Waar sta jij pal voor en waarom?
Ik sta pal voor medemenselijkheid. In deze tijd lijkt het heel normaal om mensen te beoordelen op basis van groepskenmerken, om mensen te labelen. In het rechts politieke spectrum gaat het over de asielzoeker, aan de linkerkant over ondernemers en vermogenden. Beiden worden tot zondebok verheven. De werkelijkheid is echter zoveel complexer dan de groepskenmerken. Het is mijn keuze om mij in te zetten voor de zwaksten, die platgewalst worden door dit groepsdenken. Al zo’n twintig jaar zet ik mij op diverse manieren in voor vluchtelingen.
Op dit moment houd ik mij zelf vooral bezig met het leed van gewortelde kinderen. Kinderen die hier al vijf jaar of langer in Nederland verblijven zonder verblijfsvergunning. Kinderen die hier ook zolang in angst en onzekerheid leven. Als land zijn we zelfs in staat om deze kinderen in detentie te plaatsen en uit te zetten naar een land dat ze niet kennen. Ze worden behandeld als een TEMU-pakketje wat je eenvoudig op transport zet, maar er wordt volledig voorbij gegaan aan het belang van het kind.
Deze kinderen zijn slachtoffer van de massale vernedering van de vluchteling tot zondebok van ons maatschappelijk falen. Voor mij zijn deze kinderen een spiegel van onze samenleving die ik graag omhoog houd.
Inspireert iemand of iets je daartoe? Welke waarden spelen hierin een rol?
Er zijn drie mensen die mij hierin inspireren. Als eerste mijn opa. Als ik het als kind niet makkelijk had mocht ik mijn opa helpen op de groentetuin. De momenten dat we samen op een omgekeerde houten kist zaten vergeet ik niet. Hij met een sigaar in z’n mond, z’n oren open. Wat echt naar de ander luisteren is, leerde ik daar van hem. Niet omdat hij dat vertelde, maar omdat hij het leefde.
Als tweede wil ik mijn vrouw, Esther, noemen die zich al meer dan 10 jaar onafgebroken inzet voor gewortelde kinderen. Naar hen luistert, hen steunt en helpt waar het kan. Zij is een vrouw met een rechte rug voor deze kinderen.
De derde is niet één mens, maar zijn er velen. Dat zijn de mensen om wie het gaat. De afgelopen jaren heb ik vele vluchtelingen ontmoet. Hun verhalen inspireren mij. Laat ik er twee voorbeelden van noemen.
Afgelopen jaar was ik op de Balkan. Wij lopen daar regelmatig met een groep gekke mensen omdat we ons schamen voor ons migratiebeleid. We kijken de draak daar in de bek als we zien hoe mensen als vijanden behandeld worden. We zien de gevolgen van de onmenselijke pushbacks. En wat doen deze mensen als wij naar ze luisteren? Zijn ze boos, zitten ze vol haat? Nee, ze maken van het schamele beetje dat ze hebben een maaltijd voor ons klaar. Ze bouwen een langere tafel in plaats van een hogere muur. Wat een schril contrast, juist daar! Die mensen verwonderen mij en inspireren mij om me voor hen uit te blijven spreken.
Daarnaast de gewortelde kinderen zelf. Als ik hen samen met mijn vrouw bezoek in het AZC of in het detentiecentrum zie ik prachtige kinderen. Kinderen die naar school gaan, naar clubs, die spelen met vriendjes en vriendinnetjes. Een moment wat door mijn ziel sneed, is de dreigende uitzetting van de familie Babayants vorig jaar. Om het detentiecentrum hadden zich vele vrienden en vriendinnen van hen verzameld. De voetbalclub was er, de school, de dansschool. Samen liepen we om het detentiecentrum heen, naar de plek waar de familie opgesloten zat. Al deze vrienden hadden geen afscheid kunnen nemen. Samen stonden we daar onderaan de hoge muur. Ik zie die stoere voetbaljongens van achttien tot twintig jaar daar nog staan met tranen in hun ogen roepend: Aram, Ariana, Amelia, Aleksa, jullie horen bij ons! Daar realiseerde ik mij dat we het niet alleen de familie Babayants aandoen, maar ook een gat slaan in de harten van hun vrienden en vriendinnen. [1]
Hoe laat jij dit zien?
Ik wil dit graag laten zien door net als mijn opa te luisteren. Te luisteren naar stemmen die niet gehoord worden. Soms stuit je dan op zulke schrijnende situaties dat niets doen geen optie is. Daarom ben ik vanaf het eerste moment betrokken bij het Kerkasiel in Kampen als coördinator en woordvoerder. Het maakt mij dankbaar dat de kerk in Kampen de deuren geopend heeft voor de familie Babayants. Zij bieden vanuit warmhartigheid bescherming tegen uitzetting. Al elf jaar woont dit gezin in Nederland, ze zijn Nederlands, net als alle andere ruim vierhonderd gewortelde kinderen. Al in 2018 werd wetenschappelijk aangetoond hoe schadelijk uitzetting is voor gewortelde kinderen[2]. De kerk in Kampen doet een beroep op de overheid om een belofte uit 2019 na te komen. Toen werden regelingen voor gewortelde kinderen afgeschaft met de belofte dat procedures versneld zouden worden. Door de versnelling zouden de regelingen (discretionaire bevoegdheid) niet meer nodig zijn. In praktijk zien we dat procedures nog steeds lang duren, waardoor kinderen nog steeds tussen de raderen van het systeem vallen. We hebben bij de toeslagenaffaire gezien waar dat toe leidt, laten we in Nederland deze fout niet nog een keer maken. Daarom roepen we de politiek op niet voorbij te zien aan dit leed, maar het op te lossen.
In dat alles probeer ik me te spiegelen aan de bekende uitspraak van Desmond Tutu: “Als je neutraal bent in situaties van onrecht, heb je de kant van de onderdrukker gekozen. Als een olifant zijn voet op de staart van een muis heeft en je zegt dat je neutraal bent, zal de muis je neutraliteit niet waarderen”. Deze uitspraak is een spiegel voor mijzelf.
Ik daarom ook enorm dankbaar dat ik naast mijn rol bij het Kerkasiel aan de slag mag in een baan die straks strafbaar dreigt te worden. Ik ben als zakelijk leider begonnen bij Stem in de Stad in Haarlem. De organisatie geeft een stem aan hen die niet gehoord worden, of nu zelfs strafbaar worden. Het is een eer om daar te mogen werken.
Bij het Kerkasiel ervaar ik hoe mystiek diaconaal werk eigenlijk is, datzelfde ervaar ik in mijn kennismaking bij Stem in de Stad. De niet gehoorde stemmen hebben ons zoveel te zeggen. Daar wil ik naar luisteren, die wil ik laten horen.
Wil je wat veranderen en zo ja: wat?
Ik zou willen dat er in onze samenleving meer zachtheid komt voor hen die aan de kant staan. In het bijzonder voor vluchtelingen en gewortelde kinderen.
De strijd in de samenleving tegen vluchtelingen baart mij zorgen. De samenleving schiet in de overdrive door te spreken over een tsunami van gelukszoekers terwijl de cijfers het tegenovergestelde laten zien.
Ik vraag mij af waar deze hardheid vandaan komt. In de ontmoeting met deze mensen ervaar ik het tegenovergestelde. Ik zie in hen geen misdadigers, maar mensen met een hart, met verlangens net als wij. We zijn toch allemaal gelukszoekers?!
Dit geluid probeer ik, waar ik kan, te laten horen.
Voor gewortelde kinderen trekken wij een streep: Dit kan niet langer. Het gaat slechts om zo’n 25 gezinnen per jaar, niemand maakt ons wijs dat we dat niet op kunnen lossen. Ik hoop en bid dat een oplossing voor gewortelde kinderen een start kan zijn van meer medemenselijkheid in onze samenleving. Voor vluchtelingen, voor ongedocumenteerden, voor dak- en thuislozen, voor ieder die het nodig heeft. Het is een schande dat wij deze mensen wegdrukken uit één van de rijkste landen ter wereld.
Wat zorgt ervoor dat je het volhoudt?
Als eerste probeer ik ervoor te zorgen dat ik mijn eigen hart zacht houdt. Dat kost mij eerlijk gezegd best wat moeite. In alle onrecht, haat en onverschilligheid die ik zie zijn er vele momenten dat ik boos ben. Juist dan probeer ik bal en speler uit elkaar te blijven houden. Regelmatig pak ik dat oude gedicht van Adriaan Roland Holst erbij. Het taalgebruik is wat archaïsch, meer de inhoud is vandaag en morgen nog steeds waardevol:
Schemering
Wees altijd zacht voor hen die eenzaam staan
omdat zij groter zijn dan die hen tarten.
O, laat de dorst dier onbegrepen harten
niet zonder laving langs uw leven gaan.En zien zij al uw vreugden donker aan,
en breekt hun zwijgen soms een woord dat hard en
wreed klinkt – bedenk dan hun gespannen smarten,
zij zelven weten van hun trots de waan.Diep woelt in hen ’t onzegbare verlangen
naar zachtheid, warm omhelzen en de lange
strelingen van een vrouw die spraakloos mint…en zij die de eenzame dit heeft gegeven
A. Roland Holst
verbrandt zijn duister in haar warme leven,
en in zijn vreugde voelt zij zich weer kind.
Het Kerkasiel in zichzelf steunt mij enorm en geeft mij hoop. De Kerk in Kampen die vanuit warmhartigheid op en openstaat voor gewortelde kinderen. De duizenden vrijwilligers en bezoekers die uit het hele land naar Kampen komen. Het zijn geen activisten, geen harde schreeuwers, het zijn lieve mensen die om de ander geven. De vele bijzondere ontmoetingen en gesprekken die daar plaatsvinden zijn hartverwarmend. Er ontstaat in Kampen een ‘Nieuw Wij’ waar hoop gecreëerd wordt. Zelf ben ik een klein radertje in dat geheel, maar samen kunnen we liefde verspreiden. Het maakt mij dankbaar dat deze groep nog elke week groter wordt. Het is wonderlijk hoe er elke keer weer nieuwe vrijwilligers en bezoekers uit onverwachte plekken opstaan. Zou het een teken zijn van de zachte krachten die verbinden, die winnen?
Natuurlijk hebben we het moeilijk gehad de afgelopen maanden. Maanden waarin een politieke oplossing haast onmogelijk leek. We kijken nu reikhalzend uit naar de verkiezingen in de hoop dat er vele stemmen uitgebracht worden voor medemenselijkheid. Op de momenten dat we in Kampen weer geconfronteerd worden met de harde politieke realiteit lezen we samen het gedicht over hoop van Václav Havel, nog eens en nog eens:
De weg van de hoop
Diep in onszelf dragen we hoop:
als dat niet het geval is,
is er geen hoop.Hoop is de kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.Hoop is niet te voorspellen of vooruit te zien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.Hoop in deze diepe krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen omdat het kans van slagen heeft.Hoop is niet hetzelfde als optimisme
evenmin overtuiging
dat iets goed zal aflopen.Wel de zekerheid dat iets zinvol is
Václav Havel
afgezien van de afloop,
het resultaat.
