Nadat Martha Nussbaum, internationaal bekend filosofe en publiciste, voor de New York Times een artikel had geschreven over het boerkaverbod in een aantal Europese landen, kreeg ze daar zoveel reacties op die haar te denken gaven, dat dit de aanleiding vormde voor een breder onderzoek naar angst en intolerantie ten aanzien van religie.  

Door: Bert Altena

Ze verbaast zich over het gewijzigde klimaat in Amerika en Europa. Tot voor kort heerste aan beide zijden van de oceaan een vorm van westers verlichte religieuze verdraagzaamheid. In de nieuwe eeuw is dat omgeslagen in een politiek klimaat dat beheerst wordt door angst. Naast de Europese discussies over het boerkaverbod, wijst ze op het Zwitserse referendum waarbij de bouw van minaretten werd verboden, maar ook op de heftige debatten over het plan om een islamitisch centrum te bouwen in Manhattan, dichtbij Ground Zero. Uitgebreid analyseert ze de argumenten die in deze discussies worden aangehaald op hun houdbaarheid. Daarbij hanteert ze drie criteria, geïnspireerd zoals ze zelf schrijft door de moraalfilosofie in de geest van Socrates: 1) het politieke principe van gelijk respect voor burgers en hun religie; 2) een kritische denkhouding, met name ook ten aanzien van eigen opvattingen; en 3) een vermogen om vanuit het gezichtspunt van de ander te denken (p. 17). Dat laatste noemt ze het ‘innerlijk oog’, naar een uitdrukking van de Amerikaanse (zwarte) schrijver Ralph Ellison (p. 165 e.v.).

Het is een genot om Nussbaum op het pad van haar analyses te volgen. Ze dwingt je om na te denken en de overtuigingskracht van je argumenten te onderzoeken op inconsequenties. Dat begint er mee dat ze de genoemde discussies in perspectief plaatst. Het boerkaverbod is gericht op een verwaarloosbaar kleine groep vrouwen in de betreffende landen. Het minarettenverbod is ingevoerd in een land waar tot dan toe vier moskeeën met zo’n uitbouw zijn uitgerust. Achter deze (symbolische) maatregelen gaat blijkbaar een anti-islamitisch sentiment schuil dat vooral gevoed wordt door ongereflecteerde angst. Ook in Amerika zijn dergelijke sentimenten aan te wijzen. Toch zou daar wetgeving die het dragen van een boerka verbiedt ondenkbaar zijn. Daarvoor is het recht op vrije uitoefening van ieders godsdienst te belangrijk. Dit recht ligt aan de grondslag van de VS, die immers gesticht is door emigranten die vaak vanwege religieuze intolerantie uit Europa waren getrokken. In de Europese geschiedenis is het nationale denken overheersend geworden, gericht op eenheid wat betreft taal, cultuur en religie. In de VS speelt het besef te moeten samenleven met mensen van verschillende afkomst en verschillende religieuze voorkeuren, vanaf haar oprichting een belangrijke rol. Nussbaum benoemt dit als het verschil tussen homogeniteit en inclusie (pp. 28-34).

Angst kan in beide typen samenlevingen opspelen. Dat laten de recente discussies zien. Belangrijk omslagpunt is daarbij 9/11. Nussbaum noemt dit uiteraard een paar maal, vooral in de discussie rond de moskee bij Ground Zero. Maar hoe traumatisch ook, 9/11 mag geen rechtvaardiging zijn voor allerlei angstmaatregelen. Angst is weliswaar een natuurlijke menselijke reactie, maar Nussbaum benadrukt vooral dat angst uiteindelijk niet gebaseerd is op feiten maar op een bepaalde perceptie van de feiten. Daarbij staat de zorg om het zelf centraal. Vandaar dat angst een ‘narcistische emotie’ is die, als ze niet gecorrigeerd en aangevuld wordt, de neiging heeft het zelf in zichzelf op te sluiten en daarmee onze meest menselijke eigenschap, namelijk onze socialiteit, te ondermijnen:

"Dat wil niet zeggen dat angst niet waardevol is en het niet vaak bij het rechte eind kan hebben…maar het wereldbeeld van de angst is buitengewoon beperkt. Anders dan verdriet en medeleven heeft de angst nog niet aanvaard dat andere mensen helemaal echt zijn (…) Dat beperkte blikveld vormt een opvallend gemeenschappelijk element in alle gevallen van angst die we onder de loep hebben genomen. De Zwitserse kiezers werden aangemoedigd om zichzelf als bedreigd te zien en hun aandacht uitsluitend te richten op kwesties van persoonlijke identiteit en veiligheid met een beperkte reikwijdte, in plaats van dat ze aangemoedigd werden om hun aandacht wat meer te richten op iets buiten zichzelf, op de taak van het opbouwen van een samenleving die op gepaste wijze al haar leden onderdak zal bieden" (p. 74).

Nussbaum levert met haar helder geschreven boek een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijke en politieke debat hoe we met elkaar kunnen bouwen aan een samenleving waarin het verschil geen bron van angst maar van creativiteit en verbondenheid is.

Bert Altena is predikant in het Drentse Assen. Voor meer informatie: www.bertaltena.com.

Nog geen reactie — begin het gesprek.