Abdou Menebhi – voorzitter van het Euro-Mediteraan Centrum Migratie & Ontwikkeling en van het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie.
“Moslimdiscriminatie, islamofobie en moslimhaat zijn dagelijkse realiteit in Nederland, versterkt én gelegitimeerd door beleid, politiek en instituties. Wie nu nog wegkijkt, kiest actief de kant van ongelijkheid en vernedering. De feiten liegen niet. We eisen daarom dat er een nationaal coördinator tegen islamofobie en moslimdiscriminatie wordt aangesteld met een vergelijkbaar mandaat als dat van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding.
Het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie (Regioplan/Ercomer, 2025) concludeert dat moslimdiscriminatie in Nederland structureel en genormaliseerd is en dat een deel van de Nederlandse moslims zich terugtrekt uit de samenleving. Racistische leuzen klinken steeds openlijker en moslims en andere minderheden worden voortdurend als zondebok aangewezen. De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme spreekt inmiddels van een ‘chronische en genormaliseerde’ vorm van discriminatie.
Over deze ontwikkeling maken we ons grote zorgen. In 2024 en 2025 werden meer meldingen van moslimdiscriminatie gedaan dan ooit tevoren. In 2025 ging het al om 6,7 procent van alle discriminatiemeldingen: opnieuw een record. De meeste meldingen gaan over discriminatie in de openbare ruimte, online en op de arbeidsmarkt en raken vooral moslimvrouwen met hoofddoek.
Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met hoofddoek bij sollicitaties 2 tot 7 keer minder positieve reacties krijgen en ook bij stages structureel worden benadeeld. Europese cijfers laten zien dat 55 procent van de Nederlandse moslims discriminatie heeft ervaren. Nederland behoort daarmee tot de landen waar moslimdiscriminatie bovengemiddeld veel voorkomt.
De politiek doet al jaren niets. De aanpak blijft beperkt tot lippendiensten en rituele dansen: een conferentie hier en een projectsubsidie daar, maar geen enkele maatregel. Dat is geen onvermogen maar een politieke keuze voor normalisering van moslimhaat.
De Tweede Kamer weigert belangrijke onderzoeken naar moslimdiscriminatie plenair te bespreken en het recente coalitieakkoord benoemt moslimdiscriminatie niet eens meer als zelfstandig thema, terwijl er wel maatregelen zijn genomen die op gespannen voet staan met artikel 1 van de Grondwet, zoals het zwaarder beboeten van vrouwen die een niqab dragen.
De politieke boodschap is helder: jouw lichaam, jouw geloof, jouw vrijheid zijn minder waard als je moslim bent. Het probleem wordt genegeerd, gemarginaliseerd en weggemoffeld. Er is beleid voor ‘algemene discriminatie’, er klinken mooie woorden over ‘inclusie’, maar zodra het expliciet over moslims gaat, wordt het stil.
Uiterst rechtse partijen ontzeggen moslims hun elementaire rechten. Zij bouwen hun politieke winst op het demoniseren van een minderheid. De middenpartijen nemen hier onvoldoende afstand van. Ze schuiven op richting extreemrechts en doen alsof moslimhaat ‘het nieuwe normaal’ is. Dat is teleurstellend én gevaarlijk. Door mee te buigen normaliseren zij moslimdiscriminatie en rekken ze de grenzen van wat acceptabel is steeds verder op.
Zo glijden we stap voor stap richting een situatie waarin moslims mogen worden beledigd, uitgesloten en gecriminaliseerd, terwijl het politieke midden toekijkt, meepraat en hooguit mompelt dat ‘de toon misschien wat milder kan’. Dat is pappen, nathouden en een koloniale reflex. Zwijgen is meewerken en niets doen betekent islamofobie faciliteren.”
Ewoud Butter – politicoloog, onderzoeker en journalist. Hij runt het weblog Republiek Allochtonië
“Het is terecht dat het manifest vraagt om een serieuze aanpak van moslimhaat. Volgens het SCP ervoer 69 procent van de Nederlandse moslims in 2019 discriminatie. In andere onderzoeken vonden we vergelijkbare percentages. Geen groep in Nederland ervaart volgens het SCP zo vaak discriminatie als moslims. Vele andere onderzoeken, waaronder het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie, laten zien dat die discriminatie in alle domeinen plaatsvindt en structureel en institutioneel is.
Ik doe al jaren onderzoek naar verschillende vormen van uitsluiting. Op mijn stukken over moslimhaat krijg ik andere reacties dan op de rest. Ze hebben een hoog ja-maar-gehalte. ‘Ja, maar moslims kruipen in een slachtofferrol’, ‘ja, maar ze discrimineren zelf ook’ en andere argumenten uit de discriminatie bullshit bingo. De uitkomsten worden weggewuifd voordat ze goed en wel gelezen zijn.
Het past namelijk allemaal niet in ons ’tolerante’ zelfbeeld dat we discrimineren. Het Nederlandse daderschap in de Holocaust, het slavernij- en koloniale verleden: het zijn vlekken die we liever wegpoetsen. Discrimineren? Dat doen de anderen. Als antisemitisme toeneemt en de acceptatie van lhbtiq+’ers afneemt, is de reflex – zeker bij radicaalrechts – het probleem bij voorkeur bij de moslims te leggen.
Moslimhaat staat laag in de pikorde. Een Amsterdamse ambtenaar zei ooit tegen mij: ‘Vormen van discriminatie waarmee witte mensen zich niet als slachtoffer kunnen associëren, zoals moslimhaat en racisme, staan lager in de pikorde.’ Ze had gelijk.
Sinds 2010 houd ik een lijst bij van haatincidenten tegen moskeeën. Brandstichting, varkenskoppen, dreigbrieven, verscheurde korans. Zelden haalt zulke incidenten de landelijke media of de Kamer. Het waren en zijn bijna altijd politici met een moslimachtergrond die het onderwerp agendeerden. In 2017 stond moslimdiscriminatie voor het eerst in het regeerakkoord in een lange lijst met discriminatievormen. In het huidige coalitieakkoord is het weer verdwenen.
Moslimhaat is genormaliseerd met een steeds groter rechtsradicaal blok en een midden dat faciliteert. In maart 2025 weigerde een Kamermeerderheid te debatteren over het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie. In juni 2026 nam een rechtse meerderheid, inclusief VVD, een SGP-motie aan die de regering vraagt zich ‘bewust afzijdig’ te houden van de internationale dag tegen islamofobie.
In juli volgde een meerderheid voor een motie van Coenradie (JA21) om de politie geen iftars meer te laten organiseren. Over bijvoorbeeld kerst of chanoeka zweeg de motie. Artikel 1 van de Grondwet was ook bij de VVD al op vakantie. De politie bezweek uiteindelijk onder de druk, maar maakte er zelf nog wel wijselijk een regel van voor álle religies.Wat er nog wél gebeurt tegen moslimdiscriminatie is vooral symbolisch. Terwijl het probleem veel dieper zit. Discriminatie is gebaseerd op vooroordelen en beeldvorming.
Moslims worden neergezet als bedreiging, vijfde colonne of achterlijke buitenstaander. Die beelden zijn niet nieuw, ze gaan terug tot de middeleeuwen. Met Çiğdem Yüksel onderzoek ik hoe dezelfde frames steeds weer opduiken. Het manifest vraagt niets bijzonders. Het eist dat de overheid moslims beschermt zoals ze iedere burger hoort te beschermen. Die verplichting staat gewoon in de grondwet.”
Rahma Esther Bavelaar – cultureel antropoloog en onderzoekscoördinator van de Stichting Meld Islamofobie
“Islamofobie neemt toe door meerdere factoren. We zijn getuige van georganiseerd extreemrechts geweld bij demonstraties en er zijn zelfs extreemrechtse en fascistische elementen actief in het parlement. Fascistische en islamofobe narratieven circuleren op sociale media. Zo wordt desinformatie op grote schaal straffeloos verspreid. Dat heeft recentelijk geleid tot pogroms in Ierland en Schotland waarvoor Nederlandse politici begrip toonden. In Nederland wakkeren gezagsdragers in het centrum van de macht met cynische leugens protesten tegen AZC’s aan.
Islamofobie komt niet alleen uit extreemrechtse hoek. Meld Islamofobie signaleert al jarenlang dezelfde patronen. Fascistische vlaggen op het Malieveld en bij Defend-protesten zijn extreme uitwassen maar anti-moslimracisme is ook door de politieke mainstream genormaliseerd. Dat heeft geresulteerd in beleid dat politieke tegenstellingen tussen links en rechts overstijgt. Die trend zien we vooral sinds 9/11. De inclusie en zelfs het bestaansrecht van moslims wordt steeds opnieuw geproblematiseerd.
De vooroordelen en stereotype beelden van moslims komen voor in de hele samenleving. Meldingen lopen uiteen van valse beschuldigingen van terrorisme tot micro-agressie op het werk: een baas die commentaar heeft op het feit dat een medewerker zich bekeert en met een moslimman gaat trouwen. We zien grof geweld en scheldkannonnades op straat, ontslag omwille van een hoofddoek of pro-Palestijnse uiting en een politieagent die bij een aangifte van moslimhaat zegt: ‘Dat die chauffeur je wilde aanrijden is een verkeersincident, geen racisme’.
Moslimdiscriminatie is diep verankerd in de samenleving en vertoont duidelijke parallellen met het antisemitisme van de jaren dertig. Moslims stuiten op onbegrip, worden nauwelijks vertegenwoordigd en daarom ook niet gehoord bij overheidsinstituties. Dat geldt ook voor de tweede, derde en vierde generaties. Hoe actiever hun maatschappelijke deelname, hoe meer weerstand zij ondervinden.
Wij zijn bij ons meldpunt kritischer geworden over een kwantitatieve benadering van moslimhaat. Kwantitatieve metingen laten vaak een grillig patroon zien en ze leggen de nadruk op individuele ervaringen, niet op institutionele structuren. Daarnaast vraagt het van moslims om steeds opnieuw hun eigen marginalisering te bewijzen. Zo blijft minder energie over voor collectieve politieke actie.
Wij kijken naar de onderliggende patronen. Geopolitieke belangen, zoals de economische en politieke relatie met Israël en de nasleep van de war on terror, hebben er de afgelopen drie jaar toe geleid dat ‘oude’ islamofobe frames weer in een nieuwe context – die van de genocide in Gaza – worden ingezet om de censuur en criminalisering van politiek activisme te legitimeren.
De Nederlandse moslimgemeenschap vormt geen dreiging en is bovendien verre van homogeen. Toch wijst een groot aantal politieke partijen ‘de moslims’ aan als veroorzaker van complexe maatschappelijke problematiek. Dat werkt goed als electorale strategie en daardoor hoeven die partijen het niet te hebben over sociale en economische ongelijkheid, militarisering, klimaatproblematiek en de afbraak van de verzorgingsstaat.
Een ander verschijnsel is dat er sinds 9/11 wetgeving is ingevoerd die de staat steeds grotere surveillancebevoegdheden geeft. Op onze Instagrampagina staat een publicatie over 25 jaar war on terror. We schetsen een beeld van de uitbreiding van repressieve wetgeving, die wordt gelegitimeerd door het angstbeeld van moslimterrorisme. Een trend is ook om politieke kritiek van met name etnische minderheden als permanent veiligheidsprobleem te behandelen.
Ieders vrijheid van meningsuiting wordt daardoor beperkt, maar moslims worden onevenredig getroffen. We verzetten ons tegen de morele paniek over de vermeende buitenlandse ‘islamitische’ manipulatie van demonstraties tegen bijvoorbeeld Israël. Bewijs wordt niet geleverd maar de beschuldigingen vormen wel de grond onder het uitbreiden van repressief veiligheidsbeleid. Daarom voeren wij actie tegen de wet op het verheerlijken van terrorisme.”

Het is maar de vraag of de discriminatie waar moslims mee te kampen hebben een kwestie is van islamofobie of moslimhaat. Volgens mij gaat het om geheel andere zaken die veel gevaarlijker zijn. Dat wijst erop dat de bestaande onderzoeken en debatten te oppervlakkig en te weinig diepgravend zijn. In mijn nieuwe boek dat over een paar maanden uitkomt, probeer ik daar een antwoord op te geven.
Antisemitisme en moslimhaat. Het zit allemaal erg diep. Het blijft opvallend dat de religieuze leiders van de drie familiegodsdiensten weigeren gezamenlijk op te komen tegen antisemotisme en moslimhaat en christenvervolging elders. In Berlijn hebben ze dat begrepen daar wordt elke maand gebeden onder leiding van rabbijn, predikant en imaam, wat zou er gebeuren als op steeds meer plaatsen, in steeds meer landen op deze wijze, doorlopend, jaar in, jaar uit ,gebeden zou gaan worden?