Op de conferentie over islamofobie, die plaatsvond op vrijdag 18 oktober en die georganiseerd was door het EMCEMO en het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie, was geen enkele islamofoob aanwezig en dat was jammer. Ook was er geen enkele ‘hard core’ moslim aanwezig, doorgaans het object van aandacht van islamofoben, en ook dat was jammer. De zaal zat dus weer eens vol met de usual suspects waaronder de schrijver van dit verslag.

Door: Jan Jaap de Ruiter

Waar waren de islamofoben?
Met de afwezigheid van islamofoben werd de essentie van de problematiek getekend. Immers, mensen die islamofoob zijn, zijn per definitie bang van de islam en zullen zich wel drie maal bedenken eer ze in een ruimte gaan zitten met de door hen zo gevreesde moslims, of die nu fundamentalistisch zijn of niet. En zo was de communicatie op deze verder zo interessante dag eenzijdig en dat terwijl de belangrijkste boodschap van de andere aanwezige moslims was dat ze schreeuwden om aandacht. Ze hieven de handen ten hemel over de frustratie die ze ondervonden om met de andere partij, de islamofoben, in zee te gaan. Ze wilden niets liever dan laten zien dat de islam een religie is waar prima mee samen te leven valt in Nederland en de rest van de westerse wereld.

Maar daar hebben de islamofoben gewoon helemaal geen trek in. Ze zien de islam liever vandaag dan morgen vertrekken en alhoewel het discours van islamofoben soms wat mistig is, ‘we hebben niets tegen moslims maar alles tegen de islam’, voelt iedereen op zijn of haar al-of-niet moslimklompen aan dat die uitspraak alleen maar geïnterpreteerd kan worden als dat de islamofoben het liefst de van vlees en bloed moslims zien vertrekken.

Grassroot integratie
Was de dag daarmee een mislukking? Nee. Dat was deze niet. Want de aanwezigen zagen tegelijkertijd wel degelijk in dat de integratie van moslims ‘on the ground’ gewoon doorging. Dat individuele moslims in Nederland meer dan hun plek gevonden hebben, dat ze werken, naar school gaan, meedoen met politieke partijen, gezinnen stichten, kinderen opvoeden en ga zo maar door. De integratie van moslims in de samenleving is al veel verder gevorderd dan menig islamofoob zou wensen. Maar vrijwel alle moslims lopen te hoop tegen een muur van onwil die geïnspireerd wordt door een discours van afkeer en zelfs haat.

Een andere vaststelling was, en imam Yassine El Forkani, eerste man van het Contactorgaan Moslims en Overheid, nam in die discussie het voortouw, dat islamofobie ook en vooral een zaak van moslims was. Zonder aarzelen hekelde hij de interne verdeeldheid onder de moslims en de vaak meer dan ongelukkige uitwassen van een islam die handen schudden verbiedt, baarden laat groeien en mensen in hun eigen gesegregeerde hoek dringt. Hij propageert een getuigenisislam, ik noemde het eerder al een EO-islam, die moslims oproept deugdzame burgers te zijn, de wetten van dit land te respecteren en na te denken over de positie van vrouwen en homo’s.

Twee ontwikkelingen
Ik heb het al eens eerder betoogd. Er vinden twee ontwikkelingen plaats. Er is een uiterst negatieve beeldvorming gaande van de islam en moslims, die sterk bevorderd wordt door de PVV en haar adepten, en anderzijds is er de grassroot integratie die al veel verder gevorderd is dan de beeldvorming doet vermoeden.

Aanbevelingen
Het EMCEMO en het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie hebben een belangrijk initiatief genomen en het was niet alleen kommer en kwel. Integendeel. De bijdragen van de sprekers en de toehoorders leidden uiteindelijk tot aanbevelingen om de strijd tegen islamofobie concreter te maken. Fenna Ulichki, de begenadigde dagvoorzitster en GroenLinks gemeenteraadslid van de gemeente Amsterdam, wist alle voorstellen helder en klaar voor het voetlicht te brengen. Onderzoekster Ineke van der Valk sprak over de praktijk van de islamofobie, de aanslagen op moskeeën waar de pers zo weinig over schrijft en de noodzaak immer aangifte of melding te doen van discriminatie op grond van religie bij de politie. Dit initiatief werd ondersteund door Ties Prakken die in haar bijdrage ook het accent legde op de juridische mogelijkheden die het recht biedt om islamofobie te bestrijden. Roemer van Oordt van projectbureau Zasja presenteerde strategieën om islamofobie te bestrijden, waaronder de al eerder genoemde noodzaak immer aangifte te doen. Ten slotte pleitten zaal en panel, waar in de middag ook onderzoeker Martijn de Koning was aangeschoven, voor het oprichten van een Islamitisch Cultureel Centrum naar het model van het Institut du Monde Arabe in Parijs om mensen met het mooie en schone van de Arabische en islamitische culturen kennis te laten maken.

Gedeelde belangen
De belangrijkste opmerking van die dag werd echter wellicht door emeritus hoogleraar Frank Bovenkerk gemaakt. Een toenadering tussen moslims en niet-moslims gebeurt uiteindelijk alleen maar als beide partijen een gedeeld belang ervaren. Pas als niet-moslims het gevoel of de indruk hebben dat uitgestoken handen naar moslims noodzakelijk zijn voor een goed functionerende samenleving, zal er beweging komen. Aan moslims de voortdurende taak dat gevoel te bewerkstelligen door immer de dialoog op te zoeken en aan te gaan. Het is niet anders. Stilte tussen beide partijen zal alleen maar tot verwijdering leiden en het anti-islam-discours versterken. Er is nog een lange weg te gaan.

Jan Jaap de Ruiter is arabist aan Tilburg University. Voor meer informatie: www.janjaapderuiter.eu.

Nog geen reactie — begin het gesprek.