In haar toespraak problematiseerde Manuela Kalsky het spreken in termen van afgebakende religieuze tradities. Bij het toenemend aantal ‘flexibele gelovigen’ lijkt eerder sprake te zijn van transreligiositeit, waarbij de grenzen tussen religieuze tradities worden doorbroken. Een meervoudige religieuze binding is dus niet een optelsom van individuele religieuze bindingen, maar bestaat uit een transformatie van het begrip ‘binding’ zelf.

In mijn eigen toespraak probeerde ik die transformatie van het begrip ‘binding’ verder uit te diepen door te kijken naar het boeddhisme. Bij meervoudige christelijk-boeddhistische gelovigen wordt vaak aangenomen dat zij op dezelfde manier boeddhist zijn als christen. Maar dat is niet zo. Een christelijke identiteit bestaat van oudsher uit het lidmaatschap van een kerk en het onderschrijven van een bepaalde orthodoxie. Een boeddhistische identiteit, daarentegen, kan ook ongebonden zijn, los van het onderschrijven van enige boeddhistische orthodoxie. Veel westerse boeddhisten richten zich op de beoefening van hun meditatie-praktijk, zonder de behoefte om verantwoording af te leggen aan een orthodoxie. Ze vinden het vaak niet eens nodig om zichzelf ‘boeddhist’ te noemen. Als westerse boeddhisten zich ook christen noemen, is er dan wel echt sprake van een meervoudige religieuze binding? Misschien moeten we het begrip ‘religieuze binding’ maar afschaffen, en simpelweg spreken van ‘religieuze hybriditeit’ of ‘syncretisme’?

Maar er werden ook pogingen gedaan om het begrip ‘religieuze binding’ op een nieuwe manier te verstaan. De Spaanse katholieke theoloog Abraham Vélez de Cea pleitte er in zijn bijdrage voor om “religieuze binding” niet te zien als lidmaatschap van een kerk, of als het gelovig zijn binnen een bepaalde traditie, maar als discipelschap. Hij verstaat het christen-zijn als het behoren tot een gemeenschap van discipelen die Jezus als hun leermeester aanvaarden, en proberen om net als Jezus te worden. Als het behoren tot gemeenschappen in andere religieuze tradities eraan bijdraagt om betere discipelen van Jezus te worden, dan is meervoudige religieuze binding niet onverenigbaar met het christen-zijn, zo betoogt hij.

Hij vertelde hoe hij zelf, door een discipel van de Boeddha te worden, een betere discipel van Jezus werd. Het boeddhisme hielp hem om de diepgang van de leringen van Jezus beter te waarderen en in praktijk te kunnen brengen. Het beoefenen van de boeddhistische meditatie op liefdevolle vriendelijkheid (metta-meditatie) gaf hem bijvoorbeeld een beter begrip van wat Jezus bedoelde met het liefhebben van je vijanden.

Uit het panel werd duidelijk dat het laatste woord over meervoudige religieuze binding nog niet gesproken is. Hoewel de maatschappelijke realiteit van meervoudig en flexibel geloven gestaag voortschrijdt, blijft het zoeken naar nieuwe concepten en perspectieven die ook een theologische reflectie op meervoudige religieuze binding mogelijk maken.

Van der Braak

André van der Braak

Hoogleraar en zenleraar

André van der Braak is verbonden aan de VU als hoogleraar Boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities. …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.