“In deze eeuw van oorlogen en onverzoenlijke vijandschappen hebben ontelbare onbekende, zomaar hier en daar geboren mensen ernaar verlangd een werktuig van vrede te mogen zijn, en er grote offers voor gebracht. Zij hebben hun leven gewijd aan projecten van gerechtigheid en verzoening; hebben scheidsmuren mee afgebroken, schulden van anderen afbetaald, lasten op zich genomen, vooral ook de last van gewetensvorming; ze hebben nagedacht, geprobeerd zichzelf en deze wereld te doorgronden; ze hebben gehuild van woede om het onrecht, in vertwijfeling om de lange duur, ze hebben gehoopt, en wat ze even zagen, zagen ze even later niet meer. En zo zijn ze gestorven.
Waar is hun grote liefde gebleven? Niets weten wij van die ontelbaren, hoevelen er verbitterd gestorven zijn en hoevelen niet verbitterd, maar in overgave aan een visioen dat ooit, ooit aan hun kinderen of verre nakomelingen vervuld zou worden.
Onder hen waren er die zich geroepen wisten om anderen voor te gaan en mee te nemen in die projecten van gerechtigheid, pogingen tot verzoening, in de strijd tegen de heersende chaos; koplopers, initiatiefnemers, eerstelingen, vrouwen en mannen die het visioen konden formuleren, praktiseren en dragen; die zich beschikbaar stelden om het geweten van hun tijd te scherpen en de hoop gaande te houden, dat heeft hen veel lijden gekost. Zo vergaat het iedereen die aan een andere wereld begint, een grote liefde heeft. Lijden dat je niet wilt, niet kiest; dat je wel aanvaardt, omwille van dat ene waaraan je trouw wilt zijn.
Ik houd Jezus van Nazaret voor zo’n mens, voor een van die ‘initiatiefnemers’, voor zo’n ‘eersteling’. Op Paasmorgen zingt en vertelt de liturgie zijn verhaal, dat bijna twintig eeuwen oude verhaal over een die zich geroepen wist tot verzoening van velen met elkaar, die bereid was zelfs zijn vijanden lief te hebben.
Het verhaal over Jezus’ opstanding is de meest radicale verbeelding van het gelijk van het visioen: het gelijk is aan hen die, tegen heel de wereld in, blijven geloven in en hopen op verzoening tussen mensen; zij kiezen voor dat visioen als laatste waarheid.
Het verhaal over de opstanding van Jezus is de meest radicale verbeelding van het recht van de zwaksten; van allen die het visioen gedragen hebben als wonden in hun lichaam – die het geleden hebben; die gestorven zijn en het geen werkelijkheid zagen worden, maar toch niet bezweken zijn voor de ‘verzoeking’ te denken dat het een hersenschim is. Geen hersenschim, maar een belofte – ‘ik zal er zijn’. Er zal toekomst zijn. Die God, van Abraham en van Jezus, is ‘toekomst’. Niet een dode is het einde, maar een levende. ‘Niet een God van doden is hij, maar van levenden. Want voor hem leven zij allen’.”
(zie Lucas 20:38)
Bovenstaande overweging door Huub Oosterhuis is afkomstig uit Juweeltjes van preken. Preekfragmenten uit twintig eeuwen. Verzameld door Jaap H. van der Laan. Paperback, 178 pagina’s. Uitgeverij Van Warven, 2025.
Klinkende woorden: Bach als ontmoeting tussen muziek en geloof
Wat gebeurt er wanneer de muziek van Johann Sebastian Bach niet in de concertzaal klinkt, maar midden in een viering? Die vraag staat centraal in Klinkende woorden, het nieuwste boek van Jaap H. van der Laan. In deze bundel zijn negen cantatediensten opgenomen die tussen 2003 en 2012 werden gehouden in Kampen en Zuid Scharwoude. Bachs cantates worden daarin niet behandeld als losse muziekstukken, maar als onderdeel van een groter geheel van Bijbel, liturgie, gebed en bezinning.
Van der Laan laat zien dat Bach zijn cantates oorspronkelijk schreef voor de eredienst. De muziek was bedoeld als een muzikale uitleg van de Bijbeltekst van de zondag. In Klinkende woorden wordt die oorspronkelijke samenhang opnieuw zichtbaar. Thema’s als hoop, verlangen, troost, schuld, vergeving en opstanding krijgen verdieping door de ontmoeting tussen woord en muziek. Het boek is daarmee niet alleen interessant voor Bachliefhebbers, maar ook voor iedereen die zoekt naar nieuwe vormen van spiritualiteit, liturgie en zingeving. Klinkende woorden laat zien dat eeuwenoude muziek ook vandaag nog mensen kan raken, inspireren en met elkaar verbinden.
Op zondag 14 juni 2026 wordt om 17.00 uur in De Burgwal in Kampen O Ewigkeit, du Donnerwort BWV 20 uitgevoerd door Bachkoor en -orkest. Voorganger in deze dienst is ds. Richard Vissinga, emeritus predikant en voorzitter van de Commissie Cantatediensten. Na afloop wordt gevierd dat in De Burgwal nu al 50 jaar cantatediensten plaatsvinden.
In Klinkende woorden schrijft Jaap H. van der Laan dat een cantate van Bach oorspronkelijk geen concertstuk was, maar onderdeel van de eredienst. De cantate klonk direct na de evangelielezing en functioneerde als een soort “muzikale preek”, een eerste reactie op het evangelie van die zondag. De traditie van cantatediensten in Kampen begon in 1976 niet als concertreeks, maar als een poging om Bach weer terug te brengen in de liturgische context waarvoor hij zijn cantates schreef. Van een dienst waarin een preek werd gehouden en daarna een cantate werd uitgevoerd, ontwikkelde het zich naar een viering waarin Bijbeltekst, overweging en cantate één geheel vormen. Van der Laan: “We vieren vandaag dat hier al vijftig jaar geprobeerd wordt om de Bijbel niet alleen te lezen, maar ook te zingen. Om het evangelie niet alleen te horen, maar ook te beleven in muziek.”
