Op een herfstmiddag in Deventer, zegt Saskia (16), die op de bus staat te wachten, zonder aarzeling: “Beslist niet.” Ze heeft het over de mogelijkheid om ooit met een wapen te moeten vechten. “Ik wil mensen geen pijn doen. Als ik iemand zou moeten vermoorden, kan ik zelf niet verder leven.”
Haar houding staat niet op zichzelf. Ook Eline (25) voelt niks voor invoering van militaire dienstplicht. “Als ik iets zou willen doen, dan als kok of verpleegkundige,” zegt ze.“Het is toch gek dat de overheid in het werven van jongeren wel stuurt op defensie, maar niet op andere maatschappelijk terreinen waar ook tekorten zijn. Krijgen ze daar dan ook een enquête over?”
Het idee van een enquête heeft de staatssecretaris van Defensie afgekeken van het Zweedse leger. Daar zijn jongeren en volwassenen verplicht een vragenlijst in te vullen. Aan de hand van hun antwoorden worden geïnteresseerden benaderd door het ministerie van Defensie. Dat levert ieder jaar duizenden nieuwe mensen op voor het leger.
Ook op andere manieren is Defensie volop aan het werven. Bijvoorbeeld met filmpjes waarop verveelde jongeren achter een computerscherm zichtbaar zijn. Een vrouwenstem op de achtergrond vertelt dat de onrust in de wereld toeneemt. Dan een zware voice-over: “Tijden veranderen… en dat vraagt om jou!”
Bij sommige jongeren slaat dat aan. Paula (19) deed mee aan een driedaags kamp om kennis te maken met defensie. Het grenzen verleggen en zo jezelf en anderen leren kennen sprak haar aan en ze denkt er over om zich na haar examen aan te melden voor een baan bij de landmacht. Maar op de vraag of ze het ook doet ‘om haar land te beschermen’, antwoordt ze ontkennend: “Nee, totaal niet. Ik denk ook niet dat ik als beroepsmilitair aan de slag wil.”
Anderen reageren op de reclamefilmpjes met: “Er zijn belangrijkere beroepen te bedenken waar momenteel schreeuwend tekort aan is” en: “Stop sponsoren van de bodemloze put van NAVO, oorlog, defensie en wapenindustrie.”
Op een voetbalveld in Heerenveen echoot dit laatste sentiment door. Gosse (21): “Ik ben liever veilig bezig met mijn rechtenstudie dan dat ik bij het leger ga.” Al vindt hij ook dat het land wel meer soldaten nodig heeft om ons te beschermen. En Marije (17) verwoordt het als volgt: “Wat moet ik nou bij defensie? Ik heb weinig zin om dood te gaan. Ik wil mijn leven niet wagen, ergens op een veldje. Nee, bedankt.”
Gemeenschap opbouwen
Deze jonge stemmen klinken luchtig, bijna nonchalant, maar ze verbergen een diepe, morele intuïtie: geweld is geen oplossing. Ze kiezen leven boven loyaliteit, zorg boven strijd. En in die keuze schuilt hoop.
Een student uit Leeuwarden die aanwezig is bij een vredesdemonstratie zegt: “Als ik opgeroepen word, geef ik daar geen gehoor aan. Ik wil ten eerste geen bloed aan mijn handen. Ik zou niet durven om het leven van een ander mens te nemen. Bovendien: waarom zou ik vechten? waarvoor? Ik ga niet vechten voor het grootkapitaal. Vaderland? Nee dat is voor mij niet een belangrijke reden. Vrijheid? Wat voor vrijheid is het, als ik verplicht ben om in het leger in te gaan? Dat noem ik geen vrijheid. Door actie te voeren hoop ik op lokaal niveau een gemeenschap op te bouwen. Een community. Ik wil mensen bewust maken. Wat uiteindelijk voor het grote plaatje werkt van een betere eerlijke wereld.”
Mede-demonstrant Dirk-Jan (25) vult aan: “Ik denk dat mensen niet beseffen hoeveel geld er naar defensie gaat. Dat is verschrikkelijk. Want het is geld dat weggehaald wordt bij alles wat we nodig hebben om te overleven: bij onderwijs, bij zorg. Het gaat naar wapens die wij dan weer gaan gebruiken om de rest van de wereld kapot te bombarderen. Hoe gaat ons dat veiliger maken? Het kost alleen maar heel veel geld en misschien mijn leven.”
Toch zijn er ook andere stemmen te horen. Uit een onderzoek uit 2024 van EenVandaag bleek dat op dat moment een derde van de jongeren openstond voor een verplicht dienjaar. De motieven varieerden: plichtsgevoel, behoefte aan structuur, maatschappelijke bijdrage. Jelle Adema (28) vindt dat vrede verdediging nodig heeft. “Dat het hier vrede is, vind ik bijzonder. Ik vind het het waard om daarvoor te vechten. Het is een randvoorwaarde voor alle andere discussies die we in dit land hebben. Je kan wel eindeloos discussiëren over het milieu of de zorg, maar als Poetin of een andere buitenlandse agressor binnenvalt, dan heb je daar niet zoveel meer aan.” Toch maakt zelfs hij een onderscheid. Hij zou bij de techniek willen: sleutelen, bouwen, niet schieten.
Een ander vindt: “De Verenigde Staten zijn nog steeds onze bondgenoot, maar ze zeggen: jullie moeten het zelf maar gaan regelen. Je ziet welke consequenties dat heeft. Dus we hebben mensen nodig die ons defensieapparaat gaan bemannen en klaar staan voor de dreigingen die er nou eenmaal zijn in deze wereld.”
Voor veel jongeren voelt de oproep tot dienstbaarheid als hypocrisie. Ze worden aangesproken op hun plicht, terwijl het vertrouwen in diezelfde overheid ontbreekt. Zoals student Judith (20) schrijft: “Wij, jongeren met torenhoge studieschulden, onbetaalbare woningen en een zorgsysteem dat piept en kraakt. Wij, die leven van bijbaan naar burn-out. Wij, opgegroeid met de belofte van vooruitgang, maar genegeerd totdat we ineens nodig zijn.”
Hun energie gaat op aan overleven. Een oproep tot militaire inzet voelt dan als misplaatst. “Waarom zou ik iets terugdoen voor een systeem dat mij niet beschermt?”
Opgeleid tot geweldsmisbruik
In de jaren tachtig weigerde Jan van Vliet (nu 62), docent biologisch-dynamische landbouw, zijn militaire dienst. “Ik kon en kan mij niet voorstellen dat ik een persoon of meerder personen in de bloei van hun leven, die vijand genoemd worden, zou moeten doden. Dood is dood. Er is geen herstart van het spel waarmee je met je volgende leven kan beginnen. Met de militaire dienstplicht wordt het lichaam en de individuele arbeidskracht van de individuele jonge man of vrouw ter beschikking gesteld aan de Nationale Staat. Laat dat eens goed tot je doordringen: de staat neemt bezit van het lichaam van het individu en offert dat naar eigen goeddunken op voor eigen belangen. Samengevat is de opleiding tot militair dus gericht op efficiënt geweldsmisbruik en deskundige vernietiging. Ik hou me vast aan de heel kinderlijke gedachte: stel, er komt oorlog en niemand gaat er naartoe. Iedereen verscheurt de brief van het Ministerie van Oorlog en wordt chatvriend met een Russische of Oekraïense jongere.”
De Nieuwe Vredesbeweging lanceerde de campagne ‘Word geen kanonnenvoer’. Jongeren worden opgeroepen om de Defensie-brief retour te sturen of publiekelijk te verscheuren. Willem de Haan (68), zelf ooit dienstweigeraar, zegt: “Defensie presenteert het leger als avontuur. Maar uiteindelijk is het een voorbereiding op oorlog. Je kunt gewond raken. Je kunt iemand doden. En daarover wordt nauwelijks gepraat.”
Volgens De Haan is de enquête slechts het begin. “Vandaag is het vrijblijvend, morgen verplicht. Dit is een spel van oude mannen die jonge mensen proberen te verleiden.” Hij stelt fundamentele vragen: hoe reëel is de Russische dreiging werkelijk? Wie verdient aan de angst? En waarom begint het gesprek over veiligheid steevast bij wapens?
Van Dienjaar naar Vredesjaar
Voor veel jongeren betekent veiligheid iets anders dan tanks en uniformen. Sam van der Molen (19), student luchtvaarttechniek, zegt: “Ik wil vliegtuigen repareren, niet erin zitten. Ik wil bijdragen met kennis, niet met geweld.”
Een verpleegkundestudent verwoordt het net zo duidelijk: “Ik wil niet vechten, ik wil beschermen.” Het toont aan dat dienstbaarheid en niet in dienst willen elkaar niet uitsluiten, integendeel. De vraag is: waarom beperkt het idee van dienstbaarheid zich tot militaire inzet? Waarom geen Vredesjaar in plaats van een Dienjaar?
De oproep ‘Word geen kanonnenvoer’ is een oproep aan burgers, aan jongeren, om hun autonomie te bewaren. In een tijd waarin plichtsbesef en angst door elkaar lopen, kan weigeren een vorm van trouw zijn aan iets groters. Julia schrijft op X: “Zodra conflict de enige politieke horizon wordt, verdwijnt de ruimte om alternatieven te zien, laat staan om ze na te streven. Oorlogstaal verstikt de verbeelding. Verzet tegen militarisering is geen wereldvreemd idealisme, maar een noodzakelijke tegenstem. Nederland kent een rijke traditie van dienstbaarheid zonder geweld. Internationale solidariteit, hulpverlening, vredesmissies, dat zijn geen zwakke keuzes, maar de ruggengraat van een humane samenleving.”
Vrede: een dagelijkse keuze
Vrede is geen vanzelfsprekende toestand. Ze wordt telkens opnieuw vormgegeven in kleine, alledaagse keuzes. In het weigeren van haat. In het stellen van vragen. In het kiezen voor menselijkheid boven ideologie.
De jongeren die vandaag ‘nee’ zeggen tegen militarisering, zijn geen probleem. Ze zijn misschien wel het geweten van de toekomst.
Over de dienstplicht
In Nederland is de militaire dienstplicht formeel nooit afgeschaft, maar sinds 1 mei 1997 is de opkomstplicht opgeschort. De noodzaak voor een dienstplichtig leger nam af na het einde van de Koude Oorlog, toen een directe dreiging werd gezien als kleiner. Daarnaast werd het systeem steeds als oneerlijker ervaren: slechts een klein en willekeurig deel van de mannen werd opgeroepen, waardoor zij vaak achterliepen in opleiding of werkervaring ten opzichte van leeftijdsgenoten. De opkomstplicht kan opnieuw in werking worden gesteld door middel van een Koninklijk Besluit, waarna Tweede en Eerste Kamer inspraak hebben. De dienstplicht geldt in principe voor iedereen van 17 tot 45 jaar. Volgens de Kaderwet Dienstplicht (2020) staat inschrijving open tot 35 jaar; in 2020 werd de dienstplicht ook uitgebreid naar vrouwen. Er zijn echter meerdere praktische obstakels voor herinvoering. Veel kazernes en oefenterreinen zijn afgestoten, voorraden uniformen en uitrusting zijn afgebouwd, en de huidige krijgsmacht kampt met een ernstig personeelstekort — juist de instructeurs om dienstplichtigen op te leiden ontbreken. Herinvoering is daarom geen snelle oplossing; het kost tijd en vereist grote inspanning. Politiek wordt wel gesproken over bredere vormen van verplichte dienst, bijvoorbeeld een maatschappelijke of sociale dienstplicht voor jongeren in ziekenhuizen, bejaardentehuizen of bij andere organisaties. Dit verschilt echter van de traditionele militaire dienstplicht doordat deelname vrijwillig is. Bij een sociale dienstplicht geldt geen dwang; de uitdaging is dat vrijwillige aanmeldingen onzeker zijn wat betreft aantallen en kennisniveau.
Wat niet getoond wordt
De wervingscampagnes van Defensie hebben de afgelopen jaren een opvallende transformatie doorgemaakt. Waar vroeger humor en avontuur de toon bepaalden, draait het nu om waarden als zingeving, kameraadschap en groei. Campagnes als ‘Generatie D’ tonen vastberaden jongeren, moderne tanks en helikopters maar nooit de chaos of het menselijk leed dat oorlog met zich meebrengt. Volgens militair historicus Christ Klep blijft het beeld bewust ‘schoon’: actie zonder bloed, spanning zonder gevolgen. Defensie balanceert tussen realisme en wervingskracht, want ze moet dringend nieuw personeel aantrekken: van 5.500 naar 9.000 mensen per jaar. De boodschap is duidelijk: Nederland staat voor nieuwe dreigingen, en ‘de tijden vragen om jou’. Maar achter het gepolijste beeld van kameraadschap en betekenis gaat een ongemakkelijke stilte schuil over wat militaire inzet in werkelijkheid betekent.
Dit artikel komt uit Vredesspiraal, ledenblad van vereniging Kerk en Vrede.

Godsgeklaagd,voor deze 17j kinderendoe er niet aan mee,aub.wapens brengen geen vrede!!