Voor academici bestaat die ene waarheid niet. Er zijn meerdere waarheden. Ieder heeft zijn eigen waarheid. Deze opvatting irriteert menigeen. Zo valt er namelijk geen discussie te voeren. Al gauw kom je in een soort van verlate jaren ’70 uitwisseling van argumenten terecht: “Dat is jouw waarheid. Dit is de mijne.” En valt de discussie dood.

Door: Jan Jaap de Ruiter

Het is een lastig fenomeen. De definitie van die ene waarheid. Zelfs Henk en Ingrid hebben er last van. Het kan zo maar zijn dat Henk vindt dat Nederland vooral te lijden heeft onder de last van de buitenlanders, en Ingrid vindt dat alle problemen door Europa worden veroorzaakt. Henk vindt de Eurocrisis ook wel ernstig, maar als zzp’er die veel zaken doet met Duitsland, ziet hij ook de voordelen van de euro. Ingrid heeft minder moeite met buitenlanders want juf Fatima is heel aardig voor hun kleine Henkie in groep 4.

Dat de waarheid meerdere kanten kent, is dus iets wat academici doorhebben, maar de gewone mensen, als ik dat zo mag zeggen, ook. De kunst is elkaar te vinden in onze percepties van de waarheid en dat is geen gemakkelijk proces.

Politici houden niet van die veelkleurige definitie van de waarheid, al kan het zomaar zo zijn dat hun stemmers meningen erop na houden die afwijken van de partijlijn. Ik begrijp overigens wel dat politici zo stellig zijn. Doen ze dat niet, dan zijn ze als politici geen knip voor de neus waard.

Dit allemaal gezegd hebbende, verbaast het niet dat Geert Wilders in zijn Engelstalige boek Marked for Death. Islam’s War Against the West and Against Me het constant over de waarheid, in het Engels the truth, heeft. “Slechts gewapend met onze pennen, moeten we de hakbijlen en messen van de islam trotseren. Onophoudelijk moeten we ons uitspreken, in de zekerheid dat er niets machtiger dan de waarheid is (p. 5).” “We moeten ervan doordrongen zijn dat islam de waarheid niet is en dat we geen verplichtingen tegenover deze ideologie hebben (p. 126).” De waarheid van Wilders is die van de Westerse cultuur, die superieur is, die geen cultuurrelativisme zou mogen toestaan, die de Nieuwe Wereld indertijd tot culturele bloei bracht, die in Israel een voorpost heeft. Wilders is ongekend helder in zijn culturele standpunt. Het zwart-wit perspectief dat het boek De schijn-élite van de valse munters van PVV-partijideoloog Martin Bosma kenmerkte, is in Wilders’ boek zo mogelijk nog scherper. Daarbij valt op dat Wilders ook de verworvenheden van de Franse revolutie op de schroothoop van de geschiedenis gooit. Hij betoogt dat “ideocratische staten, zoals revolutionair Frankrijk, de Sovjet-Unie en Nazi Duitsland, hun vermeende vijanden doodden met guillotines, gulags en gaskamers (p. 32).” Toch stel ik vast dat we ons huidige democratische systeem, waarin ook Geert Wilders’ PVV functioneert, te danken hebben aan de Franse revolutie die immers een einde maakte aan de ideocratie van de Franse zonnekoningen en de er onder liggende theocratie van de Katholieke Kerk. Ideocratie en theocratie zijn beide concepten die Wilders veroordeelt.

De Franse revolutie wordt nog meer in het verdachtenbankje geplaatst aangezien Wilders redeneert dat de huidige islamisering van de wereld het gevolg van deze zelfde revolutie is. “De komst van de Franse revolutionairen (in Egypte in 1798, JJdR) revamped (ik vind het woord te mooi om het te vertalen) Islam op een cruciaal moment (p. 113)”. De gedachtegang is dat de islamitische wereld eeuwenlang, vanaf ongeveer de 14e eeuw AD, in lethargie verzonken was, maar door de – hernieuwde – kennismaking met het Westen, de troepen van Keizer Napoleon, kennis maakte met het westerse politieke en economische elan. De moslims zagen hoe de Franse revolutie leidde tot een hernieuwd westers bewustzijn en een daaruit volgende beheersing, in de 19e eeuw, van vrijwel de hele wereld. ‘Dat kunnen wij ook,’ dachten de moslims en geïnspireerd als ze waren door het vuur van de Franse revolutie werkten ze aan hun come back. Of in Wilders’ woorden: ‘Allah redde de islam door het uitbreken van de Franse revolutie” (p. 112). Islam kan niet zelfstandig bestaan. Islam heeft altijd anderen nodig om deze leeg te zuigen en als de voorraad op is, moeten er nieuwe voorraden gevonden worden. ‘Het was de Islam dat het Midden-Oosten, christelijk Noord Afrika en Constantinopel door agressieve veroveringsoorlogen bezette’ (p. 134), deze gebieden uitzoog en toen alles op was in lethargie verzonk. Maar door het hernieuwde contact met het Westen ontstonden er uiteindelijk nieuwe mogelijkheden door middel van het wapen van de olie en de massa-immigratie. Of in woorden van Wilders: ‘Blootsteling aan de islam is uiteindelijk fataal voor ons, maar voor de islam is contact met het Westen van levensbelang (p. 116)’.

Het is allemaal de schuld van de islam. Zo behandelt Wilders ook het fenomeen slavernij en stelt hij de tegenwoordige uitbuiting van Aziatisch personeel in het Midden-Oosten aan de kaak. Nu worden deze mensen zonder meer vaak als minder dan honden behandeld. Maar Wilders gaat ook in op de geschiedenis van de slavernij en dan ontkom je er niet aan te melden dat ook het Westen zich daar op uitgebreide schaal schuldig aan gemaakt heeft. Wilders ontkent dat ook niet, maar zijn redenering is dat ‘wij er allang mee gestopt waren zo tegen het einde van de vijftiende eeuw’ (p. 100/1), maar er weer aan begonnen na de herovering van het Spaanse schiereiland (de zogenaamde Reconquista) op de moslims en wij weer in aanraking kwamen met ‘dit ellendige instituut’ (p. 101). Zij zetten ons onschuldige handelaren ertoe aan. Overigens geen woord over de vrouwenhandel die thans in Azië en het Westen welig tiert.

Wat is nu de oplossing van dit ellendige islamprobleem? Het is even simpel als grotesk. Het komt erop neer dat ‘moslims de Islam moeten verslaan (p. 112)’. Er bestaat geen gematigde islam, islam is een agressieve ideologie die de wereld wil veroveren, er bestaan wel gematigde moslims, maar daar hebben we niets aan. Waar de islam heerst stagneert de samenleving. Wat moslims moeten doen is zelf de islam bestrijden, ze moeten de islam aan de kaak stellen. ‘Mensen die de gewelddadige intolerantie en vrouwonvriendelijke geboden van de islam verwerpen, mogen dan gematigd zijn, zij praktiseren evenwel geen “gematigde islam”- zij praktiseren geen enkele islam (p. 212)’. Het staat er echt: de oplossing van het islamprobleem is het afzweren van de islam door de moslims en zo de verdwijning van de islam. Dan blijft er geen islam meer over en kunnen we ons allemaal bekeren tot het superieure Westen of, weer in Wilders’ woorden: ‘Vergelijk je het Westen met welke andere cultuur dan ook die er vandaag de dag bestaat, dan wordt duidelijk dat wij de meest pluralistische, menselijke, democratische en menslievende cultuur op aarde zijn (p. 31).’

De oplossing van Wilders doet me denken aan die scene in de film Independence Day waar de Amerikaanse President communiceert met de buitenaardse wezen die onze planeet willen veroveren. De President vraagt wat de buitenaardse wezens willen. Het antwoord is onmiskenbaar duidelijk: “Sterven. We willen dat jullie sterven”. Daar valt vanzelfsprekend niet over te onderhandelen.

Het boek van Wilders is niet realistisch. Je zou het lachend ter zijde kunnen leggen. Ik zou dat echter niet doen. Immers, er zijn altijd mensen, ook al vormen ze een minderheid, en het kunnen zelfs westerlingen zijn, die zich geïnspireerd voelen door de inhoud van een boek, of dat nu de Bijbel, de Koran of Marked for Death is en overgaan tot geweld. In woorden van gelijke strekking is dit wat Wilders zelf beweert op zijn bladzijde 122. Zijn boek kan zomaar een inspiratiebron blijken te zijn voor zulke mensen zoals Hitler’s Mein Kampf dat indertijd voor de nationaal-socialisten was.

De waarheid maakt een mens vrij. Jezus beweerde dat, Mohammed beweerde dat en Wilders beweert dat nu ook (p. 5). Ik vind het rampzalig en ik denk dat uiteindelijk Henk en Ingrid dat ook vinden. Immers, het dagelijkse leven, niet vastgelegd in al of niet heilige boeken, bewijst keer op keer dat de waarheid zo verschrikkelijk veel kanten heeft. Een verstandig politicus staat voor zijn meningen, maar weet ook te relativeren. Wilders kan dat niet en doet dat niet. Ik ben geen verdediger van de islam, dat moeten de moslims zelf maar doen, maar de oplossingen die Wilders aandraagt, of ze nu waarheid zijn of niet, dragen niet bij aan de wereldvrede. Wilders neemt het vermeende discours van zijn tegenstander over en zo komen we in een situatie terecht waar niemand uiteindelijk mee gediend is. Integendeel. Ik roep moslims en PVV’ers op naar hun gemeenschappelijke waarheid of waarheden te zoeken. Een utopie? Je moet altijd blijven hopen. Aan hoop heb je namelijk meer dan aan de waarheid.

Voor meer informatie over dit boek: klik hier.

Jan Jaap de Ruiter is arabist aan de Universiteit van Tilburg. Voor meer informatie: www.janjaapderuiter.eu.

Nog geen reactie — begin het gesprek.