Gelukkig ligt de tijd achter ons dat we alleen in onze eigen geloofsrichting rondkeken en al het andere ongezien en onbegrepen als dwaling beschouwden. Maar soms kunnen we ons voelen als die muzikant die in een pakhuis vol instrumenten terecht kwam. Hij speelde zelf fantastisch piano, maar ontdekte nu dat er een sitar bestond, met tonen die hij niet eens op zijn piano kon vinden. Hij ontdekte ritmes die niet vier of zes tellen in de maat hadden, maar negentien. Welk gevoel bekroop hem? Allereerst een gevoel van verbijstering: dit is onmogelijk te bevatten! Maar omdat hij een kunstenaar was, voelde hij ook diepe verwantschap en bewondering. Hij begreep nu dat hij achter zijn piano een diepte van muzikaliteit kon bereiken die verwant was aan wat Oosterse muzikanten diep van binnen voelden. Toch greep hij niet naar de sitar omdat hij een kakofonie vreesde. Hij keerde terug naar huis en speelde zijn Schubert als nooit tevoren…

Als we eerlijk zijn is dat ook wat speelt bij spiritualiteit: de gedachte dat allerhande vreemde culturen en complexe religieuze documenten klaarliggen om door ons begrepen te worden is een jammerlijke illusie en leidt tot geestelijk toerisme. En: het bestuderen is één ding, het doorleven en zelf beoefenen een ander. De westerse mens lijkt in zijn zogenaamd onbegrensde openheid en tolerantie een huis zonder interieur te worden, waar elke wind doorheen kan waaien.

Ik zit zelf nu dertig jaar aan de voeten van een rabbijn, ken behalve Hebreeuws ook wat Aramees en heb zelfs een jaar Arabisch geleerd. Maar vier ik het joodse paasfeest en houd ik de ramadan? Geen kwestie van. Ik zou hier het begrip ‘spirituele gastvrijheid’ willen introduceren. Als ik word uitgenodigd bij een joodse familie stel ik me respectvol op en eet en drink waar dat geboden is. Bij moslims trek ik mijn schoenen uit. Maar mijn gast-zijn betekent dat ik mij met name op het rituele vlak op respectvolle afstand houd. Daar komt bij dat elementen in mijn eigen christelijke overtuiging het soms niet toelaten dat ik te dicht bij een andere religieuze uiting kom. Dit heeft niets met gebrek aan waardering te maken, wat mij betreft. Integendeel, ik realiseer me de ondoorgrondelijke wegen die het goddelijk geheim gaat om de mens te bereiken. Ik kan een hindoe met waardering gadeslaan bij zijn offerpraktijk, maar ik weet dat ik hypocriet en onzuiver ben als ik een dergelijk ritueel in de kerk zou introduceren. De huidige trend naar rituele adviesbureaus geven mij de rillingen. Zijn we dan zó vervreemd van onze christelijke wortels? Weten we dan echt niet meer hoe indrukwekkend een katholieke uitvaart is? Met het In paradisum, voor die ‘eens arme Lazarus’, die wij allen zijn, u en vooral ik, een bedelaar door God gevonden.

Wél kan ik me voorstellen dat de biograaf van Joost van den Vondel, de schrijver Piet Calis, zo ontroerd werd toen hij een bloemenoffer van een hindoe-meisje zag, dat hij daarop terugkeerde tot het katholieke geloof van zijn jeugd dat hij had verlaten. Is het dan ‘Oost, west, thuis best’? Dat zeker ook: de achteloosheid waarmee de kerk wordt verlaten en met name de minachting voor de kerk die toch onze moeder is en ons alles heeft gegeven tot het Woord van God aan toe, kan ik maar moeilijk begrijpen. Het ontbreekt me echt niet aan kritiek op de kerk als door en door menselijk instituut; mijn boek over antisemitisme van meer dan 900 pagina’s getuigt ervan. Maar de kerk is allereerst de levenschenkende dimensie van de geloofsgemeenschap, waar we het doopsel en een naam ontvangen en waar we herboren zijn tot kinderen van God. Accipe sal sapientiae, ontvang het zout der wijsheid, stond op mijn geboortekaartje. Ik ben daar nog steeds dankbaar voor.

Ik denk nog even aan die joodse man, Jankel. Hij droomde dat onder de brug van Praag een schat verborgen lag. Hij ondernam de lange reis. Toen hij op de brug stond hoorde hij de ene soldaat tot de andere zeggen: “Ik had een droom dat bij een zekere Jankel in Polen een schat onder de haard ligt. Ik zou wel gek zijn als ik daar naartoe ging.” Jankel ging naar huis en vond de schat.

’Oost, west, thuis best’? Niet helemaal. Hij moest eropuit om de schat bij hem thuis te vinden.

Marcel Poorthuis is universitair hoofddocent aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. Hij publiceert geregeld over het vroege christendom, het rabbijnse jodendom, filosofie en theologie.

Nog geen reactie — begin het gesprek.

Advertentie

Dominicanenklooster Huissen