Onderweg naar Mohammed Benzakour (1974), een in Marokko geboren Nederlandse schrijver, socioloog, essayist en imker, krijg ik steeds meer zin in de door hem beloofde ‘lekkerste koffie van Nederland’. Ik word vriendelijk onthaald in zijn ruime appartement in Zwijndrecht, waar een verzorgd interieur en een grote bank vol kussens mij omhullen in een sfeer die mij vaag doet denken aan een bedoeïenentent. Maar dan met planten en zonlicht in plaats van kleden.

Nadat Mohammed bewezen heeft niets teveel gezegd te hebben over de koffie, het recept blijft geheim, pakt hij een rechte stoel en gaat al pratend tegenover me zitten aan de andere kant van de salontafel. Nog voor ik hem ook maar één vraag heb gesteld, weet ik al dat hij van reizen houdt en dat hij momenteel het boek Herinneringen aan het lezen is van Anna Dostojevskaja, waarin zij vertelt over haar overleden man, de legendarische schrijver Dostojevski. Ik mag mij verheugen op een mooi interview met een man die naast een begaafd schrijver ook een begaafd verteller is.

1. Waar kom je vandaan?

Mohammed Benzakour: “Ik ben geboren in een dorpje in het Rifgebergte van Noord-Marokko, als vierde in het gezin. Ik kwam op mijn derde naar Nederland, met mijn moeder en broers. Mijn vader werkte hier al als gastarbeider. Thuis spraken we Berbers, of Tamazight, zoals wij zeggen. Nog steeds, want mijn ouders zijn analfabeet en spreken slecht Nederlands.”

Je bent ook islamitisch opgevoed. Wat hield dat in voor jou?

“Dat de dagelijkse gebeden werden gedaan en dat er werd gevast wanneer het ramadan was. Ik vond ramadan heel gezellig, vooral ’s avonds. Mijn moeder zei dan: “Het is nóg gezelliger als je meevast.” En dat ben ik vanaf mijn 11e ook gaan doen. Ik vond dat stoer.

Ik vind de gedachte achter de ramadan ook heel mooi. Het is eigenlijk consuminderen met spiritueel motief. Hoewel de werkelijke spirituele ervaring wel meeviel moet ik zeggen, maar dat kan ook te maken hebben met de Nederlandse context waarin je de solidariteit mist die je in Marokko hebt, wanneer iedereen vast. Hier ben je de uitzondering, winkels zijn gewoon open en op straat ruik je voortdurend eten. Dat is ook wel een uitdaging, omdat je steeds op de proef wordt gesteld. Als ik midden op de dag koffie ruik, moet ik heel erg beheerst zijn om dan geen koffie te nemen.”

2. Waar sta je nu?

Vast je nog?  

“Ja, maar ik ben er wel liberaler in geworden, in de zin dat ik me afvraag of het wel goed is ons lichaam op tropendagen te onthouden van vocht. Ik geloof ook dat je lichaam een tempel is waar je zuinig op moet zijn. De filosofie achter het vasten blijf ik mooi vinden. Afstand nemen van het materiële en het stoffelijke en daardoor wat meer naar binnen keren. Daarbij is het ook een training in zelfbeheersing. Je wordt er een mooier mens door.”

Een investering in je karakter?

“Ja, maar ik ben er wel minder strikt in dan de meeste moslims. Ik zou willen dat je zelf mag kiezen om in geval van zware sport- of mentale prestaties een andere keer of bijvoorbeeld maar 8 uur per dag te vasten.”

Neem je die vrijheid voor jezelf?

“Zeker, maar ik moet wel zeggen dat ik daar niet heel eerlijk over ben naar mijn ouders toe. Omdat ik weet dat het hen pijn zal doen en dat ze het niet zullen begrijpen. Ze zullen het een schande vinden, want Allah heeft gezegd…”

Maar ze lezen het interview niet…

“Precies en dat scheelt! Als zij konden lezen zouden ze pijn hebben en ik wil hen geen pijn doen. Ik vind het een vorm van hoffelijkheid om soms de waarheid een klein beetje te verzachten voor je ouders. Zij hebben een eenvoudige kijk op de wereld van goed en kwaad en ik heb kennis genomen van meerdere religies en overtuigingen en kies daaruit wat bij mij past.”

Ben jij jezelf tot norm geworden?

“Wat ik belangrijk vind is dat je de dingen met passie doet. Bij veel moslims zie ik dat de praxis niet gevoed wordt vanuit passie of overtuiging, maar vanuit gewoonte. Ze willen niet buiten de boot vallen, waardoor mensen gaan praten, dus doen ze maar mee. Mensen die gaan bidden doen dat bijvoorbeeld omdat het kwart over twee is en raffelen het dan snel af.”

Want eigenlijk kwam het niet goed uit?

“Die vijf keer per dag komt nooit uit! Ik wil hiermee geen afbreuk doen aan de schoonheid van een bepaald ritme. Het is voor mijn vader bijvoorbeeld heel mooi en belangrijk dat hij een soort dagritme heeft. Dan heeft hij iets zinvols, een handvat om de dag door te komen. Ik heb dat niet per se nodig, ik heb een andere agenda. Dus ik zou willen pleiten voor: niet bidden omdat het moet, maar omdat je het wilt.”

Niet de regels, maar de intentie?

“Ja! Ik heb dat bijvoorbeeld ook met halal. Dat betekent alleen maar dat het dier geslacht is met de naam van God. Mijn idee van halal is dat het dier een goed leven heeft gehad. Liever een halal leven zonder halal sterfte dan andersom. De meeste islamitische slagerijen halen hun vlees gewoon van de reguliere bio-industrie, met dit verschil dat er dan in de slachterij iemand staat die ‘bismillah’ zegt. En dat zegt ‘ie nog niet eens voor elk dier. Dat zegt ‘ie op het moment dat de lopende band gaat draaien en dat de kippen komen. Één keer ‘bismillah’ voor al die kippen.”

Benzakour-3
Mohammed Benzakour Beeld door: Inge Bosscha

Hoe komt het dat je zoveel vrijer bent gaan denken?

“In mijn gezin van herkomst deed ik alles uit gewoonte. Zo deden we het nou eenmaal. Sinds ik 17 jaar geleden op mezelf ben gaan wonen, zijn veel vanzelfsprekendheden voor mij verdwenen. Ik heb mezelf vaak de vraag gesteld waaróm ik dingen doe. Het heeft ook te maken met wat mijn moeder is overkomen. (Een herseninfarct in 2010, waarna zij verlamd is en niet meer kan spreken, red.) Ik heb daardoor een aantal dingen ter discussie gesteld aan God. Waarom overkomt mijn moeder dit? Ze heeft alles gedaan wat je als moslim voor Allah kunt doen, ze is zo’n vrome vrouw… en dan overkomt haar dit…!

Ik denk dat we af moeten van het idee dat God alles bepaalt. Veel moslims zien dat wel zo: Allah maakt mensen ziek en Allah maakt mensen beter. Het vreemde daarbij is dat wanneer iemand slecht leefde en een auto-ongeluk krijgt, er gedacht wordt: há, zie je wel! En wanneer iemand goed leefde, schuift men het op de ondoorgrondelijkheid van God. Er wordt dan gezegd: ‘Hun beloning komt nog wel, Allah houdt van mensen die lijden.’”

3. Hoe ga je om met andersdenkenden?

“Mijn ouders probeer ik een beetje te ontzien. Ze zijn oud en ziek. Ik ben gewoon hun lieve zoon en doe veel voor hen. Ik vind het ook niet eerlijk om met hen in discussie te gaan over filosofie en religie enzo. Het zijn eenvoudige mensen die veel steun en houvast beleven aan hun geloof. Zelfs mijn moeder bidt nog steeds, al kan ze het nog maar met één handje. Ik ben niet zo rebels. Ik ga wel discussies aan met mensen met wie ik gelijkwaardig in gesprek ben. Bijvoorbeeld met orthodoxe moslims die hoog zijn opgeleid, daar ga ik wel theologische debatten mee aan over bepaalde dingen in de Koran. Zo van ‘volgens mij heeft Allah dit niet zo bedoeld.’”

Is het belangrijk voor je om mensen te overtuigen?

“Nee, daar ben ik mee opgehouden, om dat belangrijk te vinden. Het werkt toch niet. En bovendien heb ik liever geestverwanten om me heen.”

4. Hoe/Wat draag jij bij als ‘goed mens’?

“Ik leef heel erg instinctief, ik ben geen lange termijn planner. Ik laat me als een blaadje door de wind gaan en geloof dat het altijd goed komt. Ik ben ook wel een soort zondagsjongen. Ik kijk wat komt en als het bij me past, ga ik erin mee, duik het diepe in en laat het gebeuren.”

Dus het is belangrijk voor je om je passie te volgen?

“Zeker! En dan komt er elke keer wel weer wat anders. Dat past bij mij. Ik houd honingbijen en ben een fanatiek visser. Als schrijver heb ik die passies ook nodig als inspiratiebron.

Zo ga ik door het leven dat ons gegeven is. Ik weet niet wanneer het eindigt, maar ik zou er geen ander leven voor willen ruilen. Ook de nare dingen niet, zoals de hersenbloeding van m’n moeder. Dat kan je zien als iets negatiefs, maar ik heb geprobeerd er iets positiefs van te maken door er een boek over te schrijven (genaamd Yemma, wat ‘moeder’ betekent, red.) en door toch ook de schoonheid van hoe ze nu is te zien. Één van de mooie dingen die ik nu met mijn moeder heb, is een hele intieme fysieke relatie die we eerst niet hadden. Ik kam haar haren, verzorg haar gezichtje, knip haar nageltjes en elke avond masseer ik haar voeten en doe ik oefeningen met haar.”

Jij ziet dus ook de andere kant van de medaille?

“Voor mij is dat als rusten in je lot, gelouterd zijn daarin. Je lot accepteren. Dit is wat het is en dat is goed. Ik vind het belangrijk om mezelf over te geven aan het leven en de hogere eenheid en intelligentie van liefde en harmonie die daar volgens mij beslist achter moet zitten.”

5. Krijg je erkenning voor wat jij doet?

“Mijn ouders kunnen niet lezen en schrijven. Zelfs het boek over mijn moeder kan ze niet zelf lezen. Dat vind ik wel eens jammer. Je wilt toch dat ze trots op je zijn. Maar ik ben eraan gewend geraakt. Als ze me op tv zien, zijn ze een soort trots. Toen m’n moeder nog kon praten zei ze: ‘Je was op televisie, hè!? Maar wat zei je nou allemaal?'”

Dat zegt heel veel. Pas jij je niveau aan je ouders aan?

“Ja… eigenlijk wel. Dat is altijd al zo geweest. Ik heb twee werelden. Bij m’n ouders praat ik over alledaagse ditjes en datjes. Ik mis het ook echt dat mijn moeder niet meer terug kan praten.”

Jij kunt wel in hun wereld komen, maar zij niet in die van jou?

“Dat is het verschil. En hoewel ik er heel goed mee kan leven, zal er altijd ook een gat blijven. Maar ik weet niet beter. Ik had als kind al dat ik de brieven van de gemeente en de belastingdienst voor moest lezen en uit moest leggen. Van hun leer ik dingen over de geschiedenis en over Marokko. Ik ben nu een Berberse spreekwoordenboek aan het maken en ik heb heel veel gehad aan mijn vader. Dat is dan weer fijn, dat hij dan toch bijdraagt aan mijn boek.

Hij moet zelf ook ergens wel voelen dat zijn kinderen van hem vervreemd zijn doordat zij wel kunnen lezen en schrijven en hij hun wereld niet kent. Dat is ook voor een vader heel moeilijk.”

Benzakour-2
Mohammed Benzakour Beeld door: Inge Bosscha

6. Wat lever je in om te kunnen doen wat jij doet?

“Ik ben de enige in een vrij traditioneel gezin die het kunstenaarschap verkiest. De anderen zijn allemaal getrouwd. Laatst was mijn vader hier, keek de kamer eens rond en zei: ‘Ja Mo, je hebt het wel goed voor elkaar,’ en dan weet ik al wat er komt: ‘maar er ontbreekt toch een vrouw en een kindje in dit huis.’ Hij begrijpt niet dat ik dit juist fijn vind, dat ik anders wel andere keuzes had gemaakt. Ik sluit niet uit dat het nog eens zal gebeuren. Dostojevski trouwde ook pas met Anna toen hij bijna 50 was.

Mijn familie vindt het jammer dat ik niet met Fatima met een hoofddoek hier thuis zit, die dan dezelfde gerechten voor mij maakt als m’n moeder vroeger deed. Dat kleine gezinsgeluk, dat willen ze voor mij ook. Dat er etensgeur en leven in huis is wanneer ik thuiskom. Terwijl ik denk: yes, heerlijk! Als ik gezelligheid wil, zoek ik het wel op, of ik nodig vrienden uit, maar ik vind het fijn dat het er niet standaard is.”

7. Wat motiveert je om door te gaan?

“Schoonheid! Ik geniet er enorm van om mooie dingen te maken. En als anderen het ook mooi vinden, geniet ik dubbel. Maar zelfs zonder waardering zou ik doorgaan, omdat ik geloof dat wat ik doe de moeite waard is. Je kunt dingen zeggen, maar je kunt ze ook mooi zeggen. Ik ben altijd esthetisch bezig, bij alles wat ik doe.”

Dat zie ik ook terug in je woonkamer, daar ben je ook zorgvuldig te werk gegaan met aandacht voor schoonheid. 

“Ik werk graag in een prettige omgeving. Mijn huis is mijn atelier. Ik zie ineens dat die fotootjes schots en scheef hangen, haha! Maar dat is eigenlijk juist mooi. In het lelijke schuilt iets moois. Het is wat het is.”

Alle afleveringen in de reeks ‘Wat bezielt je?’ zijn na te lezen via deze link.

ingebos

Inge Bosscha

Blogger

Inge Bosscha is coach voor kerkverlaters en initiatiefneemster van online platform Dogmavrij.nl, waar zij ruimte en inspiratie biedt om in …
Profiel-pagina
Al 5 reacties — praat mee.