Nog voor het echte debat begon was al duidelijk dat het een schoolpleinruzie over de beste boze nationalistische pappa zou worden. Zowel Rutte als Wilders schoven problemen in de schoenen van migranten, vluchtelingen en andere Nederlanders van kleur, waarbij openlijk discriminerend beleid die problemen zou moeten oplossen. Toepasselijk, aangezien beide lijsttrekkers inmiddels veroordeeld zijn voor discriminatie.

Gemene grond

Omdat het klimaatprobleem in het geheel niet werd genoemd was het goed zoeken naar waar Rutte en Wilders het over oneens waren. Wilders was vaak iets extremer dan Rutte, maar de goede toehoorder zag dat de twee veel gemene grond vonden over de problemen in de Nederlandse samenleving.

Dat was al duidelijk voor het debat goed en wel begon. In het inleidende filmpje over de Turks-Nederlandse diplomatiecrisis waren Rutte en Wilders eensgezind over zijn acties richting Turkse diplomaten: prima.

Ook over het idee dat het echte probleem bij Turkse Nederlanders lag waren ze het eens. Turkse Nederlanders die een hang naar Turkije hebben: “volledig onacceptabel,” aldus Rutte, die het op 20% van die bevolkingsgroep hield versus Wilders’ absurde 88%.

Het wijzen naar mensen van kleur als oorzaak van alle problemen werd eigenlijk maar een keer onderbroken, toen Wilders beweerde dat Ruttes bezuinigingen schadelijk waren geweest voor de Nederlandse economie. Het IMF geeft hem daarin gelijk, maar dat soort kritiek is wel wat ongeloofwaardig van een partij die consistent met de VVD meestemt.

Vingerwijzen

Rutte en Wilders beweerden het desondanks voortdurend oneens te zijn, wat alleen geloofwaardig over kwam omdat Wilders steeds extremer stelling nam om toch nog wat tegenstellingen in stand te houden. Je kan jezelf ook niet echt als anti-elite neerzetten als de premier van Nederland het constant met je eens is, natuurlijk. Dat de twee het daadwerkelijk oneens zijn over toekomstig lidmaatschap van de EU is dan ook de enige echte tegenstelling, maar dat bleek een voetnoot in dit debat.

Zoals bij ieder onderwerp wees Wilders naar asielzoekers en zelfs gevangenen toen het over zorg ging. Die twee groepen kregen volgens hem betere zorg krijgen dan (impliciet witte) Nederlandse ouderen – het bewijs voor deze absurde stelling bleef uit, maar Rutte maakte geen bezwaar, en was het met hem eens dat de zorg beter moest – al vond hij wel dat Wilders te negatief was.

Daarna kon Rutte vooral beamen dat Wilders gelijk had met het benoemen van problemen, en kon Wilders vervolgens reageren door steeds extremere stellingen in te nemen. Wilders wilde voorzieningen weghalen bij vluchtelingen, en het minieme bespaarde geld ten goede laten komen van andere Nederlanders. Rutte vond dit een geweldig idee – hij maakte alleen bezwaar tegen de notie dat Wilders’ overige beleid tot minder immigratie zou leiden.

Koranpolitie

Op vergelijkbare wijze viel Rutte Wilders aan op zijn “Koranpolitie”: niet omdat hij het er inhoudelijk mee oneens wat – hij wou gewoon weten hoe Wilders zijn Koranverbod zou gaan uitvoeren. Had Rutte “oh, oké dan” gezegd als Wilders wel met een realistisch voorstel was gekomen, in plaats van te beweren dat hij geen koranpolitie wil?

Tijdens het toppunt van het nationalistische, sommige zeggen racistische, discours kwam Wilders met een Afrikaanse bevolkingsgroei naar 4 miljard deze eeuw. Dat waren dan mensen, zo impliceerde hij, die allemaal naar Nederland zouden komen – en Rutte ging mee in het beeld van een spierwit Nederland dat belaagd zou worden door miljoenen niet-witte migranten. Een Nederland dat alleen ongespecificeerde, positieve kenmerken zou kunnen behouden door moslims en mensen van kleur buiten te sluiten.

Nu ze het eens waren over de omvang van het probleem, moest er wel gesteggeld worden over de precieze manier waarop racistisch beleid tot stand zou moeten komen zodat we de illusie van verschil nog konden behouden.

Rutte wilde immigratie stoppen met “niet perfecte” (lees: mensonterende) deals met Turkije en Noord-Afrikaanse landen. Wilders wilde immigratie stoppen door de grenzen dicht te gooien. Beiden betichtten ze elkaar van onrealistisch beleid, maar zij delen de immorele manier waarop zij met mensenlevens omgaan.

Soorten populisme

Zelfs toen Wilders zijn anti-islamliedje afspeelde kon Rutte geen echt weerwoord bieden. Wilders haalde het veelvuldig misbruikte onderzoek van socioloog Ruud Koopmans aan om zijn islamofobe hetze voort te zetten, waarna Rutte met de meest ongeloofwaardige zin van het hele debat kwam: “de VVD zou mensen niet beoordelen op hun geloof of afkomst, maar op hun gedrag.” Dat moet toch nieuws zijn geweest voor iedereen die onze minister-president net een half uur lang op iedere manier mee zag gaan in een discours dat in essentie racistisch was.

Voorafgaand aan het debat beweerde Rutte voor de internationale pers nog dat hij het “verkeerde soort populisme” een halt wou toeroepen. Misschien verslaat de VVD daadwerkelijk de PVV, maar daar wordt dat verkeerde soort populisme geen strobreed mee in de weg gelegd.

Sander Philipse

Sander Philipse

Publicist

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American Football maar vindt progressieve zaken ook belangrijk.
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!