taede

Nieuwwij.nl krijgt de laatste tijd steeds vaker te maken met antireligieuze reacties op artikelen en video’s. Antireligieus in de zin van agressieve, opruiende, hatelijke en vijandige uitingen ten opzichte van religie – in het bijzonder het christendom en de islam. Deze antireligieuze geluiden horen we ook op andere vlakken van de maatschappij steeds vaker. Het publieke debat lijkt gedomineerd te worden door atheïstische opiniemakers, die religie maar wat graag door het slijk halen – zonder gehinderd te worden door enige kennis van zaken. Waar komt dit vandaan? En moeten religieuze mensen zich zorgen maken?

Door: Elze Sietzema-Riemer

Op zoek naar antwoorden spreek ik godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes. Hij werkt momenteel bij het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS) waar hij zich bezighoudt met religieuze vormen van atheïsme. Maar hij heeft zich in de afgelopen jaren ook intensief beziggehouden met de interactie tussen wetenschap en religie. De verharding in de wetenschap/religie discussie ziet hij als één van de oorzaken voor de toename van antireligieuze sentimenten in onze maatschappij.

Kun je dat uitleggen?
“Voor 2004 was er geen enkel probleem tussen geloof en wetenschap. De creationisten zaten op hun eigen eilandje en niemand had last van ze. Maar toen kwam het in de publieke sfeer terecht, via Intelligent Design in Amerika, en eind 2004 in Nederland, met dat hele gedoe rond fysicus Cees Dekker en toenmalig minister Maria van der Hoeven. Vanaf dat moment is er iets gaan kantelen, ineens waren geloof en wetenschap in de ogen van veel mensen met elkaar in conflict. Dit conflict-denken werd nog verder gestimuleerd met de opkomst van het nieuwe atheïsme in 2006. Religie kwam te boek te staan als iets irrationeels, waar geen weldenkend persoon zich mee zou moeten inlaten. Dat idee is in de loop van de jaren alleen maar toegenomen. In de loop van de jaren is de voedingsbodem voor antireligieuze sentimenten steeds vruchtbaarder geworden. Agressieve manieren van reageren die we al van internetfora kenden, komen nu plotseling ook in het publieke domein voor. Iets als fatsoen lijkt steeds meer af te brokkelen. Tekenend is het feit dat Wilders weer tot politicus van het jaar is verkozen. Wat Janmaat destijds zei is peanuts in vergelijking met wat Wilders nu zegt. De ruimte die Wilders in onze samenleving krijgt is heel veelzeggend.”

Dus religie zou irrationeel zijn. Ironisch, want hetzelfde zou je kunnen zeggen over veel antireligieuze geluiden. Het gaat allang niet meer om een inhoudelijke discussie, maar om uitgesproken vijandigheid. Hoe kan dat?
“Door de discussies rond de islam sinds 9/11 – dat is de olie op het vuur geweest. Het: ‘zie je wel, er deugt niks van’. Alles wordt op één grote hoop gegooid. Alle religie, zo denkt men, is irrationeel, antiwetenschappelijk en gaat lijnrecht in tegen de bevochten liberale waarden van de samenleving. Daar komt de vijandigheid vandaan, vanuit het idee dat religie een gevaar is voor de moderne maatschappij. En daartegen, tegen die afbraak, zou je je moeten verzetten, zo denkt men.”

Hoe zou jij antireligiositeit definiëren?
“Het zijn uitingen van onderbuikgevoelens richting alles wat naar religie riekt. Je ziet het nu ook gebeuren met de discussie rond mindfulness. Koert van der Velde heeft in zijn recente boekje laten zien hoe religieus mindfulness eigenlijk is en ineens wordt mindfulness door menigeen afgeschoten. Het komt voort uit een soort onbehagen dat in de hele maatschappij leeft. En aan dit onbehagen, aan deze onderbuikgevoelens, wordt steeds meer uiting gegeven. Eerst gebeurde dit vooral op internetfora, onder een pseudoniem. Maar onder invloed van Geert Wilders en de PVV verschuift dit steeds meer naar de publieke ruimte. Je ziet dit bijvoorbeeld in de discussies rond vluchtelingen. Voorheen kon deze discussie in alle rust gevoerd worden. Maar nu ineens moeten gemeenteraden besloten vergaderingen houden om onruststokers te weren. Dit komt voort uit hetzelfde onbehagen. De mensen komen niet in opstand tegen de vluchtelingen an sich, maar omdat velen van hen moslims zijn. Vluchtelingen worden direct gelinkt aan moslims. En daar is blijkbaar een grote angst voor.”

‘Onbehagen’ komt op mij nogal tammetjes over. Iets latents, dat zeurt. Hoe vertaalt zich dat naar de hatelijke uitingen ten aanzien van religie?
“Onbehagen is inderdaad niet per definitie gevaarlijk, maar dat kan het wel worden wanneer het omslaat naar angst. Met onbehagen begint het allemaal, en dat is op dit moment wijdverspreid. Onbehagen ontstaat wanneer een bepaald basisvertrouwen weg is, en dat is relatief nieuw voor onze maatschappij. We hebben niet meer het idee dat het vanzelf goed gaat komen. En terecht, want onze regering laat ons stuurloos ronddobberen; onze minister-president laat zich er zelfs op voorstaan dat hij geen visie heeft! Waar ben je dan mee bezig. Niemand neemt het stuur en stippelt een koers uit. Rutte waait met alle winden mee en weigert dat stuur in handen te nemen.

Uiteindelijk is onbehagen een onbestemd gevoel, zonder richting. En als er dan wat gebeurt, zoals in Parijs, krijgt dat onbehagen ineens wel een richting. Het wordt concreet, het krijgt een gezicht – en dan komt de angst. En die richt zich nu tegen alles wat religieus is.”

Welke rol speelt de media hierin?
“Die van katalysator. Ze springen overal bovenop, als een stel ramptoeristen. Zo lang het maar sensationeel is, want daar trek je simpelweg lezers mee – redeneren media. Ook gerespecteerde media, zoals de Volkskrant, laten zich meeslepen. In de nasleep van de aanslagen in Parijs werden er behoorlijk tendentieuze en emotionele stukken geplaatst. Journalisten schrijven graag over ‘framing’ in de politiek. Maar ieder geschreven stuk is ook een kwestie van framing. Journalisten zouden in mijn optiek hier veel meer op moeten reflecteren, op wat hun woorden teweeg brengen. Ik heb de indruk dat dat veel te weinig gebeurt. Daarnaast maken ze ook echt veel fouten, als het om religie gaat. Neem bijvoorbeeld de recente affaire in dagblad Trouw over de ontkenning van de historische Jezus door een protestantse predikant. Verschrikkelijk. Daar komt nog bij dat veel redacteuren zelf overtuigd atheïst zijn en religie onzin vinden of zelfs als iets gevaarlijks zien. Als je religie ziet als bron van allerlei kwaad, of alleen maar als iets dat niet bij weldenkende mensen hoort – waarom zou je het dan nog serieus nemen? Dat is het probleem van de meeste opiniemakers, columnisten en redacteurs: dat ze ook hun eigen onderbuikgevoelens jegens religie voortdurend etaleren en rationaliseren.”

Het klinkt als een vicieuze cirkel, waarin het niet mogelijk is om gedegen kennis over religie ‘aan de man’ te brengen, omdat je simpelweg geen platform krijgt. Hoe kan dit doorbroken worden?
“Het probleem is dat op de meeste plaatsen de scepter wordt gezwaaid door iemand die antireligieus is. Daar waar dat niet zo is, daar is een platform. Maar dat is maar op heel weinig plekken zo. Heel concreet wordt het bijvoorbeeld tijd dat de redacteuren van een krant als Trouw dat verbitterde ten aanzien van religie gaan loslaten, en voorbij dat spirituele geneuzel zich weer gaan concentreren op goede journalistieke producten. Wat mij betreft zouden heel veel dagbladen en media wellicht geholpen zijn met een personeelswisseling. Er zijn ook positieve ontwikkelingen. Zo heeft de Volkskrant bijvoorbeeld een theoloog in dienst als redacteur, zij het dan voor de opiniebijlage. Dat is een goed begin. Zodoende plaatst die krant nog wel eens genuanceerde opiniebijdragen over religie. Uitstekend. Maar hij blijft een beetje een roeper in de woestijn. Die vicieuze cirkel doorbreken moeten de religieuzen zelf doen, door ervoor te zorgen dat zo iemand niet alleen staat. Religieuzen moeten zich verspreiden, in plaats van samenklonteren, en zich actief maar geïnformeerd in het publieke debat mengen. Elke religieuze heeft zo de taak om in de eigen omgeving dat te doen wat hij of zij kan, om zo de nuance te bieden die nodig is. Het zijn op het eerste oog kleine acties van individuen, maar als heel veel het doen…”

In hoeverre ligt hier een rol voor het onderwijs?
“Godsdienstonderwijs heeft voor de overheid geen prioriteit. Dat is uiteindelijk nog een uitvloeisel van de verzuiling, zoals eigenlijk alles wat we tot nu toe hebben besproken in dat kader moet worden gezet. Maar ik weet niet goed of het zoveel prioriteit zou moeten krijgen, dat het dezelfde status zou moeten krijgen als bijvoorbeeld rekenen en taal. Zo’n grote invloed heeft religie nou ook weer niet op de maatschappij. Of tenminste niet meer. Bovendien maak je er dan iets exotisch van, iets raars. Terwijl religie gewoon bij mens-zijn hoort: het besef dat we zijn opgenomen in iets dat de mens als individu overstijgt. Het hebben van een ‘ultimate concern’, zoals de theoloog Paul Tillich het noemde. Binnen die definitie zou ik zeggen dat de mens inherent ongeneeslijk religieus is. Het hoeft niet eens iets met een godsgeloof te maken te hebben. Veel atheïsten kennen ook een afhankelijkheidsbesef, maar dan ten aanzien van de kosmos. Daarom lijkt mij het veel beter om religie samen te nemen met maatschappijleer, of goed burgerschap of iets dergelijks. Dan doe je het meer recht. Het is iets dat bij de mens hoort en bij de samenleving als geheel. Als je het een aparte status geeft, lijkt het alsof religie museumwaarde heeft, en die bijzondere status van religie werkt dan juist die antireligieuze sentimenten in de hand. Ik ben er overigens wel een voorstander van dat er meer en betere informatie komt over religie in het onderwijs, zoals ook recent al in een aantal opiniestukken is betoogd.”

Moeten religieuze mensen zich zorgen gaan maken om al die antireligiositeit?
“Het zijn grotendeels schoten hagels; ongericht. De brandbommen zullen nog niet door de kerkruiten vliegen. Dus nee, je zorgen maken is nergens voor nodig. Bovendien haalt dat natuurlijk niets uit, ook al zou er wel reden toe zijn. Wat wel iets uithaalt, is heel simpel: in gesprek gaan met antireligieuzen en daarin de nuance opzoeken. En dan zullen beide partijen beseffen dat het helemaal niet zo zwart/wit is. Wat je vooral niet moet doen is dezelfde polariserende retoriek overnemen, zoals je nog wel eens ziet gebeuren. Het boek God bewijzen van Stefan Paas en Rick Peels is daar een voorbeeld van. Een van de beste godsdienstfilosofische boeken van de afgelopen jaren, maar toch. Alsof je, wanneer je alles op een rijtje zet, niet om het bestaan van God heen kan. Alsof gelovigen intellectueel sterker staan dan atheïsten, sterkere argumenten hebben. Ze schrijven letterlijk dat atheïsme intellectueel geen houdbare positie is en suggereren bovendien dat het morele nihilisme wat zij in atheïsme zien een bedreiging vormt voor de samenleving. Dat vind ik zelf geen integere positie, want dat klopt gewoon niet. Dergelijke exercities in vliegen afvangen helpen niemand verder. De argumenten voor zijn net zo sterk of zwak als de argumenten tegen het bestaan van God. Bovendien is uiteindelijk religieus geloof niet gebaseerd op argumenten, maar op een diepgevoeld besef van afhankelijkheid van en vertrouwen in een werkelijkheid die jouw individuele zijn overstijgt.”

Zullen de antireligieuze geluiden steeds sterker worden?
“Dat weet ik niet. Dat hangt af van zoveel dingen. Ik zou hoe dan ook graag zien dat elke religieuze man of vrouw het als zijn of haar taak ziet om zich in het publieke debat te mengen en discussies te nuanceren, vooral om te laten zien dat de heersende stereotypen van geloven niet bestaan. Niet alle gelovigen zijn religieuze fundamentalisten of irrationele creationisten. Daarbij denk ik dat gelovigen zich niet moeten gaan opsluiten in eigen organisaties of eigen politieke partijen. Dan plaats je jezelf in een hokje. Vind je het dan gek dat anderen jou daar vervolgens graag in opsluiten?”

Elze Sietzema-Riemer is journalist en godsdienstwetenschapper. Voor meer informatie: www.elzeriemer.com.

Nog geen reactie — begin het gesprek.