In mijn vorige blog schreef ik over het bezoek van twee Chinese monniken van het Longquanklooster aan de Maha Karuna Chan sangha van zenleraar Ton Lathouwers. Nu ben ik samen met Ton Lathouwers te gast in hun klooster in Beijing. Het klooster is prachtig gelegen buiten de stad, aan de voet van de Phoenixbergen. Van de beruchte Beijing-smog hebben we hier geen last, het is stralend weer.

Door: André van der Braak

De monniken hier zijn zeer geïnteresseerd in hoe het chanboeddhisme in het verre Nederland wordt beoefend, en voeren ook graag een interculturele dialoog. Afgelopen zondag 25 mei vond in het klooster een seminar plaats onder leiding van de abt van het klooster, de eerwaarde Xuecheng. Naast Ton Lathouwers en mijzelf was professor Wei Dedong van Renmin Universiteit de derde spreker. Het onderwerp was de ontmoeting van het Chinese boeddhisme met het Westen.

Nadat Ton Lathouwers eerst een beeld had geschetst van zijn eigen ontdekking van het Chinese boeddhisme via zijn leermeester Teh Ching, en van de manier waarop binnen de Maha Karuna Chan wordt gemediteerd, probeerde ik in kaart te brengen wat de uitdagingen en de mogelijkheden zijn van een ontmoeting tussen het Chinese boeddhisme en het Westen.

De culturele verschillen zijn aanzienlijk. Ten eerste wordt het boeddhisme in het Westen beoefend als een individuele religie, vaak gericht op persoonlijke transformatie. In China is de beoefening van het boeddhisme vooral collectief, en gericht op bijdragen aan een betere samenleving (het boeddhistische bodhisattva ideaal richt zich op het bevrijden van alle levende wezens vanuit compassie).  Ten tweede zijn er in het Westen weinig boeddhistische kloosters en vooral leken. In China zijn er ook veel leken, maar de opbouw van kloosters wordt als heel belangrijk gezien. Zoals een van de monniken het formuleerde: de monniken zijn nodig als dokters en heelmeesters van de samenleving. Ten derde spelen rituelen en ceremonies de grootste rol in het boeddhisme in China, terwijl in het Westen vooral de beoefening van meditatie centraal staat. En ten vierde wordt het boeddhisme in het Westen vaak als een vorm van spiritualiteit beschouwd, terwijl in het in China een echte religie is.

IMAG0148In de communicatie leveren deze verschillen een aantal problemen op. Veel westerlingen hebben het beeld dat er in China geen religie bestaat. Anderen geloven dat er weliswaar religie in China bestaat, maar alleen verschillende staatsreligies waar alle waarachtige spiritualiteit uit is geperst. Daarnaast heeft het Chinese boeddhisme een grote achterstand qua bekendheid in het Westen. We zijn al vijftig jaar bekend met het Tibetaans boeddhisme, wie kent de Dalai Lama niet? De Japanse zen is ook al sinds de jaren zestig als spirituele stroming geaccepteerd. Het Theravada boeddhisme heeft al een lange en eerbiedwaardige geschiedenis in de westerse cultuur. Maar Chinees boeddhisme? Wat zijn daarvan nu de karakteristieken?

Uit het seminar kwamen drie aspecten naar voren. De verering van de vrouwelijke bodhisattva Kwanyin (die doet denken aan de westerse Maria-verering) verwijst naar een grote nadruk op compassie. Het tweede, daarmee verbonden, aspect is dat Chinees boeddhisme altijd geëngageerd boeddhisme is (humanistisch boeddhisme). Het spreekt vanzelf dat boeddhisten maatschappelijk actief zijn, aan liefdadigheid doen, zorg verlenen, enzovoort. Steeds wanneer ik in China vertel over de opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger aan de VU, wordt dit met instemming begroet. Het derde aspect is dat Chinese boeddhisten minder denken in termen van scholen en denominaties. “Wij zijn van de school van de Boeddha”, luidt steevast het antwoord als ze gevraagd worden bij welke boeddhistische school ze horen.

De snelle opkomst van het boeddhisme laat zien hoezeer er in het huidige China een enorme behoefte is aan zingeving en spiritualiteit. Het Longquanklooster wordt in het weekend bezocht door zo’n zeshonderd lekenvolgelingen die allemaal leider zijn van een dharma study group: wekelijkse gespreksgroepen voor enkele tientallen leken die overal in Beijing plaatsvinden. Er wordt gesproken over de boeddhistische leer, maar ook en vooral over persoonlijke en familieproblemen: echtscheidingen, ziektes, conflicten, problemen op het werk.

In mijn vorige blog vertelde ik hoe de keizerin-moeder Cixi (1835-1908), die vele decennia lang vanachter de schermen China regeerde, een vrome boeddhiste was, en Kuanyin vereerde. Vandaag de dag is het een publiek geheim dat de echtgenote van president Xi Jinping een overtuigd boeddhiste is. Plus ça change, plus c’est la même chose: hoe meer er verandert, hoe meer het op hetzelfde neerkomt.

André van der Braak is hoogleraar boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities aan de VU in Amsterdam. Hij is onderzoeker bij het DSTS in het kader van het onderzoeksproject ‘Meervoudige religieuze binding’.

Nog geen reactie — begin het gesprek.