In feite verschillen bejaarden meer van elkaar dan jonge mensen. Ze hebben weinig gevoel een ‘wij ‘te vormen. De een rijdt fris en vrolijk zelfstandig met de auto van Nederland naar Oostenrijk, 85 jaar oud, een ander, tien, vijftien jaar jonger, schuifelt met moeite zijn rollator van de kamer naar de gang en terug. Oude mensen verschillen niet alleen van elkaar in mobiliteit, scherpte van geest, vrolijkheid, levenswil, en gezondheid. Ze hebben allen een eigen leven achter de rug. Ze hebben ervaringen opgedaan, hopelijk veel geleerd, met mensen gecommuniceerd, ze hebben successen geboekt, tegenslagen gekend, hebben vrede met hun leven of zijn teleurgesteld. In kerk en samenleving zijn ze verrast door ingrijpende veranderingen die hen niet onberoerd hebben gelaten. Ze hebben ieder een eigen levensverhaal, een geschiedenis, geschreven, waaruit blijkt dat ze verschillend hebben gereageerd op dezelfde verschijnselen. Zuilen die onverwoestbaar leken wankelden en verdwenen. Zoals iedereen leven oude mensen in een wereld vol risico’s, ze zijn kwetsbaar en onzeker, hun plek is niet vanzelfsprekend. Ze moeten leren oud te zijn in een tijd waarin mensen steeds vlugger gezien worden als ergens te oud voor, terwijl geprobeerd wordt veroudering te vertragen en de mensen ouder te laten worden.
Een debat over het ouder worden is nog niet of nauwelijks begonnen. Ook het verschil in oud worden tussen mannen en vrouwen is nauwelijks in beeld gebracht. Met ouder worden betreden we een goeddeels onbekend terrein.
Oudere mensen hebben gemeen dat zij geconfronteerd worden met beperkingen. Over het algemeen worden de beperkingen talrijker en groter. De hoop daar veel verbetering in te brengen, vervliegt. Ze stoten op grenzen die niet te doorbreken zijn. Ze waren er misschien al eerder, maar nu dienen ze zich onweerstaanbaar aan. Het gaat hier niet om louter fysieke ongemakken, maar ook om psychische en spirituele ‘ongemakken’. Conflicten die nog niet waren opgelost, dienen zich opnieuw aan, soms in een veranderde vorm. Ze worden nu gemakkelijker gerelativeerd. Vele beperkingen kunnen niet verholpen worden. Men moet ermee leven, ze accepteren, en voor zover dit mogelijk is, ze transformeren zodat ze de aanzet worden van een nieuwe vruchtbaarheid. De eigen beperktheid aanvaarden, vrede hebben met het leven zoals het gegaan is met al zijn fouten en tekorten, ontdekken hoezeer mensen van elkaar afhankelijk zijn, elkaars hulp en steun nodig hebben. Ouderen praten niet veel over de dood; ze hebben vaak al vele bezittingen en vele capaciteiten opgegeven.
Ze willen geen gezamenlijk ‘wij ‘zijn. Het zijn de nog niet bejaarden die hen zo zien en hun een ‘wij’ toedelen. Ze zijn te veelkleurig om als ouderen een ‘wij’ te vormen. Ze willen liever een ‘wij ‘vormen met de jonge generatie, die mede dank zij hen zich bewust kan worden van de wezenlijke waarden van het menselijk leven. Bejaarden houden, mede door hun verhalen aan hun kleinkinderen, de volgende generaties een spiegel voor: gedenk mens dat je ouder wordt en zoek daarom de vrede.
Prachtige tekst, dank daarvoor.
“In feite verschillen bejaarden meer van elkaar dan jonge mensen.” Hoezo? Alsof jongeren een homogene groep zijn… Snap zijn punt wel, maar vind eea iets te eenzijdig geredeneerd.
“In de hemel is iedereen gelijk, behalve God”, zei Edward Schillebeeckx eens tijdens een etentje. Maar die staat hebben we nog lang niet bereikt. Daarom verheug ik me in de column van Lascaris. Schrijver en lezer gaan door zolang het nog kan. Op zoek naar de vrede.
Was net bezig om een waardig slot te vinden voor mijn artikel voor het blad van de Historische Kring Diemen over Ouderen.
Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt