De laatste tijd komt China veel in het nieuws, maar de afgelopen weken werd ik met name getroffen door twee berichten over de toekomst van dit land.

Door: André van der Braak

Op vrijdag 4 oktober stond er een ingezonden stuk in Trouw van Wim van de Camp, Europarlementariër voor het CDA en lid van de China-delegatie van het Europees Parlement. Onder de kop ‘China lijkt te floreren, maar gaat het niet redden’ geeft hij in zijn stuk zes redenen waarom de toekomst er voor China, ondanks alle economische groei van de afgelopen jaren, er toch niet goed uitziet. Dat komt door de vele sociale en morele problemen die het land blijven teisteren, zoals corruptie en een groeiende inkomensongelijkheid tussen arm en rijk. Van de Camp stelt dat deze problemen moeten worden opgelost voordat China echt tot een solide wereldmacht kan uitgroeien. Opmerkelijk genoeg voor een CDA-politicus noemt hij in zijn stuk niet de rol die religie daarbij kan spelen.

Dat gebeurt wel in China zelf. Op 30 september meldde het IKON Kerknieuws dat de Chinese president Xi Jinping wil dat de regerende Communistische Partij zich toleranter opstelt jegens traditionele religies. Die kunnen volgens hem helpen een moreel vacuüm te vullen. Xi is erg bezorgd over het moreel verval van het land dat gepaard gaat met een obsessie voor veel geld verdienen. Xi hoopt dat “de traditionele cultuur en religie, zoals confucianisme, boeddhisme en daoïsme, het vacuüm helpt vullen dat nu de corruptie voedt”. Xi heeft recentelijk een campagne tegen corruptie in gang gezet, maar hij begrijpt dat zo’n programma alleen de symptomen bestrijdt, en dat een hervorming van het politieke stelsel en van het geloof nodig is om van de ziekte corruptie te genezen.

De uitlatingen van Xi staan niet op zichzelf. De laatste jaren is er vanuit de Chinese overheid een groeiende belangstelling merkbaar voor religie als sociaal bindmiddel. Religie wordt niet alleen steeds meer getolereerd, zij wordt zelfs gestimuleerd en ondersteund door de overheid. Wel binnen de door de overheid gestelde voorwaarden natuurlijk. Dat maakt het lastig om de situatie rondom religie in China te beoordelen. Probeert de overheid via verschillende staatsreligies haar grip op de maatschappij en haar burgers te verstevigen? Of is de overheid er oprecht in geïnteresseerd om via het stimuleren van religie een ‘nieuw wij’ te bevorderen in China? Maakt de overheid cynisch gebruik van religie (het was tenslotte voor Marx ‘opium van het volk’)? Of ziet de overheid het belang in van een maatschappelijk middenveld, en ziet ze in dat dat er zonder religie niet komt?

Het antwoord op zulke vragen is niet gemakkelijk te geven. Maar de faculteit der Godgeleerdheid van de VU waagt het er in ieder geval op om dergelijke ontwikkelingen het voordeel van de twijfel te geven. Sinds 2009 wordt een academische dialoog op touw gezet met de Renmin Universiteit in Beijing, en de Chinese State Administration for Religious Affairs (SARA), met als onderzoeksthema ‘Religie en sociale cohesie’. Onderzocht wordt in hoeverre, en op welke manieren, religie een bijdrage kan leveren aan sociale cohesie, zowel in het Westen als in China. Na een eerste conferentie in Nederland in 2009 vond in oktober 2012 een tweede conferentie in Beijing plaats. En afgelopen september vond een expert meeting plaats in Beijing, waarin concrete onderzoeksplannen werden geformuleerd.

Het idee achter het opzetten van zo’n academische dialoog is dat op die manier geleidelijk het vertrouwen met de Chinese gesprekspartners wordt opgebouwd, en dat dit de mogelijkheid biedt om op den duur op een niet-confronterende wijze allerlei controversiële thema’s (zoals bijvoorbeeld godsdienstvrijheid in China) aan de orde te stellen. De bedoeling van een dergelijke dialoog is nadrukkelijk niet om China de les te lezen (bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten), maar om van elkaar te leren wat betreft het omgaan met religie in het publieke domein.

De toenemende rol van religie in China past niet bij het beeld van China dat veel mensen hebben. Je leest er ook weinig over in de media. Maar alle tekenen wijzen erop dat religie in China alleen maar zal groeien de komende jaren, en dat ze zal uitgroeien tot een factor van groot maatschappelijk belang. En terwijl in het Westen het idee van een exclusieve religieuze binding historisch gezien een grote rol heeft gespeeld, bevat de Chinese cultuur het diepgewortelde idee van de multiple religious belonging (het zich laten inspireren door meerdere religieuze tradities). In China kijkt niemand er vreemd van op als mensen zich zowel met boeddhisme als daoïsme als confucianisme bezighouden.

Zal religie in China het morele verval tegengaan? En zal de overheid om die reden religie steeds meer gaan ondersteunen en promoten? En moeten we in het Westen blij zijn met die ontwikkeling of niet? Vele vragen die het de moeite waard maken om nauwlettend te volgen wat er in China rondom religie gebeurt de komende jaren.

André van der Braak is hoogleraar boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities aan de VU in Amsterdam.

Nog geen reactie — begin het gesprek.