Dat in onze globaliserende wereld religieuze diversiteit steeds duidelijker aan het licht komt is een open deur. Maar religieuze diversiteit komt in allerlei soorten en maten voor. Aanhangers van de interreligieuze dialoog omarmen een vorm van religieuze diversiteit waarbij vertegenwoordigers van verschillende tradities elkaar de hand reiken, en met elkaar in gesprek gaan. Tomoko Masuzawa heeft in haar mooie boek The Invention of World Religions laten zien hoe deze visie gemeengoed is geworden omdat in de negentiende eeuw een discours van wereldreligies werd geconstrueerd: er bestaan overal ter wereld discrete, van elkaar afgebakende tradities. De ondertitel van haar boek luidt: “hoe een Europees universalisme bewaard bleef in de taal van het pluralisme”. Het idee van naast elkaar bestaande wereldreligies biedt een overzichtelijk en geruststellend perspectief op religieuze diversiteit.

Door: André van der Braak

Vaak zijn het de religieuze elites (theologen, religieuze leiders, trekkers van de interreligieuze dialoog), de beleidsambtenaren van de overheid die een religiebeleid moeten ontwikkelen, en de geleerden die vergelijkend onderzoek tussen religies willen doen, die graag terugvallen op een dergelijke overzichtelijke pluraliteit. Maar ook de gemiddelde bezoeker aan een boekwinkel ziet het plankje religie en spiritualiteit graag overzichtelijk gerangschikt aan de hand van een pluraliteit van tradities.

Helaas laat de religieuze werkelijkheid zich weinig aan zulke mooie schema’s gelegen liggen. De Chinese antropoloog Adam Yuet Chau sprak onlangs in zijn lezing over Chinese religie tijdens de Graduation Week op de VU over de minder overzichtelijke, zelfs rommelige vorm van religieuze diversiteit die het Chinese religieuze landschap karakteriseert. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, is het niet zo zinvol om de vraag te stellen hoeveel verschillende religies er bestaan in China. Beter is het om je af te vragen: op hoeveel verschillende manieren doen mensen aan religie in China? De focus ligt dan op de beoefening van religie, en niet op een meta-conceptualisering van religieuze tradities. Adam Chau heeft zich in zijn onderzoek deze vraag gesteld, en heeft een model ontwikkeld dat uitgaat van vijf verschillende manieren waarop religie in China wordt beoefend:

1. Discursief/tekstueel: het schrijven, lezen en bediscussiëren van religieuze teksten, en het voeren van religieuze debatten
2. Persoonlijke cultivering: mensen die streven naar zelfcultivering en persoonlijke groei in een religieus of een spiritueel kader
3. Liturgisch: het participeren in uitgebreide rituelen die door religieuze specialisten worden uitgevoerd, of zelfs het laten uitvoeren van die rituelen door die specialisten zonder er zelf aan deel te nemen
4. Onmiddellijk-praktisch: het gebruik van eenvoudige religieuze rituelen om onmiddellijk resultaat te boeken (wat wij “magie” zouden noemen)
5. Relationeel: het participeren in religieuze praktijken die gericht zijn op het in stand houden van de relaties tussen goden en mensen, de relaties met de voorouders, of de relaties van de gelovigen tot elkaar

Het samenspel van deze vijf modaliteiten leidt tot de ontwikkeling van een religieus landschap waarin het zowel gaat om een interactie en competitie binnen deze vijf modaliteiten, alsook tussen die modaliteiten. Chau trok de vergelijking met de literaire geschiedenis, die zich voltrekt via de interactie en competitie van verschillende literaire genres.

In zijn lezing ging Chau vooral in op modaliteit 3: het laten uitvoeren van rituelen door religieuze specialisten (ritual service providers). In China gebeurt dit zonder onderscheid van religieuze tradities: bij een begrafenis worden boeddhistische, daoïstische en protestantse ritual service providers besteld, zodat de overledene maximaal wordt bijgestaan. De theologische achtergrond die aan het ritueel ten grondslag ligt, doet eigenlijk niet ter zake. Men gaat ervan uit dat het ritueel werkt. Net zoals je van internet service provider of telephone service provider kunt wisselen, kun je van ritual service provider wisselen.

Een reactie hierop zou kunnen zijn: ja, dat is in China. De Chinezen gaan heel anders met religie om dan wij hier in Nederland. Maar is dat zo? Kennen wij ook niet onze ritual service providers? Denk bijvoorbeeld aan het rent a priest fenomeen dat ook in Nederland in opkomst is. Op de markt van welzijn en geluk kunnen vele aanbieders hun slag proberen te slaan. Het type religieuze diversiteit dat China karakteriseert, begint ook in toenemende mate het religieuze landschap in Nederland te overheersen.

Orthodoxe aanhangers van religieuze tradities zullen hier op theologische gronden op tegen zijn. Maar ook zij kunnen niet ontkennen dat dit verschijnsel om zich heen grijpt. Interessanter is de uitdaging voor liberale aanhangers van religieuze tradities, die tolerantie en interreligieuze dialoog prediken. Als er een diversiteit van religieuze diversiteit bestaat, welke diversiteit neem je dan als uitgangspunt voor een interreligieuze dialoog? Wie voeren die dialoog eigenlijk, en namens wie? Houdt de interreligieuze dialoog misschien soms een dogmatische opvatting van religieuze diversiteit in stand?

Deze vragen zijn niet zo gemakkelijk te beantwoorden.

André van der Braak is hoogleraar boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities aan de VU in Amsterdam. Hij is onderzoeker bij het DSTS in het kader van het onderzoeksproject ‘Meervoudige religieuze binding’.

Nog geen reactie — begin het gesprek.