“Openbaring vind(t) plaats”, zo luidde de titel van het TGL-cahier dat we als onderzoekers aan het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving in december 2002 vulden met onze ideeën en visies op openbaring. We gingen op zoek naar vindplaatsen van openbaring in verleden en heden. Na twintig jaar las ik voor deze publicatie alle bijdragen opnieuw. Ondanks de verscheidenheid aan invalshoeken waren alle auteurs in 2002 het erover eens: openbaringen zijn concrete menselijke ervaringen die je niet zelf verzint, maar die je overkomen én transformeren.

Vooral het artikel Openbaring als worsteling van Barbara Leijnse dringt bij het herlezen intenser tot me door dan toen. Zij vergelijkt de Deense film Festen (1998)[1] met Jakobs gevecht bij de Jabbok (Genesis 32, 23-33). Traditioneel wordt dat Bijbelse verhaal waarin de nachtelijke lijfelijke worsteling van Jakob met een mysterieuze tegenstander centraal staat, geïnterpreteerd als de openbaring van God aan Jakob. Maar nergens wordt God genoemd, constateert Leijnse. Alleen het gevecht tussen twee mensen is er. Zou in die intermenselijke confrontatie de openbaring kunnen liggen; in het spel van licht en donker, van dag en nacht en de opkomende ochtendzon? Zowel in het Bijbelse verhaal als in het Deense familiedrama gaat het volgens Leijnse om een strijd op leven en dood, “verbonden met confrontatie, met het aan het licht brengen van gepleegd onrecht, met verminking en met transformatie, met verandering van perspectief en het scheppen van nieuwe kansen”.[2] Openbaring geschiedt volgens haar in het aangaan van de worsteling met het verleden. Daarin komt waarheid aan het licht over het onrecht dat is geschied.

Bij het herlezen van de TGL-special uit 2002, werd ik verrast door de actualiteit van de artikelen. Ze zijn kort na 9/11 geschreven, een datum die staat voor een cesuur in de westerse geschiedenis met wereldwijde impact. Na die door islamitische fundamentalisten gepleegde aanslagen in de VS was religie ook in Nederland geen privézaak meer, maar een uitermate gevoelig en met angst beladen onderwerp in het publieke domein, zoals André Lascaris o.p. in zijn bijdrage liet zien. Zelf schreef ik in het licht van die gebeurtenis over sciencefictionachtige eindtijdscenario’s. Apocalyptische geschriften kwamen in de eerste eeuwen van het zich ontwikkelende christendom veelvuldig voor, maar alleen de Openbaring van Johannes haalde de Bijbelse canon. Uit onderzoek van CNN bleek dat toen een kwart van de Amerikanen geloofde dat 9/11 in de Bijbel was voorspeld en volgens drie op de vijf ondervraagden was die voorspelling afkomstig uit dat laatste Bijbelboek.

6113795116_e68db8cfd4_b
World Trade Center 9/11/01 attack memorial photo Beeld door: Cyril Attias via Flickr.com

Met behulp van de retorische analyse van feministisch Bijbelwetenschapper Elisabeth Schüssler Fiorenza onderzocht ik de christelijk-apocalyptische thrillerreeks Left Behind van het Noord-Amerikaanse schrijversduo Tim LaHaye en Jerry B. Jenkins, die in Nederland verscheen bij uitgeverij Kok (Kampen) onder de titel De Laatste Bazuin. Beide auteurs zijn born again Christians en behoren tot de conservatief-christelijke stroming in de VS. Met meer dan veertig miljoen verkochte boeken, vertaald in zestien talen, waren die thrillers ongekend populair. Sommige delen uit de reeks belandden direct op de bestsellerlijst van The New York Times en werden verfilmd. Het gaat in deze boeken om de strijd tussen goed en kwaad te midden van alle rampen die in de laatste zeven jaar op aarde gebeuren. Het Bijbelboek Openbaring dient daarbij als blauwdruk. Voor de auteurs van Left Behind valt alles wat in de wereld gebeurt, in de Bijbel op zijn plek. Zijzelf, evenals veel van hun aanhangers, zien hun boeken dan ook niet als fictie, maar als profetie. Een profetie met een missionair doel: bekering tot het christendom.

In tijden van crises appelleren aan angst is uitermate succesvol, en daarom zo gevaarlijk. In moeilijke tijden zijn mensen op zoek naar houvast, troost en oriëntatie. Het verlangen naar ‘verlossing van het kwaad’ en de angst voor een onzekere toekomst, maken hen kwetsbaar. Die achilleshiel weten conservatief-orthodoxe geloofsstromingen en rechtse politici feilloos te raken. De serie Left Behind is doortrokken van een wij-zij-retoriek die de wereld simpelweg in twee kampen verdeelt: de goeden en de slechten. Het religieus gelegitimeerde vijanddenken in deze boeken is terug te vinden in de oorlogsretoriek van de toenmalige VS-president George W. Bush, eveneens een born again Christian, die sprak over ‘de as van het kwaad’ die zijn oorlog tegen Osama Bin Laden en Saddam Hoessein rechtvaardigde.

Datgene waarover ik in mijn artikel Apocalyptische taferelen schreef, doet zich anno 2021 ook in Nederland voor door de Covid 19-pandemie en de alarmerende toestand van het klimaat en de afgenomen biodiversiteit. Apocalyptische scenario’s met in hun kielzog complottheorieën tieren welig. En net als in mijn toenmalig artikel over de VS worden ook in Nederland banden zichtbaar tussen politiek extreemrechts en conservatief christelijk-orthodoxe gelovigen.

Opschuiven richting populistisch rechts

Sander Rietveld, politicoloog en journalist heeft over dat laatste recentelijk het boek Nieuwe Kruisvaarders geschreven. Zelf opgegroeid binnen de Gereformeerde Bond, constateert hij in diverse denominaties van het orthodoxe christendom een voedingsbodem voor de ideologie van populistisch rechts. Hij beklemtoont dat het om een minderheid onder orthodoxe christenen gaat die op extreemrechtse partijen als de PVV of Forum voor Democratie stemt. Toch valt niet te ontkennen dat ook mainstream orthodoxe partijen, zoals de SGP bij monde van Kees van der Staaij en bij de ChristenUnie met Gert-Jan Segers aan het roer, opschuiven richting populistisch rechts.[3] Volgens Rietveld is dat te verklaren door een zeker verlangen naar theocratie bij een deel van hun achterbannen: ze willen Gods wil, zoals verwoord in de Bijbel en volgens hen letterlijk zo bedoeld, aan de samenleving opleggen om zo het in de Bijbel beloofde Koninkrijk van God dichterbij te brengen. In Thierry Baudet, de leider van Forum voor Democratie, zien zij iemand die de joods-christelijke waarden in Nederland wil beschermen tegen een ‘linkse seculiere elite’, die in hun ogen christelijke waarden afbreekt. Naast de verdediging van de christelijke traditie speelt ook de angst voor ‘de islamisering van Nederland’ een rol. Voor hen hoort de islam als godsdienst niet thuis in Nederland. En ook op dat punt weten rechtse populisten en orthodox-christelijke kiezers elkaar te vinden.

De afwijzing van de islam als onderdeel van Nederland heeft een breder draagvlak dan alleen de christelijke orthodoxie. Toen PvdA-minister voor Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar in 2007 publiekelijk te kennen gaf dat volgens haar de islam in de toekomst net zo goed tot Nederland zal behoren als het christendom en het jodendom, viel een brede coalitie verontwaardigde Nederlanders over haar heen. De tijd was duidelijk nog niet rijp voor haar verbindende aanpak van een steeds multicultureler en multilevensbeschouwelijker wordende Nederlandse samenleving. Is ze dat nu wel?

In het ooit zo open Nederland waar tolerantie gevierd werd als een van de grote deugden, is in het kielzog van 9/11 en de moord op Theo van Gogh de focus steeds meer komen te liggen op ‘eigen volk eerst’. Extreemrechts, maar ook partijen in het midden van het politieke spectrum noemen dit verschijnsel liever ‘patriottisme’ dan ‘nationalisme’, vooral ook om mogelijke overeenkomsten met het nationaalsocialisme in de jaren 1930 te vermijden. Toch vallen parallellen met toen op. Antisemitisme steekt in de samenleving weer de kop op, waarbij joden- en moslimhaat hand in hand gaan. Naast oude stereotyperingen van ‘de rijke Jood, die wereldwijd stiekem aan de touwtjes trekt’ is er nu in de ogen van degenen die op populistische partijen stemmen, mogelijk een nog groter gevaar geïnfiltreerd in ‘ons’ land: ‘dé moslim, die het vrije westen aan de dictatoriale islam wil onderwerpen’.

Reeds in een rapport uit 2018 waarschuwde de Nederlandse Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) voor het steeds agressiever en opruiender taalgebruik van rechts-extremisten op internationale online fora zoals 9gag, 4chan, Hiddenlol en 8chan, in combinatie met een fascinatie voor vuurwapens. Inmiddels worden moskeeën en islamitische verenigingen in Nederland bedreigd met teksten als: ‘Mensen van de islam zijn criminelen en moeten levend verbrand worden’ en ‘Turken en Marokkanen moeten het land uit anders worden jullie vergast net zoals de Joden in Auschwitz. Sieg Heil. Adolf Hitler leeft nog’. En niet altijd blijft het alleen bij woorden, zoals de jongste brandaanslag op een moskee in Gouda laat zien.

YALLA

Yalla!, het recentelijk opgerichte samenwerkingsverband van joden en moslims in Nederland dat zich onder meer inzet tegen antisemitisme en moslimhaat, heeft de politici in de Tweede Kamer om een gesprek verzocht om “samen te onderzoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat verder geweld uit zal blijven en dat de veiligheid van onze islamitische burgers gewaarborgd wordt in ons land”.[4]

(Super)diversiteit

Anno 2021 zijn verschillende steden in Nederland superdivers. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn zogenaamde majority/minority cities – geen enkele groep in de stad vormt nog een meerderheid. Mensen met zeer uiteenlopende geloofs- en levensbeschouwelijke overtuigingen en praktijken leven naast en met elkaar, waaronder humanisten, atheïsten, agnosten, katholieke en protestantse christenen, joden, boeddhisten, hindoes, moslims, sikhs, bahai enzovoort, en niet te vergeten multiple religious belongers die elementen uit verschillende spirituele tradities combineren en zich niet langer bij één bepaalde religie thuis voelen. Wie denkt dat die ontwikkelingen alleen op de steden in de Randstad (de driehoek tussen Amsterdam, Rotterdam en Utrecht) van toepassing zijn, heeft het mis. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) toont in zijn empirische verkenning De nieuwe verscheidenheid: toenemende diversiteit na herkomst in Nederland (WRR-verkenning 38, 2018) aan dat ‘migrantendiversiteit’ reeds nu en ook in de toekomst in heel Nederland een feit zal zijn, ook al dringt dat nog onvoldoende tot het publieke bewustzijn door.

Wat heeft dit alles met ‘openbaring’ te maken? Heel veel, volgens mij, vanuit een contextuele visie op openbaring: wat ‘openbaring’ inhoudt, wordt door mensen in een bepaalde tijd en plaats ‘ontvangen’ en benoemd. Net als in 2002 ga ik er nog steeds van uit dat openbaringen concrete menselijke ervaringen zijn, die je niet zelf verzint, maar die je overkomen én transformeren. Ook al onttrekt het mysterie zich aan tijd en plaats, op het moment dat het door mensen wordt ervaren en benoemd, is het contextueel gebonden. De leefwereld, de taal en de beelden van het individu en de gemeenschap plaatsen openbaringen in een door de context bepaald frame. Vanaf dat moment speelt diversiteit een rol. Diversiteit in gender, religie en/of levensbeschouwing, etniciteit en cultuur, leeftijd en kleur enzovoort. Deze en andere identiteitskenmerken vormen het kader waarin openbaringen worden ontvangen – een kader dat door het transformerende karakter van die openbaringen juist weer kan worden opengebroken.

In een plurale wereld is openbaring pluraal. Er is een verscheidenheid aan religies en levensovertuigingen die hun ontstaan aan die verscheidenheid aan openbaringen danken. Verscheidenheid is een gegeven, en geen postmodern verschijnsel of verzinsel. Altijd al bestaan tradities bij de gratie van zowel continuïteit als discontinuïteit met het verleden, en dus dankzij verschil. Postmodern is alleen de bril waardoor we naar de werkelijkheid en naar die verschillen kijken en ze positief waarderen. En als we die postmoderne bril opzetten, zien we iets dat lange tijd binnen de christelijke theologie een no-goarea was, namelijk het syncretistisch omarmen van elementen uit verschillende religies en levensbeschouwingen. Uit onderzoek blijkt dat dat voor een kwart van de Nederlandse bevolking reeds geleefde werkelijkheid is.

Sommige theologen zien in de verscheidenheid aan religies en levensbeschouwingen een teken van God en betogen dat verscheidenheid door God zelf is gewild. Hoe prachtig ik dat ook zou vinden, het lijkt me niet de juiste benadering van het vraagstuk ‘diversiteit en inclusie’ in de theologie. Immers, feministisch-theologische studies hebben reeds in de tweede helft van de 20ste eeuw met behulp van een ‘hermeneutiek van de argwaan’ dergelijk spreken over God en ‘zijn wil’ als patriarchaal-theologische projectie en retoriek ontmaskerd. In lijn met het Bijbelse beeldverbod werden álle verbeeldingen van God, ook de theïstische, aan radicale ideologiekritiek onderworpen om zo theologische taal en beelden over God te depatriarchaliseren en te dekoloniseren.

Opnieuw staan beide thema’s hoog op de maatschappelijke agenda. De Black Lives Matter-beweging in Nederland maakte na de dood van George Floyd door politiegeweld in de Verenigde Staten pijnlijk duidelijk dat racisme ook in Nederland voorkomt. Het koloniale verleden is onder een vergrootglas komen te liggen. De tweede en derde generatie nakomelingen van tot slaaf gemaakte mensen in de voormalige Nederlandse en ook Belgische koloniën eisen hun recht op om in Nederland en België als gelijkwaardige burgers te worden gezien en behandeld. Ook de ‘toeslagenaffaire’ bij de Nederlandse Belastingdienst, waarbij mensen stelselmatig aan bewust of onbewust racisme en seksisme waren blootgesteld en financieel en geestelijk de afgrond zijn ingedreven, legt het systemische karakter van onrecht in de Nederlandse rechtsstaat bloot.

Tot slot

Het gevecht aan de Jabbok is nog volop gaande. “Openbaring is gericht op het scheppen van ruimte voor een gemeenschap waarin ‘geofferden’ opnieuw tot leven kunnen komen, een plek kunnen innemen”, schreef Barbara Leijnse in haar visie op openbaring naar aanleiding van het Jakobverhaal en de film Festen.[5] De confrontatie met het verleden aangaan en zo het herstel van verstoorde relaties mogelijk maken was voor haar de essentie van openbaring. Wat openbaart zich vandaag in de worsteling van Europa met zijn koloniaal verleden? Is er ruimte in de Nederlandse samenleving voor de niet-witte, niet-man-zijnde, niet-heteroseksuele, niet-Europese ander om een gelijkwaardige plek in te nemen, zodat het goede leven voor allen en met allen gerealiseerd kan worden te midden van de verscheidenheid aan mensen die inmiddels tot Europa en ook tot Nederland behoren?

De tekenen van de tijd duiden en mede antwoorden geven op bovenstaande vragen vanuit de wijsheden in de verschillende spirituele tradities die ons land inmiddels rijk is, is wat mij betreft de uitdaging waar een publieke theologie van en voor de 21ste eeuw voor staat. Het betekent de vermeende zekerheden van het eigen levensbeschouwelijke erf verlaten en zich in de messiness van het publieke domein begeven. Het gesprek aangaan met de levensbeschouwelijke ander en je openstellen voor mogelijke openbaringen die op het strijdtoneel van de verschillen in een multiculturele samenleving liggen te wachten. Op veel plaatsen in de samenleving klinkt inmiddels de roep naar een systeemverandering, om daadwerkelijk ruimte te creëren voor degenen die door ‘de eenheid van het systeem’ worden buitengesloten. Die roep om transformatie geldt de overheid, maar ook de ‘heer’sende witte eurocentrische theologie. Openbaring vind(t) plaats, nog steeds, alleen moeten we wel de golflengte van de 21ste eeuw installeren om de signalen goed te kunnen ontvangen.

Noten

[1] Zie de trailer van de film Festen: https://www.youtube.com/watch?v=9vFDEPrrMdo
[2] B. Leijnse, ‘Openbaring als worsteling’, in: A. Berlis, M. Kalsky, e.a., extra nummer TGL (2002) 58, pp. 84-99, hier 89.
[3] Zie het interview met Sander Rietveld: https://www.nieuwwij.nl/interview/deel-orthodox-christelijk-nederland-vatbaar-voor-radicaal-rechts/
[4] Zie: https://www.nieuwwij.nl/actueel/coalitie-van-joden-en-moslims-trekt-aan-bel-bij-tweede-kamerfracties/
[5] ‘Openbaring als worsteling’, 98.

Dit artikel komt uit Tijdschrift voor Geestelijk Leven (TGL), editie 2020 nr. 2 (april-juni, jaargang 77). TGL is een driemaandelijks tijdschrift voor spiritualiteit in Vlaanderen en Nederland en neemt een eigen plaats in op het gebied van levensbeschouwelijke en religieuze zingeving, op het knooppunt van de joods-christelijke traditie met de cultureel-maatschappelijke context van vandaag. TGL zoekt naar sporen van spiritualiteit: zowel door analyse en reflectie als door kritisch te luisteren naar individuen, groepen en bewegingen.

Manuela Kalsky

Manuela Kalsky

Bijzonder hoogleraar Vrije Universiteit

Manuela Kalsky (1961) was directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving dat eind 2020 ophield te bestaan. Ze is …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.