Eindredacteuren Gert Jan Geling en Jan Jaap de Ruiter hadden naast bijdragen van deskundige moslima’s graag ook een bijdrage van Essabane in hun bundel opgenomen. Hij liet het aanbod echter aan zich voorbij gaan. “Ik heb geweigerd omdat ik zowel Geling als de Ruiter ongeschikt vind om de leiding te nemen voor een genuanceerd boek over de islam en moslims in Nederland,” zo reageert hij.

Dynamische traditie

“Volgens Geling en de Ruiter kan de Islam zich aanpassen maar gaat dat moeizaam,” zo stelt Essabane. “Orthodoxie moet volgens hen binnen de grenzen van de wet bestreden worden en een liberale islam gepromoot worden. Het dominante discours van de heren plaatst islam tegenover het westen vanwege een vermeende onveranderlijke kern. Dat gaat voorbij aan westerse moslims die niet in die hokjes passen. Het gaat ook voorbij aan het feit dat de islam zeer divers is, historisch ‘verlichte’ idealen kent en een dynamische traditie is, inclusief de orthodoxie.”

Moslims hebben in het Westen volgens hem bovendien net als andere gemeenschappen recht op het hele kleurenpallet aan religiositeit van ultra orthodox tot ultra vrijzinnig. “Door vast te houden aan een essentialistische visie op de islam, onderkennen ze onvoldoende de interne diversiteit en dynamiek.”

Zeker van een boek waarin auteurs niet de mogelijkheid hebben om op elkaars essays te reageren, kun je geen bijdrage verwachten om het gepolariseerde debat te doorbreken.”

Een maatschappelijk debat is volgens Essabane niet de manier om polarisatie te doorbreken. “Zeker van een boek waarin auteurs niet de mogelijkheid hebben om op elkaars essays te reageren, kun je geen bijdrage verwachten om het gepolariseerde debat te doorbreken. Het zal hoogstens aantonen hoe uiteenlopend de stellingen zijn.”

“Door elk positief of genuanceerd beeld over islam en moslims te contrasteren met een islamofoob of haatdragend beeld of essay in hetzelfde boek, verander je de beeldvorming over islam en moslims niet, noch doorbreek je de polarisatie. Het wantrouwen wordt alleen maar groter,” aldus de filosoof en religiewetenschapper. “Het verdeelt moslims en houdt de mythe van ‘goede moslims’ versus ‘slechte moslims’ in stand.”

Middenpositie

Jan Jaap de Ruiter, die als arabist verbonden is aan de Tilburg Universiteit, wil een middenpositie innemen tussen rechts-populisten en fundamentalistische moslims. Samen met historicus en arabist Gert Jan Geling wil hij met de bundel het islamdebat in Nederland een stap verder brengen.

Jan Jaap de Ruiter
Jan Jaap de Ruiter

De Ruiter ziet, zo vertelt hij, parallellen tussen het huidige islamdebat en het debat over de emancipatie van de joden in de negentiende eeuw in Europa. “Ik maak deze vergelijking niet snel en er zijn natuurlijk ook verschillen. Maar tussen de positie van de joden toen en moslims nu zijn zeker overeenkomsten. Toentertijd was er een discussie dat joden geen Portugees of Jiddisch meer zouden mogen gebruiken in de synagogen maar het Nederlands. Diezelfde discussie zie je over de taal van de preken in moskeeën in Nederland. Dat zou Nederlands moeten zijn. Joden werden met argwaan bekeken en konden rekenen op haat. Je ziet dat nu ook met moslims gebeuren.”

De Ruiter onderkent de veelkleurigheid van de islam. “Islam bestaat uit vele uitingsvormen en ik zal met name die vormen bekritiseren die een bedreiging vormen voor de democratie of een aantasting van de waarden waar onze samenleving op gebaseerd is.”

Virus van vreemdelingenhaat

In zijn essay in de nog te verschijnen bundel schrijft De Ruiter: “Ik heb in de loop der jaren meer oog gekregen voor de starre kant van de islam en de gevolgen van deze starheid voor de ontwikkeling van deze religie in Nederland en in het Westen in het algemeen. Voor wat betreft mijn kritiek op het populisme zoals in Nederland verwoord door Geert Wilders en Thierry Baudet, heb ik me altijd op het standpunt gesteld op geen enkele wijze positief over hen te spreken in de media omdat zij, naar mijn mening, zelfs als het gaat om de vraag of een bepaald fietspad straatverlichting moet hebben of niet, in staat zijn om dat te beschouwen als een onderdeel van de islamisering van Nederland en hun wens een islamloos en dus moslimloos Nederland te realiseren.”

Het virus van vreemdelingenhaat zit in elk van ons en het is zaak er waakzaam voor te blijven.”

En iets verderop schrijft De Ruiter: “Het virus van vreemdelingenhaat zit in elk van ons en het is zaak er waakzaam voor te blijven want krijgt het de kans te ontkiemen en tot wasdom te komen, dan zijn de desastreuze gevolgen niet te overzien.”

Zijn drijfveren voor deelname aan het islamdebat zijn hem pas gaandeweg duidelijk geworden, zo schrijft De Ruiter terugblikkend op twintig jaar deelname aan dit debat. “De constante vragen van de pers dwingen je tot stellingname. Als er een ding is dat ik ontdekt heb is dat je altijd en onder alle omstandigheden precies moet zeggen wat je vindt en denkt. Pas jezelf nooit aan aan maatschappelijke of politieke correctheid, want je valt onherroepelijk door de mand. Dat betekent overigens niet dat je niet van mening kunt veranderen.” En over het debat schrijft De Ruiter: “De democratie kan niet zonder debat waarin alle aandeelhouders vertegenwoordigd zijn om tot een uitkomst te komen waarin ieder zich – min of meer – vinden kan.”

‘Christendomdebat’

Essabane vindt dit niet overtuigend. “Debat is niet de oplossing maar juist het probleem omdat het uitgaat van ingegraven posities en elke partij bezig is met enkel de eigen positie te verdedigen. Wat kan werken is een gelijkwaardige, constructieve en kritische interlevensbeschouwelijke dialoog waarbij echt naar elkaar wordt geluisterd en de dominante partij bereid is de eigen positie ter discussie te stellen, en privileges op te geven en racisme en islamofobie niet weg te relativeren. Een dialoog waarbij moslims niet gereduceerd worden tot hun islamitische deelidentiteit.”

K. Essabane
Kamel Essabane

“Je kunt moslims die wegblijven van een ongelijkwaardig essentialistisch debat over de islam, en waar zelfs hun aanwezigheid door sommigen geproblematiseerd wordt, niet verwijten dat ze de dialoog saboteren en er debet aan zijn dat er na al die tijd nog altijd meer over dan met moslims gesproken wordt.”

Volgens Essabane moeten we daarom af van het hele idee van een ‘islamdebat’. “We voeren toch ook niet zo langdurig en uitvoerig een ‘christendomdebat’, ‘hindoeismedebat’, ‘humanismedebat’, ‘verlichtingsdebat’ of ‘jodendomdebat’?”

“Ik ben in het hoger onderwijs en bij het FAHM-instituut maatschappelijk actief om te werken aan een constructieve kritische dialoog binnen de islam en de dialoog vorm te geven met andersgelovigen en andersdenkenden. Dat doen we vanuit de islam met respect voor zowel de interne als externe diversiteit in onze samenleving,” zegt Essabane. Vanuit deze ervaring is hij niet moe om te benadrukken dat dit veel vruchtbaarder en hoopgevender is dan “de loopgravenoorlog van het zogeheten islamdebat.”

Wahabisme

Jan Jaap de Ruiter benadrukt juist de middenpositie die hij inneemt in het debat. “Als ik tegelijkertijd gebeten werd door populisten en fundamentalistische moslims, dan wist ik dat ik goed zat. Dat sommigen misschien het beeld hebben dat ikzelf tot een extreme flank behoor dan komt dat omdat het debat over islam en over populisme zelf zo gepolariseerd is.”

Als eindredacteur had ik nooit bijdragen gevraagd van auteurs zoals Afshin Ellian die het debat frustreren, polariseren, discrimineren en niet geïnteresseerd zijn in dialoog, zeker niet met moslims.”

De Ruiter meldt dat hij aan het einde staat van zijn mediacarrière betreffende islam. “Ik zal zeker niet definitief zwijgen maar zal zelf nog maar zeer bescheiden initiatieven nemen. Ook overweeg ik dat mijn geachte gesprekspartners in het debat heus wel weten waar ik sta en dat mijn boodschap van het saaie grijze midden en het verzet tegen de extremen, hoewel van groot belang, toch ook een beetje sleets uit mijn mond wordt.”

Als Essabane zelf eindredacteur en samensteller van het boek zou zijn geweest, had hij geen bijdragen gevraagd van auteurs zoals Afshin Ellian die “het debat frustreren, polariseren, discrimineren en niet geïnteresseerd zijn in dialoog, zeker niet met moslims.” De centrale vraag zou volgens hem moeten zijn: “Wat zegt het over Nederland dat we de islam na al die tijd nog steeds problematiseren en niet willen accepteren als een Nederlandse religie, met alle kleuren en vormen zoals ook het jodendom en christendom die kennen?”

En het extreme wahabisme dat wordt gesponsord met oliegeld vanuit Saoedi-Arabië en sommige gewelddadige varianten van islam? De Ruiter waarschuwt hier nadrukkelijk voor, maar daarover is volgens Essabane echt geen breed maatschappelijk debat nodig. “Iedereen ziet hier het gevaar wel van in. Geweld veroordelen we allemaal. In plaats van ons volledig op die sponsors te richten, kunnen we ons beter afvragen hoe we de voedingsbodem voor extremisme kunnen wegnemen. Immers zonder brandstof geen vuur.”

Van mens tot mens

Naast Essabane zijn meerdere moslima’s door de verslaggever van Nieuw Wij benaderd, onder wie ook een deskundige die door Geling en De Ruiter was gevraagd, zo blijkt uit haar reactie. Maar ook nu zijn de reacties afhoudend. Eindredacteur Nora Naber van Qantara (‘schrijverscollectief van bruggenbouwers’) was niet voor de bundel gevraagd, maar wil desgevraagd wel kort wat kwijt: “Debatten leveren nagenoeg niets op. Elke deelnemer is er slechts op uit om te winnen. Ik hou meer van gesprekken van mens tot mens waarbij we proberen elkaar beter te begrijpen.”

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Theo Brand-2

Theo Brand

Verslaggever Zingeving

Theo Brand werkt bij Nieuw Wij als verslaggever Zingeving. Spiritualiteit en geloof zijn belangrijk voor hem, met ruimte voor vragen, …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.