Wie is Thomas van Kleef?

“Fijn dat je me dat vraagt. Zo kan ik meteen een puntje maken. Ik noem dit namelijk een typisch ‘wereldlijke’ vraag. Omdat ik het zo’n wereldse obsessie vind: je te bekreunen over een beschrijven van jezelf of anderen. Op uitvaarten heb ik daar ook altijd nogal moeite mee. Dan gaan mensen van alles en nog wat over een overledene vertellen, als zou de lieve man of vrouw in kwestie daarmee geschetst zijn. Ik snap het wel hoor en in een bepaalde levensdimensie hoort het er ook wel bij, maar tegelijk vind ik het zo afleiden van de onderliggende en zoveel essentiëlere vraag: mens wie ben je? Dat is de vraag waar een monnik mee op staat en naar bed gaat. Mens-zijn, wat is dat, hoe belichaam ik die roeping?”

Maar zou je toch iets over jezelf kunnen vertellen?

“Hoogstens kan ik antwoorden: ik ben een man van inmiddels al weer 61, die er zijn werk en leven van maakt te sterven aan de Thomas die leeft in z’n hoofd om herschapen te kunnen worden naar het beeld dat God zich van die Thomas denkt. ‘Niet om ons Heer, niet om ons’, zegt psalm 115. Mijn werk is de oefening dat woord te belichamen en dat doe ik vooral door steeds weer te zien en te erkennen hoe ik daar in de praktijk in faal. ‘Ik wie ben  ik?’ leren de woestijnvaders me zeggen. Ik ervaar het als een enorme opluchting om niet een ‘mezelf’ en ‘ik weet wie ik ben en wel dit en dat…’ in de lucht te hoeven houden. Sterker nog, vraag me: waarom ziet de wereld eruit zoals deze eruit ziet en het antwoord lijkt me simpel: omdat iedereen, mensen, landen, hobby’s, religies, overtuigingen, omdat alles en iedereen zo hard bezig is een vermeende eigen identiteit of gelijk of belang te verdedigen. ‘Ik vind, ik wil, ik ben en dat wil ik graag zo houden.’ Terwijl de Eeuwige ons alleen maar dat ene woord aanreikt: ‘De enige hier die wat te vinden, te willen of te zijn heeft, dat ben IK. Van wie jij en hij en zij en jullie allen een afgeleide zijn en daarmee: aanleiding tot elkaar’. Dus wie is Thomas van Kleef? Ik hoop vooral: je broer en die van alle lezers.”

Je bent sinds 2005 werkzaam voor stichting Jan XVII. Wat doet die stichting eigenlijk?

“Stichting Jan XVII wil dat wat heet ‘monastieke tradities’ nieuw leven inblazen. De stichting bestaat al sinds midden jaren zeventig en werd opgericht door Ton de Nooij, een rooms-katholieke priester die de kerkelijke en monastieke praktijk van zijn dag als te routinematig beleefde. Jan XVII staat voor het 17de hoofdstuk van het evangelie van Johannes en dan voor met name vers 21: ‘dat ze allen één mogen zijn, zoals gij, Vader, één zijt met mij en ik met u’. De stichting is er dus om een bijdrage te leveren aan het ‘eenheidsbewustzijn’. Aanvankelijk lag het accent van het werk van de stichting vrij letterlijk op de ‘tradities’, je zou bijna kunnen zeggen op monastieke methoden en technieken. Op bijvoorbeeld een andere manier van liturgie vieren of op de kunst van het icoon schilderen of van het mandala tekenen. In de afgelopen jaren is het accent echter wat verschoven naar het daadwerkelijk zoeken naar, het beproeven van, het wezen van de monastieke traditie. Als je alle aankleding weglaat, door gevestigde woorden en wegen heen kijkt, wat houd je dan over? Waar staat een monnik voor? Als je contemplatieven uit oost en west naast elkaar zet, waarin overlappen ze elkaar dan? Ik hoop dat onze stichting vooral de goede vragen stelt naar oorsprong, doel en zin van de monastieke traditie. ‘Wat stelt jullie stichting voor?’ vroeg eens een bezoeker. Mijn antwoord: ‘ik hoop niets’. Ooit was er dat boek: De Naakte Aap. Ik doe m’n best zoiets als een Naakte Monnik van een naakte stichting te zijn.”

Duinboerderij Zeeveld… kun je daar ook wat meer over vertellen?

“Zeeveld is een oude boerderij in de duinen bij Castricum. Vandaar: duinboerderij. Het huis stamt uit het begin van de 19de eeuw, een tijd dat men probeerde de duinen wat productiever te maken door er bijvoorbeeld ook landbouw en veeteelt te plegen. Jan XVII heeft dit huis eind vorige eeuw verworven en is sindsdien eigenlijk aanhoudend blijven bijbouwen en opknappen. Ik zeg wel eens: ‘we zijn een rijke stichting zonder geld’. De eigendom van zo’n prachtig complex op zo’n unieke plek in de natuur is natuurlijk een groot goed. Maar omdat we verder geen cent te makken hebben, moet het huis zichzelf opbrengen. En als je het dan een beetje de aandacht wilt geven die het vraagt: dat kost werkelijk bakken met geld. Veel van mijn tijd gaat dan ook op aan de verhuur en het beheer van de boerderij, zeg maar aan het verdienen van de centjes om ze weer te kunnen uitgeven. In de eerste jaren dacht ik wel eens: ben ik daar nou voor gekomen? Maar al doende ben ik het als leerschool gaan zien. Niets is geen oefening in aanvaarding meer. Of geduld. Of dankbaarheid. En dat helpt als gasten ook om 10 uur ‘s avonds nog bij je aanbellen of je misschien een reserve tandenborstel hebt. Of omdat de afwasmachines het hebben begeven. En toch, telkens weer: ‘Deo Gratias’.”

Recent zijn jullie begonnen met het Transitium. Hoe is dit idee ontstaan?

“Dit is wat je noemt een samenloop van omstandigheden. Ik noem er een paar. Voor onze Jan XVII-retraites loopt het niet bepaald storm. Ook is de inzet altijd geweest dat we tot een monastieke gemeenschap zouden uitgroeien. Maar door onze huisvestingssituatie kan niemand hier nu voor langere tijd verblijven om te onderzoeken: is het iets voor me om me bij die gemeenschap in wording aan te sluiten? Los daarvan is het nu voor derden wel heel lastig om in ons een monastieke plek te herkennen. Voeg daarbij dat er weer wel veel belangstelling is voor al die soorten retraites die niet als christelijk benoemd worden, en een naburig pand dat al vele jaren in de verkoop staat en maar geen koper vindt, en ik ging me afvragen: zouden wij daar wellicht iets mee moeten of kunnen?
Daar komt bij: de leidende vraag is voor mij toch dagelijks: wat zou Jezus doen? Als je om je heen vormen van existentiële nood ervaart, maar het christelijk verwoorde antwoord wordt door de taalvorm niet als een antwoord herkend, wat denk je, wat zou Jezus zeggen? ‘Sorry hoor, maar als je mijn taal niet begrijpt kan ik niets voor je betekenen?’”

Ik denk het niet…

“Dat lijkt me toch vrij onwaarschijnlijk inderdaad. Als hij zegt ‘komt allen tot mij die vermoeid en belast zijn’, dan lees ik daarin: ik kom naar jullie toe. En dat is wat het Transitium wil doen: onderdak, advies en aandacht, begeleiding en bemoediging bieden aan een ieder die in een overgangsfase verkeert. Vast zit in een vorm van verleden en even een zetje nodig heeft om in het heden te belanden. En als ze daarbij dan de voorkeur geven aan een yogales boven een eucharistieviering: wie ben ik om ze daarin niet van dienst te zijn? En zo heeft het Transitium dus eigenlijk een dubbel doel. Enerzijds wil het voorzien in een nood. In die dimensie kun je het Transitium ook beschouwen als een ‘huis van re-integratie’. Waar gasten een traject kunnen volgen dat ze weer tot actieve participanten in de samenleving maakt. Op dit niveau voorziet het in een heel herkenbaar sociale vraag. Maar voor een weer heel andere doelgroep wil het duidelijker zichtbaar maken dat hier in Castricum een nieuw soort klooster in ontwikkeling is. Een werkplaats van liefde voor bewoners die niets liever willen dan te zijn als gereedschap in de handen van de Eeuwige.”

Wat is er monastiek aan het Transitium?

“Wat mij betreft: de oefening ‘bereide gezindheid’ te zijn. De inzet open te staan voor de bewoording en bewegwijzering van de stem van de Eeuwige in de actualiteit. De vraag die een monnik zich steeds weer stelt: gegeven dat alles en allen een zijn in de Ene: waar en hoe sta ik daaraan in de weg? Als een land als bijvoorbeeld Nigeria overloopt van de monastieke roepingen en in het westen zich vrijwel niemand meldt, dan moet je je als klooster toch afvragen: ‘wat doe ik verkeerd? Sluit ik wellicht onvoldoende aan bij de sociologie van mijn omgeving?’ Kijk, ik weet het antwoord ook niet, maar blijven doen wat je altijd gedaan hebt in het vertrouwen dat het klimaat wel bijtrekt en de roepingen wel weer zullen toenemen, lijkt me geen ideale manier van doen. Zie het Transitium dus vooral als een vinger in de lucht: waait de Geest wellicht deze kant op? Geeft deze koers de monastieke traditie wellicht weer wind in de zeilen?”

Wat kost nou een weekje verblijf en coaching?

“Nog geen idee. We zijn nu open in rudimentaire vorm. En daarbij gaat het dan om een kleine 450 euro voor logies en maaltijden. De individuele coaches en aanbieders die er nu al aan het werk zijn, vragen daar bovenop ieder het hunne voor hun specifieke vorm van begeleiding. De financiën zijn wat je noemt een uitdaging: we zijn niet kerkelijk gebonden en kunnen dus niet terugvallen op subsidies en fondsen uit kerkelijke hoek. Voor de langere termijn gaat daarmee de vraag spelen: wat bedragen de stichtingskosten van het Transitium? Wie betaalt de aankoop van het pand, de verbouwing? Naarmate de investeerders een hogere return on investment verwachten, zal het Transitium hoogdrempeliger worden, wat God verhoede. Dus of het Transitium in dit pand op deze plek zal komen of elders en wat dan de verblijfkosten zullen zijn: het zal afhangen van de vraag welke vermogende engel ons wordt gezonden.
Daarom zou ik zeggen: ‘hoort, zegt het voort’. Voor een initiatief als De Nieuwe Liefde is ook een mecenas gevonden, waarom zou dat voor het Transitium niet lukken? Het is een ideaal, maar het zijn ook heel aantrekkelijke stenen – het gaat om een rijksmonument  op een heel unieke natuurlocatie. Zoiets moet een sociaal investeerder aanspreken.”

In een voorgesprek gaf je aan dat je het Transitium als ‘klooster van de toekomst’ ziet. Kun je dat uitleggen?

“Het zou me niet verbazen als het klooster van de toekomst in alles anders is dan het klooster van nu. ‘Wie alles hetzelfde wil houden, moet alles veranderen’ heet het immers wel. En om er te komen lijkt me dat we ons minder zouden moeten blindstaren op verschijningsvormen en ons grondiger afvragen: wat typeert de monnik? Wat is de kern van het monastieke charisma? Dan is mijn vermoeden dat de monnik van de toekomst tegelijk kinderlijker en volwassener is. Dat hij enerzijds gretiger en ontvankelijker luistert naar de Stem uit het Niets en deze anderzijds pastoraler en daarmee progressiever verstaat en interpreteert.
De mens, de samenleving, heeft op een eindeloos aantal terreinen nog geweldige emancipatorische stappen te zetten. Ik zou hopen dat de monastieke traditie daarbij een bemoedigende rol speelt. Zoals ouders dat doen met een kind dat leert fietsen: ‘niet schrikken als je valt, het hoort erbij en dan vooral weer opstappen en verder fietsen’. Wat me ook ‘uiterlijk’ onveranderlijk lijkt is wat ik de ‘eenduidige toewijding’ zou willen noemen. Het lijkt me niet dat een contemplatief monnik er naast z’n relatie met de Eeuwige, ook nog een met een, enkele ‘speciale’ ander op na zouden willen houden. Niet omdat het niet mag, maar omdat die wens hem niet ingebakken zit. Ik denk dat het zelfs zo is dat al die mensen die niet voor een bijzondere ander, of voor mijn part voor tien speciale anderen tegelijk of na elkaar zijn geschapen, een monastieke roeping in zich hebben. Dat is: dat ieder van hen met enige oefening en geduld kan gaan ervaren: niets gaat boven die relatie van God met mij. Of hoe ze dat dat ook willen formuleren. En dan heb je dus een gigantisch arsenaal aan monniken en monialen. Daarmee voorzie ik dus een heel levendige toekomst voor al die kloosters die eenzelfde dak boven een heel gevarieerd beleven en uitdrukken van de intiemste van alle liefdesrelaties durven te zijn. Een samenwonen en -werken van mensen die even vergelijkbaar bezield zijn als anders in beleving en uitdrukking. Een soort Pinksterenplekken in de samenleving. Zoiets. Het Transitium legt daarvoor de basis.”

Klik hier voor meer informatie over het Transitium.

Greco Idema

Greco Idema

Hoofdredacteur van Nieuw Wij

Greco Idema is eigenaar van Bureau Intermonde, een interreligieus advies- en organisatiebureau. De afgelopen jaren ontwikkelde hij (soms …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.