werd gezien als een verbinding tussen families, maar als een relatie tussen individuen. Zo wordt er ook in Pakistan steeds meer gedacht. De familie arrangeert nog steeds, maar de betrokkenen moeten het er wel mee eens zijn en kunnen hun eigen voorkeur aangeven. Een familie is geen productie-eenheid meer, zoals vroeger in de landbouw. Die economische veranderingen tellen mee. En zelfs de katholieke kerk verbindt seksualiteit niet meer uitsluitend aan voortplanting. In die verschuiving veranderen erecodes van betekenis. Vroeger werd overspel gezien als een ere-kwestie, maar nu is het een kwestie van persoonlijk verraad. Er is een andere morele focus. Ik vind overspel verkeerd, maar niet omdat het de familie in oneer dompelt, maar omdat je je partner ermee bedriegt. Dat betekent dus dat er geen bedrog is als je echtgenoot het goed vindt.”

Misschien is het onderwerp ‘eer’ niet populair omdat er een bijna verplichte positiviteit heerst: we willen altijd goed over onszelf denken en ons nooit meer schamen of schuldig voelen.
“Ja en toch hebben mensen die gevoelens. Psychologen hebben bezwaar tegen schaamte, omdat ze menen dat het mensen verzwakt. Dat kan inderdaad gebeuren. Als je je schaamt, wil je mensen niet meer aankijken en je verbergt je. In mijn vader’s taal zeggen we in zo’n geval: ‘zijn ogen zijn gevallen’. Ja dat is iets, maar we hoeven er niet in te blijven steken, we kunnen weer opnieuw zelfrespect opbouwen. De psychologie van eer en schaamte is nou eenmaal zo; de evolutie heeft ons die gevoelens gegeven en we moeten het ermee doen. Dus we kunnen er maar beter over nadenken; accepteren dat er een probleem ligt en er goed mee omgaan.”

Is er niet ook het probleem dat morele vooruitgang niet door iedereen op dezelfde manier gezien wordt?
“Dat is al sinds mensenheugenis zo; er zijn gemeenschappen met verschillende visies en er zijn verschillende visies binnen een gemeenschap. Hoezeer je ook overtuigd bent van je eigen mening, je weet altijd dat er andere meningen zijn. De uitdaging is om erover te praten met elkaar en uitzoeken of we dichter bij elkaar kunnen komen. We gaan het niet over alles eens zijn, althans voorlopig niet – er blijven verschillen. Maar we moeten wel praten over het leven samen met mensen die er anders over denken. En je kunt ook erkennen dat er heel veel is waar we het wel over eens zijn.”

Komt het erop neer dat de zonde te veroordelen maar de zondaar niet?
“Men zegt wel dat het onderscheid tussen schaamte en schuld is, dat er bij schaamte een veroordeling is van de persoon en bij schuld alleen van de daad. Maar ook bij schaamte is de daad beschamend, niet de persoon. En aan de andere kant voel je je niet alleen schuldig over een wandaad, maar ook over jezelf. Toch heeft iedereen, wat hij ook misdaan heeft, recht op een basale vorm van respect. Omdat we in een mens zijn menselijkheid respecteren. Dus ja, we kunnen dat wat beschamend is veroordelen, als we maar blijven hopen dat er ruimte is voor hervorming en herstel.”
____

Kwame Anthony Appiah (1954) is een Ghanees-Amerikaans filosoof, geboren in Londen. Hij bracht zijn jeugd door in Ghana en studeerde daarna in Cambridge. Appiah was docent in de filosofie en in Afrika- en African-American Studies aan o.a. de universiteiten van Ghana, Cambridge, Yale, en Harvard. Op dit moment is hij Professor of Philosophy aan Princeton University in New Jersey. Op 24 november ontvangt hij in Amsterdam de Spinozaprijs, een onderscheiding toegekend aan een denker die internationaal aanzien geniet voor zijn bijdrage aan het debat over ethische grondslagen van de samenleving. Zijn boek De erecode. Hoe morele revoluties tot stand komen verschijnt later dit jaar bij Boom uitgevers (€ 24,90).

Op vrijdag 25 november a.s. spreekt Kwame Anthony Appiah de Radboud Lecture uit in Nijmegen. Klik hier voor meer info.

Lisette Thooft is journalist. Voor meer informatie: www.lisettethooft.nl.

Al één reactie — discussieer mee!