Arnhem 269 3

Met elkaar praten in plaats van over elkaar, het is een veelgehoord mantra. Een van de vele manieren waarop dat in de praktijk vormgegeven wordt, is de interreligieuze dialoog. En over die praktijk wordt dan ook veel geschreven en gesproken, blijkt onder meer uit de verschillende evenementen die dit najaar rondom dit thema worden georganiseerd. Op zaterdag 26 september j.l. was er in Arnhem een symposium over het onderwerp. Het werd georganiseerd door het Stadspastoraat Arnhem en Nieuwwij onder de titel ‘Om de lieve vrede’. Mijke Jetten (Radboud Universiteit Nijmegen) presenteerde er alvast resultaten uit haar promotieonderzoek dat in 2016 zal verschijnen. Manuela Kalsky (Nieuwwij, DSTS) gaf een reactie. In het kader van ‘Praten met, niet over’ werd er natuurlijk ook geoefend met de interreligieuze dialoog.

Door: Bart Mijland

Gelovigen ontmoeten elkaar, niet geloven,” stelt stadspastor Ad Bogaard aan het begin van de ochtend. En dat het organiseren van zo’n ontmoeting al een interreligieuze aanpak vereist, blijkt uit de excuses die hij vervolgens maakt. Het symposium bleek onbewust georganiseerd op de sjabbat, de joodse rustdag. Bovendien valt het net na het islamitische Offerfeest. Het grote feest is geen officiële vrije dag in Nederland en dus zijn sommige moslims genoodzaakt het feest in het weekend te vieren. Bogaard spreekt dan ook zijn verontschuldigingen uit en dankt degenen die wel zijn gekomen voor hun aanwezigheid. Het symposium maakt deel uit van de landelijke Vredesweek die dit jaar het thema Vrede Verbindt voerde. Het past perfect bij Nieuwwij, geeft Cees van Bockel aan. Van Bockel zoekt in Arnhem naar organisaties waarmee Nieuwwij actief kan werken aan het verbinden van verschillen. Dit symposium geldt eveneens als eerste kennismaking en aanzet. Later op de dag blijkt dat er veel animo is voor een vervolgbijeenkomst.*

Persoonlijk en gemeenschappelijk
Filosoof en religiewetenschapper Mijke Jetten promoveert komend voorjaar aan de Radboud Universiteit met haar onderzoek naar methoden voor het voeren van een goede interreligieuze dialoog. “Iedereen kan het leren,” stelt ze, “maar niet iedereen zal er even goed in worden.” Voor sommigen is het bijvoorbeeld erg moeilijk om vanuit zichzelf te spreken, wat een van de basisvoorwaarden voor een succesvolle dialoog is. Deze mensen spreken makkelijker vanuit de gemeenschappelijke opvattingen. Uit het onderzoek, dat zich richtte op de dialoog tussen moslims en christenen, blijkt dat de eerste groep vaker in zulke algemeenheden spreekt: “In de Koran staat…” (een taaluiting die Jetten onder de noemer ‘feitelijke bewering’ plaatst). Christenen zijn daarentegen vaker geneigd om “Ik vind…” te zeggen (een zogenaamde ‘onthulling’). Jetten wijst op het belang je bewust te zijn van welke taaluitingen je gebruikt.

Motivatie
Jetten werkte in het onderzoek met 21 dialooggroepen. Zowel de christenen als de moslims gaven aan meer kennis te hebben gekregen en het te beschouwen als een positieve ervaring. Het viel op dat de motivatie om mee te doen aan de interreligieuze dialoog onder moslims veel hoger was. Voor Manuela Kalsky een reden om op te merken dat er in de werving van deelnemers dan de goede vraag is gesteld, want vaak blijkt het voor christelijke initiators van interreligieuze activiteiten juist moeilijk om islamitische deelnemers te trekken. Vanuit de zaal wordt daarop de vraag gesteld of moslims juist meer gemotiveerd zijn vanwege de noodzaak tot verdediging. Zij worden immers geconfronteerd met zeer negatieve beeldvorming en vooroordelen. Hoewel dit niet ondenkbaar is, zijn er nog geen onderzoeksresultaten die dit ondersteunen. Kalsky spreekt haar zorgen uit over de negatieve beeldvorming ten aanzien van moslims. “Het is nu eenmaal niet sexy om te zeggen dat we juist vriendschappen moeten vormen. Maar dat moeten we wel doen.” Ze spreekt dan ook haar waardering uit voor het onderzoek van Jetten. Ze noemt het belangrijk, want “we hebben meer kennis over elkaar nodig. Overigens niet alleen tussen religieuzen, maar ook met de seculiere gemeenschap.”

Multiple religious belonging
Kalsky verwijst eveneens naar de groeiende groep Nederlanders die onder de noemer multiple religious belonging (MRB) vallen en zich verbonden voelen met meerdere geloven. Dat zijn er nu zo’n 1,3 miljoen. Bezoeker Jan noemt zichzelf “volstrekt multireligieus” en is verrast dat er zoveel andere Nederlanders tot de groep MRB’ers behoren. “Het wordt tijd om ons te verenigen!” zegt hij lachend. De interreligieuze dialoog spreekt een grote rol in zijn leven. Hij is onder meer lid van een leesgroep waarin de Bijbel en de Koran wordt gelezen. Toch hoort hij nog veel nieuwe dingen tijdens het symposium. Dat geldt ook voor Safiyah. Ze vindt de methode van Jetten erg interessant. Hoewel ze vaker in gesprek is met andersgelovigen zal ze deze middag voor het eerst meedoen aan een echte interreligieuze dialoog. Ze vindt het spannend, maar laat zich graag verrassen.

Meer liefde
Tijdens de workshops in de middag wordt geoefend met de technieken van Mijke Jetten. Dat blijkt nog best een uitdaging en duidelijk is dat je voldoende tijd moet uittrekken. Dat het de moeite waard kan zijn blijkt ook uit het verhaal van workshopbegeleidster Yasmin. Zij geeft aan dat ze door de interreligieuze dialoog meer kennis van haar eigen geloof en dat van anderen heeft gekregen. Een effect dat zij niet had verwacht toen ze ermee begon, was dat ze meer van mensen is gaan houden. “Het heeft me echt veranderd. Niet in de zin van mijn geloof, dat is hetzelfde gebleven, maar ik heb meer begrip en liefde voor mijn medegelovigen en andersgelovigen gekregen.”

Bart Mijland is humanisticus en als junior onderzoeker verbonden aan het DSTS. Fotografie: Cees van Bockel

___
Nieuwwij gaat het land in om de verschillen te verbinden. Op 22/10 of 5/11 organiseren we, wederom in samenwerking met het Stadspastoraat, een volgende ontmoeting om te inventariseren waar in Arnhem de behoeften en kansen liggen. Tijdens het symposium schreef ruim de helft van de deelnemers zich in. Wilt u hier ook bij zijn, neem dan contact op met Nieuwwij en richt uw bericht aan Cees van Bockel.

 

Nog geen reactie — begin het gesprek.