We zijn opgevoed met de gedachte dat het algemeen belang wordt gediend met verkiezingen. De strijd om algemeen kiesrecht ging erom dat iedereen mocht stemmen. Het verkiezingsresultaat weerspiegelt vervolgens onze wensen. De winnaars roepen op tot eenheid en beloven in ieders belang te zullen regeren. De verliezers weten dat ze de volgende keer met een beter verhaal of aantrekkelijker kandidaten moeten komen. Er bestaat geen eerlijker manier om het zoveel mogelijk mensen naar de zin te maken. Toch?

Twijfel aan effectiviteit van de democratie

Echter, een kritische blik op decennia democratisch beleid wekt twijfel aan het idee dat het beleid de wil van de meerderheid volgde. Ook kun je vaststellen dat het algemeen belang niet is gediend als er geen duurzame oplossingen komen, eerder lapmiddelen, voor structurele problemen zoals klimaatcatastrofe, bio­diversiteitscrisis, inkomens- en vermogens­ongelijk­heid, georganiseerde misdaad, de polariserende invloed van sociale media, de toegang tot wonen, zorg en onderwijs en zo voort.

Wie oplet, ziet dat de maatregelen de gevestigde belangen ongemoeid lieten, hoewel die het probleem hielpen veroorzaken. Bijvoorbeeld: Shell en de overheid wisten al in de jaren 1990 hoe slecht fossiele brandstoffen waren. Dat de intensieve veehouderij in Nederland geen toekomst heeft wisten Rabobank en overheid al in 2001. En het belastingsysteem ontziet nog altijd de sterkste schouders. De enige ‘visie’ was een geloof in marktwerking – ten koste van al het andere. Hoewel dat geloof inmiddels zijn glans verloren heeft, heeft het feiten geschapen die lang zullen doorwerken. Kijkend naar de effecten kun je dus twijfel aan democratie voelen.

Kijkend naar het systeem van parlementaire democratie vallen je zwaktes op. Ik noem er hier twee.

Een eerste zwakte is dat volksvertegenwoordigers herkozen willen worden. Daar hebben ze media-aandacht voor nodig. Stelling nemen in zoge­heten cultuuroorlogen geeft meer media-aandacht dan het ontwerpen van een structurele beleidshervorming. Een groot deel van de demos volgt immers eerder de emoties dan het verstand, wanneer het mag stemmen. Van een parlement valt op deze manier weinig structurele analyse te verwachten, tenzij bij kleinere, ideologisch gedreven partijen die moeten hopen op vlaagjes gezond verstand bij de anderen. In deze beleidsleegte springen natuurlijk de gevestigde belangen met hun lobbykracht, mediamacht en het vermogen om parlementariërs met geld over te halen om hun boodschap uit te dragen.

Het touwtrekmodel

Een tweede zwakte is het touwtrekmodel. Verkiezingen en parlementaire processen komen neer op touwtrekken. Het gaat niet om luisteren naar argumenten maar om wie het sterkste is. Omdat de trekkende kampen stemmen ontvangen is de uitkomst van het touwtrekken democratisch gelegitimeerd.

Echter, touwtrekken doe je bij de ander vandaan. Het levert winnaars en verliezers op. Touwtrekken heet in het Engels zelfs tug of war. Hoe kan het resultaat vervolgens het algemeen belang weerspiegelen? In het algemeen belang zou het immers zijn dat niemand verliest en iedereen wint. Het touwtrekmodel daarentegen verscherpt sociale tegenstellingen en dat legt, consequent doordenkend, een bodem voor dictatuur en/of (burger-)oorlog.

Bovendien kunnen gewiekste politici en machtige media het onderwerp van polarisatie sturen – zodat privileges buiten beeld blijven. Dat is op zichzelf al kwalijk, maar dit probleem verdiept zich in een partijendemocratie. Want een politieke partij heeft vele standpunten – en als de polarisatie diep gaat, kiest men de partij vanwege een bepaald standpunt terwijl men mogelijk de andere standpunten afwijst. Een onderwerp dat diep gaat, was eind twintigste eeuw de angst voor criminaliteit. Inmiddels is het identiteit en de angst voor identiteitsverlies. Gewiekste politici en machtige media vergroten die angst uit en wijzen zondebokken aan. Cultureel-conservatieve gevoelens worden op zo’n manier aangewakkerd dat arme mensen zich identificeren met een politieke partij die tegen hun belangen optreedt.

Dat is de reden waarom deze serie “Polarisatie of democratie?” heet: uiteindelijk leidt het touwtrekmodel ertoe dat het beleid niet de opvattingen van de meerderheid weerspiegelt. Een bekend voorbeeld is het recente Amerikaanse illegaal maken van abortus, terwijl een meerderheid van de Amerikanen dat niet steunt.

Democratie zoals wij het kennen heeft zijn eigen mislukking als het ware ingebouwd. Dat betekent niet dat democratie per se heeft afgedaan. Het betekent alleen dat we opnieuw moeten onderzoeken hoe het algemeen belang samengaat met democratie. Churchills woorden dat de parlementaire democratie “het slechtste systeem is, afgezien van alle andere” suggereert dat we geen keus hebben. Desondanks beschrijft deze artikelreeks een alternatief. In dit deel leg ik daarvoor de basis, door te betogen dat debat, verkiezingen en polarisatie geen geschikte middelen zijn om te ontdekken wat ons verbindt. Daarom moet het algemeen belang boven de politiek staan, het moet worden gedepolitiseerd.

Belangen en privileges

Bij politiek getouwtrek hebben belangen gewicht. Grote bedrijven willen lage vennoot­schaps­belasting en allerlei vrijstellingen. Werknemers willen hogere lonen en langere vakanties. Ouders willen gratis kinderopvang. In onderwijs en zorg wil men meer geld voor de eigen sector.

Het probleem is niet dat we belangen hebben. Belangen hangen samen met lichamelijke en psychische behoeften. We hebben bijvoorbeeld voedsel, veiligheid en erkenning nodig. Deze behoeften en wensen beslaan zaken waarvan de verdeling een zero-sum-game is: hoe meer ik neem, hoe minder er overblijft voor jou. Eigenbelang maakt dat ik mijn deel wil hebben van iets dat we allemaal nodig hebben, zoals geld, grond, gezondheidszorg, scholing, bewegings­ruimte, ecologische voetafdruk.

Maar het concept ‘belang’ is dubbelzinnig. Het verwijst zowel naar wat wij nodig hebben als ook naar wat wij begeren, in grenzeloze mate, zoals in: “het is in het belang van de CEO dat hij 3 miljoen verdient in plaats van 2,7 miljoen.” De grens tussen nodig hebben en grenzeloos begeren is moeilijk te trekken, maar we moeten hen wel onder­scheiden. Ik gebruik daarom het woord privilege voor een buitenproportionele claim op zaken die iedereen nodig heeft – en die dus anderen tekort doet. Denk aan de middel­eeuwse adel die de grond bezat, of de negentiende-eeuwse rijke burgerij die kapitaal en stemrecht had.

Privileges kunnen het algemeen belang schaden. Denk aan de gedereguleerde ruimte waarin de financiële sector roekeloos winsten najaagt. Dit deed de economie wankelen in 2008 en heeft de samenleving in veel westerse landen duurzaam beschadigd. Denk aan rijke vastgoedbeleggers die leven van de huuropbrengsten: hun huurders werken feitelijk voor hen en houden – vaker dan je wilt – te weinig geld over voor andere wezenlijke uitgaven. De superrijken tekenen intussen voor de helft van de CO2-uitstoot in de wereld in de afgelopen 25 jaar. Hun privileges zijn niet verdiend, maar berusten op geërfde welvaart en op gunstige regelingen die zijn bedongen op grond van de politieke kracht die rijkdom oplevert. Dit geldt zowel in de wereld, waar de rijkste landen de dienst uitmaken, als binnen een land als Nederland.

Soms zijn privileges juist in het algemeen belang. Als brandstof schaars is, is het in ieders belang dat ambulances en brandweer goed voorzien blijven.

Belangen en het algemeen belang

Iets is in het algemeen belang als de belangen van alle betrokkenen worden gediend. Iedereen krijgt wat nodig is om aan de samenleving te kunnen deelnemen. Omdat het gaat over het verdelen van zero-sum-zaken moeten privileges stuk voor stuk kritisch tegen het licht worden gehouden. Praten over het algemeen belang vereist dus het blootleggen van privileges. Dat vergt moed en doorzettingsvermogen.

Wat zal de uitkomst zijn van zulke gesprekken over het algemeen belang? Ik kan mij voorstellen dat er een set doelen voor de middellange termijn uitrolt, of een set principes over onder meer belasting, gezondheidszorg, wonen, scholing, migratie, media en welvaart. En ik voorspel dat wanneer die doelen behaald zijn, privileges grotendeels zijn verdampt.

Een breed gedragen en transparant onderzoek naar het algemeen belang loopt daarom gevaar, vanuit de hoek van de geprivilegieerden te worden getorpedeerd. De allerrijksten beschikken immers over enorme lobby- en mediamacht waarmee ze een kritische evaluatie van die macht zullen proberen te dwarsbomen. Daarom is de Tweede Kamer voor dit gesprek ongeschikt. Je moet elke polarisatie uit het gesprek bannen. Debat en onderzoek verdragen zich slecht met elkaar. In de volgende artikelen doe ik een voorstel voor hoe je dit doet in een democratische rechtsstaat. Het kernbegrip is ‘Burgerberaad’.

Polarisatie over het algemeen belang

Politiek touwtrekken leidt tot polarisatie. Polarisatie heeft niet alleen het nadeel dat je de verschillen benadrukt en verliezers schept. Nadelig is ook de suggestie dat er een gematigd centrum is, het compromis waarmee we ‘de boel bij elkaar houden’. Maar dat beeld klopt niet bij het algemeen belang. Tussen het algemeen belang en privileges ligt geen gematigd midden maar een kloof, net zoals tussen een democraat en een fascist: het is niet gematigd om een beetje geweld, discriminatie of uitbuiting toe te staan.

Polarisatie over het algemeen belang is dus zinloos en schadelijk.

Daarom ontstijgt het algemeen belang de links-rechts-tegenstelling. Het is zelf al een compromis; gematigder kan niet. Tegelijk is het radicaal, wanneer het gaat om privileges. Als we het algemeen belang serieus nemen, worden begrippen als links / rechts / midden onbruikbaar. De ware tegenstelling is die tussen (algemeen) belang en privilege. Die twee zullen we steeds scherper van elkaar moeten leren onderscheiden.

Privileges zijn alleen oké wanneer zij de solidariteit, vrijheid en rechtvaardigheid van een samenleving versterken. Zoals Martin Luther King zei in zijn laatste kerstpreek: “We zullen moeten leren om samen te leven als broeders, of we zullen ten onder gaan als dwazen”.

Volgende week: Hoe je kunt weten wat het algemeen belang is.

Maurits in tVeld

Maurits in 't Veld

Maurits in ’t Veld is geschiedenisleraar en filosoof. Hij publiceerde in 2022 Idealisme heeft de toekomst. Essay over het algemeen …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.