Op de omslag zien we een bewerkte afbeelding waarop Geert Wilders, Pim Fortuyn en Rita Verdonk tot hun knieën in het water staan. Als om de paniek in de polder uit te beelden. De dijken van het ons zo gekoesterde consensusmodel zijn doorgestoken, niet in het minst door toedoen van deze drie en nu staat het polderland door hun toedoen onder water.

Door: Bert Altena

Cultuurfilosoof Jos de Mul analyseert in een aantal artikelen, voor het merendeel bewerkingen van eerder verschenen opiniestukken voor Volkskrant en NRC Handelsblad, de paniek die zich in het afgelopen decennium meester heeft gemaakt van de Nederlandse politiek. Het poldermodel, internationaal nog zo geroemd in de jaren negentig, is verpulverd geraakt onder het geweld van het opkomend populisme.

Het is begonnen met Pim Fortuyn, die met zijn flamboyante optreden voor een nieuwe politieke stijl zorgde waar de gevestigde politici zich op stuk beten. Kennelijk appelleerde Fortuyn aan de tijdgeest. De Mul probeert na te gaan waar het succes van Fortuyn op gebaseerd is. Hij noemt verschillende verklaringen die daarvoor gegeven zijn (afkeer van politieke establishment; de relnicht die door het publiek wordt gekoesterd omdat hij eerlijk is – ik zeg wat ik denk –; hij sluit aan bij de trend naar individualisatie en naar vermenging van hogere en lagere cultuur). Zelf zoekt hij, op het spoor gezet door de filosoof Slavoj Zizek, een verklaring in de psychoanalytische hoek, waarbij de narcist Fortuyn voor de massa de belichaming van de oervader vormt. Volgens de mythe wordt de oervader vermoord – wat precies zo met Fortuyn gebeurde (pp. 42-50).

Ook als je deze verklaring wat speculatief vindt, dan nog is onomstotelijk dat Fortuyn, vooral nadat hij werd vermoord, het politieke landschap op zijn kop zette. De moord, twee jaar later op Theo van Gogh, en de anti-islamstemming die daarna in Nederland ontstond, hebben de paniek alleen nog maar groter gemaakt. Net als overal in Europa hebben nationalistische en populistische krachten de wind in de zeilen. Er maakt zich een brede scepsis tegen Europese eenwording zichtbaar. De lange tijd als vanzelfsprekend aangenomen boedelscheiding tussen kerk en staat, is opnieuw voorwerp van politiek debat.

De Mul probeert dit soort tendensen te duiden en er een ander geluid tegen aan te zetten. Hij laat zien dat het nationalisme, opgekomen in de negentiende eeuw, het onderscheid tussen staat en natie uitwist. De staat is een politieke term; natie doelt oorspronkelijk op iemands geboortestreek (p. 63). Wanneer die beide samenvallen, dan wordt het steeds moeilijker om met verschillende nationaliteiten in één staatsverband samen te leven. In het begin van de twintigste eeuw viel het Habsburgse rijk uiteen. Aan het einde van dezelfde eeuw gebeurde dat met de staat Joegoslavië. Het laat zien hoe gevaarlijk nationalisme kan worden. In het project van Europese eenwording gaat het om de erfenis van de Europese cultuur, die er altijd uit bestaan heeft om samen te leven met verschillende naties en in een veelheid van culturele tradities (p. 70), volgens De Mul.

In het verlengde daarvan ligt zijn pleidooi voor een verlichte polytiek (p. 115 e.v.), waarin de veelheid wordt gekoesterd, zowel op levensbeschouwelijk als op politiek vlak:
“De polytieke rechtsstaat bevordert op actieve wijze levensbeschouwelijke pluraliteit en diversiteit. Maar dat streven is niet alleen gericht op de bevordering van verscheidenheid tussen, maar ook binnen groepen en individuen. De noodzaak daartoe is gelegen in het feit dat globalisering, interculturalisering en de privatisering van religies en niet-religieuze levensbeschouwingen tot gevolg hebben dat uiteenlopende beginselen, idealen, waarden en normen steeds vaker met elkaar geconfronteerd worden. Omdat pluralisme en diversiteit onontbeerlijk zijn (…) dienen openheid, dialoog en ideeënconfrontatie (…) te worden gestimuleerd” (p. 122).
Met dit pleidooi staat De Mul haaks op de tijdgeest. Wat hem betreft wordt het nu zo gewraakte poldermodel weer in ere hersteld.

Hij onderbouwt dat door in zijn analyses aandacht te vragen voor het tragische besef. Het is een thema waarin hij goed thuis is. Met het tragische bedoelt hij een geestesgesteldheid die de erfenis is van de Romantiek en die zo typisch is voor de Europese cultuur bijvoorbeeld in vergelijking met die van de Verenigde Staten. Het tragische erkent dat er een grens is gesteld aan de menselijke mogelijkheden. Het leven is niet maakbaar, maar voor een groot deel iets wat je overkomt. Soms veroorzaak je onbedoeld en ongewild onheil (De Mul gaat in op de geschiedenis van Srebrenica). Niet dat dit tragische besef altijd aanwezig is geweest in de Europese politiek. Maar waar het ontbreekt, daar wordt de deur opengezet naar de gevaarlijke illusie van maakbaarheid en beheersbaarheid. Een gezonde dosis ironie kan ons behoeden voor fundamentalisme, zowel van religieuze als van seculiere snit (p. 149).

De thema’s die De Mul met dit boekje bestrijkt, reiken nog veel verder, tot en met de geschiedenis van het rijk van Kommagene (Turkije) en die van de Zeeuwse strijd tegen het water. Dat laatste valt een beetje uit de toon en had in een bundel met deze thematiek ook gemist kunnen worden. Datzelfde geldt wat mij betreft voor de ‘hartelijke afbeveling’ van De Mul’s Leidse collega Afshin Ellian, prominent op de voorkant vermeld. Zij blijken elkaars filosofische sparringpartner te zijn, maar hun onderlinge een-tweetje voegt eigenlijk niets toe. Het boek van De Mul is prima in staat op eigen benen te staan.

Boekgegevens
Auteur: Jos de Mul | Titel: Paniek in de Polder. Polytiek en populisme in Nederland | Uitgeverij: Klement, Zoetermeer | Verschenen: april 2011 | Aantal pag.: 203 | Prijs: €19,95 | ISBN: 9789086870738

Bert Altena is predikant in Assen. Voor meer informatie: http://www.bertaltena.com.

Nog geen reactie — begin het gesprek.