anitavanloon

Uitvaartorganisatie Yarden bouwt een multicultureel uitvaartcentrum in Amsterdam-Zuidoost. Na inventarisatie van de wensen binnen de verschillende gemeenschappen, zal het nieuwe centrum een ontmoetingsplek worden die altijd open is. Anita van Loon is de drijvende kracht achter het project. “Deze locatie moet er zijn voor méér dan alleen rouwen.”

Door: Loes Liemburg

Waarom bouwt Yarden dit multiculturele uitvaartcentrum?
“Over dit project wordt al tien jaar gesproken. De deelraad van Amsterdam-Zuidoost zei: dit is zo’n mooi stukje Amsterdam, je kunt hier wonen en naar school gaan en werken, maar je kunt hier nog niet sterven. Die behoefte was er dus. Hun wens was bovendien: een gebouw waar mensen echt naartoe gaan, waar ze kunnen komen bidden en koffie drinken, waar iedereen zich thuis voelt.

In 2013 kreeg Yarden de aanbesteding van de deelraad. De gemeente stelde een kavel beschikbaar. Dit project is voor Yarden een voorbeeldproject. We hebben nooit eerder zo gekeken naar onze dienstverlening en naar de klant, voor mij is dat echt een droom die uitkomt. We willen laten zien dat onze missie, ‘waardig afscheid nemen’, geen loze kreet is. Dat moet je ook voelen als je binnenkomt in ons uitvaartcentrum.”

Wat is jouw rol precies bij dit project?
“Als manager Uitvaartzorg was ik er vanaf het begin bij. Ik heb gesprekken gevoerd met dominees, priesters, pandits, imams. We organiseerden ook inspraakavonden in Zuidoost. De eerste avond zat de zaal bomvol. Inmiddels ben ik geen manager meer, maar ik heb dit project wel meegenomen naar mijn nieuwe baan binnen Yarden, want ik heb al zoveel contacten opgedaan, al zoveel verbinding gemaakt.”

Zijn er vergelijkbare uitvaartcentra in Nederland?
“Nee. De ene uitvaartonderneming doet Surinaamse uitvaarten, een ander doet islamitische uitvaarten, maar wij willen er voor iedereen zijn. We zoeken wel samenwerking met onze collega’s: we willen hen hier ook kunnen faciliteren. Wij willen echt de verbinder zijn. Samen hebben we een veel groter effect. Het is natuurlijk wel spannend, ook qua bedrijfsvoering: het is een hele investering, gaan we die wel terug verdienen?

Wat er uniek is aan dit project, is het gebouw, de bemensing en de aanpak. Het moet een ‘Huis van Yarden’ worden, waar mensen zich thuis kunnen voelen. Het team wordt dus divers, niet alleen qua afkomst maar ook met een mooi evenwicht in mannen en vrouwen, jong en oud, verschillende religies en verschillende talen. We willen alle nodige spullen in huis hebben voor de verschillende rituelen en we gaan ook bepaalde herdenkingsmomenten, na veertig dagen of na een jaar, faciliteren. Het wordt een rouwcentrum voor iedereen.

We willen dus graag mensen met verstand van zaken in het nieuwe uitvaartcentrum in Amsterdam Zuid-Oost, zodat we ons echt kunnen verdiepen in de ander. We stellen daarom een divers team samen, met mensen die de Koran kunnen lezen, die een vreemde taal spreken en die begrijpen hoe een uitvaart werkt in bijvoorbeeld het hindoeïsme. En antropoloog Yvon van der Pijl ontwikkelde een leergang om de mensen van Yarden intern op te leiden over diversiteitskwesties. We zijn nu bezig met leergang 2, waarmee we ook de zorgteams, managers en vrijwilligers opleiden.”

Jullie inventariseerden de wensen en rouwrituelen van verschillende culturen. Welke groepen waren dat?
“We zijn inderdaad gesprekken gaan voeren met de mensen uit Zuidoost, om te onderzoeken welke culturen, religies, achtergronden en gemeenschappen daar allemaal wonen en wat hun wensen zijn. We ontmoetten onder andere Surinaamse, Hindoestaanse en Javaanse mensen, Creolen, Antillianen, Turken, Chinezen, Algerijnen en Ghanezen. Op basis van CBS-cijfers hebben we daarna groepen samengesteld. Van die groepen zijn we de behoeften gaan checken, hun rouwrituelen, hun manieren van afscheid nemen.

Ook spraken we met de jeugd en met het jeugdwerk uit Zuidoost. Want tussen de eerste generatie migranten van de jaren ‘60 en hun kinderen bijvoorbeeld, is er ook van alles gebeurd. We betrekken ook bijvoorbeeld het boeddhisme erbij, we zijn in gesprek met een lama. Maar de boeddhisten zijn een zéér diverse groep. De diversiteit in Zuidoost is dus enorm. Het belangrijkste hierbij is: een brug slaan, zodat de ander ziet en voelt dat je je best doet hem te verstaan.”

Welke wensen en rituelen kwamen er uit de inventarisatie? En hoe had dat invloed op de bouw?
“Het gaat bijvoorbeeld om bewassingsrituelen, maar ook om bepaalde stoffen, om geurtjes, om kleine dingen. Ik betrap mezelf er steeds op dat ik denk: dáár had ik nog nooit over nagedacht. Een Ghanese dame zei me laatst: kijk naar mij, ik ben heel groot; Nederlandse toiletten zijn altijd zo klein. Ik dacht: ja, zo’n rondborstige dame, ook nog gehuld in prachtige gewaden en met allemaal mooie hoofdtooien, dat past niet goed. Dus zijn we teruggegaan naar de architect, en nu krijgen we extra grote toiletten in het uitvaartcentrum.

We hebben alle wensen dus geïnventariseerd en die vervolgens aan de architect overlegd. Na een jaar hebben we zijn eerste ontwerp weer aan de mensen van Zuidoost voorgelegd. Wat vinden ze? Is er een extra gebedsruimte nodig? Wat vinden ze van de grootte van de familiekamer?

We gaan in het pand ook met kleur werken. In Zuidoost zijn er veel laaggeletterden, dus dan is het handig om mensen te kunnen verwijzen naar de groene of de rode kamer. Bovendien staan er verschillende kleuren symbool voor rouw in bepaalde culturen; die kleuren gaan we met verlichting steeds aanpassen. Ook muziek kan een grote rol spelen: Antillianen en Afrikanen bijvoorbeeld, die víeren het leven tijdens een uitvaart, die dansen en maken muziek. Dus krijgt het pand ook goede geluidsisolatie. Ook willen we met live streaming gaan werken, voor de familie ver weg.

En: wij zijn gewend dat een uitvaart twee keer drie kwartier duurt, maar dat is niet in alle culturen gebruikelijk. Dit gebouw zal daarom 24/7 open zijn, zodat uitloop makkelijk ingepland kan worden. We kunnen er 400 man in kwijt, zodat er meerdere uitvaarten tegelijkertijd kunnen plaatsvinden.

Er komt trouwens ook een keuken waar de mensen zelf kunnen koken, hun eigen voedsel kunnen bereiden. Want doen ze nu ook al, maar nu nemen ze het zelf mee. Een eigen keuken maakt ook nog eens de kosten beheersbaar voor de mensen.”

Ik las dat het gebouw een sociale ontmoetingsfunctie moet krijgen. Wat betekent dat?
“Dit soort locaties moet er zijn voor méér dan alleen rouwen. We willen de drempel verlagen. Het moet een locatie worden ten behoeve van het hele rouwproces. Een plek waar je iemand kunt eren, herinneren, kunt bidden en huilen, waar je ook na 40 dagen of na een jaar kunt terugkomen. Het is toch de plek waar je dierbare voor het laatst was, die plek willen we warmer en opener maken. Iedereen mag binnenstappen voor een kopje koffie.

Nu al bieden we met Yarden vier herinneringsmomenten om te herdenken, onder andere op Vader- en Moederdag. Maar zo’n herinneringsmoment is natuurlijk voor iedereen heel persoonlijk, dat is vaak de datum van het overlijden. Daarom willen we dat je in het nieuwe uitvaartcentrum altijd binnen kunt lopen. Dat je weet: daar zijn mensen die mij kennen.

Ook de bewassingsvereniging bijvoorbeeld, die zit nu in een loods achteraf; straks wil ik die bij mij onderbrengen. We willen het ook geen uitvaartcentrum noemen. We hebben een prijsvraag uitgeschreven om een naam te bedenken. Zo kunnen de mensen ook daarover met ons meedenken en wordt het echt een plek van de gemeenschap.”

Het centrum zou in januari 2016 af zijn. Dat is midden 2017 geworden. Waar komt die vertraging vandaan?
“De eerste misrekening in tijd zat bij ons: we hadden het budget verkeerd ingecalculeerd. Er was tijd voor nodig om de extra financiering op tafel te krijgen, maar uiteindelijk is het gelukt.

Een tweede vertraging heeft met de politiek te maken. Het kavel is nog niet bouwrijp; er moet eerst een fietspad worden verlegd en er zit nog bekabeling in de grond die moet worden verplaatst. En dat zijn aanbestedingsprojecten, dus dat duurt lang. We zijn dus afhankelijk van de gemeente, maar waarschijnlijk komt in december het kavel vrij. Het plan is dat op 18 januari 2017 de eerste paal de grond in gaat. Daarna hebben we een half jaar nodig om het centrum te bouwen.

De vertraging is wel vervelend natuurlijk, want we willen door. Mensen willen werken. We hebben ook een theaterproductie op poten gezet als openingsstunt, daar willen we ook mee dóór. Het eerste plan was namelijk om in 2015 al rond te zijn.”

Is er kritiek gekomen, bijvoorbeeld uit de hoek van islamcritici?
“Nee, nog niets. Ik verwacht dat de Nederlandse Amsterdammer ons misschien gaat mijden, want die denkt dat het ‘niet voor ons’ is. Maar ook hij is natuurlijk welkom. Verder zat ook de bank die het uitvaartcentrum als buurman krijgt niet echt te springen om het project, maar dat is een normale reactie op een uitvaartcentrum. Inmiddels is de bank helemaal mee. Kritiek kan natuurlijk nog komen, maar ik ben een rasoptimist, ik ga altijd van het beste uit!”

Wat denk je, zijn er in 2050 alleen nog multiculturele uitvaartcentra?
“Ik hoop dat de wereld er dan inderdaad anders uitziet. Ik denk wel dat Yarden een trendsetter is. Dat staat ook in onze statuten: we willen grenzen verleggen. Zie onze laatste commercial bijvoorbeeld, daarin wordt voor het eerst de dood benoemd, en dat die komt, voor ons allemaal. We willen graag de deken van zware emoties om het sterven weghalen en mensen laten nadenken over hun eigen dood. Een andere teneur creëren, de dood omarmen. Dus kopieergedrag van ons uitvaartcentrum zal er wel komen, maar dat mag.”

Wat kunnen we leren van dit project?
“‘Oordeel niet, verwonder je’, zei mijn moeder altijd. We moeten leren dat het goed is om oordeelloos te aanschouwen. Zó moeten we met elkaar omgaan: er voor iedereen zijn. Ik vind het mooi dat we mensen veiligheid en vertrouwen kunnen bieden. Dat is echt een ideaal van mij, daar wil ik graag iets aan bijdragen.

Vroeger zongen we een liedje op school: ‘Kinderen van één Vader, geef elkaar de hand’. Dat is precies wat we nu doen. Recht doen aan je medemens; hoe mooi is het om dat juist bij het afscheid te kunnen doen?”

Loes Liemburg is journalist. Voor meer informatie: www.loesliemburg.nl.

Al 5 reacties — praat mee.