Tijdens de coronacrisis werd Vidary duidelijk hoe hoog de nood was voor sommige Amsterdammers. Ze kwam in actie. Niet alleen door te praten, maar juist door te doen!
We spreken elkaar via zoom, tussen andere werkzaamheden door. Vidary doet naast haar vrijwilligerswerk ook regulier werk in de financiële sector.
Wat heeft jou ertoe gebracht om Voedselcirkel Amsterdam op te richten en hoe verhoudt je visie op Tikkoen Olam – het herstellen van de wereld – zich tot de missie van de organisatie?
“Tijdens de coronacrisis merkte ik dat er nog veel mensen waren die niet genoeg geld hadden om hun dagelijkse boodschappen te doen. Ik ben toen begonnen met mijn eigen initiatief, geïnspireerd op Helen’s free foodmarket, in de Waterlandplein buurt. In het begin was het heel praktisch, het ophalen van voedsel bij grote bedrijven en het uitdelen daarvan aan mensen die het nodig hadden. Het was eigenlijk een tijdelijk projectje, maar Helen heeft mij tegelijkertijd betrokken bij een groter netwerk.
Ik merkte in die tijd dat er heel veel verschillende initiatieven zijn. En als je samenwerkt, kun je veel verder komen. Vanuit dat tijdelijke initiatief groeide het besef dat er een structurele samenwerking nodig was. Eerst was dat heel concreet, het delen van een bus en andere praktische zaken. Later is dit uitgegroeid tot de voedselcirkel waarbij wij vooral het coördinerende gedeelte op ons nemen.
Toen voedsel duurder werd door inflatie, werd het steeds moeilijker dat te verzamelen. Toen besloten wij als Voedselcirkel Amsterdam dit op ons te nemen. Bedrijven vinden het vaak makkelijker om in grote hoeveelheden hun voedsel te doneren. Mensen die apart langskomen om de achterbak van hun auto te vullen is voor hen te kleinschalig en kost hen te veel tijd. Wij zorgen dat wij het voedsel inzamelen en dat het bij de verschillende lokale initiatieven komt. Omdat wij een grote loods hebben is er altijd wel wat te halen bij ons waardoor de deelnemers nooit zonder eten komen te staan.
Dit is de praktische kant van het verhaal, maar je vraagt je toch af waarom je het doet. Zeker als het je steeds meer tijd gaat kosten naast een vaste baan en niet meer iets tijdelijks is. Ik kom zelf uit een gezin waarin aan het einde van de maand het geld vaak op was. Ook heb ik jong een kind gekregen waardoor ik niet altijd kon rondkomen. Geldgebrek aan het einde van de maand is dus heel herkenbaar voor mij. Daarnaast spreekt het idee van compassie mij aan. Ik laat mij inspireren door allerlei levensbeschouwingen waarin dit idee centraal staat. Vooral het boek van de boeddhistische Thupten Jinpa over compassie inspireert mij. Hij gaat ook weg van enkel het theoretische, en roept juist op tot actie.”
Hoe kom je in contact met mensen die hulp nodig hebben?
“Toen ik begon in mijn eigen buurt vijf jaar geleden, hoopte ik dat het dat het voedseltekort minder zou worden na de coronacrisis. Maar ik merk dat het alleen maar meer wordt. Natuurlijk komt het ook voor dat de situatie voor mensen verbetert en dat zij zich afmelden, of zelfs anderen gaan helpen. Maar ik zie tegenover die enkeling een grote toename in het aantal mensen dat echt klem zit.
Wij werken nu veel samen met contactpersonen die via flyers, kerken, huis van de wijken, maar ook bijvoorbeeld via scholen, zorgen dat mensen op de hoogte zijn van de verschillende initiatieven. Denk aan bijvoorbeeld voedselpakketten, maar ook mensen die voor de wijk koken.”
Kun je een voorbeeld delen van een activiteit die je (mede) georganiseerd hebt en waar je het meest trots op bent?
“Voedselcirkel Amsterdam is vooral achter de schermen actief, meer ter ondersteuning van de andere activiteiten. Daarom kan het extra mooi zijn als we wel een evenement zelf organiseren. Zo hebben wij op 5 mei in de Hallen West gekookt voor de buurt en aan lange tafels gesprekken gevoerd met mensen. Deels om te steunen maar deels ook ter bewustwording. Veel mensen hebben geen idee dat 30 procent van het geproduceerde voedsel vernietigd wordt. Terwijl er wereldwijd zoveel honger is. Daarom richten wij ons op educatie en het vergroten van bewustzijn over dit onderwerp, ook bijvoorbeeld door een petitie voor de gemeente Amsterdam.
Wij werken heel goed samen met de gemeente Amsterdam. Zo hebben we veel contact met de ambtenaren die gaan over de voedselstrategie, maar dit willen wij ook in het vervolg kunnen doen.”
Jullie zijn een van de groepen die een compassieprijs krijgen. Hoe blijf je compassievol in tijden waarin verdeeldheid hardnekkig lijkt?
“Ons werk is soms niet makkelijk. Je loopt aan tegen tegenslagen zoals een auto die gestolen wordt, ruzies bij ophaalpunten, een groeiende vraag naar hulp door de stijgende inflatie. Ook helpen we mensen die op een kwetsbaar moment in hun leven zijn. Zeker bij het eerste contact zijn ze soms zo gestrest of beschaamd zodat ze boos worden, kortaf zijn. Het is soms moeilijk om daar niet gedemotiveerd van te raken. Je moet echt tot tien tellen en teruggaan naar de basis waar je het allemaal voor doet.
Door mijn ervaring heb ik geleerd dat als je zelf rustig blijft, de deelnemers ook ontstressen en het contact met je leggen. Als je ze vaker spreekt en ze merken dat je te vertrouwen bent is er ook ruimte voor gesprek. Hierdoor kan je mensen nog beter helpen.
Daarnaast zijn er ook nog een heleboel lichtpuntjes zoals mensen die huilen van blijdschap bij de uitgifte. Zeker de mensen die niet terechtkunnen bij de voedselbank, maar wel echt de hulp nodig hebben kunnen heel dankbaar zijn. Dan zie je weer waarom je het doet.”
Wat kunnen individuen volgen jou zelf doen om bij te dragen aan het herstellen van de wereld?
“Belangrijk is het om niet te groot te beginnen, maar eerst in je eigen omgeving te kijken wat je kan doen. Begin bij je familie, dan je vrienden, dan je buurt en zo wordt het steeds meer. Als je allemaal in je eigen omgeving begint en daarna gaat samenwerken met anderen kan je met al die kleine lichtpuntjes een mooi groot licht vormen.
Een voordeel van beginnen in je eigen omgeving is dat je vaak beter weet wat er nodig is. De overheid of grote organisaties kunnen wat bedenken vanuit de top-down, maar zien niet wat er lokaal speelt. Door van onderop te beginnen, speel je beter in op de behoeften in de samenleving. Door vervolgens met al die kleine initiatieven samen te werken kan je efficiënter werken. Daarom werken wij ook samen met zoveel kleine organisaties.”
Wat zou je nog willen meegeven aan de lezers?
“Wees je bewust van hoe je goed moet omgaan met voedsel, bijvoorbeeld van het verschil in THT en TGT. Je leest TGT – te gebruiken tot – vaak op producten als melk, vlees etc. Het is belangrijk om je daaraan te houden. Anders kun je ziek worden. Voedsel waar THT – ten minste houdbaar tot – op staat, is vaak nog lang na die datum te gebruiken. Mantra daarbij is: kijken, ruiken, proeven. Gooi niet voedsel zomaar weg.”
De landelijke Compassieprijs 2025 wordt vrijdag 21 november in de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam uitgereikt. Deze vijftiende editie staat in het teken van het 750-jarig bestaan van de stad en is onderdeel van de conferentie “Een zorgzame stad is een vreedzame stad”. Deze conferentie wordt georganiseerd door de Gemeenschap van Sant’Egidio in Amsterdam en de Beweging van Barmhartigheid. Voedselcirkel Amsterdam is één van de prijswinnaars.
