Vaak begint het daar. Opeens doorvoel je iets. Wat je misschien allang wist komt intens binnen, zodra je gevoel zich eraan verbindt. Er blijken andere werkelijkheden te zijn dan die van jou, de wereld is groter dan je dacht. Als dat besef doordringt maak je een stap van op zichzelf gericht wezen naar aardbewoner. Je voelt je meer verbonden met andere levende wezens.

Er verandert iets aan de manier waarop je in het leven staat, aan je levenshouding. Een groeiend gevoel van verbondenheid en verantwoordelijkheid uit zich ook in je manier van leven. Allerlei dingen die je soms al heel lang deed, blijken anders te kunnen. En gek genoeg voelt dat lang niet altijd als het brengen van een offer, maar juist als een bron van vreugde.

Doorvoelen ligt aan de basis van beter willen omgaan met de Aarde en met alle levende wezens waarmee we samen de Aarde bewonen. We zouden beter kunnen voelen en begrijpen wat het betekent aardbewoner te zijn. Doorvoelen raakt zo aan het religieus gevoel deel uit te maken van iets dat onszelf overstijgt. Daar komt nog iets bij, namelijk beter voelen en begrijpen wat er in onszelf gebeurt als we in beweging komen wanneer we ergens door getroffen worden. Dan raakt doorvoelen aan de kern van het humanisme, dat het aan de mens is om concreet bij te dragen aan een betere wereld. Wanneer religieus gevoel zich verbindt met humanisme, tekent zich een religieus humanistische levenshouding af. Centraal daarin staat een verandering van mentaliteit die ertoe leidt dat we beter zorgen voor de Aarde en voor elkaar. Dat religieus humanisme begint bij verwondering.

Liefdevolle levenshouding

Wij allemaal – alle levensvormen op Aarde – leven in elkaars kosmische achtertuin. Een tuin vol ongekende schoonheid en onvoorstelbare verschrikking. Een schitterend en tegelijkertijd onthutsend besef. Dan dringt de vraag zich sterk aan ons op: Hoe kunnen wij deze wonderbaarlijke Aarde aandachtig, toegewijd en zorgzaam bewonen? Is dat niet dé vraag van de eenentwintigste eeuw?

Dit is een vraag die niet bij iedereen even sterk leeft. Maar hoe dan ook, we verhouden ons altijd tot de werkelijkheden waarin we leven. Zelfs als iemand zich losmaakt van de wereld om hem heen en stelt dat het met alle problemen wel goed komt omdat ‘men’ er wel een oplossing voor zal bedenken. Ook kan iemand leven vanuit de overtuiging dat het goede en het geluk alleen in zichzelf is te vinden. De filosofe Marjan Slob noemt dergelijke levenshoudingen zelfgenoegzaam, omdat je de wereld ziet als een soort schouwtoneel waar je zelf buiten staat. Je bevraagt die realiteit niet, je onderzoekt niet wat er zou moeten veranderen. Laat staan dat je je afvraagt hoe je zelf deel kan zijn van die verandering.

Iets dergelijks gebeurt volgens Slob ook bij zelfhaat uit schuldgevoel. Je denkt: Wat zijn wij voor een destructieve diersoort? Wat richten wij aan op deze mooie Aarde? Zou het niet beter zijn als er geen mensen waren? Ook met die levenshouding zet je jezelf als  het ware buiten de wereld.

Zowel zelfgenoegzaamheid als zelfhaat gaan volgens Slob daarom een verkeerde houding aan met werkelijkheden die we aantreffen. Ze citeert John Berger die zegt dat om goed te leven we werkelijkheid lief moeten hebben. Dat zou wel eens een belangrijk uitgangspunt kunnen zijn.

Kan liefde een rol spelen om ons tot een andere verhouding tot de wereld en tot elkaar te brengen? Sommige mensen zullen dit misschien een vreemd idee vinden, omdat ze liefde associëren met iets wat romantisch is of zweverig en in ieder geval met iets wat louter tot de wereld van het menselijk gevoel behoort. Maar als je ziet dat elk levend wezen is toegerust om op een bepaalde manier met zijn omgeving om te gaan, waarom zou iets wat wij in onszelf tegenkomen dan geen rol kunnen spelen? Waarom zouden we iets dat onze manier van leven positief zou kunnen (gaan) beïnvloeden dan geen kans geven?

doorvoelendeaardbewoners_w550

Datgene waar je van houdt roept bijzondere gevoelens bij je op waardoor je het op een andere manier ervaart en waarneemt dan wanneer je die liefde niet ervaart. Denk aan het verschil tussen je gevoelens voor de blaffende hond van de achterburen en voor jouw eigen trouwe viervoeter, het verschil tussen het knuffelratje van je dochter en een proefdier in een laboratorium. Zulke affectieve relaties zijn vaak wederkerig, het ratje is misschien wel bang voor alle mensen behalve voor dit ene kind.

Een pleidooi voor een liefdevolle houding betekent dat we inzetten op het laten groeien en beschermen van die affectieve relaties met de leefwereld. De filosoof Feuerbach heeft ooit geschreven dat iets alleen echt gekend kan worden als ervan gehouden wordt. In een wereld waarin kennis vaak wordt opgevat als ‘weet hebben van informatie’ of ‘op de hoogte zijn van data’ is dit een totaal ander geluid. En het is ook een andere manier van denken over liefde. Liefde is geen ‘vaag gevoel’, geen roze stemming maar een intense betrokkenheid.

Invoelen en doorvoelen

Ons bestaan als aardbewoners is verstrengeld, verknoopt, we doordringen elkaar, we maken deel uit van elkaars bestaan – er is (om een term van de dichter Coleridge te gebruiken) wederzijdse interpenetratie. Voor het besef daarvan zijn woorden gebruikt als empathie, sympathie, compassie, invoelen, eenvoelen en meevoelen. Dit zijn stuk voor stuk aanduidingen van gevoelens die zich moeilijk laten verenigen met een mensbeeld van in zichzelf gekeerde, zelfgenoegzame afzonderlijke individuen.

Wij als auteurs spreken over doorvoelen om aan te geven dat in het besef van verstrengeling en verbondenheid twee belangrijke aspecten bij elkaar komen: kennen en voelen. Doorvoelen gaat verder dan invoelen, het voegt er een dimensie van doorzien en doordenken aan toe. Inzichten uit biologisch onderzoek van de afgelopen decennia over de bijzondere manieren waarop dieren waarnemen en communiceren vergroten niet alleen onze kennis over hun werkelijkheid, maar ook onze betrokkenheid bij hun leefwereld. Doorvoelen opent de weg naar andere werkelijkheden.

Op de site van uitgeverij Damon staat de inhoudsopgave en hoofdstuk 1 van Doorvoelende aardbewoners als inkijkexemplaar. Auteurs van het boek zijn Stephan Huijboom, Hein van Dongen en George Gelauff.

stephan

Stephan Huijboom

Filosoof

Stephan Huijboom is filosoof en opiniemaker bij het Apostolisch Genootschap.
Profiel-pagina
hein van dongen

Hein van Dongen

Hein van Dongen is filosoof en opiniemaker bij het Apostolisch Genootschap.
Profiel-pagina
George-Gelauff1

George Gelauff

Opiniemaker en vrijwilliger

George Gelauff is opiniemaker bij het Apostolisch Genootschap. Als maatschappelijk betrokken onderzoeker denkt hij vanuit zijn …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.