Vandana Shiva is geboren in 1952 in India. In haar autobiografisch boek Terra Viva. My Life in a Biodiversity of Movements dat ze publiceerde naar aanleiding van haar zeventigste verjaardag, lezen we over haar indrukwekkende inzet voor de vrouwen- en milieubeweging, maar ook over haar ouders en haar opvoeding. Haar ouders stammen uit de hoogste kaste van de bevolking, maar legden hun familienaam af als protest tegen het kastesysteem. De nieuwe naam van de familie werd “Shiva”. Ze vertelt in haar boek dat haar grootvader zich inzette voor het onderwijs aan meisjes. Hij had in een klein dorp, Duhai, een school voor meisjes gesticht en zette zich ervoor in dat deze school een ‘college’ zou worden. Ze schrijft dat het typisch in die dagen was, dat wanneer mensen zich inzetten voor sociale veranderingen, dat ze dan in hongerstaking gingen. En dat deed de vader van haar moeder, hij stopte ook met drinken van water en overleed. Een dag na zijn dood werd de school door de president van India tot ‘college’ verklaard.

Vandana Shiva groeide op de boerderij van haar moeder op, terwijl haar vader als boswachter werkte. Beiden hadden een ‘stedelijk’ leven opgegeven, haar moeder als hoge ambtenaar en haar vader in het leger, om de kinderen een ‘vrije’, onconventionele opvoeding te geven op het platteland. Een bewuste keuze van haar ouders om ‘in de natuur’ te leven, op een boerderij aan de rand van een bos van de Himalaya. Vandana Shiva vertelt dat met name het bos haar eerste herinneringen kleurt: geur, geluid en smaak van bomen die haar als een navelstreng met de Himalaya verbinden. Het belang van zowel feminisme als ecologie zat diepgeworteld in haar opvoeding waarin twee werelden bij elkaar kwamen: de meerderheid van de plattelandsbevolking en de ‘westernised’ elite, schrijft ze.

Vandana Shiva studeerde in India en Canada, natuurwetenschappen, kwantummechanica en promoveerde in wetenschapsfilosofie en werkte als natuurwetenschapper. Ze ruilde haar specialisme in nucleaire natuurkunde, omdat ze zich al snel bewust werd van de schaduwkanten ervan, in voor theoretische natuurkunde. In de jaren zeventig werd ze actief in de milieubeweging in India. Tijdens haar studie sloot ze zich aan bij de Chipko-beweging die was ontstaan om ontbossing in India tegen te gaan. De beweging heeft haar wortels in het (soms dodelijke) verzet tegen het bomen kappen door de Britten tijdens de koloniale tijd en is vooral bekend geworden door het vastklampen aan de bomen (Chipko betekent vastklampen). Niet alleen vanwege de religieuze verbinding met bomen in het Hindoeïsme, maar ook omdat het kappen van bomen in eerste instantie het levensonderhoud van de lokale bevolking in gevaar bracht. De kennis en kunde over bomen, water, aarde en lucht, ecologische wijsheid leerde ze van de vrouwen van de Chipko-beweging. Die vrouwen waren vaak boeren van wie ze meer heeft geleerd dan de academische opleiding haar kon bieden, schrijft Vandana Shiva.

Chipko-beweging-Wikimedia
De Chipko-beweging Beeld door: Wikimedia

Een andere motor achter haar milieuactivisme was de giframp in Bhopal in 1984. Toen stierven duizenden mensen door het vrijkomen van een giftig gas uit een Amerikaanse bestrijdingsmiddelenfabriek. Blijvende milieu- en gezondheidsschade maakt het tot een van de grootste milieurampen in de geschiedenis. Door ‘grasroot’ activisme en een groeiende reputatie als autoriteit op het gebied van milieu en biodiversiteit, werd het onderzoek en de expertise van Vandana Shiva door nationale en internationale organisaties en overheidsinstanties ingeroepen. Door een bijeenkomst van de Verenigde Naties in 1987 over nieuwe biotechnologie, gemodificeerd zaad en patenten op zaad-variaties, en haar observaties van de mislukking van de zogenaamde ‘Groene Revolutie’ in India, waarbij gemodificeerde rijssoorten op het platteland door de regering waren geïntroduceerd, drong het tot haar door dat de vrijheid van het zaad de basis moest zijn voor haar verzet. Geïnspireerd door het vreedzame protest van Mahatma Gandhi, zette zij zich in tegen de overname van de landbouw door multinationale ondernemingen. Ze voerde onder ander succesvol rechtszaken tegen Monsanto. Haar geesteskind ‘Navdanya’ is een platform dat ecologische landbouw bevordert, als zaadbank dient en beschreven wordt als ‘Earth centric, Women centric and Farmer led movement for the protection of Biological and cultural Diversity’.

In haar boek uit 2015 Wie de wereld nu echt voedt (de Nederlandse vertaling is in 2016 verschenen), gaat Vandana Shiva in tegen deze breed gedeelde overtuiging dat alleen de intensieve, geïndustrialiseerde akkerbouw en veehouderij de wereld kunnen voeden. Vanuit acht invalshoeken werkt zij haar overtuiging uit dat we te maken hebben met twee paradigma’s die elkaar tegenspreken. Enerzijds, wat zij het dominante paradigma noemt, de geïndustrialiseerde landbouw, en anderzijds wat zij als het nieuwe of opkomende paradigma ziet van de ecologische landbouw. De denkkaders van die twee paradigma’s zijn diametraal verschillend en omvatten dimensies die veel verder gaan dat stikstof alleen. Wie of wat voedt de wereld volgens Vandana Shiva: agro-ecologie, levende bodem, bijen en vlinders, biodiversiteit, kleinschalige boeren, vrijheid van zaad, lokalisatie en vrouwen voeden de wereld.

We moeten niet vergeten, dat zij vanuit een ‘postkoloniale’context schrijft, waarbij ze de vraag stelt of het kolonialisme in de gedaante van globaal kapitalisme werkelijk tot het verleden behoort. India, waar de honger, de armoede en niet te vergeten de milieuproblemen immens zijn, kleurt haar perspectief. Dus wanneer ze de geïndustrialiseerde landbouw als oorlogsparadigma beschrijft, moeten we in Nederland zo’n taal misschien niet direct overnemen om niet nog meer olie op het vuur te gooien. Maar ze gebruikt oorlogstaal en herinnert eraan dat chemische meststoffen en pesticides uit een na de tweede wereldoorlog omgebouwde oorlogsfabriek stammen. ‘Ik durf te beweren dat het gebruik van gif het hart van de industriële landbouw vormt en dat we hier in feite met een necro-economie van doen hebben, waarvan de winst berust op dood en vernietiging.’(Shiva, Wie de wereld echt voedt, p. 29) Ze denkt niet alleen aan meststof, pesticides, monoculturen en gemodificeerd zaad die de aarde, biodiversiteit, waterkwaliteit en gezondheid van mensen aantasten, maar ook aan globalisering, internationale bedrijven en ‘vrije’ handelsverdragen die opereren met het oog op winst ten koste van kleine boeren, vrouwen en kinderen voor wie de zogenaamde vooruitgang in veel gevallen geen vooruitgang was. Hoe dammen aangelegd worden om plantages met producten bestemd voor het ‘westen’ te irrigeren, terwijl vrouwen kilometers verder moeten lopen om nog aan water te komen. Ze beschrijft hoe Indiase boeren in schulden terecht kwamen en hoe velen van hen daardoor zelfmoord pleegden.

Ze legt een verband tussen de ‘Groene Revolutie’, de invoering van industriële landbouw, de verscheuring van gemeenschappen, criminalisering en toenemend (seksueel) geweld tegen vrouwen. Hoe de kennis, vaak van vrouwen, over het kleinschalige verbouwen van groenten voor een familie of een leefgemeenschap werd afgebroken door de introductie van grootschalige akkerbouw. Hoe grond in India gebruikt wordt om producten voor het westen goedkoop te produceren en hoe zwaar gesubsidieerd voedsel de nekslag vormde voor veel Indiase voedselketens. Hoe met het oog op winst, niet meer de kwaliteit en voedingswaarde van voedsel voorop staan, maar de mogelijkheid om getransporteerd te worden naar de andere kant van de wereld. En Vandana Shiva rekent af met het grootste argument tegen biologische landbouw. Als je alles meerekent: de schade aan de bodem, de insectenpopulatie, biodiversiteit, ‘natuur’, de kosten voor kunstmest, machines aangedreven door diesel of benzine en technologie, dan is het niet zo, dat industriële landbouw efficiënter is. Ze rekent voor dat 30 procent van het voedsel dat we eten afkomstig is van grootschalige industriële landbouwbedrijven en de rest van kleine boeren, terwijl 75 procent van de ecologische schade aan de planeet voor rekening van de industriële landbouw komt.

Dat is slikken. En toch, wanneer ik lees in Shiva’s boek, dan overvalt me een zekere aarzeling. Het zegt misschien meer over mij dan over de kennis van Vandana Shiva. Ik identificeer me met hart en ziel met de milieubeweging, trouwens ook met de vrouwenbeweging. Ik ben in een stad opgegroeid en mijn kennis over landbouw is beperkt tot boeken en mijn miezerige moestuin. ‘Niet een van ons’ zouden de plattelanders over mij kunnen zeggen. Ik ben ondertussen ook dorps-dominee, ken als dominee de stedelijke context, maar vooral het platteland, nu op de grens tussen een Friese stad en het Friese platteland, en was dominee in een boerendorp in de Krimpenerwaard. De Krimpenerwaard die op dit moment blauw-wit-rood kleurt. Wanneer ik aan boeren denk, denk ik ook aan kwetsbare mensen die ik in de geloofsgemeenschappen ben tegengekomen en die zich al zonder stikstof-gedoe moeilijk staande kunnen houden. Misschien sta ik wel meer in het geïndustrialiseerde paradigma dan ik mij realiseer, want ik vind het te romantisch klinken allemaal. Ja mooi, met en niet tegen ‘de natuur’ werken. Afstappen van een westers-geïnspireerd wereldbeeld waarbij de mens tegenover de aarde staat en die beheerst. Overstappen op een ecologisch paradigma waarbij wij als mensen ons voeden door onderdeel te worden van een ecologisch levensweb waarin insecten, bodemkwaliteit, lokaliteit en diversiteit aan zaad en planten ervoor zorgen dat honger uit de wereld verdwijnt.

Vandana Shiva is ecofeministe; de kritiek op een hiërarchisch-dualistisch wereldbeeld waarin vrouwen en natuur ondergeschikt worden geacht aan mannen en cultuur, en kapitaal en macht de regels bepalen, ligt achter haar analyse van landbouw. En die analyse staat als een huis! Maar is werkelijk alles aan (westerse) wetenschap, technologie en ontwikkelingen in de landbouw slecht en moet alles op de schop? Louis de Jaeger, een Belgische journalist die zich jarenlang met bodem en landbouw heeft beziggehouden en trouwens ook een groot fan is van Vandana Shiva, maant in zijn boek Wij eten ons dood tot voorzichtigheid. Ja, er moet iets veranderen in de landbouw. Maar doe het in stappen. Verken verschillende mogelijkheden, want het gaat om wel of niet genoeg voedsel. Het gaat om leven en dood. In nummer 1/22 van tijdschrift Ophef pleiten Ruerd Ruben en Aad van Tilburg ook voor een weg naar een duurzaam en inclusief voedselsysteem dat op een meer geleidelijke manier en met aandacht voor de individuele verantwoordelijkheid van betrokkenen in de voedselketting vorm moet krijgen. Ik moet ook denken aan de biologische boer uit Zuid-Holland waar we jarenlang groenten-pakket-abonnee waren en die ons op een van de open dagen van zijn boerderij overtuigend voorrekende hoe biologische landbouw de wereld kan voeden, als de vleesconsumptie drastisch teruggaat en daardoor het landgebruik heel anders kan worden ingericht.

Dr. Vandana Shiva
Dr. Vandana Shiva Beeld door: Augustus Binu via wikimedia commons

Maar Shiva als een holistische idealist weg te zetten die niets afweet van de landbouw, klopt niet. Ze noemt bijvoorbeeld de nieuwste inzichten van epigentica om de ecologische landbouw te optimaliseren en dat brengt ze op Naydanya in de praktijk. Ze wil niet terug naar een oorspronkelijk India voor de kolonisatie, toen was er ook honger, armoede en geweld tegen vrouwen. En is niet haar radicale taal gegrepen uit de realiteit van de armste mensen van de wereld die zich niet de westerse luxe van een geleidelijke verandering kunnen en willen permitteren? Zij zegt: we lopen vast in het huidige landbouwparadigma. En dan ga ik weer met haar mee: De planeet stelt grenzen en die grenzen voelen we en zien we steeds meer in als we kijken naar de stand van de ‘natuur’, de waterkwaliteit, de opwarming van de aarde, de biodiversiteit, dierenleed en ziektes. De planeet stelt grenzen. Humaniteit stelt grenzen. We zijn die grenzen allang aan het overschrijden, we zitten vast op een doodlopend spoor.

Als ik het er toch op waag om vanuit haar analyse over de Nederlandse context te schrijven, dan blijft bij mij het beeld van het paradigma hangen. Als het zo is, dat ook de gemiddelde Nederlandse landbouw in het dominante paradigma geworteld is, dan heeft het weinig zin om daarin aan te blijven modderen om wie dan ook te vriend te houden. Dan moet het hele systeem op de schop, hoe pijnlijk ook. En daar worden veel boeren niet blij van. Tegelijkertijd, als je vanuit Shiva kijkt, dan spreekt uit haar woorden een enorme compassie voor de (kleinschalige) boeren. Niet omdat ze slachtoffer zijn van een verschrikkelijk systeem of een soort heiligen-status hebben, maar omdat ze in hen de voeders van de wereld ziet, of ze dat nu al zijn of weer moeten worden. Een paradigma gaat niet alleen om het individu, het gaat over de structuren waarin we ingebed zijn. Dat onze landbouw te vaak de natuur vergiftigt, de gezondheid van mensen in gevaar brengt, dierenwelzijn aan haar laars lapt en ook nog, hoe onbedoeld misschien ook, meewerkt aan een systeem dat honger in de wereld veroorzaakt, dat kan niet alleen op het bordje van de boeren worden gelegd. Nee, het zijn de wetten en regels van een paradigma waarin we met z’n allen vastlopen. Boeren voelen nu er verandering van hen gevraagd wordt, dat verandering nodig is, maar vroeger of later zullen ook anderen dat voelen en zal van hen gevraagd worden om nee te zeggen tegen een paradigma dat fundamenteel onrechtvaardig is in sociaal en ecologisch opzicht. Dat er bekering nodig is, vooral van de rijken en machtigen, tot een andere manier van leven, een andere manier van omgaan met mensen en de meer-dan-menselijke natuur.

Ook als theologen en gelovigen moeten we ons kritisch afvragen: hoe kijken wij nou naar de wereld, naar het land, naar de dieren. Is het nog houdbaar om onszelf als mensen in het centrum te plaatsen wanneer dat centrum bepaald wordt door het ideaal van de blanke, machtige man? Jürgen Moltmann zegt al meer dan 35 jaar dat niet de mens, maar de Sabbat de kroon van de schepping is. Maar hebben we dat echt gehoord? Kunnen we dat echt geloven?

Geloven in en vanuit een ander paradigma, ook als opdracht voor de theologie, de kerk. Ik wil er geen religieus of theologisch sausje overheen gieten, maar toch komt het beeld van het verlangen in de woestijn naar de vleespotten in Egypte bij me op. Niet (alleen) vanwege het vlees, maar omdat de Egyptische vleespotten ook bij een oud paradigma horen dat steeds weer bevochten moet worden met het paradigma van de bevrijding. We zijn er nog lang niet, en sommigen vertoeven nog onbezorgd bij de Egyptische vleespotten. Maar hopelijk wordt ons schreeuwen en ons klagen zo gehoord dat er een bevrijdingsbeweging op gang komt. Een bevrijding uit de macht van onderdrukking naar een paradigma van leven, zorg, verantwoordelijkheid en liefde voor deze schepping die ten diepste zo goed is.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in Ophef, het ’tijdschrift voor hartstochtelijke theologie’ van de Vereniging voor Theologie en Maatschappij.

carola-dahmen

Carola Dahmen

Carola Dahmen is predikant, onderzoeker en psycholoog met een passie voor muziek en gerechtigheid.
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.