In het voorjaar van 1991 stapte de 17-jarige Amanuel Gebremedhin, een ranke en frêle gestalte, ons huis en ons leven binnen. Gevlucht voor oorlog en geweld in Eritrea, op zoek naar rust, al zijn bezittingen in één tas. Of het lawaaiige en soms ruzieachtige huishouden van vijf paste bij zijn verlegen en bescheiden karakter was toen moeilijk te zeggen, maar wij sloten hem al gauw in onze harten, en hij ons. We noemden hem al snel Aman. Wat begon als een schuchtere kennismaking, eindigde als een verbond voor het leven.

Het verbaast dan ook niet dat mijn ouder wordende moeder, gevraagd naar wat ze nog zou willen doen in haar leven, uitspreekt Amanuel graag nog eens te willen zien. Hij woont inmiddels in het noorden van Finland (lang verhaal kort: jongen ontmoet meisje op festival in Duitsland, verhuist naar haar woonplaats Oulu). Na een duizelingwekkende reis vol medische malheur landen we in Noord-Finland. Alsof de Voorzienigheid zegt: even wachten met bezwijken nog, moedertje, dit moet nog gebeuren.

De laatste keer dat we Aman zagen, was bij de begrafenis van mijn vader. Aman was ontroostbaar dat hij hem niet meer bij leven had gezien. Gezeten aan het Berlijnse ziekbed van zijn vader had hij al onze telefoontjes gemist. De angst mijn moeder nooit meer te zullen zien, heeft hem bedrukt, dat is voelbaar daar in die aankomsthal. Van opluchting lacht en huilt hij tegelijkertijd. Aman en Tineke pakken elkaars hand en laten die vier dagen lang nauwelijks los.

Hoe het begon

Ruim dertig jaar geleden lazen mijn ouders een advertentie in het tijdschrift Hervormd Nederland: gastgezinnen gezocht voor jonge asielzoekers, destijds ama’s geheten (‘alleenstaande minderjarige asielzoeker’) en net als nu vaak jongemannen.

Die avond aan tafel legden mijn ouders hun overwegingen aan ons voor: veel jonge vluchtelingen hebben behoefte aan iets meer dan een dak boven hun hoofd, wat zouden jullie ervan vinden als iemand bij ons zou komen wonen? Wij – mijn broertje en zusje en ik zelf – zullen als kinderen praktische bezwaren hebben opgeworpen: waar moet ‘ie dan slapen, spreekt ‘ie Nederlands, kan ‘ie wel fietsen, hoe zit het met ons zakgeld?

e8b992ee-d8bf-473d-b24d-81bc48b5e943_4080x3072
Weerzien in 2026

Gerustgesteld door het argument dat waar eten is voor drie er ook wel een vierde bij kan, ging het familieberaad unaniem akkoord. Een paar weken later kwam Amanuel kennismaken. Het klikte. Dat zijn naam ‘God met ons’, ‘de aanwezige’, betekende, was voor mijn moeder een goed teken. We regelden een fiets, een bouwkundig onderlegde huisvriend halveerde mijn broertje’s bovenverdieping en maakte zo van één grote slaapkamer twee kleinere, waarna we Amanuel uit Leersum ophaalden en hij bij ons introk.

Hij ging naar school en kreeg Nederlandse les, werkte bij een fietsenmaker, ging voetballen en volleyballen, maakte vrienden en leidde het leven van een adolescent. Over zijn vlucht spraken we amper – het was niet onze taak de controles van instanties dunnetjes over te doen – maar er sijpelde weleens een opmerking door over gevangenissen en stokslagen op blote voeten. Hij had nu een thuis in Nederland, dat telde.

Zoals hij waren er velen uit vele landen. Ontheemd door oorlogsgeweld, in zijn geval tussen Ethiopië en Eritrea, waarbij naar eigen zeggen een oudere broer werd gedood, raakten Eritreeërs door heel Europa verspreid. Eén zus woonde al in Utrecht (nog steeds trouwens, evenals haar dochters). Een andere broer verkaste naar Den Haag, er woont nog een zus in Canada. Zijn toekomstige vrouw, Emnet, al even jong van huis en haard verdreven, belandde in Finland. Daar wonen ze nu met hun drie kinderen Sara, Matias en Elias.

Uiteraard miste Aman zijn ouders en had hij heimwee. Van de Eritrese oorlogsdreiging naar de gezapige, maar vredige Zamenhoflaan in Zeist. Van injera met kruidige berbere-saus naar spinazietaarten en stamppot. Toen hij het gemis aan smaken en geuren niet langer kon verdragen, besloot hij op een dag injera te maken. Zijn eerste probeersel bestond uit een beslag van tarwebloem met een gistpapje. Teffmeel was onvindbaar in die dagen en gist vond Aman wegens ontploffingsgevaar in het darmstelsel eigenlijk uit den boze, maar je moest iets.

Na vier dagen rijzen en borrelen in de zonnige vensterbank verspreidde zich een zurige geur door de woonkamer. Dat was goed, zei Aman, want injera smaakt zurig.

De eerste baksels hadden een dichtgeschroeide zijde, als een pannenkoek. Dat was minder goed, constateerde hij beteuterd. Injera moet luchtig zijn, zacht, licht en dun, met tientallen kleine gaatjes waar de saus zich in laat opnemen. Na veel oefenen toverde hij een naar omstandigheden redelijke injera op tafel, maar helemaal tevreden was Aman nooit – om over mijn vader maar te zwijgen: ‘Alwéér injera?!’.

Maar zie nu. In het noorden van Finland – nota bene! – serveert hij samen met zijn vrouw en drie kinderen de perfecte Eritrees/Ethiopische keuken in hun eigen restaurant. Zoals zijn kookkunsten verliep zijn leven: hij spreekt en brabbelt vijf talen, werd metaalbewerker, kok en tolk en voedt drie Finse Eritreeërs op.

Hereniging

Wellicht beïnvloedt de verrukking van de nieuwe ontmoeting onze smaak. Hoe diep we in elkaars hart zitten, zie je in elkaars ogen, hoor je in de verhalen die loskomen. Zo vertelt Aman hoe mijn zusje elke avond voor het slapengaan bij hem binnenliep om een praatje te maken. Hoe hij op vrijdagen bij mijn broertje, die dankzij zwart betaalde kinderarbeid bulkte van het geld, soms 25 gulden leende om te kunnen uitgaan met vrienden. Hoe hij tijdens volleybalwedstrijden telkens vroegtijdig werd gewisseld door dezelfde medespeler, tot hij op een avond mijn vader van 1 meter 93 meenam die zei: ‘Aman blijft nog even spelen.’ Hoe we Sinterklaas vierden (hij begint spontaan te zingen: ‘zwarte piet, wiedewiedewiet, ik hoor je wel maar ik zie je niet’).

Ook vertelt hij over dingen waaraan hij moest wennen, of die hij ronduit absurd vond.

De hond uitlaten, bijvoorbeeld. Met een hond aan een touwtje voor iedereen zichtbaar een rondje lopen door de buurt en doen of je dat leuk vindt? Zijn familie giert van de lach als Aman vertelt hoe het kamperen in Friesland hem was bevallen. ‘Dus ik ben die toestanden met tenten en op de grond slapen ontvlucht om hier bij slechter weer precies hetzelfde op mijn pad te vinden?’ Vissen? Met een bamboestok voor je pens naar het water staan turen terwijl er niets gebeurt: waarom?

Hij lacht bij de herinneringen. Dat doet ons goed, want we hebben ons meer dan eens afgevraagd of hij in ons gezin vol spanningen wel goed terecht was gekomen. Elke suggestie dat dat mogelijk niet zo was, wimpelt hij af, waarbij hij tot onze verrassing mijn oma citeert: ‘Oma zei altijd: ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’

Amanuel vertelt altijd over jullie, zegt Emnet tijdens een van de etentjes. ‘Ik ben zo blij dat al die verhalen nu een gezicht hebben’. Ze richt zich geëmotioneerd tot mijn zoon. En dan tot mijn moeder: ‘Wat jullie als gezin voor Aman gedaan hebben is zo belangrijk voor hem geweest. Een jongeman die je helemaal niet kende, een vreemde van wie je niets wist, zonder oordeel in je huis opnemen. Ik ben je zo dankbaar, Tineke.’

‘Wij deden wat we belangrijk vonden, gastvrij zijn, gerechtigheid nastreven’, zegt Tineke. ‘Met dankbaarheid of een gunst verlenen heeft dat niets te maken. Het was een appèl, het was noodzaak. Als zo’n jonge vluchteling dat niet in je oproept, dan weet ik het ook niet meer. Je doet het gewoon.’

‘Dat is niet vanzelfsprekend’, werpt Emnet tegen, maar dat is tegen mijn moeder aan dovemansoren gericht. Die zegt: ‘Wij bewijzen niet alleen hem een dienst, hij bewijst ons ook een dienst. Het voegt toe, een mens erbij voegt alleen maar toe, ook al is de omgang niet altijd makkelijk. Wij bevestigen elkaars medemenselijkheid.’

Dan wijst ze op Aman, kijkt hem aan en zegt: ‘We kregen er veel voor terug.’

huseman2

Dit verhaal is met toestemming overgenomen van Jonathan Huseman op Substack. Op die oorspronkelijke plek staat dit verhaal met meer foto’s.

1623055795462

Jonathan Huseman

Jonathan Huseman schrijft over politiek, journalistiek, mensenrechten, voetbal en literatuur. Hij publiceert onder meer via zijn account op …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.