Blog

A- A A+

Integreren is geen kwestie van de knop omzetten naar ‘standje ander landje’

Voor mensen die mij volgen is het geen nieuws dat ik opgroeide in een zeer gesloten, orthodox gereformeerd systeem en daar leerde denken in termen van ‘goed’ en ‘kwaad’. Ik wil vandaag iets delen over de lessen die ik leerde vanuit deze achtergrond èn het loslaten daarvan. Ik denk namelijk dat daarin een schat verborgen ligt die ons als maatschappij verder kan helpen. Of laat ik het bij mezelf houden: mij helpt het verder en ik leg graag uit waarom.

Door: Inge Bosscha

Ik had vroeger geen flauw idee hoeveel onrecht ik veroorzaakte met mijn polariserende houding en hoezeer ik andersdenkenden afwees. Ik gunde iedereen het beste en was ervan overtuigd dat wij dit ‘beste’ hadden, waardoor mijn drang tot evangeliseren onstuitbaar was. Ik leerde schaamteloos en vol overtuiging uitspraken te doen over de harten van anderen. Iedereen die ‘de waarheid’ afwees, was naïef, eigenwijs of slecht. Iemands hart kon pas ‘goed’ zijn wanneer God daarin ‘woonde’ en was dit het geval, dan dacht, sprak en gedroeg deze persoon zich uiteraard net als wij. Want dat was het enige juiste en de bedoeling voor iedereen.

Inmiddels vind ik het schokkend en bizar dat ik werkelijk zo dacht. Maar het leert me veel over de mate waarin mensen van inzicht kunnen verschillen over wat ‘goed’ en ‘liefdevol’ is. Toen ik geloofde dat iedereen eigenlijk zoals ons moest zijn, was dat het meest liefdevolle dat ik kon geloven, omdat ik er werkelijk vanuit ging dat dit het enige ‘goede’ was, voor elk mens.

Gewogen worden met de maten van een ander
Hoe krom, pijnlijk en onrechtvaardig dit kan zijn voor andersdenkenden, heb ik (gelukkig!) kunnen ervaren toen ik zelf zo iemand was geworden en de mensen uit mijn eigen club mij bestraften en veroordeelden, omdat mijn hart niet ‘goed’ zou zijn. Gewogen worden volgens de maten van een ander is iets dat zeer onrechtvaardig kan overkomen, omdat niemand zich nog wil verdiepen in je goede bedoelingen, laat staan dat ze aannemen dat je die überhaupt hebt.

Dat ‘gewogen worden met de maten van een ander’, zie ik nog steeds overal om me heen, evenals het onrecht dat daaruit voortkomt. Misschien ben ik er extra gevoelig voor geworden, maar het gaat me zeer aan het hart. Soms zou ik het willen uitschreeuwen. “Stop alsjeblieft! Stop met elkaar veroordelen! Stop met elkaar afserveren als ‘geen goed mens’, enkel omdat je de ander niet begrijpt!”

Filter
Ik roep dit overigens net zo hard tegen mezelf. Zoals laatst, bij de verkiezingen, toen ik merkte dat ik stiekem toch de PVV-stemmer in gedachten afserveer als zijnde ‘egoïstisch’ of ‘dom’. Terwijl ik donders goed zou moeten weten dat ik geen enkel recht heb om over iemands innerlijk, motieven of hart een uitspraak te doen. Ik wéét dat ik onrecht veroorzaak door de ander te bekijken met het filter waarmee ik naar mezelf en de wereld kijk. En ja, ik heb geen ander filter dan dat van mij, maar dat betekent niet dat een ander niet met net zoveel recht vanuit andere ervaringen tot andere conclusies mag komen. Ook als ik in geen van de woorden en daden van de ander het ‘goede’ herken, ben ik niet bevoegd om een uitspraak te doen over iemands houding of intentie.

Praten
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. En jij ziet wat ik niet zie. Om elkaar te begrijpen moeten we met elkaar praten. Elkaar in de ogen kijken, elkaars angsten en passies leren kennen. Maar dat vergeten we vaak. We denken dat we de ander al kennen. Dat we al genoeg weten op basis van wat we van de ander zien en horen. “De moslim die mij geen hand geeft omdat ik een vrouw ben, is onaangepast en onbeleefd.” En hop, afgeserveerd. Maar hoe kan je er dan ooit achter komen wat er in deze man omgaat op het moment dat hij jou geen hand geeft? Wat weet je van zijn strijd, de druk die hij voelt, zijn verlangen en zijn onmacht? Achter jouw idee van ‘minachting’ kan een verhaal zitten dat daar in de verste verte niets mee te maken heeft.

Ik herinner mij nog van vroeger hoe ik juist liefdevol en goed meende te zijn wanneer ik mijn religie boven alles plaatste. Ik was toen niet meer of minder dan ik nu ben. Sommige mensen zullen denken dat ik er op vooruit ben gegaan, door mijn aangeleerde godsdienst los te laten. Anderen betreuren dit juist. Terwijl ik nog steeds dezelfde persoon ben. Het enige dat veranderde waren mijn inzichten, was de bril waardoor ik keek.

Sommige mensen reageren veroordelend op de keuze van moslima’s om hoofddoeken te dragen. Ze bekijken het vanuit hun eigen aannames over ‘goed’ en ‘fout’ en vinden dat de hoofddoek een symbool van onderdrukking is. Terwijl moslimvrouwen zelf vaak aangeven dat het voor hen juist een symbool van vrije keuze is.

Waarom staan we elkaar niet toe om de eigen beleving te hebben van ‘goed’ en ‘fout’ en van ‘recht’ en ‘onrecht’?

Elke keer wanneer ik iemand niet begrijp en de neiging heb om hem of haar te veroordelen, probeer ik me voor te houden dat ik niet genoeg van die persoon weet. Ik weet niet welke strijd hij voert, ik weet niet waar hij vandaan komt en wat hij heeft meegemaakt. Ik weet wel dat ik onrecht veroorzaak wanneer ik afga op wat ik denk te zien (door mijn bril!). Ik wil proberen om ervan uit te gaan dat elk mens doet wat ‘ie kan.

Dat werkt bij mijn puberkinderen ook het beste. Wanneer ik hen vittend achterna loop en controleer, gaan ze zich terugtrekken, mij als ‘vijand’ beschouwen en steeds meer dingen stiekem doen. Maar wanneer ik hen vertrouwen schenk, willen zij bewijzen dat ze te vertrouwen zijn.

De meeste mensen hebben geen twee paspoorten en weten niet hoe het is om loyaliteit te voelen naar twee, soms totaal tegenstrijdige, werelden. Ik denk dat we met z’n allen veel kunnen leren van mensen die leven in een spagaat en die meerdere loyaliteiten kennen en die het lukt om zich te blijven verbinden. In hun mindset ligt mogelijk de sleutel voor een plezierige samenleving waarin iedereen mag zijn wie hij is en mag ontwikkelen in het eigen tempo.

Integreren is nooit een kwestie van de knop omzetten naar ‘standje ander landje’. Het vergt innerlijke strijd en conflicten met mensen die je zeer dierbaar zijn, maar die net andere inzichten hebben over wat ‘goed’ is. Iedereen die, op wat voor manier ook, bezig is om te integreren, heeft steun en acceptatie nodig. Niet alleen als volledig geïntegreerd ‘eindproduct’, maar ook -juist!- wanneer men nog een lange weg te gaan heeft. Vergeet niet dat sommigen van ons echt van heel, heel ver komen. En ach, komen we dat niet allemaal?

Naast het integreren is ook het accepteren van groot belang. Zo bewegen we verwelkomend naar elkaar toe. En wie wil nou niet aarden op een plek waar je je welkom voelt? We bewijzen elkaar geen dienst door op elkaar af te geven en vol onbegrip op elkaar te reageren. We helpen elkaar veel meer wanneer we ons voor elkaar openstellen, en er oprecht vanuit gaan dan de ander net zo is als wij. Een mens, met andere inzichten, maar met vergelijkbare angsten en vermogens om lief te hebben.

Ik leerde dit door uit de subcultuur te stappen waarin ik was opgegroeid. Door schade en schande, door woede en pijn en dwars door mijn onmacht heen. Ik leerde middenin de frustratie van het elkaar met geen mogelijkheid (meer) kunnen begrijpen, naast de pijn ook de liefde te zien in de ogen van de ander. En nu is het mijn missie om deze inzichten te delen. Omdat ik ervaar dat ze helend zijn, voor alle ‘partijen’ en omdat ik vast geloof dat middenin de pijn van onze verschillen, een schat verborgen ligt.

Inge Bosscha (40) is initiatiefneemster van het online platform www.dogmavrij.nl, waar zij ruimte biedt aan belangstellenden om in gesprek te gaan over het loslaten van aangeleerde, beperkende religieuze dogma’s.

3 reacties

  • Manon op 19 maart 2017 om 09:26 uur

    Prachtig stuk

  • jodocus op 21 maart 2017 om 23:03 uur

    Perzoonlijk kan ik niets “moois” zien in het stukje van Bosscha.

    De eerste denkfout maakt Bosscha al meteen in het begin, en namelijk door de term “integreren” (normaliter gebruikt voor maatschappelijke, en niet religieuze, integratie) op een lijn te stellen (en daarmee te verwarren) met haar persoonlijke religeiuze ontwikkeling van onverdraagzaam naar niet onverdraagzaam.

    Maatschappelijke integratie betreft in de eerste plaats gedrag, en in de tweede plaats normen en waarden waar anderen rechte naan ontlenen. Onze grondwet bijvoorbeeld. Niemand zal immigranten vragen om hun geloofsovertuiging los te laten of onze grondwet in alle opzichten te onderschrijven. Respect ervoor en gehoorzaamheid aan die grondwet (in al zijn uitwerkingen) is wel een vereiste. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij dit gaan relativeren voor immigranten.

    De tweede denkfout die zij maakt is van haar (terecht afgewezen) rechtvaardiging van het veroordelen van anderen op grond van haar geloof over te stappen op het idee als zouden wij als Nederlanders het recht niet hebben om van immigranten een zekere aanpassing aan onze gedragsnormen te eisen.

    Dat recht hebben wij wel degelijk.

    Ik wil niet beweren dat immigranten het gemakkelijke hebben om 20-30 jaar opvoeding en acculturalisatie los te laten, maar of dat gemakkelijk is doet niet terzake. Aanpassing aan onze gedragsnormen is namelijk een vereiste voor een ongestoord verblijf alhier.

  • mw. R.A. Eijkelboom op 22 maart 2017 om 13:27 uur

    We eisen van de nieuwkomers, dat ze zich moeten aanpassen aan onze gedragsnormen, maar dan doemt de volgende vraag op, doen wij dat ook als we in het buitenland zijn? Dan blijkt het antwoord dus Nee te zijn!

    Nederlanders in het buitenland zoeken elkaar ook op, spreken onderling ook Nederlands, kijken via schotels naar Nederlandse zenders enz.

reageer op dit bericht

VOORWAARDEN: De reactie moet betrekking hebben op de inhoud van de tekst en iets wezenlijks toevoegen aan een eventuele discussie hierover. Reageer niet met lange en/of gekopieerde teksten. Gebruik geen kwetsende teksten, scheldwoorden of andere grove taal.

recent