‘Gaat lekker zo!’ roept Linda lachend op een dag als ze binnenkomt. Ze gooit haar map op tafel. Als ik doorvraag blijkt dat ze met een bewoner een afspraak had, maar dat het gesprek niet lukte omdat er op dat moment geen tolk beschikbaar was. Ze heeft twintig minuten gewacht en toen maar een nieuwe afspraak gemaakt.

‘Tijd voor een nieuwe serviceprovider!’ Een paar dagen later zit Marianne met een gezicht als een oorwurm achter haar PC. ‘Dat geloof je toch niet!’ zegt ze teleurgesteld, ‘de IND is uit het ketenoverleg gestapt.’

Het ketenoverleg is de gezamenlijke afstemming tussen de diverse partijen, zoals het COA, IND, Vreemdelingenpolitie en Vluchtelingenwerk. ‘Ze hebben geen tijd, nou ja zeg!’

Zo zijn er meerdere beperkingen voor effectieve begeleiding. Na een tijdje krijg ik een behoorlijk goed inzicht in wat — naast bovengenoemde punten — de meeste frustratie oplevert.

Een casemanager heeft vanwege de privacywetgeving geen inzage in de gesprekken (officieel ‘Gehoren’) die de IND met de asielzoeker voert in het kader van de asielprocedure. Je weet dus niet wat er besproken is en waarop een besluit is gebaseerd. Dat is aan de ene kant wel gemakkelijk, omdat je op die manier niet inhoudelijk in de discussie wordt betrokken, maar bij een afwijzing soms ook lastig, zeker als de bewoner het zelf ook niet weet.

Een vergelijkbare situatie speelt bij de medische zorg. Ook hier is er vanwege de privacywetgeving geen transparantie en inzicht in het dossier. Je weet dan ook niet of er bij de asielzoeker met wie je spreekt iets speelt van medische aard. Wellicht is je gesprekpartner wel depressief of gebruikt hij medicijnen. Dat zijn toch belangrijke zaken om te weten denk ik — zonder die informatie is begeleiding lastiger.

Diverse onderzoeken geven aan dat hoe sneller asielzoekers aan het werk gaan, hoe beter ze integreren in de maatschappij. Maar mijn collega’s geven aan dat er weinig structuur is in de begeleiding naar werk. Er is op een aantal azc’s wel een zogenaamde ‘Meedoen’-balie, waar bewoners van het azc terecht kunnen voor (vrijwilligers)werk. Op zich is dat natuurlijk al heel mooi.

Als casemanager kun je de asielzoeker doorsturen naar deze Meedoen-balie. De medewerkers daar gaan dan op zoek naar de mogelijkheden voor deze specifieke bewoner. Er wordt dus op een ad hoc-basis gewerkt, dat wil zeggen vraaggestuurd. Voor sommigen is er iets passends, voor anderen niet. Terugkoppeling is er niet altijd. Mijn collega’s geven aan dat zij graag iets meer zouden willen doen: een casemanager zou ook proactief en gestructureerd moeten kunnen werken met bijvoorbeeld een overzicht van organisaties per vakgebied waar asielzoekers terecht kunnen — om zo beter aansluiting te vinden naar werkmogelijkheden voor de bewoners. Dat zou de functie van casemanager wat meer body geven.

Op dit moment lijkt het er qua participatie op dat een casemanager in het algemeen vooral een doorverwijsfunctie heeft. Tenzij je zelf iets oppakt natuurlijk. Dan speelt ook nog de achterstand in de uitgifte van BSN’s, anno 2024 wachten 17.000 mensen op een BSN. Zonder dat kunnen ze eigenlijk niet werken.

Vluchtelingenwerk behartigt de belangen van de bewoner, de advocaat ook. De casemanager zit in het midden van al deze partijen en dient ervoor te zorgen dat de begeleiding adequaat plaatsvindt. En dat de consequenties voor de opvang goed worden uitgevoerd.

Kortom, de wind lijkt tegen.

Lees ook

Interview Robbert Paul Schwippert1

“Een beter geïnformeerd gesprek over asiel en migratie is noodzaak”

Robert Paul Schwippert schrijft ‘In de wachtkamer van de toekomst’

Saber

Nieuwe schoenen – Het verhaal van Saber

Fragment uit 'In de wachtkamer van de toekomst' (1)

Interview-Robbert-Paul-Schwippert1-1170×680

Robert Paul Schwippert

Robert Paul Schwippert is freelance change professional. Hij is onder meer auteur van het boek ‘In de wachtkamer van de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.