Hoe kijkt u naar de wereldwijde protesten die zijn losgebarsten na de gewelddadige dood van George Floyd in de Verenigde Staten?

“Ik zie deze antiracisme protesten als weer een nieuwe fase van internationalisering van de antiracismebeweging. Het breder worden van deze beweging leidt ook tot een meer verregaande problematisering van de orde. Ze onderkent dat het geen zin heeft om een strijd tegen racisme te voeren als dat niet ook een strijd tegen kapitalisme is. Je ziet dat extreemrechts begrijpt dat Black Lives Matter op een socialistische leest is geschoeid. De fascisten zien dat beter dan de mensen op nominaal links, want daar wordt nog gedacht dat je vrolijk aan antiracisme kan doen zonder het over kapitalisme te hebben.”

Extreemrechts neemt de relatie tussen antiracisme en anti-kapitalisme scherper waar dan partijen op links. Waaraan ziet u dat?

“Fascisten benoemen die relatie letterlijk door de Black Lives Matter demonstranten te koppelen aan socialisme of communisme. Ze gaan de straat op, omdat zij menen beelden te moeten beschermen. Fascisten snappen wat er op het spel staat. Ze begrijpen dat het niet gaat om het willen omgooien van die beelden, maar dat dit symbool staat voor het veel fundamenteler zagen aan de poten van de orde. Fascisten denken dat die orde nog steeds in hun belang is en daarom kiezen ze voor het gebruik van geweld om het huidige systeem in stand te houden. Trump zei bijvoorbeeld over het willen neerhalen van bepaalde beelden dat de demonstranten ‘de geschiedenis willen veranderen’. Daarin heeft hij helemaal gelijk. Dat is precies de inzet van het neerhalen van die beelden door antiracisten. Trump zei ook dat ‘ze onze cultuur willen veranderen.’ Ook daarin heeft hij gelijk, want we hebben over een cultuur van genocide.

Bij de meeste politici in de Tweede Kamer blijft het gaan over mensen die nare gedachten hebben over anderen wanneer er over racisme wordt gesproken. Het wordt niet begrepen. De fascisten in de Tweede Kamer zien de protesten als een existentiële bedreiging en daarin hebben ze honderd procent gelijk.”

Minister-president Mark Rutte zei naar aanleiding van de antiracisme protesten dat Nederland ook ‘systemische problemen heeft met racisme’. Hij ging in gesprek met een deel van de demonstranten en lijkt een draai te hebben gemaakt als het gaat om zwarte piet. In welk licht moeten we deze acties zien?

“Wat Mark Rutte vindt is wat mij betreft volstrekt irrelevant. Alles wat hij zegt is gebabbel van iemand op een bepaalde positie. Het is niet iemand die geïnteresseerd is in het fundamenteel problematiseren van de hele orde waarin zijn positie überhaupt mogelijk is.

Wat ik boeiend vind is dat veel mensen zich gedwongen voelen zich tot de protesten te verhouden. Dat is een teken van succes voor de antiracismebeweging. Mensen voelen zich genoodzaakt er iets van te vinden en erover te praten. Wat er dan vervolgens allemaal over wordt gezegd in Nederland is vooral gewauwel. De krantenpagina’s staan vol met witte mensen die ontzettend met zichzelf bezig zijn door bijvoorbeeld te bespreken dat je wel moet oppassen met het weghalen van beelden. Alsof het allemaal over die beelden gaat.

Je ziet dat de fascisten zich in het nauw gedwongen voelen en dat is interessant. Nu is de underdogpositie ook wel de stijlfiguur waarvan zij zich altijd graag bedienen. Maar nu zag je dat ze overrompeld waren. Ze wisten zich even geen raad. Ze waren heel zichtbaar zoekend en ze moesten op zoek naar iets dat de Black Lives Matter protesten kon schandaliseren. Uiteindelijk kwamen ze op de proppen met uitspraken over plunderingen of dat het protest een vorm van anti-kapitalisme is en daarom niet serieus te nemen. Allemaal onzin. Het boeit ook niet wat ze zeggen. Het is belangrijk dat ze voelen dat ze zich hiertoe moeten verhouden. Dat laat zien dat er iets gaande is. En wat er gaande is, is wat mij betreft niet iets dat zich constructief kan ontwikkelen in dialoog met de reacties erop. De beweging moet gewoon doorgaan wat er ook gezegd wordt.”

Hoe zou de beweging door kunnen gaan?

“Het gaat bij antiracisme of anti-kapitalisme niet om het gesprek of het debat. De liberale politiek wil alles daartoe reduceren. Zo kan de plundering van de aarde rustig doorgaan, terwijl er hier en daar klimaattafels worden georganiseerd waar een beetje wordt gebabbeld.

Er is nu een beweging gaande waarin mensen zeggen: ‘het boeit ons niet wat jullie vinden, wij gaan niet met jullie in gesprek.’ Het is interessant om te zien wat er dan gebeurt en hoeveel je gedaan krijgt. Denk maar aan wat er gebeurde toen een paar mensen – wel voor de zoveelste keer in de geschiedenis – zeiden: ‘zwarte piet is racisme’. Zij hebben consequent volgehouden en het gesprek geweigerd. Daarvoor hebben ze allerlei verschillende vormen van geweld moeten verduren en dat hebben ze genomen. En nu, tien jaar later, heeft de helft van het land geen zwarte piet meer.

Alle verandering rondom zwarte piet van de afgelopen jaren is tot stand gekomen door op een andere manier claims te maken in de publieke ruimte. Door de publieke ruimte niet te zien als een plek voor gesprek, discussie of dialoog, maar door iets te doen en door eisen te stellen. Door niet te zeggen dat iets een mening is, maar door te zeggen: ‘dit is racisme’. Zwarte Piet is racisme. Deal with it.”

Hoe kan je deze beweging vormgeven binnen instituten en organisaties? Hoe probeert u dat zelf binnen de universiteit?

“Universiteiten zijn extreem conservatieve instituties en ook als werknemer word je automatisch gedwongen in een conservatieve positie doordat je binnen dit instituut moet laveren. Ik heb dus niet de illusie dat ik al te veel kan bijdragen aan verandering. Wat je in mijn positie vooral kan doen is bepaalde dingen overdenken en zeggen, ook in het onderwijs. Ik heb onlangs met een aantal collega’s een publiek statement gemaakt naar aanleiding van de Black Lives Matter protesten. Daarin geven wij aan wat wij proberen te veranderen binnen ons curriculum. We kunnen ook wel allemaal eisen gaan stellen aan het College van Bestuur en dat zullen zij ook prima vinden, maar dan? Op deze manier zijn wij zelf verantwoordelijk en aansprakelijk.

Tegelijkertijd is de universiteit een ruimte van waaruit je je kan verbinden met allerlei andere organisaties, activisten en studenten. En die studenten kan je weer van alles meegeven om over te denken.”

Het is bijzonder lastig om machtsstructuren, ook binnen instituten, te veranderen. De machthebbers doen er vaak alles aan om hun deel van de macht te behouden.

“Maar macht moet zich ook aanpassen mits je je voldoende mobiliseert. Dat weten we bijvoorbeeld uit de geschiedenis als het gaat om de strijd tussen arbeid en kapitaal. Alle macht is precair, juist omdat het macht is en machthebbers zullen zich dus ook moeten aanpassen. Dat betekent dat het zeker mogelijk is om via interventies veranderingen aan te brengen, ook op een universiteit. Als het gaat om diversiteit – een concept waar ik veel moeite mee heb overigens – zie je dat er wel degelijk dingen zijn veranderd in de afgelopen jaren. Er wordt bijvoorbeeld bij het aannemen van mensen nu altijd gekeken naar diversiteit daarbinnen.

En dat is precies waarom veel mensen met macht in opstand komen. Ze zien dat de dominantie van witte mannen afneemt. Dat komt niet alleen maar doordat vrouwen en mensen van kleur eisen hebben. Het komt ook doordat de positie van witte mannen altijd gegarandeerd werd door hun deelname in kapitaalopbouw. De deal was: jullie krijgen wat kruimels van het kapitaal en in ruil daarvoor ben je niet solidair met arbeiders van kleur, want zij zouden een bedreiging vormen. Maar kapitaal heeft dat niet meer nodig. Kapitaal kan nu ook via schuld loyaliteit afdwingen. En dat is nog goedkoper ook.

In het licht hiervan maakt een partij als Forum voor Democratie in zijn programma de keuze voor het zoveel mogelijk behouden van wat je hebt, ook al kan dat alleen met een hoop geweld zoals op de Middellandse Zee duidelijk wordt. Elke politieke partij die vindt dat ‘er toch grenzen moeten zijn’ verschilt maar weinig van een Forum voor Democratie en stemt ermee in dat de dood van mensen van kleur nu eenmaal nodig is om het leven dat wij in Noordwest-Europa leiden in stand te houden.”

Wat gebeurt er als mensen het gevoel hebben dat ze macht verliezen?

“Wanneer mensen, witte mannen vooral in dit geval, de grip verliezen op veranderingen dan is er een enorme backlash. Denk aan de periode na de Reconstruction in Amerika (de periode die volgde op de afschaffing van de slavernij in Amerika, red). Na de Reconstruction werden de Jim-Crow-wetten voor rassenscheiding ingevoerd. Dit was een consolidatiepoging van machthebbers om toch hun macht te behouden.

Dat zie je nu ook. Het stikt bijvoorbeeld van de mensen die zeggen dat witte mannen zielig zijn en ‘ook niks meer goed kunnen doen’. Dat is krankzinnig, want we leven nog altijd in een wereld – in ieder geval in Europa – waar witte mannen vrijwel alle machtsposities bezetten. Waar witte mannen standaard veel meer verdienen en veel meer vermogen bezitten. Alles in onze samenleving is nog altijd geordend rondom de suprematie van witheid en mannelijkheid.

Willem-Schinkel-staand
Beeld door: Evelien Kums

Op het moment dat deze macht wordt aangetast is de reactie om te zeggen dat het juist die witte mannen zijn die in de knel zitten. Denk aan het bizarre geklaag over het ‘vrije debat’ als reactie op antiracismeprotesten. Er worden systematisch zwarte mensen vermoord, maar witte mensen beginnen in een wilde associatie te babbelen over dat ze niet alles zouden kunnen zeggen. Niet alleen kunnen ze dat heel duidelijk nog wel, ze zijn ook nog steeds degenen die alle platformen daarvoor bezetten.

Of denk bijvoorbeeld aan het onderwijs. Als daar blijkt dat meisjes het beter doen dan jongens, dan moet er meteen een of ander deltaplan komen om die jochies te helpen. Terwijl decennialang meisjes actief werd afgeraden om verder te leren en de achterstanden van meisjes sowieso niet als een probleem werden ervaren.

Uiteindelijk doet het er niet toe wie het slachtoffer is. Het gaat erom wie macht heeft en waarom, en of diegene in staat is om afstand te doen van deze macht die gebaseerd is op de onderdrukking van anderen. Zodat we vervolgens gezamenlijk een vuist kunnen maken tegen de uitbuiting die in ons systeem standaard bestaat, namelijk dat 1% van de wereldbevolking meer dan de helft van het vermogen bezit.”

Deze ongelijkheid zien en erkennen en vervolgens afstand doen van die macht vraagt dat mensen zich eerst überhaupt bewust moeten worden van deze uitbuiting. Die bewustwording alleen al blijkt best lastig.

“Wanneer je dit bespreekt zie je vaak dat mensen dit systeem van uitbuiting gelijk beginnen te verdedigen. Ze zijn onmiddellijk bereid, zoals filosoof Spinoza zegt, zich aan hun slavernij vast te houden ware het hun redding.

Als je het in Nederland over een socialistische economie hebt dan, word je al snel uitgelachen door opiniemakers en weet ik wat, maar zij lachen in wezen zichzelf uit. Want zij staan pal voor de kapitaalopbouw van die 1%. Het eerste wat ze bijvoorbeeld vaak roepen is dat het de menselijke aard is om zo te leven en dat het dus logisch is dat de kapitalistische uitbuitingsmachine in stand wordt gehouden. Interessant aan de Black Lives Matter protesten is dat het wederom duidelijk maakt dat het juist die kapitalistische orde is geweest die op een heel specifieke manier ras gemobiliseerd heeft. Socioloog W.E.B. Du Bois beschrijft heel helder wat de deal is tussen kapitaal en witte arbeiders. Je krijgt een minuscuul deel van de kapitaalaccumulatie als je daarvoor jouw solidariteit met zwarte arbeiders verbreekt. En dus niet samen met hen een vuist maakt tegen kapitaal. Dat is altijd de manier geweest om klassenstrijd de kop in te drukken.

De vraag is nu: gaan witte mensen kiezen voor consolidatie en pakken ze wat ze pakken kunnen? Of zijn ze in staat om in termen van coalities te denken? In dat laatste geval moeten ze wel af van het idee dat witheid ze ergens recht op geeft.”

En juist dat idee is eeuwenlang in mensen hun brein gestampt. Gloria Wekker laat dat feilloos zien in haar boek Witte Onschuld.  De kritiek op witheid levert veel weerstand op. Hoe kan je omgaan met die weerstand?

“Ik denk vooral dat mensen die fundamentele verandering nastreven zich niet zoveel moeten aantrekken van het systeem. Je moet een felle tegenstelling tegen die orde vormen. Je moet vooral niet het idee hebben dat je met ‘goede gesprekken’ iets gedaan kan krijgen. Ga gewoon lekker door. Het mooie van de recente protesten is dat je allemaal jonge mensen de straat ziet opgaan. Zij hebben hun eigen eisen die ze presenteren los van wat een of andere Mark Rutte daarvan vindt.”

Ik doe op dit moment onderzoek met Kauthar Bouchallikht naar de wereld van de diversiteitprofessional. Deze professionals gebruiken verschillende tactieken om bij te dragen aan meer diversiteit binnen organisaties. Juist het gesprek aangaan met zowel leidinggevenden, besturen als werknemers is bij velen een belangrijk onderdeel van hun werk. Is het ook mogelijk om binnen machtige instituten als een universiteit een felle tegenstelling tot het systeem te vormen wanneer je fundamentele verandering nastreeft?

“Binnen universiteiten zie je nu twee soorten reacties op de Black Lives Matter protesten. Ik beschreef eerder al het statement dat ik samen met een paar collega’s heb gemaakt over hoe wij ons curriculum vormgeven. Collega’s bij de UvA hebben een oproep gedaan waarbij zij bepaalde dingen eisen van het College van Bestuur. Hun statement is ondertekend door ruim tachtig mensen van de vakgroep politieke wetenschappen. Dat is zo’n beetje de hele afdeling. Dan vraag ik me af: zij zijn toch de universiteit? Waarom eisen stellen aan een College van Bestuur? Doe het gewoon zelf. Dan ben je ook zelf verantwoordelijk en aansprakelijk. Wij wilden met ons statement juist niet een of ander gratuit appel aan een bestuur doen.

Dat is weer wat anders dan de rol die een diversity officer heeft. Ik denk dat zo’n positie zeker iets belangrijks kan betekenen binnen een organisatie, maar vooral wanneer er druk van buitenaf is. Van binnenuit is het vaak frustrerend. Daarnaast is het hele idee van diversiteit vaak een manier om het niet over racisme te hoeven hebben. Dat laat onderzoeker Sara Ahmed zien in haar analyse van het diversiteitswerkveld. Diversiteit is een woord dat oké is, maar daarachter schuilen een hele hoop woorden die niet oké zijn.

Sara Ahmed laat ook zien dat diversiteit een manier is om het een probleem van de ander te maken, want diversiteit gaat vaak niet over de instituties zelf en de exclusiemechanismen die ze hebben. Sterker nog, diversiteit wordt zelfs een soort nobel doel wat bijvoorbeeld een universiteit eervol laat overkomen, want er wordt toch zo hard gewerkt aan het binnenhalen van andere lichamen. Het gaat dus ineens over die andere lichamen en het gaat er niet over waarom de universiteit die lichamen buiten houdt.

Dat maakt het lastig om onder de noemer van diversiteit fundamentele veranderingen te bewerkstelligen. Maar tegelijkertijd is het een concept waartoe mensen zich moeten verhouden en waar langzamerhand ook buiten de universiteit grote druk op is. Als er buiten die universiteit geen antiracisme strijd gaande zou zijn zou zo’n diversity office weinig uitmaken.”

Rogier van Reekum en u houden in Theorie van de Kraal een pleidooi het accepteren van onze onvolledigheid. Als mens, als systeem. Veel mensen zijn bang voor het maken van fouten en voor ongemak. Ze vinden het idee van onvolledigheid behoorlijk ingewikkeld.

“Wij zijn als mensen ook ingewikkeld. Letterlijk, we zijn in-gewikkeld. Het wordt pas echt moeilijk als je denkt dat je volledig bent. Of het nou gaat om een individu of een natie. Volledig zijn of ‘af’ zijn is alleen maar vol te houden met een hele hoop geweld tegen wat buiten jou of jouw natie bestaat. Het hele idee – aangehangen door alle politieke partijen – dat wij als natie een grens moeten hebben, komt voort uit dat idee van volledigheid. Net als het idee dat wij een land met een eigen cultuur zijn en dat het voor het behoud van de zuiverheid van die cultuur toch wel noodzakelijkheid is dat er duizenden zwarte mensen verdrinken op in de Middellandse Zee. Het concept dat er randen zijn aan iets waar wij collectief in zitten, is alleen maar plausibel te maken met al dat geweld.

Hoe kan je nou leven op deze aarde en denken: ‘nou het is volledig helder wat ik ben.’ Dat is totaal fucked up. Dan heb je dus niet door op welke manieren je in-gewikkeld bent. Hoe je verweven bent met al het andere leven. Dan heb je het gevoel dat je je van allerlei andere vormen van leven moet afsnijden. Dat is moderniteit. Het idee dat wij op deze aarde mensen zijn en dat dit betekent dat we afgesneden zijn van de natuur en over natuur kunnen beschikken. Of dat we kunnen beschikken over sommige vormen van arbeid die goedkoper zijn zoals de arbeid van vrouwen en dat van zwarte mensen.

We leven nog midden in het idee dat we als individuen of collectieven volledig zijn. Maar juist dat idee is het moeilijkste om vol te houden. Dat is waarom iedereen met de billen geknepen zit op het moment dat er mensen zijn die zeggen dat witte suprematie slecht is voor ons. Voor ons allemaal: niet alleen voor zwarte mensen, ook voor witte mensen.”

Deze volledigheid moet verdedigd en beschermd worden?

“Mensen zouden moeten inzien dat er niks is om te verdedigen. Als je stopt met het verdedigen van je man zijn, vrouw zijn, wit zijn of een natie zijn; als je dat kan laten gaan, dan kun je ook samen verder. Dan hoef je geen geweld te mobiliseren voor wat jij denkt te zijn. Veel mensen zijn op dit moment nog niet bereid om dat te laten gaan. Om uit die kramp te gaan, terwijl ze zelf last hebben van die kramp.”

Dat is misschien ook een reden waarom we collectief op de bank bij de psychotherapeut zitten. Onvolledig zijn is juist heel bevrijdend. Toch zit het huidige systeem nog zo in elkaar dat het lichaam dat je belichaamt iets betekent in onze gemeenschappelijke ruimtes. Mensen plakken er allerlei etiketten op en verbinden daar waarde aan. Ook als je dat zelf niet wilt, word je begrenst.

“Het feit dat deze wereld voor witte mannen altijd zo gemakkelijk is geweest en dat ze nu merken dat er aan het gemak dat zij hadden geknaagd wordt, laat zien hoe asymmetrisch de wereld was en nog is. Personen die daartegen in opstand komen – zeker vrouwen en mensen van kleur – worden dan snel in een slachtofferpositie geduwd. Maar het gaat erom dat sommige mensen de wereld bedacht hadden als voor henzelf en voor hun eigen gemak. En op het moment dat blijkt dat er anderen zijn die het anders willen dan hebben ze geweld nodig.

Maar er is een andere manier om te leven. Het aanbod van antiracisten is ook te zien als een aanbod van radicale liefde. Een oproep om dat geweld te laten gaan. Het idee te laten gaan dat je iets moet verdedigen. Als je dat kunt loslaten, kunnen we misschien samen iets bouwen. Maar wanneer je alleen kunt leven vanuit het idee dat alles al af is…dan zul je heel veel geweld nodig hebben om dat te beschermen.”

Rogier van Reekum en u noemen dat in Theorie van de Kraal ook wel ‘tough love’. Het willen veranderen van dit systeem komt voort uit liefde.

“Het aanbod van mensen als Malcolm X of Houria Bouteldja is radicale liefde: laat de gedachte gaan dat je het nodig hebt om geweld te gebruiken. Wij vinden het normaal dat politici pleidooien houden voor een harde grens op de Middellandse Zee. We vinden het normaal dat ze zeggen dat we onze grens moeten beschermen en dat er daarom mensen verdrinken. Waarom laten we niet gaan dat we zijn veranderd in totale onmensen die denken dat dit soort geweld nodig is om een goed en waardig leven te leiden?

Tot nu toe is ons hele idee van wat een mens is gebaseerd op iets dat geweld nodig heeft. Het aanbod van radicale liefde is dat we dat mensbegrip loslaten door uit te gaan van de onvolledigheid die we delen.”

Serie

Onze samenleving is superdivers, maar veel machtige instituten zijn dat (nog) niet. Wat zijn de gevolgen voor onze samenleving wanneer machtige spelers als media, onderwijs, overheid en het bedrijfsleven deze nieuwe realiteit niet kunnen bijbenen? Onze verslaggever Superdiversiteit, Zoë Papaikonomou, doet al jarenlang onderzoek naar diversiteit en inclusie in de media. Samen met organisatieantropoloog Annebregt Dijkman schreef ze het boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’. In de serie Superdiversiteit en Macht verbindt ze hun bevindingen naar vragen en tendensen in diversiteitsbeleid (of het gebrek daaraan). Dit keer: inclusief en persoonlijk leiderschap

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Zoe7

Zoë Papaikonomou

Verslaggever Superdiversiteit

Zoë is onderzoeksjournalist, mediadocent en onderzoeker & adviseur diversiteit en inclusie. Ze is auteur van het boek ‘Heb je een …
Profiel-pagina
Al 4 reacties — praat mee.