De ochtendzon schijnt door de bomen in de binnentuin van het academiegebouw van de Universiteit van Utrecht. Het onderzoek naar het inzetten van religieus leiderschap om gewelddadig extremisme in Nigeria en Kenia tegen te gaan, is onderwerp van gesprek. De gasten en sprekers druppelen binnen voor een kop koffie of thee. Daarna beweegt iedereen zich richting de zaal.
Uit het onderzoek blijkt dat gewelddadig extremisme in Nigeria en Kenia niet wordt aangedreven door één factor, maar door een combinatie van politieke, sociale en religieuze factoren. Groepen als Boko Haram en Al-Shabaab maken misbruik van onvrede die verband houdt met corruptie, discriminatie, zwak bestuur en grensoverschrijdende onveiligheid. Hoge jeugdwerkloosheid en beperkte toegang tot onderwijs maken jongeren bijzonder kwetsbaar voor rekrutering.
Het onderzoek is mede tot stand gekomen dankzij het JISRA-programma. Jisra staat voor Joint Initiative for Strategic Religious Action. Ook betekent ‘Jisr’ in het Arabisch ‘brug’. Het programma wil een brug slaan tussen mensen met verschillende (religieuze) achtergronden. Jisra is een samenwerking tussen vijftig maatschappelijke organisaties en niet alleen actief in Kenia en Nigeria, maar ook in Ethiopië, Indonesië, Irak, Mali en Oeganda. Jisra richt zich op een lobby voor rechtvaardigheid en vrede met een focus op godsdienstvrijheid.
Historicus en eindverantwoordelijke prof. dr. Beatrice de Graaf opent op deze 19 maart het symposium. Ze bedankt alle medewerkers. “Ik ben vooral blij dat Maureen Nyarangi en dr. Sam Oando uit Kenia er zijn. Zij zullen de resultaten van hun onderzoek in Kenia aan jullie presenteren.”
Christina Maasdam, adjunct -directeur bij Mensen met een Missie, vertelt kort iets over de geschiedenis van het project. Mensen met een Missie gaf leiding aan het consortium van organisaties dat betrokken is bij het project. Ze vertelt waar Jisra voor staat: “Godsdienstvrijheid en dialoog tussen godsdiensten zijn essentieel voor een vreedzame in inclusieve samenleving. Dit klinkt logisch, hier in de universiteit, maar in veel Jisra-landen staat dit idee onder druk.”
Dr. Simon Polinder, onderzoeksleider vanuit de Universiteit van Utrecht, bedankt diverse betrokkenen. Hij refereert aan een verhaal van een journalist uit Nigeria die vertelt hoe hij zijn land heeft zien veranderen: van een tolerante en gastvrije samenleving, naar een exclusieve maatschappij. Polinder: “Extremistische organisaties waren er op uit om de samenleving opnieuw in te richten. Dat deden ze op basis van een wereldbeeld dat anderen uitsluit. Andere interpretaties van hun geloofsovertuiging werden uitgesloten.”
Wat daaraan te doen? Om kennis op te doen hebben de onderzoekers gesprekken gevoerd. “We hebben meer dan zeventig religieuze leiders geïnterviewd in beide landen. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk mensen met diverse achtergronden te spreken. Moslims en Christenen, conservatieven, progressieven en liberalen en mensen van verschillende klassen en uit verschillende gebieden. We vroegen de religieuze leiders hoe zij gewelddadig extremisme verklaren, wat de uitdagingen zijn en welke oplossingen zij voorstellen. Volgens de religieuze leiders zijn de media, de overheid en religieuze groepen zelf een struikelblok om extremisme tegen te gaan.”
Polinder vertelt wat het onderzoek heeft aangetoond: “Religieuze leiders zijn ontzettend belangrijk in het bestrijden van terrorisme. Dat terwijl religie in onderzoek naar terrorisme vaak wordt genegeerd. In landen als Nigeria en Kenia, waarover het in dit onderzoek gaat, is bijna iedereen religieus. Dan kun je religie niet negeren. Tegelijk moet je religie altijd in verhouding tot andere thema’s zien.”
“Overheden moeten religie betrekken in hun aanpak tegen terrorisme. Religieuze leiders zouden tolerantie en godsdienstvrijheid moeten preken. Ze moeten zich duidelijk uitspreken over geweld en religie. Ook moeten ze de jeugd onderwijzen.”
Na Simon Polinder voert Maureen Nyarangi het woord. Nyarangi deed onderzoek naar de rol van vrouwen die een rol spelen in religieuze gemeenschappen in Kenia. Zij laat zien dat de rol van vrouwen ontzettend belangrijk is bij het voorkomen van radicalisering. Vrouwen in deze context hebben toegang tot huishoudens in hun netwerk. Zij zijn het vaak die de eerste signalen van radicalisering opvangen.
Nyarangi vertelt dat het militaire anti-terrorismebeleid van Kenia slecht werkt. Het aantal terroristische aanvallen wordt niet daadwerkelijk minder. Het beleid zou meer gericht moeten zijn op het zien van signalen van radicalisering in gemeenschappen. Ze vertelt dat vrouwen met een rol in religieuze gemeenschappen vaak over het hoofd worden gezien: “Toch krijgen juist zij de vroege waarschuwingssignalen mee. Maar ze worden systematisch weggehouden bij het maken van beleid over dit onderwerp.”
Wat zou helpen om de situatie te verbeteren? Nyarangi: “We moeten deze vrouwen zien als autonome actoren en niet slechts als welkome informanten. Deze vrouwen moeten actief betrokken worden door overheden.”
Nadat de presentaties van Polinder en Nyarangi is er ruimte voor gesprek. Dr. David Ehrhardt van de Universiteit Leiden en Paul Bekkers, speciaal gezant voor religie en levensovertuiging, reageren.
Ehrhardt deed onderzoek in Nigeria en herkent veel. “Het is goed om te zien dat er zoveel verschillende mensen geïnterviewd zijn. Ik herken wat er in het rapport wordt gezegd, ook vanuit mijn eigen ervaringen.”
Hij vertelt over Nigeria en hoe terrorisme zich daar heeft ontwikkeld en mist een aspect in het rapport: “Voor Boko Haram was niet religie de reden om te radicaliseren, maar de politiek. Ik mis in het onderzoek de politiek als onderliggende reden voor radicalisering.”
Paul Bekkers is werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken als speciaal gezant voor religie en levensbeschouwing. “Het rapport is een belangrijke bijdrage in het wereldwijd debat over godsdienstvrijheid, een belangrijke focus in het beleid van de Nederlandse overheid. Hoe zorgen we ervoor dat dit rapport daadwerkelijk voor verandering zorgt?”
Na een korte pauze volgt een discussie. Het panel bestaat uit Sam Oando, Maureen Nyarangi, Paul Bekkers, David Ehrhardt en Simon Polinder. Dr. Sam Oando uit Kenia is assistent professor aan de United States International University. Hij ziet extremisme als gegeven. “Het blijft een wereldwijde dreiging. Wat moeten we eraan doe en wíe moet daarin veranderen?”
Het is volgens hem zaak om de lokale stem van mensen te ondersteunen en om ze bij de kwestie te betrekken. “En het belangrijkste is dat – als we de vraag stellen wie er moet veranderen – we dan állemaal moeten veranderen.”
Paul Bekkers: “Als we vooruitgang willen op het vlak van gelijkheid, moeten we daarin oprechter zijn. Er is veel politieke correctheid, er zijn veel modieuze dingen die gezegd worden. Maar we moeten over vooroordelen heen stappen. Een goede mix van mannen en vrouwen is belangrijk. Dit onderzoek laat zien dat het helpt.”
Uit het publiek komt de vraag wat kunnen we leren van Maureen Nyarangi en Sam Oando. Laatst genoemde reageert: “De lokale vrouwen blijven hun werk doen en doen veel praktische ervaringen op. Door die ervaring te institutionaliseren, kan dat een positieve uitwerking hebben.”
Ehrhardt: “Zelf ben ik niet per se religieus, maar religie leert wel dat niet alles in de controle van mensen ligt. Het is dus belangrijk om de religieuze geletterdheid te verhogen in geloofsgemeenschappen, maar ook daarbuiten.”
Na een kort gesprek over de stelling komt er een kritische opmerking vanuit de zaal: “Ik vind het kader om de problemen aan te vliegen met religie erg smal. Er zijn ook andere belangrijke factoren, wat hebben jullie daarmee gedaan?”
Simon Polinder reageert: “Omdat religie zo fundamenteel is, heeft het iets te zeggen over andere thema’s. Je kunt het altijd zien in verhouding tot andere thema’s.”
Na een applaus ontvangen de sprekers een cadeau van Polinder en wordt de ochtendbijeenkomst afgesloten. Het publiek kan even in de binnentuin rondlopen en genieten van de bloeiende bomen.
Toen ik het las dacht ik dat Joost al 30 jaar journalistiek ervaring had. Goed gedaan Joost!