ferdinand

De aankondiging dat Herman Finkers de Oudejaarsconference zou gaan doen het afgelopen jaar deed mijn wenkbrauwen fronsen. Zou dit het genre zijn waaraan hij zich moest wagen? Het was de vraag die de cabaretier zichzelf ook stelde. Hij kon zich er op voorhand geen voorstelling van maken, dus begon hij er maar aan. Gelukkig maar. Op de drempel van 2016 hield hij de kijker een subtiele spiegel voor door de tijd stil te zetten en ons te laten kijken naar naakte schoonheid. En gaf ons lucht in een hijgerig bestaan.

Door: Ferdinand Borger

Het was een verademing naar een cabaretier te kijken die geen deel uitmaakt van de grachtengordel, maar ook niet de pretentie heeft er boven te staan. En ook erg fijn: het ontbreken van scheldkanonnades die op het podium heel normaal schijnen te zijn, maar in gemeentehuizen bij de demonstraties tegen de komst van AZC’s weer niet mogen. In de conference van Finkers kwam de tijd langzaam tot stilstand. De stapels kranten op het podium, de zichtbare invulling van de tijd, kon aan het eind van het jaar worden weggegooid in de shredder van Van Miltenburg.

In de langzaam stilvallende tijd verbaasde Finkers zich over het gebrek aan diepgang in het publieke debat en de discussies die daar tot grote hoogte oplopen. Het zijn voor hem onbegrepen stormen, gespeend vaak van enige kennis, opgejaagd door de sociale media, gespreksstof voor de grachtengordel. Fijntjes vertelt hij tussen neus en lippen door de oorsprong van de Sinterklaas-mythe, die in de Pietendiscussie nergens meer aan de orde komt. Het is symptomatisch voor onze tijd die hijgerig opinies najaagt, waarbij redelijkheid zonder diepgang de norm lijkt te worden. Die redelijkheid wantrouwt Finkers. Het denken en daarmee de redelijke overtuiging hebben bij Finkers nooit het laatste woord. Ook de rede moet kritisch worden getoetst. Op dit punt introduceert hij in zijn conference zijn eigen religieuze overtuiging, maar deze heeft evenmin het laatste woord. Hij fileert geraffineerd de katholieke kerk, die leerstellig homoseksualiteit als tegennatuurlijk blijft zien. En wijst het instituut erop dat de zogenaamde heilsfeiten nogal tegennatuurlijk zijn. Na drie dagen opstaan uit de dood is natuurlijk zeker! En over water lopen! Religie is daarmee bij Finkers niet een alternatief voor het moderne denken. Het is de kritische bron van het denken zelf. En die bron laat zich – paradoxaal genoeg – uiteindelijk niet denken. Op briljante wijze maakte hij dat aan het eind van zijn conference duidelijk, wanneer hij aankondigt naar een gedeelte met diepgang te gaan.

Probleem met diepgang is dat kijkers waarschijnlijk massaal gaan wegzappen, terwijl uit ervaring blijkt dat waarderingscijfers stijgen. Om dit weglopen te voorkomen vertelt Finkers dat er een naakte vrouw op het podium zal verschijnen. De zaal lacht – je weet nooit met hem – en hij begint te vertellen van de eerste Europeaan, Benedictus van Nursia, wiens gedachtegoed aan het begin van de Middeleeuwen even wijd verspreid was als de Boeddha’s in onze huiskamers nu. Dan komt de vrouw op die zich langzaam ontkleedt. Ze toont haar prachtige lichaam, terwijl Finkers aan de hand van Benedictus vertelt over de imperfectie van de mens. Het beeld en de tekst van de voorstelling lopen nu uit elkaar, een incongruentie die het handelsmerk van zijn cabaret is geworden. Er blijft altijd een overschot aan tegengestelde betekenissen die zich niet in een redelijk systeem laten vangen. Benedictus leert ons nu, volgens Finkers, dat de wereld niet volmaakt is. Aan een volmaakte wereld zou je als mens niets kunnen toevoegen, je zou het leven in een dergelijke wereld ook als zinloos ervaren. Het enige wat ons te doen staat is kwetsbaarheid, zachtheid en schoonheid na te streven. De vrouw neemt vervolgens Finkers ten dans, in een kleine subtiele choreografie. Schoonheid vraagt om overgave. Ondertussen bekritiseert hij het kalifaat dat van vrouwelijk schoon niet wil weten, de dominee die meent dat er in de hemel niet wordt gezongen en Allah die niet van muziek houdt. Religiekritiek gaat hier hand in hand met de vanzelfsprekende vrijheid van de kunstenaar om een lichaam in zijn naakte kwetsbaarheid te tonen. Het is niet de kerk of de moskee, maar het open podium van het theater waar religie zich als basis van het denken kan manifesteren. Finkers zelf is op dat podium het kwetsbare instrument. Van ongekende klasse.

Ferdinand Borger is theoloog en theater- en programmamaker. Voor meer informatie: www.ferdinandborger.nl.

Al 8 reacties — praat mee.