Blog

A- A A+

“Zeker weer zo’n Marokkaantje”

Ben ik lekker aan het werk, diep in m’n computerscherm gedoken, gaat ineens m’n telefoon. Het ding begint als een gek te trillen op m’n bureau. Rotherrie. Ik neem op. Begint een vrouwenstem in onvervalst plat Mokums met licht straat-Marokkaans accent tegen me aan te praten. Of ik me bij een collectief aansluiten wil. Ik denk: Nee he, zeker weer zo’n Marokkaantje! Dus ik zeg treiterend: “wat – spreek – jij – goed – Nederlands! Jij bent vast goed geïntegreerd of niet? Maar mag ik je meerdere even spreken?” Ondanks dat mevrouw niet op haar mondje is gevallen schakelt ze me uiteindelijk door. “Met Bram,” zegt de stem aan de andere kant van de lijn. “Dag Bram,” reageer ik, “ik was benieuwd, Bram, of dat meisje dat ik net sprak een hoofddoekje draagt.”

Door: Arjen Buitelaar

Ja, dat mag tegenwoordig. Aanpassen of opkrassen. De xenofobe klant wordt op zijn wenken bedient en binnenkort zijn er weer moslimvrije ruimtes waar geademd kan worden. Want het Europees Hof heeft geoordeeld dat werkgevers van werknemers mogen eisen dat ze geen hoofddoek dragen. Uiteraard met allerlei obstakels, maar in de praktijk zal het erop neerkomen dat het vooral werknemers betreft in het contact met klanten. Als een klant nou geholpen wil worden door iemand zonder hoofddoek en de werkgever komt aan die eis tegemoet, maar heeft er niets over opgenomen in zijn reglement: maakt hij zich dan schuldig aan discriminatie? En mag je als klant ook eisen dat je alléén door medewerkers mét hoofddoek geholpen wordt?

Ik lees het nieuwsbericht: “De uitspraak geldt niet alleen voor hoofddoeken, maar voor alle religieuze, filosofische en politieke symbolen.” Gelukkig maar! Hoewel ik me nu toch afvraag wat hier bedoeld wordt. Gaat dit erom dat neonazi’s die graag een hakenkruis dragen niet eenzijdig gediscrimineerd mogen worden? Het is dus maar de vraag is of het zo duidelijker wordt. Wanneer is iets een symbool bijvoorbeeld? En wie bepaalt dat? Wanneer is iets politiek en wanneer neutraal?

Ik vraag me dan af of een moslima, die kan verdedigen dat haar hoofddoek geen symbool is maar een kledingstuk, gedwongen kan worden zich ‘uit te kleden’. Of dat de hoofddoek van een moslima met make-up en rokje automatisch tot symbool gedoopt kan worden. Is het dan vervolgens een symbool van religieuze of culturele identiteit? Draagt een moslima die een hoofddoek op haar hoofd draagt en Dr. Martens aan haar voeten, religieuze of politieke symboliek uit? Is het dragen van een regenboogspeldje een ongewenst politiek statement? Mag iemand geen rode en witte veters meer in zijn schoenen?

Iedereen weet dat dit, ondanks de neutrale indekking, draait om de mogelijkheid moslims uit de publieke ruimte te verwijderen. Geëmancipeerd als we zijn voeren we die strijd over de rug van de vrouw, en bij voorkeur de vrouw met de zwakste positie in deze samenleving. Iedereen trekt aan haar en ze heeft maar te luisteren naar wat het beste voor haar is.

Arjen Buitelaar is religiewetenschapper en (mede-)oprichter van het Instituut voor Midden-Oosten Relaties en Studies. Hij is medeoprichter van Su-Shi, intra-religieuze dialoog.

Related Post

8 reacties

  • Annette Bekker op 16 maart 2017 om 01:05 uur

    Hallo Arjen Buitelaar,
    Ik had een heel verhaal getikt, maar u vraagt om een niet te lange reactie. Daarom heb ik het voor u ingekort.
    Ik maak me zorgen om religie en de vrijheden van mensen. En in het kader daarvan moet dit artikel bekritiseren.
    De beslissing die toestaat dat hoofddoeken geweerd kunnen worden valt op legitieme gronden te verdedigen. Dit besluit betekent niet dat een bepaalde bevolkingsgroep, met een bepaalde religieuze achtergrond op onrechtvaardige wijze worden gediscrimineerd. Ik baseer deze uitspraak op het korte fragment in deze video, de uitspraak van het hof (ik heb hier geen studie van gemaakt, en laat me graag verbeteren, maar ik ben tot dusverre overtuigd), zie:
    http://www.nu.nl/114627/video/onder-deze-voorwaarden-mag-hoofddoek-op-werkvloer-verboden-worden.html
    De rechtspreker zegt dat werknemers hoofddoeken mogen weren onder bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden houden in dat werknemers de eis kunnen stellen dat werkgevers geen hoofddoek dragen, als zij vinden dat dit bijdraagt aan het uitdragen van neutraliteit. De eis moet noodzakelijk en passend zijn, naar het oordeel van de rechter. Een rechter zal kijken naar het verzoek: lopen vitale zaken voor het bedrijf risico als dit verzoek niet wordt gehonoreerd, is het een redelijk verzoek of zijn alternatieven mogelijk? Het zal ontzettend moeilijk zijn om dit aan te tonen. De beste argumentatie zal zijn: het bedrijf staat voor liberaal-seculier gedachtengoed en wil dit ook uitdragen. Dit is van belang, omdat onze klanten zich in deze kring bevinden, of omdat wij hier waarden onder scharen die wij moeten vertalen binnen ons bedrijf op deze manier. Ingewikkeld, maar niet onmogelijk. U kunt deze toezegging misschien het beste begrijpen als het op gelijke voet zetten van het seculiere gedachtengoed met religieuze overtuigingen. Bedrijven die bijvoorbeeld gestoeld zijn op christelijke waarden kunnen met verwijzing hiernaar bepaalde verwachtingen uitspreken naar hun werkgevers toe, waar zij dan mee moeten instemmen en zich aan dienen te houden. Dit moet wel ‘redelijk’ zijn. Ik zou deze toezegging van het hof begrijpen als verduidelijking ten aanzien van het recht op vrijheid van religie en levensovertuiging in positieve zin. Bovendien komt deze toezegging overeen met de verschillende interpretaties met betrekking tot de beginselen scheiding van kerk en staat, neutraliteit van de overheid en de vrijheid van religie of levensbeschouwing.
    Kortom, ik meen dat dit artikel staat voor iets goed, maar dat het zich baseert op een dwaling die ik problematisch vind. Nogmaals, ik laat me graag verbeteren, dan hoef ik u niks kwalijk te nemen.
    Ik ben afgestudeerd BA religiewetenschapper aan de Radboud Universiteit en volg momenteel de master Religie en Beleid.
    Annette Bekker (24)

  • M. El Khadraoui op 16 maart 2017 om 09:42 uur

    Annette Bakker,

    Heel leuk beschreven allemaal. Maar ik begrijp nog steeds niet waarom bedrijven mogen uitwijken of rekening mogen houden met (potentiële) klanten die niet van een hoofddoekje houden oftwel anti-Islam/islamofoob zijn. We weten allemaal dat moslims het hardst getroffen zijn met deze uitspraak of zelfs de focus vooral op deze groep ligt. Ik denk dat bedrijven juist een maatschappelijke verantwoordelijkheden hebben en een rol kunnen vervullen in een democratische rechtstaat bij het waarborgen van rechten en plichten die hieruit voortvloeien. Feit blijft namelijk dat aan deze rechtstaat regels verbonden zijn die we allemaal moeten accepteren en respecteren. Je kunt wel zeggen dat aan deze uitspraak voorwaarden zijn verbonden, maar in de praktijk zal het heel moeilijk zijn voor de benadeelden hun gelijk te halen. Hoe kan iemand bewijzen dat het desbetreffende bedrijf zich niet houdt aan de voorwaarden. Bedrijven zullen en hoeven hier helemaal niet aan mee te werken en zullen er alles voor doen om het tegendeel te bewijzen. Uiteindelijk trekt de burger aan het kortste eind.

    Vind het trouwens heel opmerkelijk dat dezelfde groep waarvan altijd wordt geroepen dat deze bescherming nodig heeft tegen onderdrukking van de Islam, maar nu juist het hardst getroffen wordt wanneer zij juist onafhankelijk wil zijn en tegelijkertijd haar identiteit wil behouden. Was te verwachten..

  • Arjen Buitelaar op 16 maart 2017 om 13:03 uur

    Hallo Annette Bekker,

    Dankjewel voor de serieuze en duidelijke reactie. De uitspraak van het hof stelt (overgenomen uit je link): ‘… tot gevolg heeft, dat de personen die een bepaalde godsdienst aanhangen of een bepaalde overtuiging hebben, bijzonder worden benadeeld. Tenzij die verplichting objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel, zoals het nastreven door de werkgever in de relaties met zijn klanten van een beleid van politieke, filosofische en religieuze neutraliteit, en de middelen om dat doel te bereiken, passend en noodzakelijk zijn, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.’

    Het is precies deze stelling—dat een bedrijf in het belang van de relatie met zijn klanten geveinsde neutraliteit aan zijn werknemers mag opleggen, en dat dit gekenmerkt wordt als passende en noodzakelijke middelen om die relatie te verbeteren of behouden—die zo kwalijk is en de gelegenheid schept te discrimineren als er maar genoeg protesterende klanten zijn. Niet democratische waarden en de bescherming van het individu wordt zo leidend, maar economische belangen. In je tekst benoem je dat de eis wel ‘redelijk’ moet zijn, maar wie bepaalt wat redelijk is? Is het bijvoorbeeld redelijk als een uitbater van een eetgelegenheid eist dat zijn werkneemster haar hoofddoek afdoet omdat één klant daar moeilijk over doet? Daar zal je het vast niet mee eens zijn. Maar is het dan wel redelijk als zijn klandizie significant terugloopt en daardoor zijn omzet daalt als gevolg van het aannemen van een werkneemster die een hoofddoek draagt? Volgens bovenstaande uitspraak lijkt het daar wel op. Wat nu als een eetgelegenheid een aparte ruimte maakt waar mensen kunnen zitten die niet door werknemers met hoofddoek bedient willen worden? Is dat een redelijke oplossing? De werkneemster met hoofddoek kan aanblijven en het niet zeurende publiek bedienen, en de aan hoofddoeken aanstoot nemende mensen kunnen tevens bediend worden zodat de uitbater geen klanten hoeft te verliezen. Het gegeven dat de mogelijkheid geschept wordt binnen een verdraagzaam democratisch stelsel veroorzaakt dat de samenleving steeds onverdraagzamer zal worden, simpelweg omdat het wordt gefaciliteerd. Het is bekend dat sommige call-centermedewerkers met een niet gangbaar Nederlandse naam zichzelf aan de telefoon maar Marco of Femke noemen omdat ze dan meer succes boeken dan als Mohammed of Fatima. Een dergelijke uitspraak zorgt ervoor dat deze groep mensen zich niet kunnen emanciperen, of überhaupt als volwaardig lid van de samenleving gezien zullen worden, maar dat hun eigenheid steeds verder van de samenleving afgezonderd raakt.

    Ook zie ik niet hoe deze maatregel seculier gedachtegoed op gelijke voet met religieuze overtuigingen zet. Je geeft het voorbeeld van bedrijven die gestoeld zijn op christelijke waarden een verwachting naar hun werknemers kunnen uitspreken. Ook hier, wie bepaalt wat ‘redelijk’ is? Op (sommige) gereformeerd vrijgemaakte scholen eist de werkgever bijvoorbeeld dat zijn werknemers elke zondag minstens één kerkdienst in de kerk van hetzelfde kerkgenootschap zitten. Is dat een redelijk eis? Dit vindt toch buiten werktijd plaats. Ook laten deze scholen pas sinds enkele jaren homoseksuele werknemers toe, met de eis dat die dit niet openbaar zullen maken. Is dat een redelijke eis? Nee, een dergelijke eis gaat rechtstreeks in tegen de grondbeginselen van de democratische rechtstaat. Toch voldoet het aan de uitspraak van het hof, want het is niet in het belang van het ‘bedrijf’ bijzonder onderwijs als het zijn eigenheid verliest. De vrijgemaakte kerk is naast de ‘zwarte kousenkerk’ zo’n beetje de laatst overgebleven zuil in de ontzuilde samenleving, vandaar, als zijnoot, dat je ziet dat de aan deze kerkgenootschappen verwante politieke partijen vrij stabiel blijven. Zou het een redelijke eis zijn als een ‘christelijke boekhandel’ zich beroept op het niet dragen van een hoofddoek? Of zou het redelijk zijn als een dönerkebabzaak van zijn medewerkers eist dat ze juist wél een hoofddoek dragen?

    Ik vraag me af hoe jij secularisme interpreteert, want ik denk dat we daarin van mening verschillen. Met name het Nederlands secularisme. Zoals ik je laatste zinnen interpreteer meen ik dat in jouw optiek de nadruk bij secularisme ligt op laïcisme. Die opvatting zou ik ten vurigste willen bestrijden. De oorspronkelijke vorm van Nederlands secularisme staat scheiding van kerk en staat voor om de eigenheid van geloven te beschermen tegen de staat en niet andersom. De neutraliteit van de overheid waarborgt dus voornamelijk dat de overheid zich niet bemoeit met religie, daarentegen is het prima mogelijk een politieke partij te hebben op religieuze grondslag die zich wél bemoeit met de overheid.

    Hartelijke groet,

    Arjen Buitelaar

  • arby op 20 maart 2017 om 12:55 uur

    Zo ben ik, vers uit de moskee en nog gekleed in lang gewaad, ooit geweigerd voor een kopje koffie op een Amsterdams terras. Mijn voorkomen was te opzichtig, of “culturally insensitive” zoals de serveerster het noemde. Eerst glimlachte ik alleen en wilde ik doorlopen, maar toen viel mijn blik op een eveneens bebaarde man die daar in een bloemetjesjurk zat en het gesprek ook hoorde. Daarvan schoten we beiden hardop in de lach. Zijn aanbod voor koffie bij hem aan tafel heb ik toch maar afgewezen, maar ik denk dat het rode hoofd van de serveerster betekende, dat ze inmiddels wel begreep, dat ze alleen stond in haar logica.

  • Renee op 20 maart 2017 om 19:12 uur

    Mijn eerste reactie toen ik het bericht over deze uitspraak las was: “En wat volgt? Dit is gereguleerde discriminatie, niet alleen van moslima’s, maar ook van mij”. Ik ben geen moslima, maar dat maakt niet uit. In het bedrijf waar zij niet mag werken, mag ik ook geen kruisje dragen. Tenzij een bepaling als deze slechts wordt gebruikt om een moslima met hoofddoek buiten de deur te houden. En wat moet ik doen, wanneer ik in zo’n bedrijf werk als zeer gewaardeerde collega, maar merk dat zoiets opeens in het reglement is beland? Moet ik mijn kruisje dan maar gaan verstoppen? Dat is niet wat mijn geloof van mij verwacht. Ik moet voor mijn geloof uit kunnen komen, hoe moeilijk dat ook voor mij is. Bovendien wordt van mij verwacht dat ik die ander, met of zonder hoofddoek, in de allereerste plaats als mens zie. Dat betekent, dat ik niet alleen voor mijn eigen recht zal moeten opkomen, maar ook voor het recht van die ander. Daardoor kan ik zomaar opeens voor radicale keuzes komen te staan in een maatschappij die steeds vaker vol onbegrip is tegenover religie en die een staatsreligie van vals liberalisme en neutraliteit aanhangt. Jonge mensen zijn nog volop op zoek naar hun eigen identiteit. Wel of niet geloven hoort daar bij. Ook het dragen van tekenen van geloof maakt daar deel van uit. En het kan zomaar zo zijn, dat dit blijvend wordt. Dan kan het dragen van een hoofddoek juist een teken zijn van een sterke stabiele identiteit, die het niet langer nodig heeft zijn eigen bestaansrecht te bevechten. Zelfs niet voor een Europees hof, dat iets op een manier wil regelen, die wederzijdse radicalisering in de hand werkt. Misschien is het een druppel op een gloeiende plaat, maar laten we met elkaar afspreken dat we bedrijven met dergelijke voorschriften in een reglement voortaan mijden. We verdienen beter met elkaar.

  • Joop Romeijn op 21 maart 2017 om 14:03 uur

    Drie vragen, Renee.
    Je zegt: “Ik moet voor mijn geloof uit kunnen komen”. Dat begrijp ik, d.w.z. ik MOET het niet maar het moet wel kunnen. Maar dat betekent toch niet dat het permanent zichtbaar moet zijn? Dat komt nogal exhibitionistisch op me over, of komt dat omdat ik een man ben zonder enig uiterlijk vertoon?

    Verder zeg je: “… die een staatsreligie van vals liberalisme en neutraliteit aanhangt”. Dat klinkt nogal onaardig ten opzichte van die ‘religie’. Wat bedoel je daar mee?

    Tenslotte stel je voor “maar laten we met elkaar afspreken dat we bedrijven met dergelijke voorschriften in een reglement voortaan mijden”
    Hoe bedoel je: als werknemer of als klant? Een kopersstaking dus?

  • Renee op 21 maart 2017 om 20:56 uur

    Beste Joop,

    Ik vind het een interessante gedachte dat je uitingen van identiteit als een vorm van exhibitionisme ziet en jezelf neerzet als een man zonder uiterlijk vertoon. Ik weet niet hoe iemand zonder uiterlijk vertoon er uit ziet. Maar ik neem aan dat het deel uitmaakt van jouw identiteit en dat je je er goed bij voelt. Ik zal me er dus niet aan storen. Net zo min als dat ik mij stoor aan andere uitingen van identiteit om mij heen. En dat zijn er erg veel, want we krijgen op allerlei manieren aangereikt dat het belangrijk is een eigen identiteit te hebben en we dragen die identiteit allemaal op de een of andere manier uit, zelfs als we denken dat we dit niet doen. Als je dan eerlijk bent tegenover jezelf en anderen, dan moet je jezelf toch eens achter de oren gaan krabben wanneer je het woord ‘exhibitionisme’ gebruikt voor uitingen van religieuze identiteit.
    Ben ik onaardig als ik spreek over een staatsreligie van vals liberalisme en neutraliteit? Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen, dat onze Nederlandse staat of zelfs Europa ons zou kunnen opleggen wat we wel of niet mogen geloven en op welke manier wij daar op een vreedzame manier uiting aan geven. In directe zin doet deze uitspraak van het Europees gerechtshof dit niet. Het gerechtshof is echter in zijn uitspraak verder gegaan dan noodzakelijk. Het heeft naar bedrijven een handreiking gedaan om via bepalingen in bedrijfsreglementen fundamentele rechten van werknemers en sollicitanten in te perken. Dat getuigt in de wereld van vandaag van een naïef geloof dat dit geen gevolgen zal hebben voor onze onderlinge verdraagzaamheid. Dat is voor mij religie op zijn slechtst.
    Een kopersstaking? Dat was niet mijn gedachte. Ik denk wel dat we zowel als werknemers, werkgevers en klanten waakzaam mogen zijn, wanneer er binnen onze bedrijven tendensen de kop opsteken tot gereguleerde uitsluiting, zelfs als het Europees gerechtshof dit lijkt toe te staan. Hoe ver ieder van ons in die waakzaamheid gaat, dat is eigen verantwoordelijkheid. Maar bedrijfsreglementen kunnen op een bepaald moment zomaar erg ver gaan in het inperken van de rechten op het tonen van de eigen identiteit. Zelfs van het recht om iemand zonder uiterlijk vertoon te zijn.

    Met vriendelijke groeten,

    Renee

  • Joop Romeijn op 22 maart 2017 om 11:09 uur

    Beste Renee

    Je hebt de perfecte vraag geformuleerd:
    “Ik weet niet hoe iemand zonder uiterlijk vertoon er uit ziet. ”
    Identiteit zit voor mij van binnen.

    En jammer dat je niet de mogelijkheid van een kopersstaking overweegt, want bedrijven die uitsluiten terwille van vermeend klantenbelang kan je vooral via deze actie pakken. Aan ‘waakzaamheid’ hebben we niets. Daarom heb ik moslima’s opgeroepen zich te organiseren in een soort vakbond en solidair te zijn met elkaar in acties richting foute bedrijven.

reageer op dit bericht

VOORWAARDEN: De reactie moet betrekking hebben op de inhoud van de tekst en iets wezenlijks toevoegen aan een eventuele discussie hierover. Reageer niet met lange en/of gekopieerde teksten. Gebruik geen kwetsende teksten, scheldwoorden of andere grove taal.

recent