B vd Ham (D66)01
Onlangs startten we de serie ‘Nieuwwij in bed met…’ over de betekenis van seksualiteit in verschillende tradities. Zo spraken we met Jacqueline Snelder over seks in de hindoe-filosofie. Ditmaal komt Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, aan het woord. Als humanist koppelt Van der Ham seksualiteit aan vrijheid, maar hij stelt ook duidelijke grenzen. Een gesprek over SecondLove, vriendschap en taboes.

Door: Bart Mijland

Bij religie en seksualiteit denken we al gauw aan allerlei geboden en verboden. Is het bij humanisten alleen maar vrijheid, blijheid?
“Oppervlakkig gezien zou je inderdaad zeggen dat er niet zoveel regeltjes zijn, want humanisten gaan ervan uit dat je zelf moet kiezen wat je wilt met je seksualiteit. Maar ook dat je daarbij andere mensen geen schade toebrengt. Dat zijn de twee uitgangspunten: zelfbeschikking en het schadebeginsel. Dan lijk je misschien snel klaar. Maar als je op die uitgangspunten doorgaat komen er veel vragen naar voren. Wanneer schaad ik iemand met mijn seksuele verlangens? Dan kom je bijvoorbeeld op dilemma’s over pornografie en prostitutie. Maar denk ook aan vragen rondom leeftijd. Op welke leeftijd ben je vrij om te kunnen beschikken en wanneer moeten we je beschermen? Wanneer verschuift gelijkwaardigheid naar dwang? Er zijn allerlei grijsgebieden die zeker om een moreel debat vragen. Ook bij humanisten. Dus die simpele regeltjes zijn veel ingewikkelder dan ze in eerste instantie lijken. Het allerbelangrijkste is in ieder geval dat over seksualiteit voor iedereen voldoende informatie is, en dat er openlijk over gesproken kan worden.”

Wanneer het gaat om vrijheid en schade kom je al gauw uit bij overspel. Ken je SecondLove, de datingsite voor mensen die willen vreemdgaan?
“Ja, daarbij speelt de politieke vraag of je zo’n website op de radio mag promoten. Ik zou uiteindelijk zeggen: ja dat mag. Het valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het is bovendien niet strafbaar om vreemd te gaan. Vanaf eind 19de eeuw was overspel opgenomen in het strafrecht, waar overigens bijna niemand voor gestraft is.  Het is dan ook in de jaren zeventig afgeschaft. Dat lijkt me terecht. Dit is nou typisch iets dat mensen samen moeten oplossen. Want is vreemdgaan ‘fout’ als een stel daar elkaar toestemming voor geeft? Is het dan nog wel overspel? Maar wat als je partner dreigt de relatie te verbreken als hij of zij niet af en toe vreemd mag gaan? Als jij dan instemt uit angst de ander kwijt te raken, heb je het dan over toestemming of over chantage? En zijn nog veel meer dilemma’s. Stel een vriend of vriendin vertelt aan jou dat hij of zij vreemdgaat, maar vertelt dat niet aan zijn of haar partner. Veel mensen zullen dat lastig vinden: Je wordt immers opgescheept met informatie die degene die het ’t meeste aangaat onthouden wordt. Daar mag je zo’n vriend best op aanspreken.”

Is er in Nederland een goed klimaat voor zo’n moreel debat?
“Ik vond het interessant hoe de SGP onlangs een lans brak voor trouw in je relatie. Ze kwamen niet met een wetsvoorstel om het te verbieden, maar met een campagne. Ik merkte dat veel mensen die geen SGP stemmen dat ook wel aardig vonden. Want het ging niet om een verbod, maar om een moreel debat. De liberale filosoof John Stuart Mill heeft wel eens gezegd dat de overheid zich niet met dit soort persoonlijke zaken dient te bemoeien. Tegelijkertijd moedigde hij aan dat de samenleving dan wel het debat voert. Dus ik vond het wel een aardige actie van de SGP. Juist ontdaan van de dreiging van een wettelijk verbod krijgt zo’n debat lucht.

Zelf heb ik een paar jaar geleden het boek De Vrije Moraal geschreven. Daarin heb ik proberen te ontleden wat, als je uitgaat van een niet-bevoogdende overheid , de morele ladder is waarlangs je dingen dan wel legt. Mensen zijn vrij die zelf te bepalen, maar het is belangrijk om door te vragen op de diepere lagen van vrijheid zijn. Ik denk dat naast keuzevrijheid en het schadebeginsel ook eerlijkheid en seksuele voorlichting belangrijke voorwaarden zijn voor vrijheid. Daarin heeft Nederland een traditie, en daar moeten we trots op zijn. Daardoor hebben we in Nederland bijvoorbeeld veel minder tienerzwangerschappen dan in andere landen. Maar de verworvenheden zijn kwetsbaar, ze worden telkens aangevallen of op de proef gesteld.”

Een andere ontwikkeling is die van virtual reality-pornografie. Wat vind je daarvan?
“Ieder zijn ding, zeg ik maar. Zijn er gevaren? Het is een vorm van gamen, waar natuurlijk ook verslaving kan optreden. Verslaving is een vorm van verlies aan eigen keuze. Maar virtual reality porno kan misschien ook bijdragen aan het terugdraaien van de schade die de prostitutie en deel van de porno-industrie veroorzaakt. In deze sectoren moet je je altijd afvragen: Wie zijn die mensen die het uitvoeren? Hoe ziet hun leven eruit na de opnames? Wat gebeurt er met ze als ze ouder zijn? Beschadigt het hen, en ben jij daarvoor medeverantwoordelijk? Je kunt zeggen: het is hun eigen keuze om in bijvoorbeeld in een pornofilm te spelen. Maar dat vind ik te simpel. Net als bij prostitutie kan iemand er vrijwillig ingestapt zijn, maar vervolgens blijven hangen omdat er sprake is van chantage, financiële redenen of gesprek aan perspectief. Dan is er sprake van onvrijheid. Het omslagpunt van vrijheid naar onvrijheid kan heel geleidelijk gaan, dus we zullen voortdurend die vrijheid moeten blijven waarborgen. Daar moeten we als samenleving niet passief in zijn, maar actief de helpende hand bieden wanneer iemand wil ontsnappen aan een eerder gemaakte keuze. Dat is geen betutteling, dat is vrijheid bevorderend.”

Zijn er in Nederland eigenlijk nog taboes als het gaat om seks en seksualiteit?
“Het grootste taboe is pedoseksualiteit. Dat is verboden en dat moet vooral zo blijven. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is daar in Nederland wel eens wat sussend over gedaan en dat was erg fout. Te veel meisjes en jongens hebben hier enorm veel schade door ondervonden. Maar alleen strafrechtelijk vervolgen is niet genoeg. Je moet mensen die hiermee worstelen helpen om te voorkomen dat ze over de schreef gaan. De harde lijn moeten we handhaven, maar hij of zij moet wel bij een huisarts kunnen aankloppen voor hulp om zich te kunnen bedwingen. Ook hier is een mate van openheid nodig om schade te voorkomen.”

Op 1 april stonden we stil bij 15 jaar opengesteld huwelijk in Nederland. Sindsdien zijn er veel landen gevolgd waar homoseksuele paren mogen trouwen. Is dat een humanistische ontwikkeling?
“Het Humanistisch Verbond heeft samen met andere organisaties lang gepleit voor de openstelling van het huwelijk. Ik ben er trots op dat Nederland hierin voorop gegaan is en dat het zich als een olievlek verspreidt. Het is een humanistische ontwikkeling omdat het gaat om menselijkheid. Ik denk dat het opnieuw overdenken van ingesleten opvattingen per definitie humanistisch is. Vorig jaar heeft het Humanistisch Verbond ook gepleit voor een faire behandeling van singles en vriendschappen. Je hebt naast liefdesrelaties immers ook vriendschappelijke relaties. Er zijn mensen die single zijn, maar wel hele goede vrienden hebben. Zij worden op diverse manieren benadeeld door de huidige regelgeving. Als je geld wilt nalaten aan je kinderen of partner wordt dat erg laag aangeslagen bij de erfbelasting, maar als je single bent en je geeft het aan je beste vriend, dat moet hij opeens het hoogste tarief betalen. Dat soort zaken moeten achter ons worden gelaten. Daar blijven wij voor lobbyen.”

Onlangs beschreef Tofik Dibi in zijn boek Djinn dat hij met tegenstrijdige krachten geconfronteerd werd. Enerzijds voelde hij zich gedwongen niet te spreken over zijn geaardheid, door zijn Marokkaanse en islamitische achtergrond. Anderzijds leek het in Nederland een zonde om niet uit de kast te komen. Hoe kijk je tegen dit laatste fenomeen aan?
“Ik heb respect voor iemands persoonlijke overwegingen en vind dat je niemand mag dwingen op kleur te bekennen. Tenzij je hypocriet doet en anderen de maat neemt over wat je in het geheim zelf ook doet. Maar dat was in het geval van Tofik Dibi natuurlijk niet aan de hand. Met name in behoudend islamitische hoek zijn er nog obstakels, bijvoorbeeld rond de seksuele vrijheid van meisjes en ook rond homoseksualiteit. Maar onwetendheid, dreiging en geweld komt uit meerdere hoeken. Voorlichting, debat op scholen is cruciaal om geweld en uitsluiting te voorkomen. Maar er zijn ook andere voorbeelden van sociale druk. Ik noem bijvoorbeeld biseksuelen. Daarvan denken mensen vaak dat ze nog niet helemaal uit de kast zijn. Biseksualiteit wordt zowel door hetero’s als door homo’s vaak niet echt geaccepteerd. Je dient tot of het ene of het andere label te behoren. En als je wel eens voor de lol hebt geëxperimenteerd hebt met iemand van hetzelfde geslacht, dan wordt daar ook al snel een label op geplakt. Terwijl het misschien niets meer was dan, inderdaad: experimenteren. Laat er vooral vrijheid zijn, zonder dat je je meteen tot iets hoeft te bekennen.”

Bart Mijland is medewerker van Nieuwwij.nl

 

Nog geen reactie — begin het gesprek.

Advertentie

Dominicanenklooster Huissen