Yoseph Hayim Yerushalmi’s Zakhor. Jewish History – Jewish Memory (1996) geeft daarvan een meeslepend overzicht. Pas in de late negentiende eeuw toen het Europees nationalisme al lang gestalte had gekregen, ontstond de gedachte dat ook het Joodse volk evenals andere volkeren het recht heeft op een eigen grondgebied. Het was een reactie op het nieuwe giftige mengsel van christelijk anti-judaïsme en racistisch antisemitisme. Joodse autonomie zoals die ooit in de zestiende-zeventiende eeuw in Oost-Europa had bestaan, in Polen en binnen het kader van de Habsburgse veel-volkeren staat met Jiddisch als voertaal, bleek een illusie. Dan Oeganda misschien? Dat idee werd als belachelijk van tafel geveegd. Maar terugkeer naar het bijbelse land werd aanvankelijk door alle religieuze richtingen fel afgewezen.

Voor vele Orthodoxe joden met verse herinneringen aan mislukte pogingen om in de loop van de geschiedenis de komst van een messias te forceren, was een Joodse staat volslagen taboe. En moderne religieuze Liberale Joden wilden juist een “Licht onder de Volkeren” zijn (Jesaja 42,6). Zij hoopten en hopen nog altijd dat de profetische boodschap van recht en gerechtigheid juist in landen die Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap in hun vaandel schreven de toekomst zou hebben: de Verenigde Staten in 1776, Frankrijk in 1789, en dan steeds meer Europese landen, zelfs Rusland na de Oktober Revolutie. De Joodse toekomst ligt in de Diaspora, meenden de meeste Joden heel lang. Kritiek op pogingen om naar het land terug te keren is geworteld in het bijbelse en rabbijnse Jodendom.

Martin_Buber_portrait
Martin Buber Beeld door: Wikipedia

Het is goed te weten, dat de kritiek op het moderne Zionisme bijna zo oud is als het Zionisme zelf. Een voorbeeld. Voor de filosoof Martin Buber (1878-1965) – vanaf het begin een kritische gesprekspartner van Theodor Herzl (1860-1904), de vader van het moderne Zionisme – moet elk streven naar een eigen staat deel van een spirituele Joodse culturele renaissance van het Joodse volk zijn. Dat kan volgens hem alleen in de vorm van een creatieve uitwisseling met anderen, hier in Europa of in Palestina.

Nadat Lord Balfour in 1917 de joden een staat had beloofd in een nog maar net onder Brits beheer gekomen gedeelte van het Ottomaanse rijk, wees Buber al een jaar na de Eerste Wereldoorlog met zijn miljoenen slachtoffers op de noodlottige gevolgen van nationalisme, van welke kant dan ook. Hij ontwikkelt zich sindsdien als een fervent aanhanger van een binationale Joods-Palestijnse staat of zelfs een voorbeeldige eenheidsstaat, ook als de joden een minderheid zouden worden (Israel und Palästina – zur Geschichte einer Idee, 1950; On Zion. The History of an Idea, 1973). Die ideeën zijn na de stichting van de staat Israël door Ben Gurion en Golda Meir prijsgegeven, maar nooit helemaal begraven, niet in Israël en niet daarbuiten.

Hannah Arendt (1906-1975), de Duits-Amerikaanse filosofe wier naam weer in aller monden is, baseert haar bijtende kritiek op haar eigen vooroorlogse negatieve waarnemingen over de verhouding tussen de joden en Arabieren in het toenmalige Palestina – haar teksten zijn opnieuw relevant voor het discours vandaag (Zionism Reconsidered, 1945).

De filosoof Yeshayahu Leibowitz (1903-1994), in 1934 vanwege het antisemitisme in Duitsland naar Palestina gevlucht, heeft geen goed woord over voor het seculiere Zionisme, de gewelddadigheden tegen de Palestijnen en hun verdrijving in 1947, de slachtpartij in Qybya in 1953, de annexaties van 1967 en de daaropvolgende onderdrukking van Palestijnen. Dat staat allemaal in tegenspraak met de universele ethische waarden waarvoor hij als modern-orthodoxe jood staat. Hij wil een strikte scheiding tussen synagoge en staat. Alleen God is heilig, niet de staat of het land Israël. Hij is het “geweten van Israël” en de bundeling van zijn sinds 1947 gepubliceerde artikelen, op Joodse bronnen gebaseerd, is wat mij betreft nog steeds verplichte leesstof (Judaism, Human Values, and the Jewish State, 1992).

Yeshaia_Leibowitz._Photograph_by_Grubner._Wellcome_V0026693 CC BY 40
Yeshayahu Leibowitz Beeld door: Wikipedia

Duidelijk is de diametrale tegenstelling tussen een universalistisch profetisch Jodendom enerzijds en een particularistisch en nationalistisch Jodendom anderzijds, waarin uitverkorenheid en een groot-Israël ideologie dominant zijn. Wat drijft de regering van Israël aan en wat zegt het Jodendom over wat in een oorlog gerechtvaardigd is? Deze vraag houdt niet alleen juristen maar de hele Joodse wereld bezig. En hoe verhoudt zich het door velen als genocidaal bestempelde geweld in het Nabije Oosten tot de Shoah? Mag je dat met elkaar vergelijken?

Geen wonder dat de discussies over de situatie in Israël de laatste drie jaar in alle hevigheid zijn opgelaaid, in Israël en de Verenigde Staten – getalsmatig de belangrijkste Joodse gemeenschappen – maar ook in Frankrijk, Engeland, Duitsland en bij ons in Nederland. Gezien de hitte van het debat en de dagelijkse ontwikkelingen is het belangrijk om je op de wezenlijke vragen te concentreren: waar gaat het Jodendom om en wat beoogt het Zionisme? Daarover lopen de meningen zeer uiteen, maar duidelijk is: het Jodendom bestaat evenmin als het Zionisme of de Palestijnen.

Onze samenleving is gebaseerd op de waarden van de Verlichting, met vrijheid, gelijkheid en broederschap voor iedereen, ongeacht herkomst, geslacht, huidskleur of religie. Deze waarden zijn voor Joden in de westerse wereld van wezenlijk belang. Ze garanderen niet alleen ons bestaan hier, maar ook dat van immigranten, moslims, LHBTIQ+ mensen. Elke vorm van discriminatie tegen Joden eindigt met haat tegen moslims en andere minderheden – en het omgekeerde geldt ook. Onze westerse waarden weerspiegelen de ethische waarden van recht, gerechtigheid en barmhartigheid, die het Jodendom al ruim drieduizend jaar koestert, en die ook de basis voor gelijksoortige waarden in christendom en Islam zijn. Waarden die in sommige westerse democratieën zoals de Verenigde Staten en Israël onder vuur liggen en beperkt worden, zoals dat in landen met autoritaire regimes zoals Rusland, China en Iran of in gebieden die door terroristische organisaties worden geteisterd, zoals Gaza en Soedan, al veel langer het geval is.

Ik geef hier een aantal voorbeelden van hedendaagse Joodse geleerden, die het huidige discours weerspiegelen. Bij hen gaat het steeds om de vraag: Israel, What went wrong? – om de titel van het recente boek van historicus Omer Bartov (1954) te citeren (Penguin Random House, 2026). De omslag, met een scheur door de grote zwarte letters van Israël en de rode ondertitel doen het antwoord vermoeden: heel veel. Die inschatting deelt hij met een aantal collega’s.

Keynote_Omer_Bartov_(BEYOND-Konferenz)_14.07_(cropped)
Omer Bartov Beeld door: Wikipedia

Al in 1987 confronteert Bartov minister Yitzchak Rabin met diens uitspraak “de botten van de Palestijnen te breken”: voor Bartov is dat geen verschil met de nazistische kwalificaties van Joden als een kankergezwel, een Fremdkörper, dat beroofd, geïsoleerd, verdreven en zonder recht op een menswaardig bestaan was. Dit soort taal wordt nu door ministers in de regering Netanyahu ook gebruikt. Als internationaal erkend specialist in Holocaust- en genocide studies en antisemitisme beschrijft Bartov – sinds 1989 hoogleraar in Harvard, Princeton en Brandeis – in 2018 de ondergang van de pluriforme geboortestad van zijn moeder, Buczacz in Polen (nu Oekraïne). Omdat joden niet thuis zouden horen in een van die nieuwe Oost-Europese staten, collaboreerde de bevolking met de Nazi’s. Vandaar maakt hij de sprong naar de situatie in Israël nu: in zijn publicaties legt hij de link tussen genocide in Europa, de Shoah en de vergelijkbaar catastrofale situatie van de Palestijnen in Israël en de door Israël bezette gebieden.

Bartov is niet de enige Israëli die lang in het buitenland leeft of een tweede paspoort bezit, en wiens werk (nog) niet in het Hebreeuws is vertaald. Hij en andere historici houden zich al sinds de jaren 1980 en ’90 op grond van hun eigen ervaringen als sabra (geboren Israëli), legerofficier of (klein)kind van Joodse vluchtelingen bezig met de gevolgen van het politieke Zionisme, de Nakba en de Onafhankelijkheidoorlog (1947-48).

Historicus Benny Morris (1948) was in 1988 een van de eersten die op basis van archiefonderzoek stelt dat niet alleen oproepen van de Arabische staten aan Palestijnen om Israël te verlaten de oorzaak van het vluchtelingenprobleem was, maar gerichte militaire acties van de Israëli’s (The Birth of the Palestinian Refugee Problem, herzien 2004, en in 2025 voor de Duitse editie).

Ilan_Pappe_2023_(cropped)
Ilan Pappe Beeld door: Wikipedia

Ilan Pappe (1954), in Israël geboren uit Duitse ouders, preciseert dat onderzoek in The Ethnic Cleansing of Palestine (2006, herdruk 2019). Pas in 2021 in het Hebreeuws vertaald, krijgt hij de volle laag van Israëlische politici en vakgenoten. Zijn standpunten zijn radicaal: Israël is een koloniaal project, dat de lokale bevolking via etnische zuivering verdringt en met de Gaza oorlog genocide pleegt. Helaas heeft hij met de laatste zin in zijn boek gelijk gekregen: het risico op een vernietigend conflict en een bloedbad is nooit zo groot geweest. Hoe groot dat was is helaas op 7 oktober en de daarna uitgebroken oorlog gebleken. Er zijn steeds meer Israëlische geleerden die als enige oplossing een democratische staat voor Joden en Palestijnen propageren, met recht op terugkeer voor Palestijnse vluchtelingen.

Moshe Zimmermann (1943), ook een gerenommeerd Israëlisch historicus en deskundige op het gebied van de Holocaust en antisemitisme aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, is al vele jaren een uitgesproken criticus van de rechtse regering van Benjamin Netanyahu, die zich steeds sterker laat beïnvloeden door orthodox religieus nationalisme. Kort na oktober 2023 publiceert hij Niemals Frieden? Israel am Scheideweg (Nooit vrede? Israël op een keerpunt), waarin hij beschrijft hoe interne verdeeldheid en politiek radicalisme Israël in een crisis hebben gestort. Hij ziet het al lang bestaande conflict als een “perverse synergie”, waarbij het politieke voortbestaan van de regering-Netanyahu samenvalt met de doelstellingen van militante groeperingen zoals Hamas. Als fervent voorstander van de tweestatenoplossing stelt hij dat dit de enige haalbare weg is naar vrede en veiligheid op de lange termijn. De dubbele rechtssystemen op de Westelijke Jordaanoever – één voor Palestijnen en één voor Israëlische kolonisten – ziet hij als een vorm van apartheid. In zijn recente boek People Gone Mad. Wie die Demokratie sich selbst zerstört (hoe de democratie zichzelf ombrengt, 2026) trekt hij parallellen met rechts-extremisme in andere westerse landen, zoals Duitsland en de Verenigde Staten, waar hij regelmatig doceert.

Als kenner van historische én moderne vormen van antisemitisme, verzet hij zich tegen linkse Europese groeperingen die antizionisme gebruiken als alibi voor antisemitische retoriek. Hij waarschuwt voor het op één lijn stellen van legitieme politieke kritiek op de Israëlische regering met antisemitisme.

De historicus en filosoof Omri Boehm (1979), in Israël geboren als kleinzoon van een Duits-Joodse grootmoeder en een Iraans-Joodse grootvader, heeft inmiddels ook een Duits paspoort en is door sociologe Eva Illouz beschreven als de belangrijkste intellectueel van de Israëlische diaspora. De traditionele tweestatenoplossing beschouwt hij als achterhaald en niet-realistisch. Hij pleit voor een federale, binationale republiek waarin Joden en Palestijnen als gelijken in één land leven met een grondwet die ieders rechten garandeert (Haifa Republic: A Democratic Future for Israel, 2021). Volgens hem is een exclusief etnisch-Joodse staat onverenigbaar met de principes van een liberale democratie. De door een aantal partijen en religieuze groeperingen ondersteunde ideologie gebaseerd op ‘Joods bloed’ en etnische superioriteit discrimineert onvermijdelijk de Arabieren die burgers van Israël zijn alsook de Palestijnen in de door Israël bezette gebieden. In zijn Radikaler Universalismus. Jenseits Identität (2023, in 2024 bekroond de Leipziger boekenprijs; Radical Universalism, Beyond Identity, 2025) bekritiseert hij identiteitspolitiek in het algemeen en binnen het Zionisme in het bijzonder. Dat radicale universalisme, gebaseerd op de bijbelse profeten en de filosoof Immanuel Kant moet voor alle staten, inclusief Israël, gelden en berusten op universele menselijke waardigheid en de waarden van de Verlichting, in plaats van op exclusieve nationale of religieuze identiteiten. Omdat zijn standpunten nogal afwijken van de huidige opvattingen over Israël als Joodse staat, hoeft het niet te verbazen dat ook hij onder vuur ligt. Vorig jaar nog in Duitsland, toen hem geweigerd werd een rede uit te spreken bij de herdenking van de bevrijding van kamp Buchenwald.

Omri_Boehm
Volgens Omri Boehm is een exclusief etnisch-Joodse staat onverenigbaar met de liberale democratie Beeld door: Wikipedia

Boehm grijpt zoals zijn collegae vaak terug op inclusieve idealen van vroegere Joodse denkers, waarvan ik hier enkele geciteerd heb. Dit is maar een kleine greep uit vele publicaties. De genoemde Joodse en Israëlische geleerden, of ze nu in Israël leven of in de Europese en Amerikaanse diaspora, definiëren zichzelf als Joods en politiek links of links-liberaal. Sommigen hebben in het leger gezeten en afstand genomen van hun Zionistische opvoeding. Ze publiceren in de grote internationale kranten en weekbladen. Hun standpunten leiden vaak tot felle controverses in de media – geen wonder gezien de aanhoudende politieke spanningen en catastrofale humanitaire situatie in het Nabije Oosten. Het gaat om wat de kern van de Joodse ethiek is en het gaat om de toekomst van Israël.

Het besef dat een oplossing niet zonder een eigen op democratische waarden gebaseerde staat voor de Palestijnen en een democratisch Nabije Oosten mogelijk is, dringt maar langzaam door. Het isolement van Israël binnen de volkerengemeenschap en van Joden in de wereld moet doorbroken worden met nieuwe perspectieven. Dat gaat niet vanzelf, dat kost veel tijd. Hoop is mooi, maar vergt veel werk, werk dat je misschien niet tot een einde kunt brengen, maar je kunt ook niet weigeren ermee te beginnen (Pirke Avot 2,16).

Lees ook

gaza-9255397_1280 (1) hosny salah from Pixabay

1200 Rabbijnen doen dringende oproep aan Netanyahu

Zet honger niet langer in als oorlogswapen en laat hulp toe in Gaza

1517494923824

Edward van Voolen

Edward van Voolen studeerde kunstgeschiedenis en geschiedenis in Amsterdam en is geordineerd als rabbijn door het Leo Baeck College, …
Profiel-pagina
Al 3 reacties — praat mee.