Op een grijze zaterdagmorgen ontmoet ik Abdulwahid van Bommel in zijn optrekje in Hilversum. Van Bommel is door de jaren heen niet zoveel veranderd, iets grijzer, een rimpeltje meer, maar hij heeft nog steeds dezelfde vitale oogopslag. De ontvangst is hartelijk en we zetten ons aan de keukentafel voor een lang en diepgaand gesprek. Ik ben nieuwsgierig naar zijn visie op alles wat met islam te maken heeft, maar vooral ook naar zijn beweegreden om een Koran voor kinderen te schrijven.

Je staat bekend als een denker. Was dat al vroeg duidelijk?

“Van jongs af aan was ik een jongetje dat langer stilstond bij dingen. Vooral op de middelbare school merkte ik dat ik bleef nadenken over zaken, waar andere jongens vooruit renden en goede cijfers wilden halen. Het is mijn levenshouding geworden. Na de middelbare school studeerde ik twee jaar Filosofie en was ik op zoek naar een filosoof, zo iemand met een lang Grieks gewaad, om mij woorden bij mijn ideeën te geven. Ik kwam hem helaas niet tegen. Ik zocht wel steeds naar mensen waar ik mijn gedachtewereld in kon herkennen. Waar draait het om? Waar zijn we mee bezig?”

Het komt op mij over als een hele woelige periode in jouw denken.

“Dat was het ook. Ik groeide op in de vijftiger/zestiger jaren en de VS werden vanwege de bevrijding geïdealiseerd. Maar wij lazen literatuur van Harriet Beecher Stowe, over de slavernij. En over het lot van de native Americans; dat beeld over de VS klopte niet. Daar stond ik dan weer langer bij stil. Ik begon de Bijbel als het boek van blanke overheersers te beschouwen, die alles goed praatten met de Bijbel in hun hand. Er was ontzettend veel mogelijk in Amsterdam – een explosie van mogelijkheden voor jonge mensen. De volwassenen, de onderwijswereld, het maatschappelijk leven, reageerde als het ware op de vijf verschrikkelijke WOII jaren. Dat was toen achter ons en nu konden we weer alles – dat was de sfeer.”

De opleiding Filosofie heb je niet afgerond. Wat kwam ervoor in de plaats?

“De twee jaren Filosofie waren niet wat ik ervan verwacht had. Op mijn 18e ontdekte ik bovendien de jazzmuziek. Ik was al teveel gevormd om een muzikale opleiding te volgen, maar ik ging contrabas spelen. Ik heb me er vijf jaar intensief mee bezig gehouden. Voor mijn ontplooiing in de periode van 18 tot 23 jaar is die creativiteit heel belangrijk geweest.”

Ik leerde de dagelijkse dingen van de islam eerder kennen dan de grotere theologische aangelegenheden.

Abdulwahid van Bommel
Beeld door: Enis Odaci
Abdulwahid van BommelTweet dit

Je bouwde enerzijds afstand in tot het traditioneel christendom, liet de studie filosofie los, en ontwikkelde jezelf met muziek. Ben je dan niet heel laat met de islam in contact gekomen?

“Nee, dat liep als een rood lijntje door mijn leven, als in een parallelle wereld. Op de middelbare school leerden we van een dominee over de vijf wereldreligies: jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme. Daarin vond ik islam al het mooiste en eenvoudigste korte woord waarin iets werd gezegd over een levenshouding. Dat besef hield ik apart, binnen in mijzelf. En om de zoveel tijd leerde ik iets van een levend persoon met een moslimachtergrond, of een boek dat ik las. Boeken zijn nog steeds mijn beste vrienden.”

Speelde de link met de islam ook tijdens jouw jazz-periode?

“Veel zwarte jazzmusici in de VS werden moslim. Die gingen dan bij de Black Muslims horen. Een indrukwekkend boek was de biografie van Malcolm X. Hij beschreef indringend zijn proces van opstand tegen racisme en onrecht en liefde voor een nieuwe levenshouding. In de gevangenis ontdekte hij de islam, via de Nation of Islam. Dat was een soort invloedssfeer waarin ik leefde en gelijktijdig een rode lijn in mijn leven: er moest iets zijn waar het om draait. Voor mij was dat de keuze tussen geloven en niet geloven.”

Ik durf het bijna niet te vragen, maar je bent ook met de jazzmuziek gestopt.

“Ik heb inderdaad niets afgerond! Ik doe alles verkeerd om. Tot mijn 21ste ben ik gewoon gaan spelen. De twee jaar daarna was ik vooral bezig met de voorbereiding voor de toelating tot het conservatorium. Toen ik 23 werd trouwde een islamitische vriend van mij, een Creoolse jongen die opgroeide bij ons thuis. Via hem kwam ik in aanraking met de Molukse moslimgemeenschap in Friesland. Plotseling zat ik midden in datgene waar ik altijd een feeling mee had: midden in de levende islam, in een klein dorpje in Friesland. Tijdens dat huwelijk werd ik geraakt door het gegeven dat iedereen op de grond zat. Alles wat van enige betekenis was tijdens de ceremonie deden ze op de grond zittend. Er was geen status meer, geen pose, iedereen was gelijk, en dat vond ik indrukwekkend. Ik heb er drie maanden gelogeerd. In die drie maanden vroeg ik mij af: is dit geloof?”

En, was dat geloof het?

“Ja, ik heb toen de knoop doorgehakt en ben moslim geworden. Ik ga dit doen, besloot ik.”

Hoe verliep jouw ontwikkeling als moslim?

“Ik leerde de dagelijkse dingen van de islam eerder kennen dan de grotere theologische aangelegenheden. Acht jaar later ben ik pas met mijn Molukse vrouw getrouwd, die overigens uit die Friese gemeenschap kwam. Ik ben ondertussen in 1967 wel eerst naar Turkije gegaan. De leiders van de Molukse gemeenschap hadden voor mij een plekje in Damascus geregeld om te studeren. Ik wilde het Arabisch leren, want dat was de taal van de islam, de Koran. Vanwege de toenmalige oorlog tussen Israël en Syrië ging het niet door. Nederlanders worden gezien als trawanten van Israël, dus kwam ik het land niet in. Ik had ook geen papiertje, of iets waaruit bleek dat ik moslim was. Ik moest blijkbaar in Turkije zijn. Ik zie die grote lijnen als een leven dat door God wordt bepaald.”

VanBommel-2
Abdulwahid van Bommel Beeld door: Enis Odaci

Hoe beoordeel je jouw studieperiode in Turkije?

“Ik ben opgenomen door diverse geloofs- en studiegemeenschappen. Dat was een fijne periode, maar ik ben langzamerhand kritisch geworden op het Turkse rechttoe-rechtaan geloven. De ene keer is het ‘juiste’ geloof uitdragen vaak het einddoel en de andere keer wordt naar mijn gevoel een geleerde te veel vereerd. Daarmee ontstaat er te weinig aandacht voor anderen. Er is maar één methode en die leidt op tot het worden zoals zij.”

Als ik jou zo beluister, lijkt het alsof je heel gemakkelijk opgaat in de groep, maar dat je ook wel vrij snel weer schuurt tegen de beperkingen van het denken van die groep.

“Ik erken dat veel van de basisstof die nodig was voor mijn islamkennis, op het gebied van jurisprudentie, de geloofsleer, de ethiek, heel goed onderwezen is. Van daaruit gaat het dan langzamerhand omhoog en krijg je meer de details. De kennis daarvan wordt echter veel te hoog geplaatst. Die fout maakt men ook hier op de universiteiten. Detailkennis wordt gezien als het eindpunt. Als leerhouding vind ik het verkeerd. Je bent niet klaar als je imam bent, of mufti, of hoca, of doctorandus. Als je dat denkt vindt geen verdere ontwikkeling meer plaats.”

Welke ontwikkeling miste je bijvoorbeeld in Turkije?

“Na de basis moet je verdergaan. Ze hebben bijvoorbeeld geen vergelijkende godsdienstwetenschap, geen vergelijkende studies tussen de leerscholen en de nieuwe bewegingen in de islam van deze tijd. De horizon wordt heel beperkt gehouden en tot enige juiste leer verheven.”

Dan eindig je met het herhalen van wat je tijdens de opleiding meegekregen hebt. Hoe haak je aan op de nieuwe tijd?

“Het begint met zelfstandig denken. Toen ik een heel ontwikkelingstraject doorliep en in staat was om argumenten uit de opleiding en uit de Koran te gebruiken om mijn punten te maken, kreeg ik weleens de opmerking: ‘Ja, maar jij bent Nederlander! Je bent niet tot de volledige overgave gekomen.’ In feite ontbrak dus de kritische houding. Er rest dan een robotmatige voortzetting van de traditie. In 1971 keerde ik terug naar Nederland.”

De waarheidscultuur frustreert je.

“Het houdt de uitwisseling van kennis en beschouwelijkheid met anderen enorm tegen. In de houding van vooral de leidinggevende figuren wordt die uitwisseling geblokkeerd. Dialoog met andere waarheidstradities wordt dan bijna als een soort verraad beschouwd. Maar juist zij zitten achter de kansel en zijn in een positie om kennis uit te wisselen. Wees eerlijk over jezelf. Over waar je naar zoekt. Bij alle geopenbaarde religies kom je vaak bij de kopstukken dat soort dingen tegen.”

Heb je daarom besloten je te mengen in het publieke debat?

“Vanaf de Rushdie affaire hoorde je ineens verwijten richting de islamitische gemeenschap. ‘Zij willen wel gebruik maken van de vrijheid van godsdienst, maar ze zijn tegen de vrijheid van meningsuiting.’ Ik kon het verbranden van boeken niet aanvaarden, daarvoor ben ik zelf te veel een boekenman. Ik zat dus voor het eerst in mijn leven tussen twee partijen. Ik stelde de vraag: hoe kan je over het geloof spreken als inspiratiebron voor je leven, terwijl je gelijktijdig dingen oplegt en uitsluit? Dan heb je geen mogelijkheid meer om met de ander mens te zijn, om in elkaar het mens-zijn te herkennen. In de manier waarop moslims en niet-moslims nu met elkaar omgaan gaat het steeds meer die kant op.”

Hoe duid je die ontwikkeling?

“Wat ik niet aanvaard is de stelling dat de gematigde islam wordt gegijzeld door extremisten. Ik vind dat moslims, die een halve eeuw in Nederland leven, ondertussen de verbale mogelijkheden moeten hebben om vrijuit hun standpunt duidelijk te maken op burgerniveau. Ze hadden ondertussen iets meer moeten laten zien.”

Kun je dat concreter maken?

“Bijvoorbeeld de vertaalslag naar leerplicht. Het vooruitgaan in leren is puur islamitisch. Gezondheidszorg. De manier waarop hier consciëntieus over gezondheidszorg wordt nagedacht, is ook puur islamitisch. De manier waarop hier over welzijn en maatschappelijk welzijn wordt gedacht, is ook islamitisch. En die vertaalslag wordt niet voldoende gemaakt. Het zijn zaken die cruciaal zijn voor je eigen leven. Ondanks dat is er nog steeds veel bereidheid onder Nederlanders om de helpende hand te bieden.”

Veel Marokkanen en Turken deden er dertig jaar over eer ze beseften dat een terugkeer naar het moederland niet meer mogelijk was. Dat valt hen zeker te verwijten, maar voor een deel ook weer niet, want zo actief als nu met inburgering wordt omgegaan, dat bestond toen niet.

“Er komt nu in ieder geval een generatie aan die dat beter beseft, die de brugfunctie in zichzelf vertegenwoordigt. Als ik de tweede generatie Marokkanen vergelijk met de tweede generatie Turken, zie ik meer vooruitgang bij de Marokkanen. Er zijn 20 à 30 schrijvers, dat is bij de Turken minder. Wat taal betreft, sociale uitwisseling, samen met Nederlanders optrekken, dat gebeurt voor beide groepen nog in kleine plukjes. Wanneer die tweede generatie Marokkanen en Turken dat dan doen, maken zij heel dramatisch de generatiekloof mee. Je ziet dat ze vaak losgescheurd zijn of raken uit hun familie. Bij de Turken blijft de familie langer een eenheid. Allemaal ondernemers, die voor zichzelf zorgen, eigen kaas, eigen bonen.”

Op televisie brengt men te pas en te onpas moslims bij elkaar, die dan de islam vertegenwoordigen, maar zich als een warhoofd zonder inzicht gedragen.

Abdulwahid van Bommel
Beeld door: Enis Odaci
Abdulwahid van BommelTweet dit

Kun je toelichten hoe de scheuring tussen generaties verloopt?

“Vooral Marokkanen maken nogal een drama mee in hun ontwikkeling tot burgers. Sommigen kunnen zich goed manifesteren in de politiek, of in televisiepraatprogramma’s, zoals Marcouch en Aboutaleb. Maar dan zie je dat zelfs de meest milde critici uit eigen kring iemand als Aboutaleb naar beneden halen. ‘Hij is helemaal een Hollander geworden!’ Als hij weer iets stevigs zegt, wordt hij zwaar aangevallen. Er is daar dus een soort spanning waarin je kunt zien wat er gebeurt met mensen die wel dat burgerschap als identiteit op zich nemen. Die brug is hoe dan ook niet breed ontstaan als je kijkt naar de kansen en de vrijheid in de Nederlandse samenleving.”

Zit daar een islamitische component aan?

“Moslims gaan heel moeilijk om met kritiek binnen eigen kring. Van mij, maar ook van Turkse en Marokkaanse critici. Ze kunnen bijna de algemene geloofskritiek, de islamkritiek of de Korankritiek niet begrijpen, zoals die nu leeft. Soms is die kritiek heel hard en overdreven, maar soms ook heel to-the-point. Daar dienen we antwoorden op te formuleren anders laten we de komende generaties in de steek.”

Hoe duid je dat islamdebat dan?

“Het is zinloos. Er vindt van beide kanten geen toenadering plaats. Laten we voor het gemak even de PVV-achtigen noemen, de mensen die niet van plan zijn een beetje bij te draaien, maar willens en wetens alleen maar het slechte uitlichten. Daar is niet echt een gesprek mee mogelijk. Van de moslimkant begint men moedeloos te worden, waarom zou men nog aan een debat deelnemen? Op televisie brengt men te pas en te onpas moslims bij elkaar, die dan de islam vertegenwoordigen, maar zich als een warhoofd zonder inzicht gedragen. Die moslims hadden dan minimaal de moeite moeten nemen om vooraf bij elkaar te komen en te bedenken: ‘Hier staan camera’s op ons gericht, laat ons nadenken over wat we gaan zeggen en hoe we bruggen kunnen slaan met de televisiekijker.’ In het islamdebat is er vooral weinig cohesie en empathie voor elkaar. We vergeten maar al te vaak dat we er als mens zitten, dat mensen verdriet hebben na een aanslag in Parijs. En dat mensen verdriet hebben, zoals wij dat hebben wanneer we ongefundeerde verwijten krijgen.”

Wat is dan de uitweg?

“Je kunt eigenlijk alleen als eenling, als held, een klein beetje scoren en invloed hebben. Zoals Nourdin el-Ouali, de partijvoorzitter van Nida in Rotterdam en Abdelkarim el-Fassi. En daar horen ook Aboutaleb en Marcouch bij. Hoewel ik het met geen van hen eens hoef te zijn.”

Deel 2 van dit interview is hier na te lezen.

De Koran- Uitleg voor kinderen, deel 1, Uitgeverij Parthenon
Abdulwahid van Bommel – met illustraties van Senad Alic

408 pagina’s, € 29,90
ISBN/EAN 9789079578825
Geschikt voor de bovenbouw van de basisschool (ca. 8-12 jaar).

Een inkijkexemplaar is hier in te zien.

Enis-DNW (2)

Enis Odaci

Eindredacteur van Nieuw Wij

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam, een denktank voor islamitisch humanisme dat hij mede naar aanleiding van het …
Profiel-pagina
Al 6 reacties — praat mee.

Advertentie

Dominicanenklooster Huissen