Op de ovalen tafel staat een schaaltje maïzena koekjes en in de lucht hangt de doordringende geur van Alcolade, groen reukwater gemaakt van citroenmelisse met lavendel en alcohol. Het zijn subtiele verwijzingen naar Suriname, maar we zitten rond een tafel in Amsterdam-West. De bewoners van de woongroep Wi Makandra spreken druk door elkaar over de politie-inval gisteren in de straat, maar ook over de wateroverlast in Paramaribo, de hoofdstad van Suriname en het geboorteland van alle zes bewoners aan tafel.

De 87-jarige Arthur Tjin a Sjoe is de nestor van de woongroep. Hij woont er sinds het ontstaan 25 jaar geleden. “De woongroep is er gekomen op vraag van de gemeente Amsterdam. Die vroeg aan een zuster van de kerk of er behoefte was voor een Surinaamse woongroep”, blikt hij terug. Inmiddels vervult de gemeente nauwelijks nog een rol en regelen de bewoners alles zelf. Wi Makandra – letterlijk vertaald ‘wij samen’ in het Surinaams – heeft dertien woningen voor evenveel bewoners. Allen zijn van Surinaamse afkomst. “Wie hier wil komen wonen moet zich inschrijven met een formulier en de groep bepaalt wie komt,” zegt de 81-jarige Lucia Vrij. Samen met Tjien a Sjoe behoort zij tot de eerste bewoners van de woongroep. Wi Makandra is onderdeel van de HudsonHof, een multicultureel ouderencentrum en activiteitencentrum en een van de zeventig woongroepen in Nederland die zich richt op oudere migranten in het bijzonder.

De vraag naar cultuurspecifieke zorginstellingen groeit in heel Nederland. Mensen met een migratieachtergrond voelen zich niet altijd voldoende thuis in de Nederlandse gezondheidszorg, blijkt uit onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). “Dat heeft met taal en cultuur, de benaderingswijze en herkenbaarheid te maken”, zegt Hans Bellaart, senior onderzoeker en coördinator bij KIS. Uit het onderzoek blijkt dat er onvoldoende diversiteit is in het Nederlandse zorgpersoneel om van elkaar te leren en wordt de reguliere zorg nog te veel vanuit een Westerse bril benaderd. “Dat geldt ook voor organisaties in grootstedelijke gebieden waarvan meer dan de helft van de bewoners een migratieachtergrond heeft”, zegt Bellaart.

Gezien en gehoord worden

Van op de vijfde verdieping kijkt Kenneth Tolud uit op de groene omgeving in de wijk Venserpolder, vlakbij het winkelcentrum de Amsterdamse Poort in de Bijlmer. Ruim negen jaar woont hij nu in De Venser, een multicultureel woonzorgcentrum met zo’n honderdvijftig bewoners waarvan het grootste deel uit ouderen met een Surinaamse achtergrond bestaat. De 70-jarige ex-beroepsmilitair woont sinds 1973 in Nederland, twee jaar voor Suriname onafhankelijk werd. In De Venser doet hij elke vrijdag mee aan de Kon Makandra – ‘Kom Samen’ – praatgroep. Hier gaan de bewoners terug in de tijd en worden verhalen verteld over het Suriname van toen.

Ook het Surinaams eten in de woongroep bevalt Tolud, zeker sinds hij als lid is toegevoegd aan de plaatselijke Keuken Commissie. “Ik heb ooit geklaagd over de bruine bonen met rijst (een typisch Surinaams gerecht, red.), want bruine bonen zonder zoutvlees en zonder varkensstaart is geen Surinaamse bruine bonen. Ik werd toen opgenomen in de Keuken Commissie en sindsdien is er veel verbeterd”, lacht hij. Hij is blij dat er in De Venser naar hem wordt geluisterd.

“Daar gaat het toch vooral om” zegt Redmar Schalkx, manager bij zorgspecialist De Amstelring, waar woonzorgcentrum De Venser onder valt. Volgens Schalkx is de open houding van de medewerker het allerbelangrijkste in cultuurspecifieke zorgverlening. “Het gaat erom dat iemand luistert, aansluit en gastvrij is. De zorgverlener moet genoeg informatie hebben over de bewoner en ervoor zorgen dat die gezien en gehoord wordt. Wat we ook erg belangrijk vinden is dat medewerkers de cultuurspecifieke kennis hebben. Elke bewoner heeft een zorgplan en daarin staan alle details over de cultuur die met zorg te maken hebben.”

Bakkeljauw en Surinaamse muziek

Romawatie Grootfaam-Bikha is 69 jaar en woont sinds een paar jaar op haar kamer in De Venser. “De mensen hier houden rekening met waar je vandaan komt. Als ik bijvoorbeeld wil dat er een Pandit (een Hindoepriester, red.) moet komen, kan dat.  Er zijn veel Surinaamse zusters hier, dus ze begrijpen je goed”, zegt ze in haar kamer vol planten en oude spulletjes. Op het Kerkplein in Paramaribo runde Grootfaam-Bikha jarenlang een goed lopend restaurant. In 1989 volgde ze haar man, inmiddels wijlen, naar Nederland.

Voor Tjin a Sjoe is het warme familiegevoel de meerwaarde van Wi Makandra: “Ik kan altijd aankloppen bij iedereen.” Tolud vindt de feestdagen in De Venser belangrijk: “Keti Koti (een Surinaamse feestdag ter viering van de afschaffing van de slavernij, red.) en onafhankelijkheidsdag zijn dagen die ik hier niet wil missen.” Lucia Vrij voelt zich in Wi Makandra beter begrepen – “Als ik m’n bakkeljauw wil klaarmaken, weet ik dat niemand komt klagen dat het stinkt op de gang” – en beter verzorgd.

Arthur Tjin a Sjoe, een van de eerste bewoners van Wi Makandra
Arthur Tjin a Sjoe, een van de eerste bewoners van Wi Makandra Beeld door: Robin Austen

Vrij krijgt als een van de weinigen in de woongroep extra zorg aan huis. Via een Persoonsgebonden Budget (PGB) – een mogelijkheid waarbij mensen een budget van de overheid krijgen om zelf zorg in te kopen via intermediairs – heeft ze twee Surinaamse thuiszorgmedewerkers die haar elke dag komen wassen en helpen in de huishouding.  “In het begin had ik een Hollands meisje en die gebruikte dezelfde gele doekjes waarmee je de grond schoonmaakt ook voor in de keuken. Vanuit mijn bed maakte ik de hele tijd ruzie met haar,” zegt ze. Toen ze hoorde over PGB vroeg ze specifiek naar twee Surinaamse medewerkers. “In een Nederlandse woongroep zou het lastig zijn om speciaal naar Surinaamse zorgmedewerkers te vragen. Dan denken ze al gauw dat je discrimineert”, zegt Vrij.

Mechteld de Drie werkt zelf als kwaliteitsverpleegkundige bij woonzorgcentrum De Venser. Ook zij merkt de verschillen. “Bij een doorsnee Hollandse vrouw is het wassen, aankleden en klaar. De Surinaamse bewoner heeft wat rituelen na het douchen. Een beetje Vicks hier, wat Alcolade daar en de rug insmeren met talkpoeder”, zegt De Brie. Omdat ze zelf ook van Surinaamse afkomst is, kunnen cliënten zich gemakkelijk met haar identificeren – en omgekeerd. “Op de vijfde afdeling, de gesloten afdeling, zit een vrouw die moeilijk communiceert. Ze begrijpt niet alles meer en vertoont soms moeilijk gedrag. Toen ik eens een dagje ging meelopen in de ochtend begon ik meteen Surinaams met haar te praten. Ik zette Surinaamse muziek op en ik kreeg haar zo uit bed,” lacht De Brie.

De eerste woongroepen die zich richten op ouderen met een culturele achtergrond ontstonden zo’n dertig jaar geleden en waren vooral gericht op mensen met een Indonesische achtergrond. Naarmate meer Turkse, Marokkaanse en Surinaamse migranten kwamen – en ouder werden – ontstonden ook initiatieven voor deze doelgroepen. “Ook voor Arabisch en Syrische sprekende ouderen zijn er tegenwoordig zorgcentra”, zegt Bellaart.

Vandaag de dag heeft bijna een kwart van de totale Nederlandse bevolking een migratieachtergrond. De grootste groepen 55-plussers met een migratieachtergrond zijn ouderen met een Surinaamse (83 duizend) achtergrond, gevolgd door Turken (52 duizend) en Marokkanen (50 duizend). Volgens de bevolkingsprognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek zal het aantal ouderen met een migratieachtergrond in 2040 stijgen naar 819.000. Dat is 12,2 procent van alle 55-plussers die er op dat moment in Nederland wonen.

Redmar Schalkx en Michteld de Drie van De Venser
Redmar Schalkx en Michteld de Drie van De Venser Beeld door: Robin Austen

Bellaart verwacht dat ook het aantal cultuurspecifieke zorgorganisaties de komende jaren zal blijven groeien. “De reguliere zorgsector werkt onvoldoende cultuursensitief, maar de mensen in de sector ervaren dat niet als een probleem. Op die manier is men ook niet geneigd te veranderen”, zegt hij. Dat is een gemiste kans voor de totale gezondheidssector, want diverse onderzoeken tonen aan dat de kwaliteit van de zorg verbetert als er cultuursensitief wordt gewerkt.

Wanneer is zorg cultuursensitief?
Cultuursensitieve zorg richt zich specifiek op mensen met een migratie- of vluchtelingenachtergrond. Alle zorg kan cultuursensitief zijn als in de omgang met patiënten expliciet rekening wordt gehouden met de culturele achtergrond, leefsituatie en taal van cliënten. Een zorgprofessional die cultuursensitief werkt kan zich inleven in wat de migratieachtergrond voor zijn/haar cliënt betekent. De zorgprofessional is (onder meer) zelfbewust, heeft een open, onbevooroordeelde houding, kennis over de leefwereld van cliënten met een migratieachtergrond en is een ware ‘bruggenbouwer’, aldus de leernetwerken van KIS. Een ‘diversiteit sensitieve’ – een breder begrip dan ‘cultuur sensitieve’ – zorginstelling heeft haar organisatie daarop ingericht en de personeelssamenstelling erop aangepast. De instelling is toegankelijk en herkenbaar, flexibel in tijd, voorzien van tolken en bijscholing en heeft een divers team.

Schalkx onderschrijft de visie van Bellaart dat er meer moet gebeuren, maar heeft als manager van De Venser ook met praktische problemen te maken. “We hebben een groot personeelstekort in de zorg in Nederland, wij zijn daarom afhankelijk van wie zich aandient. Flexwerkers of ZZP’ers hebben niet altijd die culturele binding. Gelukkig valt het in De Venser nogal mee met het tekort en hebben wij veel werknemers die uit de omgeving komen, met name van Surinaamse komaf. Dat helpt, maar het is persoonsgebonden. De ene Nederlander is de andere niet, dus we waken ervoor om te denken dat alles en iedereen hetzelfde is”, zegt Schalkx.

Op een enkele uitzondering na zouden alle bewoners met wie we spraken het liefst terug gaan naar Suriname, om op hun geboortegrond ook hun oude dag door te brengen. “Ik heb elke dag heimwee. Ik heb geen klachten hier, want de mensen zijn vriendelijk voor me, maar ik zou toch het allerliefst in Suriname willen zijn. Maar ja, al m’n kinderen wonen hier en die willen niet dat ik daar naartoe ga”, zegt Grootfaam-Bikha. Alleen terug naar Suriname is geen optie, want ze slikt elke dag medicijnen die in Suriname niet te vinden zijn vanwege het landelijk tekort aan medicijnen. Ook voor Vrij is een terugkeer uitgesloten. Als hartpatiënt denkt ze met horror terug aan de dagen dat ze in het Algemeen Ziekenhuis Paramaribo onder een zinken dak plaat moest wachten tot ze geholpen werd. “Het was zo heet, ik werd er niet goed van. Maar je mag niets zeggen want dan wordt men boos”, zegt Vrij.

Henna Hoogland, coördinator en bewoner van Wi Makandra is net weer terug van vakantie in Suriname. “Ik zocht een vriend van me op in een tehuis voor ouderen. Hij heeft zijn hele leven hard gewerkt en heeft nu zorg nodig. Als je ziet in wat voor omstandigheden hij daar nu woont, het is verschrikkelijk. Zo zou ik niet kunnen wonen”, verzucht ze, doelend op de vervallen accommodatie voor ouderen in Suriname. Het hart van de migranten ligt in Suriname, maar hun oude dag in Nederland.

Surinaamse woongroepen en verpleeghuizen in Nederland
In 2017 telde Nederland 101 woon- en zorginitiatieven gericht op oudere migranten (inclusief dagbesteding). In 2021 staat de teller op 161, een groei van zestig organisaties in slechts vier jaar. Ouderen met een Indisch-Nederlandse of Molukse achtergrond hebben het grootste aanbod, Nederlanders met een Turkse achtergrond staan met 29 initiatieven op de tweede plaats, gevolgd door Surinamers met 23, waarvan 19 woongroepen en vier verpleeghuizen. Dat blijkt uit het Overzicht cultuurspecifieke woon-, zorg- en welzijnsinitiatieven van het Netwerk van Organisaties voor Oudere Migranten. De woongroepen en verpleeghuizen die zich richten op ouderen met een Surinaamse achtergrond liggen vooral in Amsterdam (10), Den Haag (4) en Rotterdam (4).Van alle 55-plussers met een migratieachtergrond, hebben Surinamers de tweede meeste zorgkosten. In 2017 en 2018 lag het gemiddelde op 4312 euro. Alleen Turken van 55 jaar en ouder maken nog meer kosten (in 2017 en 2018 gemiddeld 4404 euro).

Dit artikel is onderdeel van de serie ‘Surilines’, een onderzoek naar de banden tussen Suriname en Nederland in de aanloop naar vijftig jaar onafhankelijkheid. Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

uncategorized-id2052
1547824595128

Robin Austen

Robin Austen is copywriter en eigenaar van ‘Woordenbrij’.
Profiel-pagina
1633395119093

Zoë Deceuninck

Zoë Deceuninck is werkzaam als journalist in Suriname.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.