Langzaam wordt het steeds drukker in het café. De hoes wordt van het biljart getrokken, heren op leeftijd krijten hun keus. Rond de grote tafel in de hoek nemen buurtbewoners plaats. Ze werpen verwachtingsvolle blikken richting de schrijver. “Dat is waar ook, er is nu een buurtvergadering. Misschien denken ze dat ik ook aanschuif, ik woon hier namelijk ook.”

Esther Gerritsen glundert, ze voelt zich hier duidelijk in haar element. “Dit is echt een ouderwets Amsterdams café. Allerlei mensen kom je hier tegen. Soms neem ik mijn dochter mee, die zit dan in een hoekje met iemand te mens-erger-je-nieten.” Kan ze hier ook werken? “Nee, schrijven doe ik het liefste gewoon thuis. Er zijn tenslotte ook nog andere deadlines, bijvoorbeeld dat ik elke middag om drie uur mijn dochter van school moet halen. Hoewel, een column schrijf ik het liefst in de kroeg. Ik ben niet zo van de afzondering; ik houd ervan om er met regelmaat tussenuit te gaan om met anderen te praten en zo te relativeren wat er in mijn eigen hoofd omgaat.”

Totale onzin

Romans, verhalen, columns, theaterstukken, scenario’s voor film en tv – Esther Gerritsen is een veelzijdig auteur. Ze is net terug van een literaire tournee door de Verenigde Staten en Canada. “Mijn roman Dorst is daar uitgebracht. Er wordt maar heel weinig Nederlandse literatuur vertaald, maar uitgeverij World Editions is bezig boeken van over de hele wereld te vertalen. In het kader daarvan was ik onder meer in The Netherland Club of New York. Tegelijkertijd was de regisseur van Dorst in Woodstock, waar de film werd gedraaid.” De roman beschrijft de verhouding tussen Elisabeth en haar rebelse dochter Coco, die na het bericht dat haar moeder niet lang meer te leven heeft, bij haar intrekt om voor haar te zorgen. Maar inmiddels is Gerritsen alweer een paar stappen verder. “Met Halina Reijn heb ik een film gemaakt, haar regiedebuut. Die speelt in een tbs-kliniek en gaat, jawel, over de liefde. We werken er al bijna vier jaar aan en inmiddels is-ie ook al van titel veranderd, maar hij is af en volgend jaar kun je hem in de bioscoop zien. Daarnaast schrijf ik aan een tv-serie waar ik nog niet zoveel over kan zeggen, maar waarvan de opnames in het voorjaar beginnen.”

trooster

Nog meer opmerkelijk nieuws: Gerritsen nieuwste boek De trooster belandde op de shortlist voor het beste theologische boek van 2018. Niet eerder kwam een roman hiervoor in aanmerking. Dat ze niet won, deert de schrijver niet in het minst. “Ik vond het alleen maar heel erg leuk dat ik was genomineerd, hoewel ik wel even bang was dat ik geen totale onzin had opgeschreven. Maar De trooster is dan ook geen theologisch boek; het gaat om geloof zoals iemand dat persoonlijk beleeft. Trouwens, theologie is deels ook fictie omdat ze grotendeels gaat over verhalen.”

De trooster, goed voor lovende kritieken, handelt over de diepgelovige Jacob, die niet als broeder maar als conciërge in een klooster woont. Hij raakt er bevriend met Henry Loman, een politicus die iets op zijn geweten heeft en weg is bij zijn vrouw en dochtertje. In het klooster wil hij tot bezinning komen. Door Henry uit zijn isolement gelokt, probeert Jacob hem in te wijden in het geheim van het lijden en sterven van Jezus Christus, die de schuld van de mensheid op zich neemt. Maar Henry, die in het klooster ook nog eens een vrouw verkracht en als de dood is voor zijn ontluikende geweten, laat zich uiteindelijk liever troosten door zijn vrouw Alicia, die hem ondanks zijn ontrouw telkens weer in de armen sluit. Jacob blijft vertwijfeld achter. “

Er verschijnen maar weinig romans waarin geloof weliswaar een rol speelt, maar niet het eigenlijke thema is, zoals in De trooster. Meestal wordt er met het geloof geworsteld, worden mensen er gek van. Maar waarom zou het niet gewoon onderdeel van het leven kunnen zijn?” De trooster gaat weliswaar over geloof, zegt Gerritsen, maar dan vooral als achtergrond waartegen thema’s als vriendschap, verraad, schuld, vergeving en troost worden geprojecteerd. “Want waarom zouden we daarover ook in ons dagelijks leven niet kunnen spreken in het licht van het geloof? Goed, er gaan steeds minder mensen naar de kerk en er treden er steeds minder in het klooster, maar ze hebben nog altijd dezelfde verlangens. Wat dat betreft zie ik ook geen verschil tussen zogenaamde gelovigen en niet-gelovigen. Ik zou het leuk vinden als God weer gewoon onderdeel wordt van het leven. Nu is het zo dat na afloop van een lezing mensen naar me toekomen die me besmuikt lachend vertellen: ik ben ook gelovig, hoor.”

Stevige moraal

Vanwege die verlegenheid met religie vreesde Gerritsen aanvankelijk voor onbegrip. “Ik kreeg soms verbaasde reacties in de trant van: hoezo een boek over religie, jij bent toch niet gelovig? Jawel, zei ik dan… Ook hoopte ik dat ongelovige lezers me niet zouden uitlachen, en dat gelovige lezers me er niet van zouden beschuldigen goede sier te willen maken met hun geloof. Ik wilde niet dat ze zouden denken dat ik me hun geloof had toegeëigend, of dat ze zouden zeggen: sorry, maar dit is niet het echte werk.”

In De trooster is het evenwicht tussen geloof en ongeloof, tussen vertrouwen en vertwijfeling immers voortdurend wankel, waarvan vooral de hoofdpersoon Jacob getuigt. “Expres heb ik van hem geen broeder gemaakt, omdat ik dan een heel ander boek had moeten schrijven. Een broeder is toch meer een professioneel gelovige, die gestudeerd heeft en een bepaalde weg heeft afgelegd om gehoor te geven aan zijn roeping. Zo iemand krijgt heel andere dingen op zijn bordje. Daar zou ik dan echt studie van hebben moeten maken. Met Jacob, die zowel insider als buitenstaander is, kon ik me veel gemakkelijker identificeren.”

Waar komt het idee voor De trooster vandaan? Ze grijnst. “Ik was er al jaren mee bezig. Het schrijven was een mooi excuus om uitvoerig research te gaan doen in de wereld van kerk en kloosters, terwijl ik eigenlijk al jaren graag in de kerk zat. Nu had ik eindelijk een alibi om al die bijbelverhalen te gaan lezen, geweldig. Ook verdiepte ik me in de betekenis van de kerkelijke rituelen en maakte ik uitvoerig studie van de kruisweg. In een eerdere versie van het boek weidde ik daar bladzijden lang over uit… gewoon uit enthousiasme omdat ik het net zelf allemaal had herontdekt. Er is nog een hoop geschrapt. Maar het is zonde dat er zoveel is weggegooid in de loop van de tijd; misschien moet de kerk zich op dat punt opnieuw uitvinden.”

monastery-2258291_1920
Beeld door: Pixabay

Gerritsen houdt vooral van bijbelverhalen met een stevige moraal, waar je je in blijft vastbijten omdat je er nooit echt uitkomt. “Zoals Jezus’ gelijkenis van de werkers in de wijngaard, waarbij de laatsten evenveel krijgen als de eersten. Zo’n verhaal stelt vragen bij wat wij als eerlijk en oneerlijk ervaren. Het lijkt op het echte leven, waar niet iedereen even eerlijk en gelukkig is en niet iedereen evenveel te eten krijgt.” Grinnikend: “Ik mag binnenkort over dit verhaal een preek houden.”

Tegelijk heeft ieder mens al van nature besef van goed en kwaad, zegt ze. “Je hoort vaak zeggen dat de scheidslijn tussen goed en kwaad dun is. Daar geloof ik dus niks van. Iedereen weet best wat goed is of kwaad. Ik las laatst iets over hoe gedetineerden kijken naar tv-series waarin de bad guys de helden zijn, en hoe moralistisch juist zij daarnaar kijken. Die zeggen bijvoorbeeld: alles goed en wel, maar je verlinkt je maten niet. Dat mensen elkaar de hersens de hersens niet inslaan, doen ze heus niet  alleen uit angst voor straf.”

Opluchting

Geloof en kerk zijn in het leven van Esther Gerritsen zeker geen constante geweest. Van oudsher is ze weliswaar katholiek: als meisje uit het Gelderse Gendt werd ze gedoopt, deed ze haar eerste communie en ontving ze het vormsel. “Maar dat behoorde allemaal tot de cultuur van toen, net zoals het in mijn latere vriendenkring de cultuur was om dat raar te vinden en je ertegen af te zetten.” Dat afzetten ging bij Gerritsen echter nog een laagje dieper: het had te maken met de onmogelijkheid van het christelijk  ideaal. Als kind wilde ze graag leven naar het voorbeeld van Jezus, maar stootte daarbij voortdurend op haar onvolmaaktheid. “Het ideaal werkte niet, integendeel: ik voelde me vaak een slecht mens.” Uiteindelijk wilde ze er niets meer van weten.

“Er wordt aan de lopende band geoordeeld”

Toch was het precies het menselijk tekort dat haar weer op het spoor zette van het geloof. “We leven in een wereld waarin aan de lopende band wordt geoordeeld. Je kunt nog geen wasknijper kopen of je wordt gevraagd om een beoordeling. Al dat  geven van sterren is zó banaal. Recensies mogen ze daarom wat mij betreft afschaffen. Al die oordelen zijn zo betrekkelijk, we kunnen best zonder.” Ook het dagelijks leven is vergeven van de oordelen, concludeert Gerritsen: “Die heeft dit gedaan, die heeft dat gedaan. Daarnaast vragen we ons aan een stuk door af wat de ander wel niet van ons denkt. Afhankelijk van je persoonlijkheid trap je daarbij óf jezelf óf de ander de grond in. Mijn godsbeeld helpt me om dit los te laten, want het is allemaal nergens voor nodig. Ik heb immers het overzicht niet. Dat heeft alleen God; daarom is het oordeel aan hem. Maar dat oordeel is veel milder dan het oordeel van mensen. We mógen imperfect zijn, het hoort bij ons. Dat we zondig zijn, is voor mij een opluchting.” Ze herinnert zich een voorval waarbij ze dat aan den lijve meemaakte. “Dat je als mens niet perfect bent is geen briljante theorie, maar heeft wel een enorme impact als je dat echt accepteert. Ik merkte dat toen op een middag mijn dochter thuiskwam en opbiechtte dat ze iets verkeerds had gedaan, ik weet niet eens meer wat. Ze was helemaal van slag en zei: mama, ik ben slecht. Ik heb haar toen gezegd: het geeft niet. Dat kwam uit het diepst van mijn hart, ik geloofde volledig in mijn eigen woorden omdat ik had ervaren dat het écht niet geeft als je fouten maakt. En het werkte.” Stellig: “Dat een kind als zij met een beetje gemoedsrust mag opgroeien, brengt iets goeds in de wereld. Een kind kun je totdat het zes à zeven jaar oud is, gemakkelijk troosten. Daarna gaat het nadenken, waardoor het is staat is zichzelf gek te maken. Als volwassene ontwikkel je vervolgens steeds meer technieken waarmee je jezelf zo ongelukkig mogelijk kunt maken. Dat riep bij mij de vraag op: wat kan ik nou zeggen dat iemand écht helpt?”

Troostleugen

Daarom wilde Gerritsen naar eigen zeggen een “troostrijk boek” schrijven, “dat wil zeggen over iemand die iets slechts doet en om troost verlegen zit. Dat is Henry Loman. Zowel Jacob als zijn vrouw Alicia probeert hem troost te bieden, maar geen van beiden lukt dat. Uiteindelijk kiest Henry ervoor naar Alicia terug te gaan, maar die biedt hem in feite niet meer dan een troostleugen. Troost vinden betekent dat je eerst onderkent dat je iets slechts hebt gedaan. Maar het is moeilijk om met die schuld te leven, die kan te zwaar zijn om te dragen. Dat overkomt Henry. Hij is zo bang dat als hij dat beseft, de deur van zijn geweten direct dichtslaat. Voor hem is het gemakkelijker terug te gaan naar zijn vrouw, die niets anders zegt dan: kom maar hier, schatje, het is goed.” Dat is het verschil tussen de valse troost die Alicia biedt – ontkennen dat er iets verkeerds is gebeurd – en echte troost, die het erkennen van schuld vooronderstelt maar een mens daarop uiteindelijk niet afrekent. Oordelen zonder te veroordelen dus, dat is echte troost – de troost die van God komt. “De grote Trooster in de tijd, zo wordt de heilige Geest genoemd (in de pinksterhymne Kom,Schepper Geest, VB). Ik vind dat zo prachtig, dat ik even heb overwogen mijn roman De grote trooster te noemen.”

“Geloof is niet iets exotisch. De kerk maakt gewoon deel uit van mijn dagelijks leven”

De “verrassende gewoonheid van God”, zo noemde de theoloog Herwi Rikhof de Geest ooit. Die gewoonheid, die alledaagsheid van God en geloof, daar is het Esther Gerritsen om te doen. “Liever dan in retraite te gaan fiets ik naar mijn eigen kerk. Een retraite is voor mij toch een soort uitstapje, iets exotisch als het ware. Oké, in een roman komt het geloof beter uit de verf tussen kloostermuren dan onder een systeemplafonnetje. Maar als het iets exotisch blijft, kijk je er van een afstandje naar. Terwijl ik nou juist graag wil dat geloof níét iets exotisch is. Hoewel ik er vaker naartoe zou willen dan ik nu doe, maakt de kerk gewoon deel uit van mijn dagelijks leven.” Dat is niet altijd vanzelfsprekend, erkent Gerritsen: “Ik heb geen vrienden die gelovig zijn. Daarom kan ik met mijn geloof soms weinig beginnen. Maar als ik door de stad fiets, gaat het me niet langer om wat mensen denken en vinden en om het gedoe in mijn hoofd, maar om het besef dat ik er bén. Dat heeft voor mij met geloof te maken. Als ik op het schoolplein sta en om me allemaal mensen zie die ergens van wakker liggen, kan ik daar droevig van worden. Terwijl het geluk niet in mijn hoofd zit maar in het feit dat ik de natuur kan zien, mijn kind en mijn hond.”

Paspoort

Esther Gerritsen (Nijmegen, 1972) is schrijver.

  • Debuteerde in 2000 als prozaschrijver met de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn.
  • Is scenarioschrijver en columnist voor de VPRO Gids en de Volkskrant.
  • Schreef zes romans: Tussen een persoonNormale dagen, De kleine miezerige god (longlist De gouden Uil 2008), Superduif (nominatie Libris Literatuur Prijs 2010), Dorst (in 2018 verfilmd door Saskia Diesing, met in de hoofdrollen Simone Kleinsma en Elise van ’t Laar), Roxy (nominatie Libris Literatuur Prijs 2014) en De trooster (nominatie Theologische Boek van het Jaar 2018).
  • Won in 2014 de Frans Kellendonk Prijs, voor haar onafhankelijke en originele kijk als auteur op maatschappelijke en existentiële problematiek.
  • Schreef in 2016 het Boekenweekgeschenk Broer.
  • Is geregeld te gast in radioprogramma’s en op festivals.
  • Woont met haar dochter (9) in Amsterdam.

Dit artikel is overgenomen uit Volzin nr. 12 december 2018, jaargang 17.

Wilt u verder lezen?

Dat kan. U kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze missie als u ons werk belangrijk vindt en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
victorb

Victor Bulthuis

Pastor en publicist

Victor Bulthuis, priester van het aartsbisdom Utrecht, studeerde filosofie, theologie en journalistiek. Hij werkt als parochievicaris in de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.