De kerk is voor mij een waardig gebouw. Als ik er kom, bijvoorbeeld om een kaarsje aan te steken, krijg ik gelijk een bezonnen gevoel; er valt dan een bepaalde rust, een kalmte over me heen. Ik zie de kerk als een vredige plek, waar je niet te hard praat en bidt voor je geliefden. En hoewel ik die momenten in de kerk mooi vind, ga ik nooit naar een mis. En met mij al mijn vrienden en leeftijdsgenoten die ik ken. Ook de volwassenen die ik ken, bezoeken geen mis meer, hoewel ze dat vroeger wel nog deden. Enkel mijn opa en oma zijn nog trouwe kerkgangers op zondag. Nederland ontkerkelijkt. Het is een verschijnsel dat al meerdere malen officieel is vastgesteld.

Uit een recent rapport dat het Sociaal Cultureel Planbureau medio december uitbracht blijkt dat Nederlandse kerken in alle opzichten aan gezag, bindingskracht en populariteit inboetten. Steeds minder Nederlanders die gelovig zijn opgevoed, zo blijkt uit het rapport, rekenen zich nog tot de kerk. Bij gewetensproblemen doen steeds minder van hen bovendien een beroep op een dominee, pastoor of andere geestelijke raadgever. Ik vraag me af wat de redenen hiervoor zijn.

Om te beginnen, kijk ik naar mijn eigen situatie. Mijn ouders lieten mijn zusje en mij zelf de keus om een geloof te kiezen. Hoewel mijn ouders beide gelovig zijn opgevoed – de een katholiek en de ander protestants – hebben ze ons enkel een aantal keer met Kerstmis meegenomen naar de kerk. Dat betekent echter niet dat ik ongelovig ben. Ik geloof in God en bidden geeft me kracht in tijden dat ik het nodig heb. Dit staat echter bij geen enkele kerk geregistreerd. Ik praat hierover met een goede vriendin en het blijkt dat we in een vergelijkbare situatie verkeren. Haar ouders gaan niet elke week naar de kerk en hebben haar niet laten dopen, omdat ze haar de keuze vrij wilden laten óf en wat ze wil geloven. Ondanks dat gelooft ze wel in God. Ze vindt het niet nodig zich te laten dopen; zelf weet ze waar ze in gelooft en dat is voor haar genoeg. Ze vertelt me dat ze iedere avond bidt en soms vaker, als ze een moeilijke periode heeft of als iemand anders het nodig heeft. Ook brengt ze regelmatig een bezoek aan een kapel, omdat ze dan zelf kan beslissen wanneer ze wil gaan en niet gebonden is aan tijden van een dienst.

candlelights-1868525_1920
Beeld door: Pixabay

Modernisering en bestaanszekerheid

Om de ontkerkelijking in ons, van oorsprong christelijke natie, beter te begrijpen praat ik met godsdienstsocioloog Kees de Groot, verbonden aan de Faculteit Katholieke Theologie van Tilburg University. Hij legt uit dat de secularisatie vooral te wijten is aan de huidige modernisering en aan de opkomst van onze verzorgingsstaat. De ontkerkelijking in Nederland zette al in aan het begin van de twintigste eeuw, toen nog vooral onder de Nederlandse hervormde kerkleden. Sinds de jaren zestig is dit verschijnsel in een stroomversnelling geraakt en is de uittocht uit de rooms-katholieke kerk begonnen. “Als je kijkt naar verklaringen van de teruggang van het kerklidmaatschap in andere landen, zie je in Europa een samenhang met modernisering”, vertelt de Groot. Modernisering is volgens hem overigens wel een parapluterm: er vallen allerlei processen onder.

Die situatie is overigens uitzonderlijk het geval in West-Europese landen. “In een modern land als de Verenigde Staten is de kerkelijkheid juist heel hoog”, vertelt De Groot. “En ook in allerlei Aziatische en Afrikaanse landen en in India heeft een enorme moderniseringsslag plaatsgevonden. Toch neemt de religiositeit zeker niet af.” Een verklaring is dat religiositeit samenhangt met bestaanszekerheid. “We zien dat de kerkelijkheid afneemt bij mensen in een verzorgingsstaat, die op individueel niveau bestaanszekerheid krijgen. Maar er komen steeds weer nieuwe mensen bij met minder bestaanszekerheid. Daarom blijven de kerkelijkheid en religiositeit op wereldschaal redelijk op peil”, vertelt De Groot.

Misstanden in de kerk

Secularisatie manifesteert zich in Nederland niet alleen in de krimp van de kerkgang, maar ook op andere punten. Ze vatten een groeiende vervreemding van de christelijke geloofstraditie samen. Uit het SCP-rapport blijkt dat steeds minder Nederlanders zeker zijn ooit Gods aanwezigheid te hebben ervaren en dat steeds minder mensen regelmatig de Bijbel lezen. Een vriendin van mij vertelt dat ze sommige principes die de godsdienst met zich meebrengt wel goed vindt, zoals het liefhebben van je naasten. Toch denkt ze niet dat ze enkel om dat principe ooit gelovig zal worden of naar de kerk zal gaan. Bovendien vindt ze dat er veel negatieve gebeurtenissen aan godsdienst kleven. Ze verwijst naar de aanranding van kinderen en naar oorlogen en aanslagen in de naam van God of het geloof.

Ik vraag me of de misstanden in de kerk voor massa’s mensen de reden zijn geweest om zich uit te laten schrijven bij de kerk of om simpelweg geen mis meer te bezoeken. De daling van de kerkgang sinds 2012 komt volgens een CBS-rapport dat medio oktober verscheen, namelijk geheel voor rekening van de katholieken. Bij protestanten en moslims is het bezoek aan de kerk of moskee gelijk gebleven. In 2015 verscheen de film Spotlight, die zich baseerde op het onderzoek van The Boston Globe in 2001, dat een grootschalig kindermisbruikschandaal aan het licht bracht. Afgelopen najaar zag ik op tv hoe presentator Lex Uiting bij RTL Late Night vertelde dat het seksueel misbruik in de katholieke kerk ‘natuurlijk’ een reden was voor zijn uitschrijving. Maar een reden is nog geen oorzaak.

En volgens De Groot valt er dan ook geen duidelijk verband te zien tussen de misstanden in de katholieke kerk en de afname van de kerkgang. “De ontkerkelijking die je nu ziet, is precies wat al decennia geleden werd voorspeld. De schandalen helpen natuurlijk niet in het vertrouwen in de katholieke kerk als instituut, maar de ontkerkelijking ligt precies in de lijn van de verwachtingen.”

Minder tijd voor de kerk?

We hebben de kerk dus niet meer zozeer nodig voor bestaanszekerheid. Ik vraag me af of ook de drukke maatschappij van tegenwoordig, boordevol verplichtingen, voor mensen een reden is minder vaak naar de kerk te gaan. Ik leg deze vraag voor aan pastoraal werker Elly Bus-Linssen van de Parochie Christus’ Hemelvaart in Sittard. Zij ziet het verschijnsel ontkerkelijking met eigen ogen voltrekken. Bus-Linssen vertelt me dat het drukke tijdschema van veel jonge mensen voor hen een reden is om minder betrokken te zijn met de kerk. “We hebben een vergrijzende parochie. Er zijn onder de jonge gezinnen mensen die nog wel geïnteresseerd zijn, maar het is lastig voor hen om zich te binden aan de kerk. Ze vinden kerkbezoek moeilijk te combineren. Zo spreek ik weleens ouders die zeggen: ‘De zondag is mij heilig.’ Daarmee bedoelen ze dat ze die dag graag zelf kiezen wat ze doen.” Bus-Linssen vindt het overigens lastig een duidelijke oorzaak voor de secularisatie aan te wijzen. “Iedereen heeft individueel z’n eigen leven op poten en wat voor de één een reden is om de kerk minder te bezoeken, hoeft voor de ander helemaal niet zo te zijn.”

Vrijzinnig geloven is ook een optie

Volgens Bus-Linssen hebben veel mensen, en dan vooral de jongere generatie, helemaal geen idee dat je in de kerk de tekst van de Bijbel niet letterlijk hoeft te nemen. Er bestaat namelijk ook zoiets als vrijzinnig geloven. Een derde vriendin van mij vertelt dat ze vroeger met haar ouders mee moest naar de kerk. Dat zag ze als een verplichting en ze plaatste haar vraagtekens bij alles wat er verkondigd werd. Ze gelooft wel dat er ‘iets’ is, maar ze vindt dit niet terug in de kerk. Bus-Linssen legt uit wat de optie vrijzinnig geloven precies inhoudt. “Vrijzinnigen stellen zelf vragen bij dingen en dat is voor de jongeren die daar niet mee zijn opgegroeid, soms moeilijk te begrijpen. Het is voor hen bijna alsof je als vrijzinnige zelf niet gelooft. Dat is niet zo, alleen zitten achter het geloof meer twijfels dan geloofswaarheden. Voor jongeren is het vaak moeilijk daarover te praten. Dan moet je je er al in verdiept hebben en dat is iets wat zeker de jongere generaties minder hebben gedaan.”

Toekomst voor de kerk

Uit al mijn gesprekken leid ik af dat de oorzaken voor mensen om niet of niet meer naar de kerk te gaan, talloos zijn. Als we uitgaan van de relatie tussen ontkerkelijking en de verzorgingsstaat, lost het fenomeen secularisatie wellicht zichzelf op. De Nederlandse verzorgingsstaat brokkelt namelijk langzaam af, vertelt De Groot mij. “In veel landen betekent lid zijn van de kerk, lid zijn van een gemeenschap. Mensen binnen de kerk zorgen voor elkaar. Denk maar aan de situatie in de Verenigde Staten. In Nederland is die functie heel erg uitgekleed of overgenomen door overheidsinstanties of door instanties die in ieder geval door de overheid gesubsidieerd worden. De kerken zijn daarmee teruggebracht tot hun religieuze functie.” Nu zien we dat de verzorgingsstaat in Nederland aan alle kanten langzaam aan haar eind begint te komen. Met cultuurtheoloog Frank Bosman, in 2011 uitgeroepen tot Theoloog van het Jaar, praat ik over deze situatie. Hij vertelt me dat grote problemen als eenzaamheid en verslaving door de verzorgingsstaat niet langer opgelost kunnen worden. “Dan zie je weer op verschillende plekken dat de kerk activiteiten gaat ontplooien, bijvoorbeeld het managen van voedselbanken.” Denk hierbij aan het huidige kerkasiel in Den Haag, zorg voor vluchtelingen. “Je ziet dat waar de verzorgingsstaat niet meer in staat is haar eigen doel te verwezenlijken, de kerkelijke gemeenschap inspringt. Ik ben echt heel benieuwd waar dat allemaal heengaat.” Daar sluit ik me bij aan.

foto-Ruth

Ruth Smeets

Studente Journalistiek

Ruth Smeets is studente journalistiek in Tilburg. Ze schrijft het liefst over ethische kwesties, religie, milieu en politieke vraagstukken. …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.