Mijn ouders lieten alles achter om in Nederland een beter leven op te bouwen voor mijn broertjes, zusjes en mij. Het wennen aan een nieuw land, het leren van een nieuwe taal, wonen in een AZC en onzekerheid over de toekomst, dat vergeet ik nooit. En ook de onmenselijkheid en ongelijkwaardigheid die je tegenkomt als nieuwkomer, asielzoeker en moslima, zullen me altijd bij blijven. Juist die ervaringen hebben mij er al vroeg toe aangezet om maatschappelijk actief te worden en mij in te zetten voor anderen die met vergelijkbare uitdagingen te maken hebben.

Ik ben opgegroeid in de Somalische gemeenschap in Nederland, een gemeenschap die zowel krachtig als kwetsbaar is. Daar zag ik hoe veerkracht, solidariteit en ambitie hand in hand gaan met uitdagingen, discriminatie en uitsluiting. Die ervaringen hebben mij gevormd en mij geleerd dat gelijkwaardigheid niet vanzelf ontstaat. Het vraagt om verantwoordelijkheid nemen, ook als dat moeilijk is.

In mijn leven en werk probeer ik die verantwoordelijkheid te dragen. Ik zet me in tegen discriminatie en racisme, omdat ik zie hoe deze structuren mensen kansen ontnemen en diep ingrijpen in hun dagelijks leven. Ik spreek me uit tegen de normalisering van moslimhaat, omdat dit niet alleen moslims treft, maar onze gehele democratische rechtstaat onder druk zet. Tegelijkertijd houd ik me bezig met de bredere thema’s van sociale rechtvaardigheid: gezondheidsverschillen die generaties doorwerken, de strijd voor vrouwenrechten en de positie van vluchtelingen en migranten die telkens opnieuw ter discussie wordt gesteld.

Vandaag de dag zet ik mij vooral in via het Collectief Jonge Moslims (CJM), waar ik als vicevoorzitter samen met anderen werk aan een breed gedragen beweging tegen moslimhaat en discriminatie. We doen dat door politici en de overheid aan te spreken over de zorgen van jonge moslims die we regelmatig spreken. Naast CJM ben ik onder meer betrokken bij organisaties als Stem op een Vrouw en Stichting en Represent Jezelf, die op verschillende manieren bijdragen aan een inclusievere samenleving.

Waar sta jij pal voor en waarom?

Ik sta pal voor rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Dat betekent voor mij dat ieder mens dezelfde kansen moet hebben om in vrijheid en waardigheid te leven. Dat is nu in de praktijk absoluut niet zo. Dagelijks zie ik voorbeelden van ongelijkheid. Jonge moslims worden vaak niet gezien als volwaardige burgers, weggezet als ‘probleem’, en in media en politiek wordt moslimhaat steeds vaker genormaliseerd. Voor mij is het onacceptabel dat mensen niet beoordeeld worden op wie ze zijn en wat ze bijdragen, maar op labels die hen worden opgeplakt.

Wat moslimdiscriminatie anders maakt dan veel andere vormen van racisme en discriminatie, is dat het diep verankerd is in beleid, wet- en regelgeving. Het is niet alleen de samenleving die discrimineert; het zijn vaak juist de instituties die het voortbestaan ervan garanderen. Denk aan wetten die ervoor zorgen dat je bankrekening wordt afgesloten, aan lijsten bij de politie en marechaussee waardoor je aangehouden kan worden, of aan overheidsorganisaties die zonder reden dossiers opbouwen.

Juist de overheid heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om alle burgers te beschermen en specifiek minderheden. Als er in beleid en wetgeving met twee maten wordt gemeten, wordt de kern van de rechtsstaat uitgehold. De keuzes die in Den Haag worden gemaakt, doen er dus toe. Wat doet het met het vertrouwen van burgers wanneer juist in een stad als Den Haag, de stad van vrede en recht, de bescherming van mensenrechten selectief worden toegepast in eigen land, en laten we niet vergeten dat dit ook wereldwijd gebeurt zoals in Palestina.

Het mandaat van de Nederlandse politiek en overheid zit niet alleen in wetten en regels, maar ook in de manier waarop die worden uitgevoerd. Dat maakt moslimdiscriminatie extra schrijnend: het treft mensen niet alleen in hun dagelijks leven, maar ook vanuit de staat die hen zou moeten beschermen.

Inspireert iemand of iets je daartoe? Welke waarden spelen hierin een rol?

Mijn inspiratie komt vooral uit de mensen om mij heen. Jongeren die blijven dromen en hun stem gebruiken, ondanks uitsluiting. Gemeenschappen die ondanks wantrouwen doorgaan met bouwen aan hun toekomst. Hun veerkracht geeft mij energie.

Ook mijn eigen achtergrond speelt een rol. In de Somalische gemeenschap heb ik geleerd hoe belangrijk solidariteit is. Mensen steunen elkaar, delen wat ze hebben en nemen verantwoordelijkheid voor elkaar. Dat heeft mij gevormd: rechtvaardigheid begint bij verbinding.

Daarnaast voel ik mij verbonden met bredere bewegingen, in Nederland en wereldwijd. Mensenrechtenactivisten en antiracismebewegingen laten zien dat verandering altijd mogelijk is, ook tegen de stroom in. Hun moed herinnert mij eraan dat wij in onze tijd en context hetzelfde moeten doen.

De waarden die mij hierin leiden zijn: rechtvaardigheid, solidariteit, menselijkheid en verantwoordelijkheid. Vooral menselijkheid en verantwoordelijkheid: niet vergeten dat achter elk cijfer, elk beleid en elk debat mensenlevens schuilgaan. Het gaat uiteindelijk altijd om mensen en hun verhalen, hun pijn, hun dromen.

En ik geloof dat je als mens niet alleen leeft voor jezelf, maar dat je altijd deel uitmaakt van een groter geheel. Dat betekent dat je ook verantwoordelijkheid draagt voor de samenleving waarin je leeft. Wegkijken of zwijgen is geen optie. Verandering ontstaat niet vanzelf, het vraagt om mensen die durven op te staan, die hun stem gebruiken en die bereid zijn de prijs te betalen voor opstaan voor rechtvaardigheid.

Hoe laat jij dit zien?

Met CJM werken we aan het zichtbaar maken en bestrijden van moslimdiscriminatie. We doen dat niet alleen door problemen aan te kaarten, maar ook door alternatieven en ongehoorde verhalen te bieden. We laten zien dat jonge moslims een volwaardig onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving, met talenten, ambities en dromen die ertoe doen. Door hun verhalen zichtbaar te maken, willen we jonge moslims laten zien in al hun verschillen en ruimte te scheppen voor een eerlijker debat.

Amina Hassan Sheikh Ali van Collectief Jonge Moslims voor de poo
Amina Hassan Sheikh Ali Beeld door: Boudewijn Bollmann

Voor mij is leiderschap niet: zelf centraal staan, maar juist: ruimte maken voor anderen. Ik wil dat jongeren die vaak genegeerd worden hun stem kunnen laten horen en dat ze serieus genomen worden. Ik ben niet bang om scherpe vragen te stellen of kritisch te zijn, maar altijd vanuit de overtuiging dat dialoog nodig is om vooruit te komen. Ik probeer bruggen te bouwen, ook als dat niet gemakkelijk is. Ik ga hierbij altijd terug naar de kern: wie wordt geraakt door dit beleid, en hoe maken we dit rechtvaardiger?

Ook op persoonlijk niveau probeer ik zichtbaar te maken waar ik voor sta. Dat betekent dat ik mijn stem gebruik, ook in mijn directe omgeving, en dat ik mij niet laat ontmoedigen door haat of weerstand. Ik weet dat zichtbaarheid een prijs heeft, zeker als zichtbare moslimvrouw in het publieke debat, maar ik geloof dat zwijgen een nog hogere prijs zou hebben. Door aanwezig te zijn en ontbrekende verhalen te vertellen, wil ik laten zien dat er altijd ruimte is om rechtvaardigheid te claimen, zelfs in omgevingen die daar niet vanzelfsprekend voor openstaan.

Wil je wat veranderen en zo ja: wat?

Voor mij gaat het om een brede, structurele verandering in de samenleving. Ik wil dat ongelijkheid niet langer wordt gezien als een gegeven of een persoonlijk probleem, maar als iets wat we samen kunnen en moeten aanpakken.

Ik wil dat moslimdiscriminatie niet langer genormaliseerd is. Vandaag zien we dat haatdragende uitspraken en beleid tegen moslims vaak zonder gevolgen blijven, terwijl het een grote impact heeft op de levens van mensen. Ik wil dat moslimhaat net zo serieus genomen wordt als andere vormen van discriminatie, en dat er een brede maatschappelijke norm ontstaat die zegt: dit accepteren we niet. Daarom heeft CJM het manifest “Stop Moslimhaat” gelanceerd. Daarin roepen we overheid, politiek, media en samenleving op om moslimhaat actief te bestrijden en jonge moslims eerlijke kansen en bescherming te bieden, zoals hoort in een democratische rechtsstaat.

Maar mijn inzet gaat breder. Wat ik wil veranderen, begint met de manier waarop wij naar elkaar kijken. Moslims worden vaak niet gezien als volwaardige burgers, vluchtelingen als een last, vrouwen als minder geschikt, en jongeren met een migratieachtergrond als een risico in plaats van een kans. Ik wil dat beeld fundamenteel veranderen. Ik wil dat we in Nederland leren om mensen in de eerste plaats als mensen te zien, met dromen, talenten en potentieel, en niet als “anders”, “vreemd” of “probleem”.

Dat vraagt om een andere politieke en maatschappelijke houding: weg van wantrouwen, richting vertrouwen en solidariteit. Mijn inzet is om ook de manier waarop ongelijkheid het onrecht versterkt, zichtbaar te blijven maken en zo te werken aan verandering die niet tijdelijk of oppervlakkig is, maar structureel en duurzaam.

Wat zorgt ervoor dat je het volhoudt?

Wat mij helpt vol te houden, is de kracht van de mensen om mij heen en het doel waarvoor ik dit doe. Ik zie hoe de moslimgemeenschap, ondanks alles, blijft opstaan en haar stem gebruikt. Niet omdat we dit willen, maar omdat we moeten. We leven in een tijd waarin je zomaar de volgende kunt zijn wiens bankrekening wordt afgesloten, of bij wie de NCTV heimelijk een dossier opbouwt. Die onveiligheid en de kracht van de gemeenschap maakt dat ik mij strijdbaar voel om door te gaan.

Bij CJM en andere organisaties werk ik samen met mensen die dezelfde waarden delen. Dat geeft kracht: we bouwen samen aan een beweging, en dat maakt het makkelijker om vol te houden.

Ook geloof ik dat verandering mogelijk is, hoe langzaam het soms ook gaat. De geschiedenis laat zien dat grote onrechtvaardigheden uiteindelijk altijd doorbroken worden door mensen die volhouden. Ik zie mijn inzet als onderdeel van een langere lijn van mensen die hebben gestreden voor rechtvaardigheid, en ik voel de verantwoordelijkheid om dat werk voort te zetten. Hierin speelt voor mij geloof een rol. Het geeft mij houvast en doet beseffen dat ik dit werk niet alleen voor mezelf doe, maar als deel van een groter geheel.

Hoop helpt mij ook om door te gaan. Hoop is geen naïef idee dat alles vanzelf goed komt, maar een bewuste keuze om te blijven geloven in verandering. Ik zie die hoop in kleine successen: een jongere die opstaat, een beleidsmaker die zijn houding verandert, een minister die geraakt wordt en bereid is beleid te herzien. Die momenten zijn mijn brandstof om door te gaan, ook wanneer het moeilijk is.

Tot slot: ik vind mijn werk belangrijk en haal er veel energie uit. Het is ook een privilege om op deze manier te mogen bijdragen aan mijn gemeenschap. En dat maakt alle weerstand, discriminatie en racisme die wij onderweg meemaken voor mij dragelijk.

Logo_Personen

Redactie Nieuw Wij

Heeft u ook een nieuwstip? Of wilt u zelf publiceren? Laat het ons weten via de contactpagina.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.