Wanneer er een nieuwe encycliek, een rondzendbrief van de paus, verschijnt, word ik nogal eens gevraagd wat ik ervan vind. Vaak moet ik het antwoord schuldig blijven.

Door: André Lascaris

Degene die de vraag stelt heeft de encycliek duchtig gelezen en blijkt dikwijls geen katholiek te zijn. Dit heeft mij wel eens de te forse uitspraak ontlokt dat katholieken geen encyclieken lezen en dit overlaten aan niet-katholieke christenen. Ik denk dat katholieke instituties met frisse tegenzin de encycliek lezen, omdat het wel moet. De meeste encyclieken zijn een soort roggebrood. Ze zijn bijna onleesbaar. Ze hebben veel voetnoten die bij Johannes-Paulus II zeer vaak verwezen naar eerdere publicaties van deze paus. Onlangs zei een priester die geprobeerd had de laatste brief van paus Benedictus XVI te lezen, mij dat hij het halverwege moest opgeven. Voor een ‘nieuw wij’ is een nieuwe taal nodig, geen  onbegrijpelijke of conservatieve  taal.

Hoewel de encyclieken tegenwoordig geschreven worden voor iedereen, worden zij daardoor niet leesbaarder. Er is een grote behoefte om correct de situatie – deze keer over het milieu – te beschrijven. Wil je als kerk kunnen meepraten, dan moet je weten hoe een en ander in zijn werk gaat. Dat vereist veel woorden. Bovendien wil de paus eigen accenten leggen en verbindingen laten zien.

De nieuwe encycliek van de paus gaat over de ecologie, Het is een lang verhaal, maar wel leesbaar voor iemand die gewend is teksten te lezen. De encycliek telt 246 voetnoten en 172 secties, het is een boek. Dit boek geeft geen oplossingen, maar is een oproep tot een wereldwijde dialoog. De paus ziet deze encycliek als een onderdeel van de ‘sociale leer’ van de kerk. Ze past in de rij van Rerum, Novarum, Quadragesimo Anno en Pacem in terris. De encycliek heeft als context de maatschappelijke situatie van de huidige wereld. De paus legt terecht een verband tussen het milieu en de armen die volgens hem het meest getroffen worden door de verslechtering van het klimaat en van alle andere negatieve verschijnselen. De armen hebben geen uitweg, ze kunnen alleen vluchten.

Een andere grote zorg: er wordt veel water verknoeid. De machtigen proberen de waterbronnen in hun macht te krijgen. Er is al vaker gezegd dat deze eeuw niet de olie het grote strijdpunt zal zijn, maar het beheer over het water. Deze encycliek bevestigt dit nog eens. In ons land wordt gezegd dat de vluchtelingen uit het Midden-Oosten opgevangen moeten worden in de eigen regio, en daarmee in hun eigen cultuur. Dit klinkt  mooi, maar er blijft niet veel cultuur over wanneer het water verdwijnt en er onbewoonbare streken overblijven. Er is kans dat miljoenen mensen de komende jaren naar Europa zullen trekken, omdat er geen water meer is. Opnieuw dreigt een oorlog. Het alternatief is meedoen aan de vaak informele  discussies.

Een echte blik op onszelf zal volgens de paus ons doen inzien dat wij, mensen, de hoofdschuldigen zijn aan het verlies van planten en dieren, aan de verarming van de natuur. Elk jaar sterven planten en dieren uit. De kleine verdwijnen zonder dat wij het in de gaten hebben, van de groten kunnen wij het uitsterven gemakkelijk vaststellen. De encycliek geeft echter geen louter treurmuziek. Door heel de tekst heen klinken de eerste woorden waarnaar een encycliek altijd genoemd wordt, en die deze keer luiden, laodato si, ontleend aan het zonnelied van Franciscus van Assisi. De encycliek is een loflied op de natuur, de mens en God.

André Lascaris is dominicaan en woont in Nijmegen.

Nog geen reactie — begin het gesprek.

Advertentie

Dominicanenklooster Huissen