De begrippen ‘vaderland’ of ‘nationalistisch’ hebben in de geschiedenis van deze kerk een heel andere invulling gekregen dan je vanuit Europees perspectief zou denken. Zo is met het ‘vaderland’ in de wapenspreuk in eerste instantie het volk en dan ook vooral het arme volk bedoeld en betekent ‘nationalistisch’ in het spraakgebruik van de IFI: je inzetten voor de vrijheid, de waardigheid en de rechten van het Filipijnse volk tegen onderdrukking en uitbuiting in.

De bijzondere combinatie die de IFI bepaalt, heeft zijn oorsprong in de Filipijnse onafhankelijkheidsstrijd zoals die aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw gevoerd werd. Dit gebeurde in twee fasen: eerst als de Filippijns-Spaanse oorlog (1896-1898) waarin de Filipijnse revolutionairen eigenlijk succesvol waren. Echter, in de context van de Spaans-Amerikaanse oorlog die Spanje ook verloor, gingen de Filipijnen van Spaans koloniaal eigendom over in Amerikaanse handen (Verdrag van Parijs, 1898). Dit leidde tot de Filipijns-Amerikaanse oorlog (1899-1902) waarin de Amerikanen aan het langste eind trokken.

In die oorlog speelde religie een belangrijke rol want de revolutionairen zagen voor een vrij land ook een vrije kerk voor zich. Spaans kolonialisme leidde namelijk zowel tot het kerstenen van de bevolking als ook tot een nauwe verstrengeling van kerkelijke en wereldlijke belangen. Religieuze ordes behoorden tot de allergrootste koloniale grootgrondbezitters.

Geen wonder dat vrijheidsstrijders naast een vrije staat en een vrij volk ook een vrije kerk wilden. Het verliezen van de Filipijnse-Amerikaanse oorlog gooide op dit punt alleen roet in het eten: het volk werd niet vrij, een vrije staat kwam er ook niet en de rol van de koloniale kerk bleef groot.

In deze context gebeurde er iets bijzonders. Op een vergadering van vakbonden in de hoofdstad Manila werd op 3 augustus 1902 een nieuwe kerk uitgeroepen: de Iglesia Filipina Independiente. Dit is op zich al uniek: hoeveel kerken zijn er door linkse, zelfs anarchistische georiënteerde vakbonden geïnitieerd? Spannender wordt het nog wanneer je ziet wie ze uitnodigden om de leiding van deze nieuw kerk op zich te nemen. Dit was de Filipijnse priester Gregorio Aglipay (1860-1940) die tijdens de revolutie eerst actief was geweest in het opzetten van kerkelijk leven in bevrijd gebied en vervolgens zelf de wapens opgenomen had en als guerrillero aanvoerder een behoorlijke reputatie opgebouwd had.

Hier komen dingen op een aparte manier samen: een overduidelijk linksgeoriënteerde beweging roept een onafhankelijke kerk uit en nodigt een vrijheidsstrijder uit om hier de leiding van op zich te nemen. Het geheel lijkt een experiment en wil dat ook zijn. De nieuw uitgeroepen kerk begint allerlei dingen uit te proberen: democratische structuren in de kerk, bijvoorbeeld, en een gemeenschap van goederen, maar ook het vieren van verlossing als de bevrijding van Gods volk – ook de vorm van het volk van de Filippijnen.

De vlag die we eerder noemden als een onderdeel van de liturgie van de Iglesia Filipina Independiente is van dit laatste een voorbeeld – en, om het nog erger te maken, het spelen van het Filipijnse volkslied op het allerheiligste moment van de liturgie (zeker in zijn vroeg twintigste-eeuwse beleving), de consecratie van het Lichaam en Bloed van Christus, gebeurt ook en past hier ook in. Maar wat houdt het in?

Drie dingen: op basis van Amerikaanse wetgeving kort na de kolonisatie van de Filippijnen waren de vlag en het volkslied in het publieke domein verboden. Echter, de Amerikanen brachten ook scheiding van kerk en staat met zich mee waardoor er in de liturgie wel plaats bleef voor dit soort uitingen van een verlangen naar vrijheid. Het andere is dat het spelen van het volkslied op deze plek oudere papieren had dan je zou denken. Er zijn bronnen die aangeven dat op deze plek het Spaanse volkslied gespeeld werd – en als je dat weet, wordt het spelen van het Filipijnse volkslied heel wat betekenisvoller. Tenslotte en het meest fundamenteel gaat het steeds hierom: verlossing is bevrijding, dus ook bevrijding uit koloniale verhoudingen (dus past een vlag en een volkslied in de liturgie), uit nepotisme en vriendjespolitiek van een kleine clique zoals die op de Filippijnen bestond en bestaat (dus kiest een kerk voor democratische structuren), en uit economisch onrecht (en dus probeert een kerk gemeenschap van goederen uit) en dat alles in een herkenbaar katholiek en sacramenteel kader want de kerk is en blijft de katholieke kerk van het land (ook wanneer er ook nog een grote Rooms-Katholieke Kerk is natuurlijk).

Maatschappelijk getuigenis – en een hoge prijs

Wat er allemaal samenkomt in de vroege Iglesia FIlipina Independiente is een spannende mix en lang niet alles loopt zoals men het zich voorgesteld had. Ook bewandelt de kerk soms doodlopende paden, maar dat kan hier niet het thema zijn, bovenstaande historische opmerkingen dienden vooral om het theologische profiel van deze kerk te verklaren.

In de loop van de twintigste eeuw echter, raakt de kerk steeds meer betrokken bij de oecumenische beweging, waardoor het in 1965 ook komt tot het vaststellen van volledige kerkelijke gemeenschap met de Oud-Katholieke Kerken, nadat dat eerder al gebeurd was met de kerken van de Anglicaanse Gemeenschap. Hierbij is het ook zoeken naar hoe het ‘revolutionaire profiel’ van de eerste jaren, onder het leiderschap van Gregorio Aglipay, volgehouden kan worden in nieuwe contexten.

Dit zoeken krijgt een bijzondere impuls tijdens het dictatorship van Ferdinand Marcos in de jaren zestig, zeventig en tachtig. Maatschappelijke protesten zijn voor de IFI een soort katalysator om zich ook in deze nieuwe context kritisch en gericht op verlossing als bevrijding in te brengen. Deze houding bleef ook onder Marcos’ opvolgers bestaan.

De kerk betaalt hier soms een hoge prijs voor, zo worden leden, ook geestelijken regelmatig lastiggevallen, met geweld of de dood bedreigd, gevangengezet of, inderdaad, vermoord. Dit overkwam in 2006 de voormalige leidende bisschop van deze kerk, Alberto Ramento, die met messteken om het leven gebracht werd, terwijl eerder een priester, William Tadena, neergeschoten werd (2005). In 2022 werd een aan de kerk verbonden activist, Aldeem Yañez, gearresteerd – en op Palmzondag 2025, nog in de gevangenis, tot diaken gewijd door zijn kerk die zo haar blijvende steun aan hem en waar hij voor staat tot uitdrukking bracht.

Met de gevangenname en diakenwijding van Aldeem Yañez, zijn we ook in het heden aangekomen. Want hoe is het instaan voor verlossing als bevrijding van het volk anno nu te merken in de IFI? Gesprekken die we afgelopen november met verschillende mensen konden voeren tijdens een bezoek van een oud-katholieke delegatie, geleid door aartsbisschop Bernd Wallet, geven een goede indruk.

Vrouwen voorop

Vanaf het ontstaan van de IFI heeft deze kerk zich ingezet voor vrouwenemancipatie. De kerk kent een actieve vrouwenorganisatie (WOPIC) wiens impact niet onderschat moet worden. Dat deze organisatie ook bijdraagt aan de verdere emancipatie van vrouwen binnen de kerk, blijkt wanneer we Glorry interviewen, een derdejaars seminarist op het Aglipay Central Theological Seminary (ACTS). Ze is afkomstig uit een bescheiden boerengezin met zes kinderen. Haar moeder is actief bij WOPIC en nam haar van jongs af aan mee naar de kerk.

IFI Glorry4
De ambitieuze Glorry droomt ervan om misschien ooit tot bisschop gewijd te worden

Na haar middelbare school is ze gaan studeren bij het seminarie en inmiddels droomt de ambitieuze Glorry ervan om misschien ooit tot bisschop gewijd te worden. Wanneer we haar vragen want ze dan aan haar bisdom mee zou willen geven, antwoord ze: ‘Ik zou graag vrouwelijke seminaristen willen inspireren en laten weten dat je als vrouw óók priester kan worden. Vrouwen kunnen alles doen wat mannen ook kunnen, wij kunnen ook de Heer dienen. Want de Heer onze God doet niet aan genderdiscriminatie.’

Maria als inspiratie voor emancipatie

Op hetzelfde seminarie werkt dr. Mariefe Revollido, die afgelopen jaar promoveerde op een feministisch, historisch en theologisch onderzoek naar een Filipijnse Maria-verbeelding, de Birhen Balintawak. Wij spreken dr. Revollido in het kantoortje van ACTS. Naast haar onderzoek is ze hier al jaren docent en samen met haar echtgenoot, de rector, hebben ze deze onderwijsinstelling van de grond opgebouwd. En dat is letterlijk: begin jaren negentig werd het seminar door een storm met de grond gelijkgemaakt en nu staat het er mooier bij dan ooit. Groter ook: er studeren ruim honderd toekomstige priesters.

Mariefe vertelt over de Birhen Balintawak: ‘Door de tijd heen is deze Maria-verbeelding een belangrijk symbool geweest voor de vrouwen in onze kerk, alhoewel de afbeelding niet altijd even veel op de voorgrond werd geplaats. Sinds het zelfstandig bestaan van de kerk, vanaf 1902 zien we dat de vrouwen in de kerk heel mondig worden; tegelijkertijd zien we dat deze afbeelding van Maria met kind ook belangrijk wordt. Maar daarna zakt het weer meer weg. De Birhen Balintawak is heel anders dan het traditionele, katholieke beeld van Maria, zoals het beeld van de onbevlekte ontvangenis. Dat is hier heel dominant in de Filippijnen.’

‘Het verhaal van de Birhen Balintawak komt uit de Filipijnse revolutie van 1896. Een groep revolutionairen stond op het punt naar Manila te vertrekken toen in een droom de Birhen Balintawak aan hen verscheen. Ze adviseert om niet naar Manila te gaan omdat ze dan allemaal vermoord zullen worden. De groep besluit naar haar te luisteren en dat bleek verstandig, want anders zouden ze inderdaad in Spaanse handen zijn gevallen. Als deze belangrijke groep gedood was, was de revolutie niet gebeurd. Zonder de Birhen Balintawak was de revolutie nooit opgebloeid.’

IFI Mariefe met Birhen2
Dr. Mariefe Revollido bij Birhen-beeld

Enige tijd verdween de Birhen Balintawak onder de radar, ook in de IFI. Dr. Revollido zet zich ervoor in om deze verbeelding nu weer meer op de kaart te zetten. ‘Dit beeld hebben we nu ongeveer vijf jaar,’ wijst dr. Revollido naar een Birhen Balintawak-beeld in het kantoor. We zien een vrouwenfiguur met traditionele Filipijnse kleding aan. Bij haar een Christuskind, met een hoed zoals de revolutionairen droegen, en een dolk – geen aanvalswapen, maar een hakmes om je weg mee door het regenwoud te vinden. Alleen in noodgevallen kan het ook gebruikt worden om jezelf te verdedigen, bijvoorbeeld wanneer je in ademnood verkeert onder koloniaal bewind. De afbeelding is op deze manier zowel cultureel sterk Filipijns gekleurd als ook politiek. Zoals dr. Revollido het zegt: ‘We proberen nu echt oog te hebben voor deze eigen traditie. Voor mij is het een aanmoedigend en inspirerend beeld.’

‘Het is een beeld van hoop en devotie. Maar het gaat ook om vrouwelijk nationalisme en nationalistische spiritualiteit. Dat is gemakkelijk te verbinden met de spiritualiteit van de Iglesia Filipina Independiete.’ Waarin in Nederland nationalistische theologie een andere meestal politiek rechtse tot zeer rechtse bijklank heeft, is het voor de IFI sterk verbonden met dekoloniserende theologie die hiermee weinig op heeft en zich inzet voor de emancipatie van mensen die in de marge gedrukt worden. Voor dr. Revollido zijn dat zeker niet alleen maar zeker ook met name vrouwen. De “Birhen” inspirereert daartoe: ‘Voor mij staat zij voor vrijheid voor vrouwen.’

Het thema van nationalisme in een dekoloniserende context is iets waar de IFI vanaf haar begin zoekend in is, en wat Dr. Revollido in haar onderzoek beschrijft. Daarnaast kent de IFI ook een sterke  diaconale kant waarin de Filippijn voorop staat, niet op een manier die uitsluit, maar juist de mensenrechten van lang onderdrukte groepen centraal zet.

Opstaan voor de aller kwetsbaarste

Dit blijkt ook uit gesprek met rev. Jewel Bautista Tumaliuan, programmadirecteur voor de diaconale projecten. Wanneer wij haar spreken vallen daar zeven grote projecten onder, van noodhulp tot een programma om kinderen weerbaar te maken tegen online uitbuiting tot een solidariteitsforum met arbeiders: ‘Al onze projecten worden benaderd vanuit mensenrechten. Dat is ook een expressie van de profetische roeping van onze kerk. We willen niet alleen binnen onze eigen vier muren kerk zijn, maar ook daarbuiten. Het verkondigen van het evangelie is ook het verkondigen van rechtvaardigheid, vrede en gelijkheid. Daarom zijn onze projecten ook nooit exclusief maar altijd inclusief, en gericht op de meest kwetsbaren. De mensen die verwaarloosd worden door onze overheid.’

Hoe die inclusiviteit eruitziet, is te merken bij het Abundant Life and Care for Creation-project, waarmee de IFI samenwerkt met inheemse gemeenschappen voor het beschermen van natuurgebieden. ‘We werken samen met het Mangyanvolk in Mindoro. We leren hen over hun eigen rechten, hun mensenrechten en hun landrechten. Zo kunnen ze voor zichzelf opstaan wanneer hun land bedreigd wordt. We zien bijvoorbeeld vaak dat mijnbouwbedrijven hun grond af willen pakken. Het leger beschermt dan de bedrijven in plaats van de lokale bewoners.’

Het kind in het midden

Deze mensenrechten staan ook centraal bij Eskulayan, een project wat haar collega Rev. Wilfredo Ruazol coördineert. Dit schoolproject biedt onderwijs aan kinderen in de allerarmste wijken van Manilla. Hier leren ze rekenen, schrijven én hun mensenrechten kennen. Rev. Ruazol vertelt ons meer over hoe het lesprogramma eruit ziet: ‘In de basis leren we ze hoe ze zichzelf kunnen beschermen. Dat je het recht hebt bij je familie te zijn, om onderwijs te krijgen, om een fatsoenlijk dak boven je hoofd te hebben.’

‘We praten veel met ze. Over hoe een leven in waardigheid eruit ziet, voor hen en hun families. Hoe je je gemeenschap en jezelf kan beschermen. Hoe je voor je gemeenschap op kan komen en het kan mobiliseren. Hoe je het gesprek met elkaar aangaat over wat je nodig hebt.’

Bij een bezoek aan Eskulayan krijgen we de kans om twee docenten van de school te spreken. Zij komen uit de gemeenschappen waar de school actief is, en kennen de context van de leerlingen dus goed. Docent Maria Fe Hullipaz vindt het belangrijkste dat de leerlingen ook veel doen met muziek en dans. Hier leren ze namelijk heel veel van: niet alleen motoriek en taalontwikkeling, maar ook het uiten van emoties. De leerlingen op Eskulayan zijn vaak getraumatiseerd en juist het omgaan met emoties vindt Maria daarom een belangrijke les om te leren.

IFI Jewel1
Rev. Jewel Bautista Tumaliuan

Docent Beblyn Patricio geeft aan dat voor haar het belangrijkste is dat de leerlingen bij Eskulayan leren over hun rechten. Hierdoor leren de kinderen voor zichzelf én hun gemeenschap opkomen. Ze weet wat het belang ervan is: bij een rondleiding door de wijk wijst ze haar huis aan. De brand die er onlangs is geweest, heeft ook haar geraakt.

Wanneer we bij Rev. Ruazol doorvragen over de brand, raken we meteen aan de kwetsbaarheid van de groepen voor wie de IFI opkomt. Het lijkt er namelijk op dat dit geen brand was ontstaan door één van de vele open vuurtjes in de dicht bewoonde sloppenwijk. ‘We zien vaker branden in de wijk. Er is een vermoeden dat ze aangestoken worden door mensen van buiten de gemeenschap. De overheid en bedrijven hebben laten weten dat ze interesse hebben in deze grond om er commercieel mee aan de slag te gaan. In maart 2025 hadden we een grote brand, die heeft veel gebouwen verwoest. Ook het gebouw waar de school van Eskulayan in zat. Daarom geven we onze lessen nu in een buurthuis. In september was er weer een grote brand, in de wijk hiernaast.’ De angst voor de branden is te merken bij de leerlingen. Wanneer we aan de groep leerlingen vragen wat ze later willen worden, antwoordt de helft met ‘brandweerman’.

Weerstand en volharding

Maar niet alleen de mensen waar de IFI zich voor inzet is kwetsbaar, ook hun eigen staf loopt risico. Rev. Tumaliuan vertelt over haar collega Aldeem Yañez, die we al eerder noemden, een vooraanstaand en actief lid van de kerk. ‘Hij was heel betrokken, ook als mensenrechtenactivist, en met valse beschuldigingen gearresteerd en veroordeeld door onze overheid. Toen is er iets historisch gebeurd: hij stond op het punt om tot diaken gewijd te worden, en toen hebben we de wijding gewoon in de gevangenis gedaan. Met onze Obispo Maximo [de hoogste bisschop van de IFI], een hele hoop andere bisschoppen, een paar zelfs uit het buitenland! Ook zijn medegevangenen waren erbij, en zij zijn nu zijn gemeente.

We zijn heel trots op hem en op het werk wat hij doet ter verdediging van mensenrechten. Dit is wel een realiteit waar we mee leven. In de Filippijnen, als je met mensenrechten of ontwikkelingswerk bezig bent, heb je een doelwit op je rug.’ Wanneer we haar vragen of zij dan niet ook zo’n doelwit is, wordt ze even stil. ‘Dat weet ik niet. We zullen zien. Ik doe gewoon mijn missie, mijn werk. Dit is mijn roeping.’

Ook Rev. Ruazol herkent de moeilijke werkomstandigheden. ‘Eén van onze partnerorganisaties die opkomt voor de lokale gemeenschap, is door het leger gemarkeerd als opstandige organisatie, als anti-overheid. Dit is de organisatie waar sommige van onze docenten vandaan komen. Eerder hebben zij ook leiders van die organisatie beschuldigd van communisme. Eén van de mensen van de IFI is ook aangeklaagd omdat ze haar steun voor de gemeenschap had uitgesproken. Elke organisatie die kritiek uit op de overheid wordt hier gedemoniseerd of in verband met communisme gebracht.’

Martelaars als inspiratie

Bij ACTS zien we waar het op uit kan lopen. In de bibliotheek is een nis ingericht met de spullen van Alberto Ramento, de ‘bisschop van boeren en arbeiders’. Hij stond bekend als mensenrechtenactivist en als criticus van de regering, en nam in zijn bisdom onder andere de zorg voor straatkinderen op zich. Toen in 2005 één van zijn priesters, William Tedena, werd vermoord reageerde Ramento: ‘Ik weet dat zij mij als volgende zullen doden, maar ik zal nooit mijn dienst tegenover God en mijn plicht tegenover het volk opgeven.’ Op drie oktober 2006 werd ook Ramento vermoord in zijn huis gevonden.

IFI Edoi2

In deze context geeft het wereldwijde geloof de mensen van IFI steun in hun strijd voor rechtvaardigheid. Wanneer we Rev. Ruazol vragen hoe hij de toekomst voor zich ziet, antwoordt hij: ‘We zijn heel hoopvol! Onze grootste zorg is dat we heel afhankelijk zijn van fondsen van buiten onze eigen kerk om het project draaiend te houden. Zonder die fondsen kunnen we niet doorgaan. Voor mij persoonlijk: kijk, ik ben een gewijde priester. Maar ik vind meer geluk bij mijn werk hier dan bij het altaar. Hier kan ik dienen.’

Ook Rev. Tumaliuan onderstreept het belang van solidariteit tussen kerken. ‘De ondersteuning van partners uit het buitenland is heel belangrijk voor ons. We spreken ons uit over wat er gebeurt in onze samenleving maar de tegenkrachten zijn sterk. We hopen dat onze schreeuw, ons standpunt, gehoord wordt door de overheid. De ondersteuning, ook financieel, van internationale partners is ontzettend belangrijk om onze diaconale projecten voort te kunnen blijven zetten.’

Tenslotte

De rondgang door het getuigenis van de Iglesia FIlipina Independiente en haar geschiedenis hierboven geeft weer hoe wij deze kerk ervaren hebben. Dat was zowel inspirerend als confronterend. Inspirerend omdat het een kerk is die volop viert, volop dient en volop getuigt en dat met een vreugde en overtuiging die lang blijft hangen en tegelijkertijd ook in het volle bewustzijn van de prijs die het kan kosten. Confronterend is omdat het een kerk is die Nederlandse kerken wel eens heel wat excuses uit handen zou kunnen nemen, excuses om niet te handelen of niet te getuigen, met name. Want is het niet allemaal te duur, dat diaconaat?

De IFI doet het met vaak minimale budgetten en grote inzet. Leidt het niet af van de eigenlijke taak van de kerk, het eren van God? De IFI viert net zo hard – in kerken gevuld met mensen van alle generaties – als ze getuigt of dient? Is het niet te politiek? De IFI zou terugvragen: wegkijken en zwijgen bij onrecht, hoe politiek is dat wel niet?

Natuurlijk kun je zeggen: de Filippijnen zijn Nederland niet en er valt op de IFI ook wel wat af te dingen, zeker. Maar neemt dat de inspiratie, de uitdaging en de aanstekelijkheid van de vreugde aan het evangelie in vieren, getuigen en dienen echt weg?

Literatuur

Voor wie zich verder in de Iglesia Filipina Independiente wil verdiepen zijn de volgende recentere publicaties relevant:

Magboo, Cecilio Vladimir Eusebio. Being a ‘Church of the Poor’: The Philippine Catholic Church and the Iglesia Filipina Independiente Towards Growth in Unity and Mission (Manila: UST Publishing House, 2023).

Segbers, Franz en Peter-Ben Smit (red.), Alberto B. Ramento. Bisschop van Arbeiders en Boeren. Een profetisch getuigenis van een bisschop en zijn kerk (Hilversum/Goes: Siens. Creatieve Producties/Nilsson, 2011).

Smit, Ineke en Peter-Ben Smit (red.), The Iglesia Filipina Independiente: Being Church ‘Pro Deo et Patria’ (Sliedrecht/Amersfoort: Merweboek/Pascal, 2022).

Smit, Peter-Ben, Old Catholic and Philippine Independent Ecclesiologies in History. The Catholic Church in Every Place (Leiden: Brill, 2011).

1731876262111

Francine Maessen

Francine Maessen is diaconaal werker, seminarist en literatuurwetenschapper.
Profiel-pagina
Pieter-Ben Smit

Peter-Ben Smit

Hoogleraar

Peter-Ben Smit is hoogleraar contextuele bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar vanwege het …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.