Blog

A- A A+

“Ik zie geen verraad tussen Joden en Marokkanen”

“Ik zie geen verraad tussen Joden en Marokkanen”

Dit stuk schrijf ik in reactie op het artikel van Rachel Reedijk over de volgens haar vastgelopen dialoog tussen Joden en Marokkanen. Een echte grand lady die met weemoed terugkijkt naar vroeger en zich afvraagt of het goed was en of het goed zal komen? Als ik haar artikel lees zie ik twee sterke sentimenten naar voren komen, namelijk het gevoel verraden te zijn door de ‘Marokkanen’ voor wie ze zich zo heeft ingezet en het gevoel dat de dialoog tussen ‘Joden’ en ‘Marokkanen’ niets heeft opgeleverd.

Door: Mostafa Hilali

Je verraden voelen is iets pijnlijks. Het betekent dat je iemand of iets vertrouwen schenkt en die ander schendt dat vertrouwen. De vraag die bij mij opkomt is, welk vertrouwen hebben de ‘Marokkanen’ geschonden? Wie goed doet, doet het voor het goede. Nu spijt hebben van je goede handelingen omdat het resultaat niet helemaal fijn is, dat is een risico dat je loopt bij dit soort keuzes. Of was het de bedoeling dat de ‘Marokkanen’ hun mond zouden houden over zaken die in Israël en Palestina gebeuren, omdat sommige ‘Joden’ die veel affiniteit met Israël hebben, de ‘Marokkanen’ geholpen hebben?

Gelukkig weet ik wel beter. Gelukkig heb ik vele voorbeelden gezien van ‘Joden’ die ‘Marokkanen’ helpen vanuit een gevoel van eensgezindheid en menselijkheid. Die mensen zijn een onderdeel geworden van mijn leven. Mijn leven wat begon in een tijd waarin de ‘Marokkaan’ nog leuk was. Ik kan me die tijd nog goed herinneren. Je was exotisch, bijzonder en welkom. Je vriendjes op school nodigden je uit tussen de middag en je at een broodje kaas of jam. Want ja, de moeder van Ferry wist dat ‘Marokkanen’ moslims waren en geen varkensvlees aten. Dus geen smeerworst voor Mostafa. Op school was ik altijd een van de herders bij het kerstspel. Waarom? Omdat ik toen nog een grote bos zwarte krullen had en niet zeurde dat ik een ‘jurk’ aan moest doen. Mijn vader droeg er regelmatig een thuis en ikzelf ook. Dus waarom niet op school?

In die tijd kende ik eigenlijk geen ‘Joodse’ mensen. Of om specifieker te zijn, ik merkte in die tijd niet wat iemand zijn religieuze of etnische achtergrond was. Dat kwam veel later pas. Het kwam toen ik in dienst kwam. Binnen de krijgsmacht kennen we geestelijke verzorging vanuit religieuze en humanistische achtergronden. Toen ik eens vragen had over halal eten op de kazerne werd ik doorverwezen naar de rabbijn. De rabbijn? “Ja, want die eten ook anders, net als moslims.”

Zo kwam ik in contact met rabbijn Jochanan Boosman. Een reus van een man, met een hart van goud. Voor hem was er geen verschil tussen joden en moslims. Beiden behoorden tot zijn gemeenschap en hij was er voor hen om te luisteren naar hun vragen, twijfels en klachten. Toen ik in Afghanistan was bezocht hij mijn ouders en luisterde naar hen en hun zorgen.

Samen met rabbijn Boosman en een groep ‘Joodse’ Nederlandse militairen ben ik naar Marokko geweest waar we de sporen van het Jodendom daar bezochten. Het was een bijzondere beleving. In die ene reis heb ik meer synagogen bezocht dan moskeeën. Ik kwam bijzonder dicht in contact met een gemeenschap in Marokko waarvan ik wist dat deze bestond maar die ik niet kende. Maar ik kwam er ook achter hoe dichtbij die gemeenschap bij mij stond. In Casablanca sprak ik uitgebreid met de lokale ‘Cohen’ en hij verbaasde mij met zijn verhaal dat hij niet weg uit Marokko wilde omdat hij niet in Israël kon aarden. Het was zijn land gewoon niet, hij voelde zich er niet thuis. Een bijzondere uitspraak dacht ik. Is dat vanwege de politiek daar vroeg ik. Nee, het ruikt anders, het eten smaakt anders, de mensen praten anders. In Israël wonen veel ‘Marokkanen’ zei hij, maar het is niet Marokko.

Een ander moment was toen ik bij een sociaal-maatschappelijke bijeenkomst was met een jonge ‘Joodse’ dame. We raakten in gesprek en we kwamen erachter dat we waren uitgenodigd als vertegenwoordigers van onze ‘gemeenschappen’. We noemden het met een knipoog dat wij de ‘beroepsjood en beroepsmarokkaan’ waren. De verplichte minderheden die je nodig hebt om te kunnen zeggen dat je bijeenkomst divers en inclusief was. Jaren later kunnen we er nog steeds over lachen.

De vraag blijft dan echter, was het goed en is er sprake van geschonken vertrouwen? Wat mij betreft zeg ik volmondig ja. Het was en is goed want we spreken met elkaar. We lachen met elkaar. We zijn geïnteresseerd in mekaar. We herkennen onszelf in de ander en we komen voor mekaar op. Het verraad waar Rachel over sprak zie ik echt niet.

Overwinning van de dialoog
Ik zal niet ontkennen dat het Midden-Oosten een stevige druk weet uit te oefenen op contacten tussen ‘Joden’ en ‘Marokkanen’ in Nederland. Rachel Reedijk refereert daar terecht aan. Of de feiten en omstandigheden die zij noemt kloppen is discutabel. Zo zou het JMNA (Joods Marokkaans Netwerk Amsterdam) ‘geëxplodeerd’ zijn vanwege de “onwil onder ‘Marokkaanse’ deelnemers om met ‘zionisten’ te praten”. Een bijzondere uitspraak aangezien het JMNA ook ruimte bood voor mensen die bekend stonden als pro-Israël en er zaten zionisten in het bestuur. Dat was vanaf het begin van het JMNA al het geval. Het ging pas fout toen sommige mensen eisen gingen stellen aan de dialoog. Eisen zoals Israël of Palestina erkennen kwamen langs. Onverstandig, want hoewel er eisen kunnen worden gesteld in een gesprek zoals fatsoen en netheid, zijn politieke meningen niet iets waar eisen over gesteld kunnen worden in een gelijkwaardig debat.

Ook komt veelvuldig het verwijt dat ‘Marokkanen’ zich zo bezig houden met Palestina en Israël. Ze zijn toch geen Palestijnen en de meesten niet eens Arabier? Dat las ik regelmatig de afgelopen tijd. Een bizarre opmerking, want we vragen nooit aan mensen die zich (terecht) inzetten voor dierenrechten, waarom ze dat als mensen doen. ‘Marokkanen’ zouden geobsedeerd zijn door Israël en dat zou leiden tot vijandigheid. Dat zal in voorkomend geval zeker waar zijn. Net zoals ik de afgelopen twee maanden zeer veel opmerkingen heb kunnen lezen bij ‘Joodse’ Facebook-vrienden waar ik erg van schrok. Alle Pallies (een denigrerende term voor Palestijnen) en Arabieren zouden allemaal leugenaars zijn. Gaza moest platgebombardeerd worden. De islam was schuldig aan geïnstitutionaliseerd religieus antisemitisme. Dialoog was zinloos, want Arabieren begrijpen alleen geweld. ‘Marokkanen’ en moslims kunnen niet vertrouwd worden want ze zijn ten eerste moslim en dus niet trouw aan de staat.

ZolaOp basis van deze uitspraken zou ik een zeer negatief beeld kunnen hebben van ‘Joden’. Hoe kunnen ‘Joden’ die de Dreyfus affaire kennen, zo iets triest zeggen als dat moslims per definitie landverraders zijn? Hoe kunnen ‘Joden’ wiens grootouders en ouders de gruwelijke realiteit van de Holocaust kennen, het leven van anderen zo laag inschatten? Hoe kunnen ‘Joden’ die eeuwen zijn blootgesteld aan haat, racisme en vooroordeel, dit soort vergelijkbare uitspraken doen?

En dan sla ik mezelf op de wang. Nee, Mostafa, niet datgene doen waar je anderen van beschuldigt! Het zijn niet ‘Joden’ die dit doen, het zijn mensen die dit doen. Mensen doen soms hatelijke dingen. Naar zichzelf en richting anderen. Niet omdat ze een bepaalde religieuze of culturele achtergrond hebben, maar gewoon omdat het mensen zijn en soms maken mensen onverstandige en immorele keuzes.

Dus nee, ‘Joden’ zijn voor mij net als iedereen. Er zitten leuke tussen en niet leuke mensen tussen. Met sommige kan ik een spreekwoordelijk biertje drinken en met sommigen niet. Voor sommigen zou ik mijn leven willen geven als het nodig is en voor sommige voel ik weinig liefde. Maar haten doe ik in ieder geval niet. Ik doe dat niet omdat mijn karakter en mijn geloof mij zeggen dat haat niets oplost.

Ben ik dan naïef en optimistisch? Misschien wel. Maar hetzelfde JMNA waar Rachel aan refereerde is toonbeeld van onze gezamenlijke vooruitgang. Toen het JMNA begon waren er twee groepen, ‘Joden’ en ‘Marokkanen’. Toen het JMNA besloot ermee op te houden, was het bestuur verdeeld in twee kampen. Twee groepen stonden tegenover elkaar, maar dat waren niet ‘Joden’ versus ‘Marokkanen’. In beide groepen zaten ‘Marokkaanse’ en ‘Joodse’ mensen. Het JMNA heeft daarmee aangetoond dat je met dialoog en samenzijn dwars door religieuze en etnische barrières kunt heen breken. En dat is een overwinning in mijn ogen.

Volgens mij is de toekomst dus een mooie waarin ‘Joden’ en ‘Marokkanen’ nog vaker zware discussies met elkaar zullen hebben. Waar idealen en opvattingen soms hard zullen botsen. Wrijving zal zeker plaatsvinden. Maar vergeet niet om te kijken wat er daaruit voortkomt. Zonder wrijving namelijk geen glans. Shalom en Salam allemaal.

Mostafa Hilali  is oud-bestuurslid van het JMNA

PS: ik schreef stelselmatig ‘Marokkanen’ omdat Marokkaan een nationaliteit is en geen etniciteit of religieuze aanduiding zoals jood. Marokkanen kunnen dus ook ‘Joden’ zijn. Ook zijn er inmiddels vele ‘Marokkanen’ die Nederlander zijn. ‘Joden’ schreef ik zo, omdat ze soms Joods zijn als etnisch-culturele groep en soms joods zijn vanwege religieuze overtuiging. Maar een jood kan ‘Marokkaan’ zijn en ‘Joden’ ook. Complex he. Marokkanen en Joden lijken net mensen.

Related Post

2 reacties

  • erwin brugmans op 25 september 2014 om 21:26 uur

    Dit artikel twee maal gelezen om goed te begrijpen wat er gezegd wordt. Ook ik zit in deze dialoog met Joden en Marokanen en zie wel degelijk resultaat ondanks de moeilijke tijd van afgelopen maanden inzake Gaza en Israel. Ik ben het geheel met Mostafa eens en bewandel dezelfde weg. Elkaar ontmoeten, van elkaar begrijpen hoe men denkt en het ook volledig oneens kunnen zijn en toch samen kunnen eten. De giftige delen zitten in de karakters die soms echt niet samen door 1 deur kunnen en veelal destructief bezig zijn.
    Shana Tova 5775, Erwin Brugmans

  • Mahesvari op 1 oktober 2014 om 13:02 uur

    ” Een bizarre opmerking, want we vragen nooit aan mensen die zich (terecht) inzetten voor dierenrechten, waarom ze dat als mensen doen. ” een hele vreemde redenatie. Je kan mensen die opkomen voor dierenleed veroorzaakt door mensen niet vergelijken met Arabieren die opkomen voor Palestijnen. Dierenleed is een oorzaak van menselijk handelen. Dieren hebben niet de kennis om zichzelf te verdedigen tegen mensenleed. Wij mensen kiezen ervoor om dieren te slachten, ze slechts te behandelen als consumptievoer.

reageer op dit bericht

VOORWAARDEN: De reactie moet betrekking hebben op de inhoud van de tekst en iets wezenlijks toevoegen aan een eventuele discussie hierover. Reageer niet met lange en/of gekopieerde teksten. Gebruik geen kwetsende teksten, scheldwoorden of andere grove taal.

recent